Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:8906

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-09-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
5974382 \ CV EXPL 17-4193
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres werkte krachtens arbeidsovereenkomst bij gedaagde.

Eiseres is ziek geworden en gedaagde is eigenrisicodrager.

Eisers vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat er een tweede dienstverband met gedaagde is ontstaan en tevens dat gedaagde gehouden is om aan haar een uitkering krachtens de Ziektewet te doen toekomen.

Door gedaagde is een bevoegdheidsincident opgeworpen. De kantonrechter is met gedaagde van oordeel dat dit een bestuursrechtelijke aangelegenheid betreft en verklaart zich om die reden onbevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 629
Ziektewet
Ziektewet 29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1113
JAR 2017/246

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5974382 \ CV EXPL 17-4193

Vonnis van de kantonrechter van 13 september 2017

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend [adres eisende partij] ,

[woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. R.A. Wijnands,

tegen:

de stichting
STICHTING KORAAL GROEP,

gevestigd te Sittard-Geleen,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. drs. C.A.H. Lemmens.

Partijen zullen hierna [eisende partij] en Koraal Groep worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties

- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid tevens conclusie van antwoord, met producties

- de conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

In de hoofdzaak

2.1.

[eisende partij] vordert - samengevat weergegeven - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. een verklaring voor recht dat vanaf 1 mei 2014, althans in ieder geval vanaf 30 juli 2015, sprake is van een tweede dienstverband en dat [eisende partij] vanaf die datum bij Koraal Groep in dienst is getreden in de functie van Groepsbegeleider-S (FWG-code Z04S);

2. een verklaring voor recht dat, nu er sprake is van een tweede dienstverband, een recht bestaat op een uitkering krachtens de Ziektewet over de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (Groepsbegeleider-S);

3. de veroordeling van Koraal Groep om de verplichtingen die voortvloeien uit de Ziektewet alsnog na te komen, hetgeen neerkomt op het alsnog betalen van de Ziektewetuitkering over de periode waarin [eisende partij] recht had op deze uitkering (januari 2016 tot en met juni 2016), betreffende de uren waarover dit op heden nog niet is gedaan (28 uur), ten bedrage van

€ 8.088,24 bruto;

4. de veroordeling van Koraal Groep in de proces-en nakosten.

2.2.

Koraal Groep heeft verweer gevoerd.

In het incident

2.3.

Koraal Groep heeft, vóór alle weren in de hoofdzaak en samengevat weergegeven, gesteld dat de kantonrechter onbevoegd is om van de vordering van [eisende partij] kennis te nemen. Daartoe heeft zij voor wat betreft de vordering onder 1 erop gewezen dat het tot de exclusieve bevoegdheid van het UWV en, indien hierover een geschil bestaat, de bestuursrechter hoort om te (be)oordelen of er sprake is van een tweede dienstverband. Bovendien is het toekennen of afwijzen van een ziektewetuitkering eveneens een bestuursrechtelijke aangelegenheid, zodat de kantonrechter ook ten aanzien van het onder 2 en 3 gevorderde niet bevoegd is om daarvan kennis te nemen.

2.4.

[eisende partij] heeft, samengevat weergegeven, in het incident geantwoord dat het voortbestaan van het dienstverband maakt dat er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.

3 De beoordeling

In de hoofdzaak en in het incident
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 209 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient eerst te worden beslist op het door Koraal Groep opgeworpen bevoegdheidsincident.

3.2.

In de hoofdzaak voeren partijen – kort en samengevat weergegeven – discussie over de vraag of er sprake is van een tweede dienstverband zoals [eisende partij] stelt, of een tijdelijke urenuitbreiding zoals Koraal Groep stelt. Het antwoord op die vraag is, zo begrijpt de kantonrechter, van belang om te kunnen vaststellen of [eisende partij] recht heeft op een uitkering voor 28 uur krachtens de Ziektewet vanaf 1 januari 2016 tot het moment dat zij weer hersteld gemeld is.

3.3.

De kantonrechter stelt voorop dat de vordering van [eisende partij] in de hoofdzaak gericht is om aanspraak te maken op rechten die voortvloeien uit de Ziektewet. Zo beroept [eisende partij] zich op artikel 29 lid 3 van de Ziektewet en verwijst zij ter onderbouwing van haar stelling dat er sprake is van een tweede dienstverband, naar rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, zijnde een bestuursrechtelijk appélcollege.

3.4.

Door Koraal Groep is onbetwist gesteld dat de bestuursrechtelijke beantwoording van de vraag of sprake is van een dienstbetrekking in de zin van de Ziektewet anders is dan de civielrechtelijke beoordeling. Anders dan [eisende partij] bij conclusie van antwoord in het incident impliceert, heeft zij in de hoofdzaak geen beroep gedaan op het bepaalde in artikel

artikel 7:610 en 7:611 van het Burgerlijk Wetboek of stellingen ingenomen die de kantonrechter ertoe nopen ambtshalve aan voornoemde artikelen te toetsen. [eisende partij] beroept zich in de hoofdzaak enkel op bepalingen uit de Ziektewet. Behalve een oordeel over de vraag of er een tweede dienstverband tussen partijen is ontstaan, vordert [eisende partij] in deze procedure een veroordeling van Koraal Groep om aan haar een uitkering krachtens de Ziektewet toe te kennen. Het toetsen aan bestuursrechtelijke wetten is een bevoegdheid die is voorbehouden aan het bestuursorgaan en – indien over de uitkomst van die toets discussie bestaat – de bestuursrechter. De omstandigheid dat Koraal Groep eigenrisicodrager is, doet aan het vorenstaande niets af. Ook dat is een bestuursrechtelijke aangelegenheid en indien Koraal Groep haar verplichtingen zou veronachtzamen dient [eisende partij] zich te wenden tot het bevoegde bestuursorgaan. Nu [eisende partij] bovendien ook geen vordering heeft ingediend ter verkrijging van een vervangende schadevergoeding, hetgeen bij uitstek een civiele vordering betreft, is de slotsom van al het voorgaande dat de kantonrechter zich niet bevoegd acht om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen. Het incident is dan ook terecht opgeworpen.

3.5.

[eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in het incident en de hoofdzaak. De kosten aan de zijde van Koraal Groep worden tot op heden begroot op € 100,00 (1,0 punt x € 100,00 tarief) aan gemachtigdensalaris.

4 De beslissing

De kantonrechter

In de hoofdzaak en het incident

4.1.

verklaart zich onbevoegd om van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,

4.2.

veroordeelt [eisende partij] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Koraal Groep tot op heden begroot op € 100,00,

4.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: SM

coll: ksf