Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:9204

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-09-2017
Datum publicatie
25-09-2017
Zaaknummer
04 5806352/CV 17-2404
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussen partijen is niet in geschil dat de huurovereenkomst is geëindigd. Gedaagde verblijft in detentie, maar dat ontslaat hem niet van de verplichting de woning te (laten) ontruimen en de sleutels ter vrije beschikking te (laten) stellen van eiseres. Nu gedaagde nog steeds beschikt over de sleutels van het gehuurde kan hij zich nog steeds de toegang verschaffen tot de woning, zonder dat daarvoor een titel is. Dit levert een inbreuk op op het eigendomsrecht van eiseres, zodat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de gebruiksvergoeding als bedoeld in artikel 7:225 lid 1 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5806352 \ CV EXPL 17-2404

Vonnis van de kantonrechter van 20 september 2017

in de zaak van:

de stichting STICHTING WONEN ZUID,

gevestigd te Roermond,

eisende partij,

gemachtigde Hafkamp Gerechtsdeurwaarders B.V. ,

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen.

Partijen zullen hierna Wonen Zuid en [gedaagde partij] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek tevens houdende een wijziging van eis

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde partij] huurt van Wonen Zuid de woning, staande en gelegen aan de [adres huurwoning] , [plaats huurwoning] . De huurprijs bedraagt € 688,53 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd.

2.2.

[gedaagde partij] heeft de huurovereenkomst per 1 maart 2017 opgezegd.

2.3.

[gedaagde partij] verblijft in detentie, waardoor geen eindopname van het gehuurde heeft plaatsgevonden en de sleutels niet aan Wonen Zuid zijn overgedragen.

3 Het geschil

3.1.

Wonen Zuid vordert, na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. een verklaring voor recht dat de tussen partijen bestaand hebbende huurovereenkomst per 1 maart 2017 is geëindigd en [gedaagde partij] sindsdien zonder recht of titel de beschikking over het gehuurde behoudt;

2. [gedaagde partij] te veroordelen om het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met personen en zaken te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Wonen Zuid te stellen;

3. [gedaagde partij] te veroordelen om aan Wonen Zuid te betalen:
a. de huurachterstand over de periode mei 2016 tot en met februari 2017, bestaande uit
€ 964,31 alsmede de gebruikersvergoeding over de maand maart 2017 ten bedrage van
€ 688,53 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2017;
b. een gebruikersvergoeding ad € 688,53 per maand vanaf april 2017 voor iedere maand of gedeelte van een maand dat [gedaagde partij] in gebreke blijft met ontruiming van het gehuurde.

4. de veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten.

3.2.

[gedaagde partij] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Wonen Zuid heeft aan haar vordering, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat [gedaagde partij] in gebreke is gebleven met de huurbetalingen en bovendien met zijn verplichting om na afloop van de huurovereenkomst het gehuurde te ontruimen en ter beschikking te stellen van Wonen Zuid in de toestand waarin hij het van Wonen Zuid heeft gehuurd.

4.2.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat niet in geschil is dat [gedaagde partij] gedurende de periode mei 2016 tot en met februari 2017 een huurachterstand heeft laten ontstaan, welke thans nog € 964,31 bedraagt. Deze vordering ligt derhalve voor toewijzing gereed.

4.3.

De discussie tussen partijen ziet op de vraag of [gedaagde partij] een gebruiksvergoeding aan Wonen Zuid is verschuldigd.

4.4.

Niet in geschil is dat de huurovereenkomst per 1 maart 2017 is beëindigd. Verder is niet weersproken dat [gedaagde partij] de woning niet heeft ontruimd en de sleutels aan Wonen Zuid ter beschikking heeft gesteld. Weliswaar verblijft [gedaagde partij] in detentie, maar dit maakt niet dat van hem niet verlangd kan worden dat hij de woning laat ontruimen. De enkele stelling dat dit niet mogelijk is, wordt door de kantonrechter wegens het ontbreken van iedere onderbouwing, gepasseerd.

4.5.

Het vorenstaande betekent dat de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is.

4.6.

Op grond van artikel 7:224 lid 1 BW is de huurder verplicht om het gehuurde na einde van de huurovereenkomst ter beschikking van de verhuurder de stellen. In artikel 7:225 lid 1 BW is – voor zover thans van belang – bepaald dat indien de huurder na het einde van de huur het gehuurde onrechtmatig onder zich houdt, dan kan de verhuurder over de tijd dat hij het gehuurde mist een vergoeding vorderen gelijk aan de huurprijs.
4.7. Vast staat dat de woning die [gedaagde partij] huurde niet is ontruimd en eveneens staat vast dat [gedaagde partij] nog steeds beschikt over de sleutels van het gehuurde zonder dat hij daartoe enig recht toe heeft. Dit betekent dat [gedaagde partij] nog steeds de mogelijkheid heeft om na afloop van de huurovereenkomst zich de toegang te verschaffen van de woning en de woning te gebruiken. Het zich voorbehouden van deze mogelijkheid levert in dat geval een inbreuk op het eigendomsrecht van Woning Zuid als verhuurder. [gedaagde partij] heeft dan ook na het einde van de huur de woning onrechtmatig onder zich gehouden, zodat Wonen Zuid terecht aanspraak maakt op de gevorderde gebruiksvergoeding als bedoeld in artikel 7:225 lid 1 BW.

4.8.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering van Wonen Zuid voor toewijzing gereed ligt.

4.9.

[gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Wonen Zuid worden tot op heden begroot op:
- dagvaarding € 99,21

- griffierecht € 470,00
- salaris gemachtigde € 300,00 (2,0 punt x € 150,00 tarief).

Totaal € 869,21

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart voor recht dat de tussen partijen bestaand hebbende huurovereenkomst per 1 maart 2017 is geëindigd en [gedaagde partij] sindsdien zonder recht of titel de beschikking over het gehuurde behoudt;

5.2.

veroordeelt [gedaagde partij] om het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met personen en zaken te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Wonen Zuid te stellen,

5.3.

veroordeelt [gedaagde partij] om aan Wonen Zuid te betalen:
a. de huurachterstand over de periode mei 2016 tot en met februari 2017, bestaande uit

€ 964,31, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2017;
b. de gebruikersvergoeding over de maand maart 2017 ten bedrage van € 688,53 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2017;
b. een gebruikersvergoeding ad € 688,53 per maand vanaf april 2017 voor iedere maand of gedeelte van een maand dat [gedaagde partij] in gebreke blijft met ontruiming van het gehuurde,

5.4.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Wonen Zuid begroot op € 869,21,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

Type: SM
coll: ph