Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:9203

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-09-2017
Datum publicatie
25-09-2017
Zaaknummer
04 6023299/CV 17-4691
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde schakelt incassoburo in ter inning van zijn vordering.

Hij beroept zich op no cure no pay afspraak met eiseres. Deze afspraak komt niet vast te staan.

Vordering wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6023299 \ CV EXPL 17-4691

Vonnis van de kantonrechter van 20 september 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INVORDERINGSBEDRIJF B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eisende partij,

gemachtigde mr. M. Leung,

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

Partijen worden verder in dit vonnis aangeduid als IVB en [gedaagde partij] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde partij] heeft aan IVB een opdracht tot incasso verstrekt. [gedaagde partij] had in verband met de verkoop van goederen een vordering op mevrouw [X] , bestaande uit een bedrag van € 400,00. Deze vordering bleef onbetaald en [gedaagde partij] heeft daarop IVB ingeschakeld.

2.2.

[gedaagde partij] heeft aan IVB opdracht gegeven voor het uitbrengen van een dagvaarding, waarvoor IVB heeft gefactureerd. [gedaagde partij] heeft de nota onbetaald gelaten. IVB heeft daarop de overeenkomst ontbonden.

2.3.

Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden van IVB van toepassing.

3 Het geschil

3.1.

IVB vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een bedrag van € 99,07, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[gedaagde partij] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter overweegt als volgt.

4.2.

[gedaagde partij] beroept zich aanvankelijk in deze procedure op een met IVB gemaakte no cure no pay afspraak. IVB betwist het bestaan van een dergelijke afspraak en verwijst in dat verband bij repliek naar artikel 20.1 van haar Algemene Voorwaarden. Daarin is bepaald dat het gerechtelijke executietraject altijd geheel voor rekening en risico van cliënt is en dat de werkwijze van No Cure No Pay niet tijdens dit traject geldt.

4.3.

[gedaagde partij] beroept zich vervolgens bij dupliek niet langer op de no cure no pay afspraak. Nu [gedaagde partij] voor het overige de vordering van IVB niet heeft betwist komt deze als niet weersproken tussen partijen vast te staan. Dat betekent dat de vordering aan IVB moet worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende.

4.4.

IVB vordert betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van art. 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW worden toegewezen.

4.5.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.6.

[gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van IVB worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 98,91

  • -

    griffierecht 117,00

  • -

    salaris gemachtigde 60,00 ( 2 x tarief € 30,00)

totaal € 275,91

4.7.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan IVB te betalen een bedrag van € 99,07, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2017 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van IVB gevallen en tot op heden begroot op € 275,91,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: ph

coll: