Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:8807

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-09-2017
Datum publicatie
12-09-2017
Zaaknummer
03/659455-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten, te weten: diefstal (meermalen gepleegd), mishandeling, eenvoudige belediging, openlijke geweldpleging (meermalen gepleegd) en de beschadiging van een telefoon. Strafmaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/659455-13

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 september 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr I.T.H.L. Van de Bergh, advocaat kantoorhoudende

te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de openbare terechtzitting van 28 augustus 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn ter terechtzitting verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: een laptop, een laptoptas, een handtas met inhoud en een big shopper tas heeft gestolen.

Feit 2: samen met een ander of anderen sleutels, een bak en een hoeveelheid (munt)geld heeft gestolen.

Feit 3: twee mobiele telefoons, een tablet, een ID-kaart, een rijbewijs en een hoeveelheid geld heeft gestolen.

Feit 4: openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een auto, dan wel die auto heeft vernield of beschadigd.

Feit 5: openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een auto, dan wel die auto heeft vernield of beschadigd.

Feit 6: [slachtoffer 1] heeft bedreigd.

Feit 7: [slachtoffer 2] heeft mishandeld.

Feit 8: een mobiele telefoon heeft gestolen.

Feit 9: een fiets heeft gestolen.

Feit 10: een mobiele telefoon heeft gestolen.

Feit 11: een mobiele telefoon heeft vernield of beschadigd.

Feit 12: [slachtoffer 3] heeft beledigd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten. De verdachte moet daarom van deze feiten worden vrijgesproken.

De overige aan de verdachte ten laste gelegde feiten kunnen volgens de officier van justitie wel worden bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten, wegens gebrek aan (overtuigend) bewijs. Wat betreft de bewezenverklaring van de overige aan de verdachte ten laste gelegde feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

3.3.1

Feit 1

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft gepleegd, op de wijze zoals hierna onder punt 3.4 is omschreven. De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring van de verdachte,

  • -

    de aangifte van [naam aangever 1] (namens Zorggroep Schuttersveld),2

- de aangifte van [naam aangever 2] ,3 en

- de aangifte van [naam aangever 3] .4

3.3.2

Feit 2

De bewijsmiddelen

Op 16 mei 2013 heeft [naam aangeefster] , mede namens Pierre de Jonge Automaten, aangifte gedaan van diefstal.

[naam aangeefster] heeft verklaard dat zij eigenaresse is van café “ [naam café] ”, gevestigd te Venray. In

de nacht van 16 mei 2013 was zij werkzaam in het café. Aan de bar zaten twee vaste klanten, genaamd [naam klant 1] en [getuige 1] . Verder waren nog twee personen, genaamd [naam klant 2] en [verdachte] (bijnaam: “ [bijnaam verdachte] ”), aanwezig in het café. Zij speelden op de gokautomaten die

in het café stonden.5

Omstreeks 01.55 uur die nacht zag [naam aangeefster] dat de gokautomaat, waar [verdachte] op speelde, een storingsmelding gaf. [naam aangeefster] dacht dat de gokautomaat moest worden bijgevuld en pakte een bak met 2 euromunten. In deze bak zaten eveneens de sleutels van de speelautomaten. Nadat [naam aangeefster] de bak met euromunten had gepakt, zag zij dat de gokautomaat niet bijgevuld moest worden, maar dat het een andere storing betrof. [naam aangeefster] plaatste de bak met euromunten en sleutels op de bar en liep richting de gokautomaat. [verdachte] bestelde vervolgens twee bier bij [naam aangeefster] . Hij betaalde met een biljet van twintig euro. [naam aangeefster] ging het wisselgeld halen en gaf dit achter de bar terug aan [verdachte] . [verdachte] liep vervolgens naar de gang van het café. Even later kwam hij weer terug. Hij zei iets tegen [naam klant 2] in de Marokkaanse taal, waarop zij beiden direct het café verlieten. Nadat [verdachte] en [naam klant 2] het café hadden verlaten, merkte [naam aangeefster] dat de bak met euromunten en de sleutels van de gokautomaten waren weggenomen. Volgens [naam aangeefster] zat circa € 200,- in de gestolen bak. De andere twee klanten waren nog in het café aanwezig en hadden de bak met euromunten niet onder zich. Tussen 01.55 uur en 02.00 uur (het moment waarop de diefstal is gepleegd) was niemand het café binnengekomen. Het gestolen geld en de gestolen sleutels zijn eigendom van Pierre de Jonge Speelautomaten.6

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 16 mei 2017 aanwezig was in café [naam café] te Venray. Hij zat samen met [naam klant 1] aan de bar. In het café waren daarnaast nog twee Marokkaanse jongens en de uitbaatster, [naam aangeefster] , aanwezig. De twee Marokkaanse jongens waren aan het gokken op de speelautomaten die in het café stonden. De getuige [getuige 1] heeft deze jongens als volgt omschreven:

  • -

    Persoon 1: vermoedelijk van Marokkaanse afkomst. Deze persoon had een dikker postuur en was ongeveer 1.80 meter groot (in de verklaring van [getuige 1] is deze man aangeduid als persoon 1).

  • -

    Persoon 2: vermoedelijk van Marokkaanse afkomst en ongeveer 1.85 meter groot (in de verklaring van [getuige 1] is deze man aangeduid als persoon 2).

[getuige 1] zag dat persoon 1 – nadat een van de gokkasten een storingsmelding gaf – naar de bar liep en twee flesjes bier bestelde. [naam aangeefster] zei tegen persoon 1 dat zij wilde gaan sluiten en dat hij moest stoppen met gokken. Persoon 1 ging daarop bij het buffet staan. Persoon 2 is

niet bij het buffet geweest en liep al in de richting van de uitgang.7

Op een gegeven moment zag [getuige 1] een hand boven het buffet. [getuige 1] dacht eerst dat dit de hand van [naam aangeefster] was, maar later bleek dat [naam aangeefster] op dat moment gebukt onder de bar zat om twee flesjes bier te pakken. Persoon 1 nam de flesjes bier aan van [naam aangeefster] en verliet daarna samen met persoon 2 het café. Nadat de twee mannen het café hadden verlaten, zei [naam aangeefster] dat deze mannen een plastic bak met geld hadden weggenomen. [getuige 1] had deze plastic bak – die voor de helft was gevuld met kleingeld – op het buffet zien staan. Er zat maar een halve minuut tussen het moment dat [getuige 1] de bak op de bar had zien staan en het moment waarop de bak weg was. Volgens [getuige 1] stond, op het moment dat de bak met kleingeld moest zijn gestolen, alleen persoon 1 bij het buffet.8

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de nacht van 16 mei 2016 met zijn neef in café [naam café] in Venray is geweest. Voorts heeft de verdachte verklaard dat het klopt

dat hij op een gegeven moment twee flesjes bier heeft besteld bij de barvrouw en dat hij die flesjes heeft afgerekend bij de bar.

Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft gepleegd, in die zijn dat hij op 16 mei 2013 in de gemeente Venray, een aantal sleutels, een bak en een hoeveelheid (munt)geld, ten dele toebehorende aan Pierre de Jonge Speelautomaten, heeft gestolen.

De verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij de diefstal heeft gepleegd. Volgens de verdachte heeft zijn neef, [naam klant 2] , die op 16 mei 2013 ook aanwezig was in het café, de bak met geld en de sleutels van de gokautomaten gestolen.

De rechtbank hecht geen geloof aan deze verklaring van de verdachte. Uit de verklaring van de getuige [getuige 1] blijkt immers dat de neef van de verdachte (in de verklaring van de getuige [getuige 1] aangeduid als persoon 2) niet bij de bar van het café heeft gestaan. De verdachte stond daarentegen - zo blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen - wel in de buurt van de bak met geld op het moment dat deze bak is gestolen. [naam aangeefster] heeft verklaard dat [getuige 1] en [naam klant 1] , die beiden aan het buffet zaten ten tijde van de diefstal, de gestolen bak niet in hun bezit hadden.

Op het moment dat de diefstal is gepleegd waren, naast voornoemde personen, geen andere klanten aanwezig in het café.

Uitgaande van de verklaringen van [getuige 1] en [naam aangeefster] , komt slechts één persoon in aanmerking als de dader van de diefstal en dat is de verdachte. De rechtbank heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van [naam aangeefster] en de getuige [getuige 1] . De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte de diefstal heeft gepleegd. Niet is gebleken dat de verdachte bij het plegen van dit feit nauw en bewust heeft samengewerkt met zijn neef ( [naam klant 2] ). Van medeplegen is daarom geen sprake.

3.3.3

Feit 3

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde feit, omdat de aangifte van [naam aangever 4] , inhoudende

dat de verdachte de ten laste gelegde goederen uit zijn auto heeft weggenomen, niet wordt bevestigd door de overige bewijsmiddelen in het dossier.

Op de bewakingsbeelden van het tankstation is weliswaar te zien dat de verdachte met een aantal spullen in zijn hand langs een auto (niet zijnde de auto van [naam aangever 4] ) loopt, maar niet

is te zien wat voor spullen dit zijn en waar deze vandaan komen. De verdachte ontkent dat hij de diefstal heeft gepleegd. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat de spullen, die hij op de beelden bij zich draagt, zijn eigen spullen betreffen. Deze verklaring van de verdachte wordt niet weerlegd door de bewijsmiddelen. Kortom: de rechtbank kan niet vaststellen dat de spullen die de verdachte vast heeft, door de verdachte zijn gestolen uit de auto van aangever [naam aangever 4] .

De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van feit 3.

3.3.4

De feiten 4 en 5

De bewijsmiddelen

Op 24 december 2012 heeft [naam aangever 5] (hierna: [naam aangever 5] ), mede namens [naam aangever 6] (hierna: [naam aangever 6] ), aangifte gedaan ter zake van vernieling.

[naam aangever 5] heeft verklaard dat hij op 23 december 2012, om 01.30 uur, zijn personenauto, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , had geparkeerd op de Bachstraat in Venray. De auto was op dat moment nog volledig intact. Op het moment dat [naam aangever 5] zijn auto afsloot, zag hij vier jongeren in de buurt van zijn auto staan. Hij herkende deze jongens als zijnde: [naam 1] , [verdachte] (de verdachte), [naam 2] en ene [naam 3] . [naam aangever 5] zag dat de verdachte een bijl vast had en dat de vier jongens op zijn auto begonnen te slaan.9

De jongens liepen vervolgens richting de Eikenlaan. [naam aangever 5] volgde hen en zag dat zij

in de Beukenlaan stonden. De jongens hadden ook de auto van [naam aangever 6] vernield. De politie kwam vervolgens ter plaatse en zij sloten de jongens in. [naam aangever 5] zag later dat zijn auto totaal vernield was.10

Op 16 januari 2013 heeft ook [naam aangever 6] aangifte gedaan van vernieling. [naam aangever 6] heeft verklaard dat hij op 18 december 2012 zijn personenauto, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , had geparkeerd op de Beukenlaan in Venray, voor de woning van zijn moeder. De auto was op dat moment nog volledig intact.11

Op 22 december 2013 (naar de rechtbank begrijpt 23 december 2013) werd [naam aangever 6] gebeld door zijn moeder. Zij deelde hem mede dat zijn auto die nacht door iemand was bewerkt

met een bijl en dat zijn auto was vernield door de verdachte.12

Op 27 december 2013 was [naam aangever 6] naar Leunen gereden om naar de schade van zijn auto

te kijken. [naam aangever 6] constateerde dat de motorkap was beschadigd en dat alle ruiten, alsmede

het dakraam van zijn auto waren vernield. Verder waren de lampen aan de voorzijde van

de auto kapot en zaten er meerdere deuken in zijn auto.13

[getuige 2] (de moeder van [naam aangever 6] ) heeft verklaard dat zij op 23 december 2013 in haar woning was, gelegen aan de Beukenlaan 31 te Venray. Omstreeks 02.30 uur werd zij wakker van een hard geluid. Zij stond meteen op en liep naar het raam. [getuige 2] zag vanuit haar woning dat de verdachte op de auto van [naam aangever 6] sloeg. De verdachte sloeg ook tegen

de ruiten aan de bijrijderskant van de auto. De verdachte had een bijl in zijn handen. Er stonden nog drie andere jongens om de auto heen. [getuige 2] herkende deze jongens als

zijnde: [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] .14

Op 23 december 2012, om 02.26 uur, kregen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]

de opdracht om te gaan naar de Eikenlaan te Venray. Daar zouden drie personen lopen

die kort daarvoor een auto hadden vernield. Toen de verbalisanten over de Eikenlaan te Venray reden, kwam hen een Audi A3, voorzien van het kenteken [kenteken 3] , tegemoet gereden. De auto stopte voor het politievoertuig van de verbalisanten. De verbalisanten zagen dat een man met een paraplu naar de Audi wees en dat vier personen uit de Audi stapten. Vervolgens ontstond er een vechtpartij tussen deze vier jongens en de man met

de paraplu. Nadat [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , met behulp van twee collega’s de vechtende partijen hadden gescheiden, stapten de vier jongens weer in de Audi en reden weg. De

man met de paraplu liep weg richting de Beukenlaan. De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] reden eveneens naar de Beukenlaan. Toen zij daar arriveerden, zagen zij dat

de man met de paraplu en nog een aantal andere mensen bij twee auto’s stonden, welke volledig waren vernield.15

De man met de paraplu bleek [naam aangever 5] te zijn. Hij gaf aan dat de vier

inzittenden van de Audi A3, de auto’s van hem en [naam aangever 6] hadden vernield. Daarbij zou gebruik zijn gemaakt van stokken en een bijl. Voorts deelde [naam aangever 5] mede dat hij de

vier jongens had herkend als zijnde: de verdachte, [naam 1] , [naam 3] en [naam 2] .16

De verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie verklaard dat het klopt dat hij in de nacht 23 december 2012 op de Beukenlaan in Venray is geweest.17

Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij al langere tijd in onmin leeft met de familie [naam familie aangevers 5 en 6] . Volgens de verdachte hebben zij zelf hun auto’s vernield, teneinde de

verzekering op te lichten en vervolgens hem, de verdachte, als dader van de vernielingen

aan te wijzen.

De rechtbank acht dit alternatieve scenario – dat door de verdachte op geen enkele wijze is onderbouwd – niet aannemelijk. De rechtbank overweegt in dit verband dat zij geen reden heeft om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de verklaringen die [naam aangever 6] , [getuige 2] en [naam aangever 5] (kort na de tenlastegelegde vernielingen) ten overstaan van de politie hebben afgelegd.

3.3.5

Feit 6

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het onder 6 ten laste gelegde feit, omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte op 23 december 2016 de ten laste gelegde bedreigende bewoordingen heeft geuit.

3.3.6

De feiten 7 tot en met 12

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte de onder 7, 8, 9, 10, 11 en 12 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, op de wijze zoals hierna onder punt 3.4 is omschreven. De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van de feiten 7 en 8:

- de aangifte van [slachtoffer 2] ,18

- de getuigenverklaring van [getuige 3] ,19 en

- de bekennende verklaring van de verdachte.20

Ten aanzien van feit 9:

- de aangifte van [naam aangever 7] (namens Dekkers Tweewielers),21 en

- de ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring van de verdachte.

Ten aanzien van de feiten 10 en 11:

- de aangifte van [naam aangever 8] ,22

- het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte,23 en

- de ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring van de verdachte.

Ten aanzien van feit 12

- de aangifte van [slachtoffer 3] ,24 en

- de ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring van de verdachte.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

op 20 maart 2013, in de gemeente Venray, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen:

a. a) een laptop (merk HP) en een laptoptas, toebehorende aan Zorggroep Schuttersveld en

b) een handtas, onder andere inhoudende, een rijbewijs, een paspoort, autopapieren, een mobiele telefoon, een camera, een zonnebril, een paar handschoenen, een paraplu, een rekenmachine, een aantal sleutels, een aantal bankpasjes en een hoeveelheid geld, ten dele toebehorende aan [naam aangever 2] en

c) een big shopper tas, toebehorende [naam aangever 3] .

2.

op 16 mei 2013, in de gemeente Venray, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal sleutels, een bak en een hoeveelheid geld (munten), ten dele toebehorende aan Pierre de Jonge Automaten;

4. ( primair)

op 23 december 2012, in de gemeente Venray, met anderen, op de openbare weg, de Beukenlaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (kenteken [kenteken 1] ), welk geweld bestond uit het met een bijl en/of met een stuk hout, slaan tegen of op die personenauto en uit het stuk slaan van ruiten van die personenauto;

5. ( primair)

op 23 december 2012, in de gemeente Venray, met anderen, op de openbare weg, de Beukenlaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (kenteken [kenteken 2] ), welk geweld bestond uit het met een bijl en/of met een stuk hout, slaan tegen of op die personenauto en uit het stuk slaan van ruiten van die personenauto;

7.

op 21 januari 2013, in de gemeente Venray, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] meermalen heeft geslagen en geschopt, waardoor deze [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

8.

op 21 januari 2013, in de gemeente Venray, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung), toebehorende aan

[slachtoffer 2] ;

9.

op 25 maart 2013, in de gemeente Venray, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een damesfiets (merk Gazelle), toebehorende aan Dekkers Tweewielers;

10.

op 8 september 2013, in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone 4), toebehorende aan

[naam aangever 8] ;

11.

op 8 september 2013 in de gemeente Venlo, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon (Iphone 4), toebehorende aan [naam aangever 8] , heeft beschadigd;

12.

op 8 september 2013, in de gemeente Venlo, opzettelijk beledigend [slachtoffer 3] , in het gezicht heeft gespuwd en in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kankerhond” en “kankermongool” en “kankerzak".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: diefstal.

Feit 2: diefstal.

Feit 4 primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Feit 5 primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Feit 7: mishandeling.

Feit 8: diefstal.

Feit 9: diefstal.

Feit 10: diefstal.

Feit 11: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, beschadigen.

Feit 12: eenvoudige belediging.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straffen

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft - op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht - gevorderd

aan de verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren en met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden:

- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd onder ambulante behandeling zal stellen

bij Forensisch Psychiatrische Polikliniek De Horst, teneinde zich te laten behandelen

voor een agressie-regulatiestoornis, in combinatie met een behandeling door Vincent

van Gogh (verslavingszorg);

- dat de verdachte tijdens de proeftijd zal meewerken aan begeleiding door Housing

First, aan dagbesteding (vrijwilligerswerk) en aan bewindvoering;

- dat de verdachte tijdens de proeftijd zal meewerken aan urineonderzoek.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat bij de op te leggen straf in het voordeel van de verdachte rekening dient te worden gehouden met het feit dat de verweten gedragingen al geruime tijd geleden hebben plaatsgevonden, dat de verdachte sindsdien niet meer met politie en justitie

in aanraking is gekomen, alsmede met de omstandigheid dat de verdachte zijn leven in de tussentijd een positieve wending heeft gegeven.

De raadsman heeft - gelet op het vorenstaande - verzocht om te volstaan met oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk

is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de raadsman verzocht om aan het voorwaardelijke strafdeel de door de officier van justitie genoemde bijzondere voorwaarden te verbinden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen

is verklaard, op de omstandigheden waaronder de bewezenverklaarde feiten zijn begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in de periode van 23 december 2012 tot en met 8 september 2013 schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten, te weten: meerdere diefstallen, mishandeling, eenvoudige belediging, openlijke geweldpleging tegen goederen (meermalen gepleegd) en de beschadiging van een telefoon.

De verdachte heeft aan diverse slachtoffers financiële schade toegebracht door waardevolle spullen van hen te stelen en/of hun eigendom te vernielen c.q. te beschadigen. De verdachte heeft daarnaast de lichamelijke en/of persoonlijke integriteit geschonden van de mensen die hij heeft mishandeld en het de persoon die hij heeft beledigd.

Het gros van de door de verdachte gepleegde delicten heeft plaatsgevonden op de openbare weg of in voor het publiek toegankelijke ruimtes. Dit werkt strafverzwarend, omdat daarmee het gevoel van onveiligheid in de samenleving – in het bijzonder bij de slachtoffers en de personen die getuige zijn geweest van de strafbare feiten – toeneemt.

De rechtbank acht gelet op de veelheid, aard en combinatie van feiten de oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend. In dit specifieke geval zal de rechtbank echter van dit uitgangspunt afwijken.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat de verdachte op enig moment op de zogenoemde Top

X-lijst van de gemeente Venray terecht is gekomen. Deze lijst bevat namen van personen en groepen die veelvuldig overlast veroorzaken in de maatschappij en vanwege hun criminele gedrag vaak met politie en/of justitie in aanraking komen.

De gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie werken nauw samen met verschillende hulpverlenende instanties, zoals het Zorg- en Veiligheidshuis, om deze personen weer op het rechte pad te krijgen en daarmee de door hen veroorzaakte overlast en/of criminaliteit terug te dringen. Ook in het geval van de verdachte is ingezet op hulpverlening. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat die aanpak zijn vruchten lijkt af te werpen. De verdachte heeft, nadat hij in september 2016 is vrijgekomen begeleiding van diverse instanties zijn leven een positieve wending weten te geven. Hij heeft een eigen woning, een uitkering en hij is op zoek naar een dagbesteding. Ook neemt de verdachte wekelijks deel aan groepstherapie. De verdachte - die voorheen veelvuldig met politie en/of justitie in aanraking kwam - is sinds de start van dit hulpverleningstraject nog slechts een keer in aanraking gekomen met justitie, vanwege dronken rijden. Hij is in de tussentijd echter niet meer veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten of geweldsdelicten.

Uit het dossier blijkt dat de verdachte onlangs (op 24 mei 2017) door het gerechtshof te

s’-Hertogenbosch in hoger beroep is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand, met een proeftijd van twee jaren en met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd onder ambulante behandeling moet stellen bij Forensisch Psychiatrische Polikliniek De Horst voor zijn agressieregulatiestoornis, in combinatie met een behandeling door Vincent van Gogh (Verslavingszorg);

- gedurende de proeftijd moet meewerken aan urinecontroles, en

- gedurende de proeftijd moet meewerken aan begeleiding door Housing First, aan dagbesteding (vrijwilligerswerk) en aan bewindvoering.

Het gerechtshof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf ook rekening gehouden met de positieve ontwikkeling die de verdachte de afgelopen periode heeft doorgemaakt in zijn leven. Voor het hof was dit een belangrijke reden om, in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank acht het, evenals het hof, niet wenselijk dat de positieve ontwikkeling in het leven van de verdachte wordt doorkruist door oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de strafmodaliteit heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het feit dat de bewezenverklaarde feiten geruime tijd geleden zijn gepleegd. De rechtbank zal daarom in dit specifieke geval een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

Om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen en omdat de rechtbank van oordeel is dat er toch enige vorm van vergelding moet plaatsvinden, zal de rechtbank daarnaast een taakstraf opleggen.

Ten slotte heeft de rechtbank in het voordeel van de verdachte rekening gehouden met het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

De rechtbank zal, alles afwegende, aan de verdachte opleggen een taakstraf voor de duur

van 190 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 95 dagen hechtenis en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank zal, ter voorkoming van recidive, aan het voorwaardelijke strafdeel voorts

de na te melden bijzondere voorwaarden verbinden.

De tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht moet bij de uitvoering van de taakstraf in mindering worden gebracht, naar

de maatstaf van twee uren per dag.

7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [naam aangever 2] vordert een schadevergoeding van € 1.990,45

ter zake van feit 1.

De benadeelde partij Pierre de Jonge Automaten B.V. vordert een schadevergoeding van

€ 984,79 ter zake van feit 2.

De benadeelde partij [naam aangever 5] vordert schadevergoeding van € 2.195,00 ter zake van

de feiten 4 en 7, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade tot aan de dag van volledige voldoening. De benadeelde partij heeft verzocht om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De benadeelde partij [naam aangever 8] vordert een schadevergoeding van € 110,00 ter zake van feit 11.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 75,00 ter zake van

feit 12.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [naam aangever 8] en [slachtoffer 3] volledig kunnen worden toegewezen.

De vordering van Pierre de Jonge Automaten B.V. kan gedeeltelijk worden toegewezen tot een bedrag van € 531,50 (het gestolen geld). De gevorderde reparatiekosten zijn volgens de officier van justitie onvoldoende onderbouwd en kunnen derhalve niet worden toegewezen.

De vordering van de benadeelde [naam aangever 2] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.800,45, te vermeerderen met de wettelijke rente. De gevorderde schade ter zake van de gestolen Samsung telefoon is volgens de officier van justitie niet voor toewijzing vatbaar.

De vordering van de benadeelde [naam aangever 5] moet worden afgewezen, omdat de verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten die ten grondslag liggen aan deze vordering.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De vorderingen van de benadeelden [naam aangever 8] en [slachtoffer 3] zijn niet betwist door of namens de verdachte.

De raadsman heeft geconcludeerd dat de benadeelde [naam aangever 5] niet-ontvankelijk dient

te worden verklaard in de vordering ter zake van de gevorderde materiële schade, omdat de verdachte moet worden vrijgesproken van het feit dat ten grondslag ligt aan dit deel van de vordering. De raadsman heeft verzocht de gevorderde immateriële schade te matigen.

De benadeelde Pierre de Jonge Automaten B.V. dient volgens de raadsman niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, omdat de verdachte moet worden vrijgesproken van het feit dat ten grondslag ligt aan de vordering.

De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van de vordering van de benadeelde [naam aangever 2] .

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [naam aangever 2]

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde [naam aangever 2] rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte (diefstal). De gevorderde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en kunnen daarom volledig worden toegewezen.

De vordering van Pierre de Jonge Automaten B.V.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde Pierre de Jonge Automaten B.V. rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte (de diefstal van euromunten). [naam aangeefster] heeft verklaard dat in het gestolen bakje ongeveer € 200,00 zat. Volgens de afreken bon – die is overgelegd door de benadeelde partij – heeft de verdachte

€ 531,50 aan muntgeld gestolen. Dit komt niet overeen met de verklaring van [naam aangeefster] . Het is de rechtbank niet geheel duidelijk hoe de benadeelde partij tot dit bedrag is gekomen. Wel staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de verdachte een hoeveelheid muntgeld heeft gestolen en dat hij daardoor schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank schat het bedrag dat door de verdachte is gestolen, gelet op de verklaring van [naam aangeefster] , op een bedrag van € 200,- en zal de vordering in zoverre toewijzen.

De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat de overige geclaimde materiële schade onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank

is, mede gelet op het tijdsverloop in deze strafzaak, van oordeel dat het een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert om het onderzoek te heropenen, teneinde de benadeelde alsnog in de gelegenheid te stellen om de vordering nader te onderbouwen.

De vordering van de benadeelde partij [naam aangever 5]

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde [naam aangever 5] rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte (openlijk en in vereniging geweld plegen tegen goederen).

De gevorderde materiële schade ad € 1.650,00 is voldoende onderbouwd en kan daarom worden toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente, te berekenen over de periode van 23 december 2012 tot aan de dag van volledige voldoening.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde immateriële schade moet worden afgewezen, omdat het incident dat door de benadeelde partij ten grondslag wordt gelegd aan dit deel van de vordering (een mishandeling) niet aan de verdachte ten laste is gelegd.

De vorderingen van de benadeelde partijen [naam aangever 8] en [slachtoffer 3]

De vorderingen van de benadeelde partijen [naam aangever 8] en [slachtoffer 3] zijn niet betwist door of namens de verdachte. De rechtbank zal deze vorderingen daarom volledig toewijzen.

De schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade – voor zover die door de rechtbank is toegewezen – door de verdachte wordt vergoed aan de benadeelde partijen, zal de rechtbank op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 141, 266, 300, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 3 en 6 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder punt 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder punt 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden;

  • -

    bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van twee jaren:

  • -

    zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarden:

  • -

    dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder ambulante behandeling zal stellen bij Forensisch Psychiatrische Polikliniek De Horst op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling vast te stellen, teneinde zich te laten behandelen voor een agressie-regulatiestoornis, in combinatie met een behandeling door Vincent van Gogh (verslavingszorg),

  • -

    dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zal meewerken aan urineonderzoek, en

  • -

    dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zal meewerken aan begeleiding door Housing First, aan dagbesteding (vrijwilligerswerk) en aan bewindvoering;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast tot een taakstraf voor de duur van 190 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 95 dagen;

- beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar de maatstaf van twee uren per dag;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam aangever 2] toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van betaling aan de benadeelde partij te betalen

€ 1.990,45;

- legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam aangever 2] van € 1.990,45, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 29 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij Pierre de Jonge Automaten B.V. deels toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van betaling aan de benadeelde partij te betalen € 200,00;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer Pierre de Jonge Automaten B.V. van € 200,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam aangever 5] deels toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van betaling aan de benadeelde partij te betalen

€ 1650,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van

23 december 2012 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam aangever 5] van € 1650,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 26 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 23 december 2012 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [naam aangever 8] toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van betaling aan de benadeelde partij te betalen € 110,00;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam aangever 8] van € 110,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door

twee dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van betaling aan de benadeelde partij te betalen

€ 75,00;

- legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van € 75,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door een dag hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa, voorzitter en mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Romme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2017.

BIJLAGE I: De (gewijzigde) tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 maart 2013, in de gemeente Venray, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

a. a) een laptop (merk HP) en een laptoptas, geheel of ten dele toebehorende aan Zorggroep Schuttersveld en/of

b) een handtas, onder andere inhoudende, een rijbewijs, een paspoort, autopapieren, een mobiele telefoon, een camera, een zonnebril, een paar handschoenen, een paraplu, een rekenmachine, een aantal sleutels een aantal bankpasjes en een hoeveelheid geld, geheel

of ten dele toebehorende aan [naam aangever 2] en/of

c) een (big shopper) tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende [naam aangever 3] ,

in elk geval (telkens) toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 16 mei 2013, in de gemeente Venray, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal sleutels, een bak en een hoeveelheid geld (munten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Pierre de Jonge Automaten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

hij op of omstreeks 03 oktober 2013, in de gemeente Venray, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee mobiele telefoons (merk Blackberry), een tablet (merk Samsung), een id-bewijs, een rijbewijs en een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op of omstreeks 23 december 2012 in de gemeente Venray met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Beukenlaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (kenteken [kenteken 1] ), welk geweld bestond uit het met een bijl en/of met een stuk hout, in elk geval met een hard voorwerp, slaan tegen of op die personenauto en/of uit het stuk slaan van een of meer ruit(en) van die personenauto;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 23 december 2012 in de gemeente Venray tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[naam aangever 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd;

5.

hij op of omstreeks 23 december 2012 in de gemeente Venray met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Beukenlaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (kenteken [kenteken 2] ), welk geweld bestond uit het met een bijl en/of met een stuk hout, in elk geval met een hard voorwerp, slaan tegen of op die personenauto en/of uit het stuk slaan van een of meer ruit(en) van die personenauto;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 23 december 2012 in de gemeente Venray tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[naam aangever 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd;

6.

hij op of omstreeks 23 december 2012 in de gemeente Venray [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde el [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Wie ben jij, ik schiet je dood, ik ontvoer je kinderen en ik maak jou ook dood" en/of "dat zij naar buiten moest komen en dat hij haar ook zou slachten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

7.

hij op of omstreeks 21 januari 2013 in de gemeente Venray opzettelijk mishandelend

[slachtoffer 2] (meermalen) heeft geslagen en/of geschopt, waardoor deze [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

8.

hij op of omstreeks 21 januari 2013 in de gemeente Venray met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

9.

hij op of omstreeks 25 maart 2013 in de gemeente Venray met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (dames)fiets (merk Gazelle), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Dekkers Tweewielers, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

10.

hij op of omstreeks 08 september 2013, in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone 4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

11.

hij op of omstreeks 08 september 2013 in de gemeente Venlo opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon (Iphone 4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield of beschadigd;

12.

hij op of omstreeks 08 september 2013 in de gemeente Venlo opzettelijk beledigend

[slachtoffer 3] , in het gezicht heeft gespuwd en/of in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kankerhond en/of kankermongool en/of kankerzak", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt gedoeld op paginanummers uit: - het proces-verbaal van de regiopolitie Limburg-Noord, proces-verbaalnummer PL2300/2013075831, gesloten d.d. 9 april 2014, doorgenummerd van pagina’s 1 t/m 102 (hierna: zaakdossier 1); - het proces-verbaal van de regiopolitie Limburg-Noord, proces-verbaalnummer PL2300/2013007429, gesloten d.d. 26 februari 2013, doorgenummerd van pagina’s 1 t/m 120 (hierna: zaakdossier 2); - het proces-verbaal van de regiopolitie Limburg-Noord, proces-verbaalnummer PL2351/2013026538, gesloten d.d. 26 maart 2013, doorgenummerd van pagina’s 1 t/m 20 (hierna: zaakdossier 3); - het proces-verbaal van de regiopolitie Limburg-Noord, proces-verbaalnummer PL2300/2013081686, gesloten d.d. 9 september 2013, doorgenummerd van pagina’s 1 t/m 34 (hierna: zaakdossier 4).

2 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 1] , pag. 11 t/m 14 (zaakdossier 1).

3 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 2] , pag. 15 t/m 17 (zaakdossier 1).

4 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 3] , pag. 20 t/m 21 (zaakdossier 1).

5 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangeefster] (mede namens Pierre de Jonge Automaten), pag. 52 en 53 (zaakdossier 1).

6 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangeefster] (mede namens Pierre de Jonge Automaten), pag. 53 en 54 (zaakdossier 1).

7 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] , pag. 59 (zaakdossier 1).

8 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] , pag. 60 (zaakdossier 1).

9 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 5] (mede namens [naam aangever 6] ), pag. 70 en 71 (zaakdossier 2).

10 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 5] (mede namens [naam aangever 6] ), pag. 71 (zaakdossier 2).

11 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 6] , pag. 75 (zaakdossier 2).

12 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 6] , pag. 75 (zaakdossier 2).

13 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 6] , pag. 76 (zaakdossier 2).

14 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pag. 83 (zaakdossier 2).

15 Het proces-verbaal van relaas, pag. 79 (zaakdossier 2).

16 Het proces-verbaal van relaas, pag. 79 en 80 (zaakdossier 2).

17 Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte, pag. 28 (zaakdossier 2).

18 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pag. 97 en 98 (zaakdossier 2).

19 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3] , pag. 101 en 102 (zaakdossier 2).

20 Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte, pag. 31 en 32 (zaakdossier 2).

21 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 7] (namens Dekkers Tweewielers), pag. 4 en 5 (zaakdossier 3).

22 Het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 8] , pag. 18 en 19 (zaakdossier 4).

23 Het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte, pag. 8 en 9 (zaakdossier 4).

24 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , pag. 24 en 25 (zaakdossier 4).