Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:9062

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-09-2017
Datum publicatie
20-09-2017
Zaaknummer
239419 KG ZA 17/430
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Burengeschil. Geen spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/239419/ KG ZA 17/430

Vonnis in kort geding van 14 september 2017

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonend aan de [adres 1] ,

[woonplaats] ,

eisende partij,

advocaat mr. H.H.G. Theunissen,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend aan de [adres 2] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

advocaat mr. R.G.P. Voragen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het exploot van dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de mondelinge behandeling van 7 september 2017;

- de pleitnota van de advocaat van [eiseres] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is eigenaar van een woning die is gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats] . [gedaagde] is eigenaar van een woning die is gelegen aan de [adres 2]

te [woonplaats] . Partijen zijn elkaars buren.

2.2.

[eiseres] heeft in haar achtertuin een garage laten bouwen door haar vader, die vroeger als metselaar heeft gewerkt.

2.3.

Op 24 juni 2016 is [gedaagde] begonnen met het aanleggen van een overkapping, welke overkapping werd bevestigd aan de zijgevel van de garage van [eiseres] . [eiseres] heeft nadien (mondeling) aan [gedaagde] verzocht om de aanleg van deze overkapping te staken. [gedaagde] heeft daar geen gehoor aan gegeven en is verder gegaan met het realiseren van de overkapping.

2.4.

Bij brief van 30 juni 2016 heeft [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade. [gedaagde] heeft daarop bij brief van 4 juli 2016 gereageerd. Vervolgens hebben de advocaten van partijen met elkaar gecorrespondeerd.

2.5.

[eiseres] heeft dhr. ing. F. Feron van Eff Eff Bouwpathologie uit Schimmert opdracht gegeven om de scheurvorming in haar garage te onderzoeken. Feron heeft op 29 maart 2017 onderzoek ter plaatse gedaan, waarbij hij de situatie alleen heeft kunnen beoordelen vanaf het perceel van [eiseres] . Feron heeft zijn bevindingen vastgelegd in een expertiserapport van 5 mei 2017. Bij brief van 23 mei 2017 is het expertiserapport van Feron van 5 mei 2017 aan de advocaat van [gedaagde] gezonden, met sommatie aan [gedaagde] om de overkapping los te maken, de grondbedekking tegen de zijgevel van de garage van [eiseres] in de oude situatie te herstellen en aan [eiseres] de herstelkosten van de scheurvorming van (destijds) € 200,00 (inclusief btw) te voldoen.

2.6.

Op 11 juli en 8 augustus 2017 heeft Feron op verzoek van [eiseres] aanvullende rapportages opgesteld. In die aanvullende rapportages heeft hij – onder meer – geconcludeerd dat de scheurvorming in de garage van [eiseres] in korte tijd is toegenomen. De herstelkosten van die scheurvorming worden in de laatste aanvullende rapportage door Feron begroot op € 600,00 (inclusief btw).

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] te veroordelen om binnen vier weken na betekening van dit vonnis over te gaan tot het (blijvend) losmaken van de overkapping van de zijgevel van de garage van [eiseres] , zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag (of een gedeelte daarvan) dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft;

II. [gedaagde] te veroordelen om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de ten behoeve van de realisering van de leefkuil gedane afgraving op haar perceel (blijvend) ongedaan te maken, zodanig dat de gronddekking tegen de zijgevel wordt teruggebracht in de situatie van voor het aanleggen van de leefkuil, zulks op straffe van een dwangsom van
€ 500,00 per dag (of een gedeelte daarvan) dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft;

III. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 600,00 ter zake van herstelkosten;

IV. [gedaagde] te veroordelen om binnen vier weken na betekening van dit vonnis ing.
F. Feron van Eff Eff Bouwpathologie te Schimmert toe te laten tot haar perceel, zulks ter inspectie van de (buitenzijde van) de garage (en de fundering daarvan) van [eiseres] , de leefkuil, de overkapping en (indien aanwezig) het waterbassin, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag (of een gedeelte daarvan) dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft;

V. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

Aan haar vorderingen legt [eiseres] ten grondslag dat de door [gedaagde] gerealiseerde overkapping zonder toestemming van [eiseres] aan de zijgevel van de garage van [eiseres] is bevestigd. Daarmee maakt [gedaagde] inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres] . Daarnaast heeft [gedaagde] zonder toestemming van [eiseres] tot een diepte van circa 40 cm afgegraven ten behoeve van het realiseren van een ‘leefkuil’, aldus [eiseres] . Daardoor is de fundering van de garage van [eiseres] blootgelegd, hetgeen [eiseres] als onrechtmatig kwalificeert. Voorts heeft [gedaagde] stukken van het fundament van de garage afgekapt.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Daartoe wordt kortheidshalve verwezen naar de pleitnota en hetgeen ter zitting door [gedaagde] naar voren is gebracht.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, moet worden vastgesteld dat er een aanmerkelijke kans bestaat dat [eiseres] het gelijk aan haar zijde zal krijgen als één van de partijen een bodemprocedure begint, en moet [eiseres] er tevens spoedeisend belang bij hebben dat op het oordeel in de bodemprocedure vooruit wordt gelopen. Daarbij dient de voorzieningenrechter uit te gaan van de feiten met de beperkte onderzoeksmogelijkheden die het kort geding hem biedt, aangezien formele bewijslevering in deze procedure in beginsel niet plaatsvindt. Ten slotte dient ook nog het restitutierisico te worden gewogen.

4.2.

Ter onderbouwing van haar spoedeisend belang heeft [eiseres] aangevoerd dat:

a. a) door de toename van scheurvorming [aan de binnenzijde van de garage van [eiseres] ] in korte tijd de kans reëel is dat die scheurvorming (en de schade aan haar garage) zal blijven toenemen;

b) de door [gedaagde] geplaatste overkapping aan de zijgevel van de garage van [eiseres] onder stormcondities mogelijk schade aan de buitengevel van de garage kan veroorzaken, waardoor er (mede voor de zesjarige dochter van [eiseres] die regelmatig buitenspeelt) een gevaarlijke situatie kan ontstaan;

c) een mogelijk waterbassin onder de ‘zitgelegenheid’ van [gedaagde] (door [eiseres] aangeduid als ‘leefkuil’) ook voor schade aan de garage van [eiseres] kan zorgen.

4.2.1.

Uit de eerste rapportage van Feron d.d. 5 mei 2017 volgt niet dat de lichte scheurvorming aan de garage van [eiseres] wordt veroorzaakt door het aanbrengen van de terrasoverkapping en/of het ontgraven van delen van de fundering van de garage aan de zijde van [gedaagde] . Op de vraag of deze schade [lichte scheurvorming op de hoek van de garage nabij de toegangsdeur aan de tuinzijde] het gevolg is van de naburige wijziging in de tuininrichting, geeft Feron namelijk op pagina 36 van die eerste rapportage als antwoord:

“Ja, dat is mogelijk. De meest voor de hand liggende oorzaak is een combinatie van factoren”.

Uit dit antwoord blijkt dus niet zonder meer dat de scheurvorming in de garage van [eiseres] door de overkapping en/of het beweerde ontgraven van delen van de fundering van de garage door [gedaagde] wordt veroorzaakt; het is slechts een mogelijkheid. Ook uit de laatste (aanvullende) rapportage van 8 augustus 2017 van Feron kan die conclusie niet worden getrokken. Feron schrijft daarin immers:

“(…) Zoals eerder gesteld, kan de schade eigenlijk pas goed bepaald worden wanneer duidelijk is wat de invloed van de naburige wijziging in de tuinaanleg is. (…) Het is in het kader van de voortschrijdende schade wel van belang dat de melding van de aanwezigheid van een waterbassin nagegaan wordt, en dat duidelijk wordt wat de aard, omvang en uitvoeringswijze daarvan is. Ter indicatie: als het waterbassin leidt tot een verweking van de ondergrond (de horizontale scheurvorming die onlangs ontstond kan daarop duiden) dan is een toename van schade te verwachten, met een veelvoud van kosten tot gevolg.

Ik merk op dat ook de invloed van de overkapping die aan de garage is bevestigd, bijvoorbeeld onder stormcondities, niet te duiden is zonder inspectie op het naburige perceel.

Kortom, voor een juiste beoordeling van deze zaak is het nodig:

  • -

    om op het naburige perceel een inspectie te kunnen doen;

  • -

    inzicht te verkrijgen in de wijze van bevestiging en fundering van de overkapping op het naburige perceel;

  • -

    inzicht te verkrijgen in de eventuele aanwezigheid van een waterbassin onder de overkapping.

(…)”.

Aldus is uit de aanvullende rapportage van Feron van 8 augustus 2017 ook niet voldoende aannemelijk geworden dat de scheurvorming in de garage van [eiseres] is ontstaan door het aanbrengen van de overkapping door [gedaagde] en/of het ontgraven van het fundament door [gedaagde] en/of het afkappen van het fundament, laat staan dat hierdoor een toename van de scheurvorming is ontstaan. [gedaagde] bestrijdt overigens dat zij grond tegen de garage van [eiseres] met circa 40 centimeter zou hebben afgegraven en dat zij stukken van het fundament van de garage zou hebben afgekapt, een en ander zoals door [eiseres] gesteld.

Feron geeft nogmaals uitdrukkelijk aan dat hij, om tot een juiste beoordeling te kunnen komen, ook op het perceel van [gedaagde] een inspectie moet doen. Niet in geschil is dat een dergelijke inspectie (mede omdat [gedaagde] geen vertrouwen heeft in Feron die door [eiseres]

is aangezocht) tot op het moment van de mondelinge behandeling van dit kort geding niet heeft plaatsgevonden.

4.2.2.

[eiseres] heeft ter onderbouwing van haar spoedeisend belang verder nog aangevoerd dat de overkapping onder stormcondities mogelijk schade aan de buitengevel van haar garage kan veroorzaken. Die conclusie kan evenwel niet uit de (aanvullende) rapportages van Feron worden getrokken; Feron geeft immers aan dat de invloed van de overkapping die aan de garage van [eiseres] is bevestigd, bijvoorbeeld onder stormcondities, niet te duiden is zonder inspectie van het naburige perceel. In ieder geval volgt noch uit de (aanvullende) rapportages van Feron, noch anderszins, dat de overkapping aan de garage van [eiseres] de oorzaak is van die mogelijke schade aan de buitengevel van de garage, laat staan dat daardoor een zodanig acuut gevaar is dat het treffen van een voorlopige voorziening noodzakelijk is.

4.2.3.

Ten slotte is door [gedaagde] gemotiveerd betwist dat er een waterbassin onder haar ‘zitgelegenheid’ is aangelegd, zodat dit voorshands niet is komen vast te staan. Dat dit beweerde waterbassin onder de ‘zitgelegenheid’ schade veroorzaakt aan de garage van [eiseres] , is in het bestek van deze procedure evenmin voldoende aannemelijk geworden.

4.3.

De conclusie uit het vorenstaande is dat [eiseres] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een zodanig spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen dat de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Meer in het bijzonder wat betreft de

vordering sub IV, die strekt tot het toelaten van Feron ter inspectie, is de voorzieningenrechter van oordeel dat, gelet op de onduidelijkheid over oorzaak en omvang

van de door [eiseres] gestelde schade, ook wat betreft die vordering het gestelde spoedeisend belang ontbreekt. De door [eiseres] gevorderde voorlopige voorzieningen moeten mitsdien worden afgewezen.

4.4.

[eiseres] dient als de geheel in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden tot op heden begroot op:

- griffierecht € 287,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.103,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gerezen en tot op heden begroot op € 1.103,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.H.A. Venner-Lijten en in het openbaar uitgesproken.1

1 Typ: MD