Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:9272

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
04 6039178 cv expl 17-4886
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over uitbetaling van opgebouwde, niet-genoten verlofuren bij einde dienstverband. Geen deugdelijke verlofadministratie bijgehouden door de werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1175

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6039178 \ CV EXPL 17-4886

Vonnis van de kantonrechter van 27 september 2017

in de zaak van:

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ,

wonende te [woonplaats eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

gemachtigde mr. R.P.H.W. Haas,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTO SERVICE MONTFORT B.V.,

gevestigd te Montfort, gemeente Roerdalen,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. F.J.M. Raijer / Linea Rechta Arbeidsjuristen.

Partijen worden hierna [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] en ASM genoemd.

1 De procedure in conventie en in reconventie

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    de op 16 augustus 2017 ter griffie ontvangen nadere producties zijdens ASM

  • -

    de op 24 augustus 2017 gehouden comparitie van partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten in conventie en in reconventie

2.1.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] is op 1 mei 2011 in dienst getreden bij ASM. Hij was werkzaam als autotechnicus tegen een laatst genoten salaris van € 2.378,15 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de

cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf van toepassing.

2.2.

Op 23 mei 2016 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten op grond waarvan de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2016 is geëindigd.

2.3.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft op 29 augustus 2016 de eindafrekening ontvangen. ASM heeft aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] uitbetaald een bedrag van € 546,85 bruto aan opgebouwd vakantiegeld tot het einde van het dienstverband en € 2.079,36 bruto wegens 144 opgebouwde, doch niet genoten verlofuren.

2.4.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft gedurende het gehele dienstverband in totaal 1496 verlofuren opgebouwd.

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] vordert - samengevat - veroordeling van ASM om aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] te voldoen:

  1. het netto equivalent van € 5.084,04 bruto wegens per 1 augustus 2016 resterende, doch niet genoten verlofuren, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente,

  2. het netto equivalent van € 553,18 bruto wegens achterstallig salaris over de gewerkte uren op zaterdag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente,

  3. een schriftelijke en deugdelijke bruto/netto specificatie, waarin het bedrag en de betaling van sub a en sub b is verwerkt, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,00 per dag, met een maximum van € 10.000,00,

  4. een bedrag van € 656,86 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,

  5. de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten.

3.2.

ASM voert verweer in conventie en vordert in reconventie - samengevat - veroordeling van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] om aan ASM te voldoen:

  1. het netto equivalent van € 2.079,36 bruto wegens ten onrechte uitbetaalde verlofrechten ad 144 uur, te vermeerderen met de wettelijke rente,

  2. het netto equivalent van € 1.115,83 bruto wegens negatieve verlofuren, te vermeerderen met de wettelijke rente,

  3. een bedrag van € 444,52 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,

  4. e kosten van deze procedure, inclusief de nakosten.

3.3.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] voert verweer in reconventie.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

Partijen houdt verdeeld het antwoord op de vraag hoeveel verlofuren [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] gedurende zijn dienstverband heeft opgenomen. Daarnaast verschillen zij van mening over de vraag of [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] recht heeft op uitbetaling van salaris voor door hem verrichte werkzaamheden op een aantal zaterdagen.

4.2.

Partijen zijn het erover eens dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] gedurende het dienstverband in totaal 1496 verlofuren heeft opgebouwd. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] stelt zich op het standpunt dat hij hiervan slechts

1026 verlofuren heeft opgenomen. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft zijn eigen agenda en de notities in zijn werkschriftjes vergeleken met de door ASM opgegeven verlofdagen. Rekening houdend met de 144 uren die al zijn uitgekeerd na de beëindiging van het dienstverband, had [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] nog een verlofsaldo van 326 uur, oftewel € 5.084,00 bruto inclusief vakantietoeslag. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] maakt verder aanspraak op uitbetaling van 26,75 uren die hij op zaterdag heeft gewerkt, oftewel € 553,18 bruto.

4.3.

ASM is van mening dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] geen verlofrechten meer van haar te vorderen heeft.

Volgens haar berekeningen heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ten onrechte 144 verlofuren bij de eindafrekening uitbetaald gekregen. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft zelfs meer verlof gehad dan waar hij recht op heeft.

Het betreft in totaal 71,55 uur, met een waarde van € 1.115,83 bruto. ASM heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] meerdere malen verzocht om de kwestie in der minne te schikken, maar [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ging hier niet op in.

4.4.

De kantonrechter stelt het volgende voorop. In verband met het bepaalde in art. 7:641 lid 2 BW, waarin is vastgelegd dat de werkgever bij het einde van het dienstverband aan de werknemer een overzicht verstrekt van de resterende vakantiedagen, wordt er van uitgegaan dat de werkgever verplicht is een administratie bij te houden van de door de werknemer genoten vakantiedagen. Indien de werknemer stelt dat het door de werkgever genoemde verlofsaldo niet klopt zal de werkgever aan de hand van de uit diens administratie blijkende gegevens gemotiveerd moeten aangeven hoe het verlofsaldo tot stand gekomen is. Leidt dat niet tot overeenstemming tussen de werknemer en de werkgever over het verlofsaldo, dan ligt de bewijslast van de stelling dat hij recht heeft op de afrekening van meer uren bij de werknemer. Indien de door de werkgever bijgehouden verlofadministratie echter niet deugdelijk blijkt te zijn is dat een omstandigheid die in beginsel voor risico van de werkgever komt.

4.5.

De kantonrechter stelt vast dat ASM aanvankelijk, in het kader van de eindafrekening, het verlof van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft berekend op basis van de bij haar aanwezige verlofkaarten en haar agenda, waarin zij kennelijk de vrije dagen van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] had genoteerd. Deze becijfering heeft geleid tot het verlofsaldo van 144 uren.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft tegen deze eerste berekening op 14 september 2016 geprotesteerd. In haar brief van 26 september 2016 geeft ASM aan dat zij inmiddels de (ingeleverde) werkschriftjes van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] in haar berekening heeft betrokken en dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zelfs teveel geld van haar heeft ontvangen. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] protesteert andermaal bij brief van 4 november 2016, en voegt zijn eigen berekening c.q. onderbouwing bij.

ASM erkent vervolgens dat zij fouten in haar eerste berekening heeft gemaakt. Een groot aantal data in de eigen administratie van ASM zijn inderdaad ten onrechte als verlof aangemerkt. Anderzijds heeft ASM de werkschriftjes van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] nog eens tegen het licht gehouden. Daarbij heeft zij vastgesteld dat op een groot aantal dagen niet de vereiste 8 uren per dag zijn genoteerd. Kennelijk is er dan ook niet gewerkt, aldus ASM. ASM heeft daarop besloten om de dagen waarop minder dan 3,8 uur is geregistreerd in de werkschriftjes te beschouwen als een dag waarop vakantie is genoten. Dit leidt tot een nieuwe verlofsaldoberekening. De nieuwe verlofberekening heeft ASM bij brief van 28 december 2016 aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] toegezonden. Hieruit volgt dat ASM een vordering van ASM op [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zou hebben van € 15.237,22. Ook met deze berekening is [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] het niet eens en hij voert hiertegen gemotiveerd verweer.

4.6.

De kantonrechter stelt voorop dat, gelet op de uitdrukkelijke betwisting door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] , niet is komen vast te staan dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] gedurende zijn dienstverband per kwartaal, en per kalenderjaar, een overzicht van verlofdagen ter accordering door ASM kreeg voorgelegd.

4.7.

Ter gelegenheid van de comparitie heeft ASM na daarover gestelde vragen nadrukkelijk aangegeven dat uitgangspunt voor de laatste verlofberekening – die aanleiding was voor een aanzienlijke tegenvordering op [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] - de werkschriftjes van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zijn geweest. Partijen zijn het erover eens dat het doel van de werkschriftjes is om te noteren hoeveel uur een monteur aan een auto heeft gewerkt en welke onderdelen/materialen hij heeft gebruikt, zodat deze gegevens vervolgens kunnen worden verwerkt in werkorders en facturen.

De schriftjes tonen dus alleen aan hoeveel uren [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] op een dag aan een auto heeft gewerkt. Daarmee is echter nog niet gezegd hoe lang hij die betreffende dag in totaal voor ASM heeft gewerkt. De stelling van ASM dat indien er op een dag geen – of te weinig - uren zijn genoteerd in het schriftje, dit automatisch betekent dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] die dag (deels) verlof heeft genoten, is naar het oordeel van de kantonrechter te kort door de bocht. De werkschriftjes van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] kunnen dan ook niet als een deugdelijke verlofadministratie worden aangemerkt.

4.8.

Van de in eerste instantie door ASM gehanteerde administratie op basis van de verlofkaarten en agenda heeft ASM al verklaard dat deze niet bleek te kloppen en dat er ten onrechte een groot aantal dagen als vakantiedagen was aangemerkt. Voor zover ASM meent dat dat haar niet te verwijten valt omdat zij bij het opstellen van de eerste becijfering niet beschikte over de werkschriftjes van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] , deelt de kantonrechter die opvatting niet. Immers, de werkschriftjes waren altijd in de garage aanwezig (met uitzondering van een korte periode rondom de ontslagaanzegging toen [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] de schriftjes mee naar huis had genomen) zodat ASM in de voorgaande jaren ruimschoots de gelegenheid heeft gehad informatie uit de werkschriftjes in de eigen verlofadministratie op te nemen. Het kortstondig niet beschikbaar zijn van de werkschriftjes vormt dus geen verontschuldiging voor het niet in orde zijn van de eigen verlofadministratie, zeker niet voor de schaal waarop daarvan sprake was.

Ondanks daartoe gedaan verzoek ter zitting heeft ASM niet kunnen aangeven hoe groot het verlofsaldo zou zijn geweest als de dagen die ten onrechte als vrije dagen zijn geteld buiten beschouwing zouden zijn gelaten.

Gelet op het vorenstaande staat het voor de kantonrechter vast dat ASM niet heeft voldaan aan haar verplichting om een deugdelijke verlofadministratie bij te houden. Zoals al overwogen is dat een omstandigheid die voor haar risico komt. Daarom gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] berekende verlofuren, met inachtneming van het navolgende.

4.9.

Onder randnummer 35 van haar conclusie van antwoord heeft ASM een aantal dagen genoemd waarop [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] volgens haar wel verlof heeft gehad. Het betreft in totaal 52 uren. De kantonrechter stelt vast dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] deze verlofdagen niet dan wel onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Deze uren zullen dan ook op de door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] gevorderde verlofuren in mindering worden gebracht, hetgeen betekent dat 274 verlofuren zullen moeten worden uitbetaald, oftewel een bedrag van € 4.273,08 bruto.

4.10.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] vordert naast uitbetaling van niet-opgenomen verlofuren uitbetaling van zaterdaguren. ASM heeft gemotiveerd verweer hiertegen gevoerd en per zaterdag uitvoerig aangegeven waarom de opgevoerde uren niet voor uitbetaling in aanmerking komen.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft dit verweer niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken.

Zijn vordering op dit punt zal dan ook worden afgewezen.

4.11.

In de omstandigheden van het geval ziet de kantonrechter aanleiding de gevorderde wettelijke verhoging te matigen tot nihil. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft niet aangetoond dat hij ASM reeds voor het einde van zijn dienstverband in kennis heeft gesteld van zijn vordering, terwijl deze het gehele dienstverband beslaat. Het doel van de wettelijke verhoging, te weten een prikkel om het loon tijdig te betalen, wordt dan niet bereikt.

4.12.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] maakt ten slotte aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.

De kantonrechter zal de buitengerechtelijke kosten toewijzen tot een bedrag van

€ 552,31, het wettelijke tarief dat hoort bij het aan hoofdsom toegewezen bedrag.

In reconventie

4.13.

De vordering van ASM tot betaling van onterecht uitbetaalde verlofuren en negatieve verlofuren zal, gelet op hetgeen in conventie is overwogen, worden afgewezen.

Daarbij overweegt de kantonrechter, wellicht ten overvloede, nog het volgende.

4.14.

ASM heeft aan de hand van de werkschriftjes van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] de conclusie getrokken dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ruimschoots te weinig heeft gewerkt. Zoals in conventie is overwogen is het nog maar de vraag of die conclusie op grond van deze werkschriftjes zo getrokken mag worden. Maar zelfs indien dat zo zou zijn betekent dat nog niet dat ASM dan ook een vordering heeft op [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] , immers:

Indien [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] inderdaad op de dagen waarop hij geen of onvoldoende uren in zijn werkschrift heeft genoteerd vrij zou hebben genomen, en daarmee zijn verlofsaldo (ver) zou hebben overschreven, dan had ASM behoren in te grijpen en [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] tijdig met dit feit moeten confronteren. Dat heeft zij echter niet gedaan. Evenmin heeft zij afspraken met [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] gemaakt over een eventuele verrekening van teveel opgenomen vakantiedagen. Dat maakt dat zij het teveel aan genoten vakantiedagen niet kan verhalen op [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] bij het einde van het dienstverband. Overigens voorziet de wet ook niet in de mogelijkheid om teveel genoten vakantiedagen op de werknemer te verhalen.

Indien [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] niet aan zijn verplichting om in beginsel 8 uren per dag te werken zou hebben voldaan, dan geldt daarvoor hetzelfde. Als ASM daarvan kennis draagt moet zij [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] daarop aanspreken en afspraken maken. Indien zij die situatie laat voortbestaan zonder iets te ondernemen kan zij niet later hierover een vordering instellen. Voor zover [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] niet de volle 8 uren per dag gewerkt zou hebben omdat er onvoldoende werk was is dat overigens een omstandigheid die voor risico van ASM komt.

In conventie en in reconventie

4.15.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig partijen toe te laten tot nadere bewijslevering, mede nu partijen ter comparitie hebben aangegeven hiertoe niet in staat te zijn.

4.16.

ASM zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 97,31

  • -

    griffierecht 223,00

  • -

    salaris gemachtigde 587,50 (2 x tarief € 250,00, ½ x tarief € 175,00)

totaal € 907,81

4.17.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakostensalaris.

4.18.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

In conventie

5.1.

veroordeelt ASM om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] te betalen het netto equivalent van een bedrag van € 4.273,08 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt ASM om aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] te voldoen een schriftelijke en deugdelijke bruto/netto specificatie, waarin het onder 5.1. toegewezen bedrag is verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag dat ASM na betekening van het vonnis niet voldoet aan het vonnis, met een maximum van € 5.000,00,

5.3.

veroordeelt ASM om aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] te voldoen een bedrag van € 552,31 terzake buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

23 mei 2017 tot aan de voldoening,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

In reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af,

In conventie en in reconventie

5.6.

veroordeelt ASM in de proceskosten aan de zijde van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] gevallen en tot op heden begroot op € 907,81, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.7.

veroordeelt ASM onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot aan de voldoening,

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: em

coll: