Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:8790

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-09-2017
Datum publicatie
18-09-2017
Zaaknummer
C/03/238119 / KG ZA 17-364
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Inschrijver is een combinatie. Inschrijving door combinatie van drie afzonderlijke bedrijven. Inschrijving niet door v.o.f. die als eiseres wordt opgevoerd. Inschrijver is niet in rechte opgekomen tegen de gunningsbeslissing. Geen belang voor twee van de drie combinanten die kort geding (mede) hebben aangespannen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2017/232

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/238119 / KG ZA 17-364

Vonnis in kort geding van 11 september 2017

in de zaak van

1. vennootschap onder firma

[naam vof 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TAXI HORN TOURS B.V.,

gevestigd te Horn, gemeente Leudal,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KUPERS B.V.,

gevestigd te Weert,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GHIELEN TOURINGCARBEDRIJF B.V.,

gevestigd te Beringe, gemeente Peel en Maas,

eiseressen,

advocaat mr. F.A. van den Assem,

tegen

de stichting

SAMENWERKINGSSTICHTING VOORTGEZET ONDERWIJS REGIO VENLO,

gevestigd te Venlo,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Jaspers.

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MUNCKHOF TAXI B.V.,

gevestigd te Horst, gemeente Horst aan de Maas,

tussenkomende partij,

advocaat: mr.drs. M.G.G. van Nisselroij.

Partijen zullen hierna v.o.f. [eiseres] c.s., de Stichting en Munckhof genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 juli 2017, met producties,

  • -

    de brief van 23 augustus 2017 van de Stichting, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair tot voeging van Munckhof,

  • -

    de brief van 25 augustus 2017 van v.o.f. [eiseres] c.s. met productie 7,

  • -

    de brief van 25 augustus 2017 van v.o.f. [eiseres] c.s. met producties 8 t/m 11,

  • -

    de conclusie in het incident tot tussenkomst van [naam vof 2] v.o.f. en Fonteijn Touringcars B.V.,

  • -

    de mondelinge behandeling van 28 augustus 2017, met de pleitaantekeningen van v.o.f. [eiseres] c.s., de pleitnota van Stichting en de twee pleitnotities van Munckhof.

De tussenkomst van [naam vof 2] v.o.f. en Fonteijn Touringcars B.V.

1.2.

De Stichting verzet tegen de tussenkomst van [naam vof 2] v.o.f. en Fonteijn Touringcars B.V. De conclusie is te laat is ingediend. Daarnaast stelt de Stichting dat toestaan van deze tussenkomst betekent dat in strijd met de aanbestedingsrechtelijke stand still-bepaling een omissie in de dagvaarding inzake de eisende partij wordt gerepareerd.

1.3.

[naam vof 2] v.o.f. en Fonteijn Touringcars B.V. stelt dat de v.o.f. [eiseres] als eisende partij zelfstandige procesbevoegdheid heeft. De conclusie is ingediend ter reparatie, omdat het beter was geweest als direct de goede partijen zouden zijn genoemd.

1.4.

De voorzieningenrechter heeft ter zitting in het incident tot tussenkomst van [naam vof 2] v.o.f. en Fonteijn Touringcars B.V. mondeling vonnis gewezen en de tussenkomst van [naam vof 2] v.o.f. en Fonteijn Touringcars B.V. afgewezen.

De incidentele vordering is te laat, namelijk niet één werkdag vóór aanvang van de zitting, ingediend, zoals bedoeld in artikel 7.2 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken handel/familie. Het bericht van indienen is immers pas ontvangen ter griffie op vrijdag
25 augustus 2017, te 15.08 uur.

De tussenkomst van Munckhof Taxi B.V.

1.5.

Van de zijde van de Stichting is tegen de tussenkomst geen bezwaar.

1.6.

De v.o.f. [eiseres] c.s. heeft bezwaar tegen de tussenkomst van Munckhof. Gesteld wordt dat Munckhof zou beschikken over de door de Stichting in het geding gebrachte stukken, waaronder het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (hierna: de Eigen Verklaring of EV) van v.o.f. [eiseres] c.s.. Ook wijst v.o.f. [eiseres] c.s. erop dat zij niet de beschikking heeft over de eigen verklaringen die door Munckhof Taxi en Munckhof Reizen zijn ingevuld. De “equality of arms” wordt geschonden.

1.7.

De voorzieningenrechter heeft ter zitting in het incident tot tussenkomst van Munckhof mondeling vonnis gewezen en de tussenkomst van Munckhof toegestaan, omdat de incidentele vordering voldoet aan de eis gesteld in artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dat v.o.f. [eiseres] c.s. niet beschikt over de eigen verklaringen die door Munckhof Taxi en Munckhof Reizen zijn ingevuld, is geen grond om de vordering tot tussenkomst te weigeren. Het bezwaar van v.o.f. [eiseres] c.s. dat Munckhof zou beschikken over bedrijfsvertrouwelijke informatie, zoals de EV, en dat daardoor de “equality of arms” wordt geschonden, wordt gepasseerd, omdat ter zitting is gesteld door Munckhof en bevestigd door de Stichting dat Munckhof enkel de beschikking heeft gekregen over productie 1 van de Stichting, een en ander juist in verband met bedrijfsvertrouwelijkheid van de overige documenten. Door v.o.f. [eiseres] c.s. is het belang van Munckhof voorts niet betwist.

De producties van v.o.f. [eiseres] c.s.

1.8.

De Stichting maakt bezwaar tegen de producties 8 t/m 11 die op vrijdag
25 augustus 2017 door v.o.f. [eiseres] c.s. zijn ingediend. De producties zijn te laat ingediend. Dit geldt overigens ook voor productie 7, maar dat betreft een vonnis waar de Stichting partij bij was, zodat daartegen geen bezwaar is.

1.9.

Munckhof stelt zich aan de zijde van de Stichting. Er is strijd met de goede procesorde door het te laat indienen van stukken. Gewezen wordt op artikel 85 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

1.10.

De voorzieningenrechter heeft ter zitting inzake het indienen van de stukken 8 t/m 11 door v.o.f. [eiseres] c.s. bepaald dat deze niet bij de behandeling zullen worden betrokken, omdat zij in strijd met artikel 6.2 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken handel/familie, binnen de termijn van 24 uur, zijnde één werkdag, zijn ingediend. De voorzieningenrechter trekt voor de goede procesorde een lijn met de te laat in het geding gebrachte conclusie tot tussenkomst. Het bericht van indienen is immers ook (pas) ontvangen ter griffie op vrijdag 25 augustus 2017, te 15.08 uur. Nu bovendien een toelichting ontbreekt, hebben partijen niet voldoende gelegenheid gehad om kennis te nemen.

1.11.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten als vaststaand dan wel niet voldoende betwist.

2.2.

De Stichting heeft een openbare aanbesteding “Groepsvervoer en Aanverwante Diensten” met één perceel uitgeschreven voor het vervoer van groepen leerlingen in Nederland en binnen Europa. Het gaat om dagritten. Het betreft een raamcontract voor de duur van twee jaar, met de mogelijkheid om eerst met twee en daarna mogelijk nog met één jaar te verlengen.

2.3.

Ondernemers mogen éénmaal inschrijven en bij slechts één inschrijving betrokken zijn. Het is mogelijk om in te schrijven als combinatie (§ 2.6.1. van het Aanbestedingsdocument). § 2.7. van het Aanbestedingsdocument geeft de regels voor het inschrijven als combinatie. § 2.7.4. bepaalt dat een combinatie geldt als één inschrijver en dat na de inschrijving de combinatie niet van deelnemers kan wisselen.

2.4.

In § 6.1.1. van het Aanbestedingsdocument is een stand still-termijn van 20 dagen na verzending van de gunningsbeslissing opgenomen. Een inschrijver heeft gedurende deze termijn de gelegenheid een kort geding aanhangig te maken, indien hij bezwaren heeft tegen de gunningbeslissing

2.5.

De Eigen Verklaring van inschrijver [naam vof 2] v.o.f. vermeldt bij onderdeel II “Gegevens met betrekking tot de ondernemer” bij de vraag “Wijze van deelneming. Neemt de ondernemer samen met anderen deel aan de aanbestedingsprocedure?“ het antwoord “Ja”.

Op de vraag naar de identiteit van de andere ondernemers die gezamenlijk aan de aanbestedingsprocedure deelnemen is geantwoord: “Taxi Horn Tours BV” en “Ghielen Touringcarbedrijf BV”.

2.6.

Op de aanbesteding hebben drie partijen ingeschreven. De opdracht is gegund aan Munckhof Taxi B.V. De inschrijving van de combinatie [naam vof 2] v.o.f., Taxi Horn Tours BV en Ghielen Touringcarbedrijf BV is terzijde gelegd, op grond van het niet voldoen aan het vereiste van volstrekte anonimiteit.

2.7.

De derde partij die heeft ingeschreven, is niet (niet althans tijdig binnen de Alcateltermijn) in rechte opgekomen tegen de gunningsbeslissing.

3 Het geschil

3.1.

V.o.f. [eiseres] c.s. vordert:

I. de Stichting te gebieden om de Eigen Verklaring althans het (zowel door Munckhof Taxi als Munckhof Reizen) ingevulde UEA-formulier te overleggen, zonodig met weglaten van de onderdelen die door de Stichting en de voorzieningenrechter als bedrijfsvertrouwelijk moeten worden aangemerkt.

II. de Stichting te verbieden om de opdracht aan Munckhof Taxi BV en/of Munckhof Reizen B.V. te gunnen, en voor zover de opdracht reeds aan Munckhof Taxi BV en/of Munckhof Reizen B.V. is gegegund, zowel de de Stichting te gebieden om de uitvoering van deze opdracht te staken en gestaakt te houden.

III. de Stichting te gebieden om de inschrijvingen van andere inschrijvers op transparante wijze te beoordelen, om de inschrijving van de combinatie in de beoordeling van de inschrijvingen te betrekken. Voor zover uit de beoordeling voornoemd volgt dat de combinatie als enige een geldige inschrijving heeft gedaan en/of de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan, de Stichting te verbieden om de opdracht aan een ander dan de combinatie te gunnen.

IV. de Stichting te veroordelen in de kosten van deze procedure, een tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand die door de combinatie zijn gemaakt daaronder begrepen, alsmede de nakosten van het in deze zaak te wijzen vonnis, met toevoeging dat indien niet binnen twee weken na wijzing van het vonnis en betekening daarvan de verschuldigde kostenveroordeling is voldaan, daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn.

V. te bepalen dat de Stichting een dwangsom verschuldigd is van € 1.000,00 per dag, vooralsnog beperkt tot een maximum van € 25.000,00 indien de Stichting na betekening van het vonnis in gebreke blijft om aan het vonnis te voldoen.

VI. althans een zodanige voorziening te treffen als U EA voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren.

3.2.

V.o.f. [eiseres] c.s. leggen aan de vordering ten grondslag dat de inschrijving ten onrechte terzijde is gelegd, omdat de schending van de anonimiteitseis een op eenvoudige wijze te herstellen fout is, dan wel dat deze eis niet proportioneel is, omdat hij geen enkel doel meer dient nu alle inschrijvers al eens eerder hebben meegedongen naar dezelfde aanbesteding. Voorts stellen eiseressen dat de inschrijving van Munckhof ongeldig is, omdat haar onderaannemer Munckhof Reizen B.V. niet voldoet aan de solvabiliteitseis.

3.3.

De Stichting en Munckhof voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.4.

Munckhof vordert in de hoofdzaak primair:

1. eiseressen niet-ontvankelijk te verklaren in al hun vorderingen, althans en in ieder geval alle vorderingen van de eiseressen af te wijzen als zijnde ongegrond en/of onbewezen;

2. de Stichting te gebieden om, zo lang zij de opdracht wenst te gunnen, de opdrachten aan geen ander te gunnen dan aan Munckhof, althans de Stichting te verbieden de opdrachten aan een ander dan aan Munckhof te gunnen, op straffe van verbeurte door de aanbestedende diensten aan Munckhof van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 25.000,- ineens, althans een door de E.A. Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, mocht de Stichting niet of niet volledig aan het ten deze te wijzen vonnis voldoen,

3. met veroordeling van eiseressen en/of de Stichting in de kosten van het geding vermeerderd met nakosten en rente.

in de tussenkomst van Munckhof

3.5.

Omdat ter kort geding zitting daaromtrent nog geen mondeling vonnis is gedaan, vordert Munckhof nog veroordeling van eiseressen in de kosten van het geding in het incident.

4 De beoordeling

In de hoofdzaak

4.1.

De voorzieningenrechter dient vóórdat zij kan toekomen aan een materieel oordeel de vraag te beantwoorden of de partijen die hebben gedagvaard ontvankelijk zijn in hun vordering.

4.2.

Eiseressen stellen dat v.o.f. [eiseres] weliswaar nog niet in het register van de Kamer van Koophandel is ingeschreven, maar dat deze v.o.f. in oprichting wel de combinatie representeert die heeft ingeschreven. Aan de v.o.f. [eiseres] komt zelfstandige procesbevoegdheid toe. Eiseressen stellen dat Kupers B.V. weliswaar niet de inschrijver is, maar wel samen met Fonteijn Touringcars B.V. vennoot is in de mede-combinant [naam vof 2] v.o.f. en dat zo het belang c.q. de betrokkenheid van [naam vof 2] v.o.f. bij dagvaarding gedekt is. Eiseressen hebben ter zitting gesteld dat het beter ware geweest als meteen de goede partij – [naam vof 2] v.o.f. – was genoemd.

4.3.

De Stichting en Munckhof stellen dat Taxi Horn Tours BV en Ghielen Touringcarbedrijf BV weliswaar mede-combinanten zijn, maar dat Kupers B.V. dat niet is. Kupers B.V. is (ook) geen inschrijver en heeft dus geen belang bij de vordering.

Daarnaast stelt de Stichting dat niet alleen de derde mede-combinant [naam vof 2] v.o.f. ontbreekt, maar ook de combinatie niet heeft gedagvaard. De inschrijver heeft dus niet gedagvaard. Een dergelijke omissie is, zo stelt de Stichting, ook niet te repareren na afloop van de Alcateltermijn, zoals Fonteijn Touringcars B.V. en [naam vof 2] v.o.f. hebben gepoogd met de incidentele conclusie tot tussenkomst.

De Stichting en Munkhof stellen voorts dat de inschrijving niet is gedaan door een v.o.f. met de naam “v.o.f. [eiseres] ” laat staan door een v.o.f. “in oprichting”, zoals ter zitting in kort geding door eiseressen wordt gesteld. De Stichting betwist dat deze v.o.f. al dan niet i.o. een bestaande entiteit is.

4.4.

De voorzieningenrechter kan eiseressen niet volgen in hun stellingen en de daaruit getrokken conclusie dat de inschrijver en de drie mede-combinanten hebben gedagvaard.

4.5.

De hoofdregel, zoals die in de jurisprudentie is ontwikkeld (vgl. ECLI:RBLE:2010: BN2970 en ECLI:RBSGR:2011:BP1988), is dat indien een combinatie van bedrijven heeft ingeschreven, slechts die combinatie in rechte kan opkomen tegen een gunningsbesluit. Een combinatie die niet in rechte opkomt, heeft haar rechten verwerkt. Een combinant die zelfstandig op eigen naam een vordering heeft ingesteld, terwijl de combinatie dat heeft nagelaten, heeft geen belang bij die vordering.

4.6.

De voorzieningenrechter stelt vast dat blijkens de Eigen Verklaring niet een v.o.f. met de naam “v.o.f. [eiseres] ”, zoals eiseres onder 1 is genoemd, heeft ingeschreven op de aanbesteding, maar dat [naam vof 2] v.o.f., Taxi Horn Tours BV en Ghielen Touringcarbedrijf BV gedrieën als aparte ondernemingen tezamen als combinatie hebben ingeschreven. De combinatie geldt aldus als de inschrijver en niet een door de drie mede-combinanten opgerichte, of in oprichting zijnde, vennootschap onder firma. Dat een v.o.f. zelfstandig als procespartij kan optreden zonder dat de vennoten persoonlijk als procespartij optreden, doet aan dit oordeel niets af. Eiseres onder 1 moet dus niet-ontvankelijk worden verklaard, want zij heeft geen (eigen) belang bij de vordering.

4.7.

Vast staat dat de combinatie van [naam vof 2] v.o.f., Taxi Horn Tours BV en Ghielen Touringcarbedrijf BV geen vordering heeft ingesteld. Ook is niet gebleken dat de derde inschrijver in rechte is opgekomen. Taxi Horn BV en Ghielen Touringcars BV hebben als mede-combinanten in casu geen voldoende zelfstandig belang en moeten niet-ontvankelijk worden verklaard.

4.8.

Kupers B.V. is als vennoot van een van de mede-combinanten, [naam vof 2] v.o.f., waarvan de combinatie geen vordering heeft ingesteld en aldus haar rechten heeft verwerkt, eveneens niet-ontvankelijk in haar vordering wegens het ontbreken van een belang.

4.9.

Eiseressen zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de hoofdzaak worden veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van de Stichting en in de kosten van het geding aan de zijde van Munckhof.

Aan de zijde van de Stichting worden deze kosten begroot op € 1.434,00 (€ 618,00 inzake griffierecht en € 816,00 inzake salaris advocaat). De nakosten en rente worden toegewezen als in het dictum.

Aan de zijde van Munckhof worden deze kosten eveneens begroot op € 1.434,00 (€ 618,00 inzake griffierecht en € 816,00 inzake salaris advocaat). De nakosten en rente worden toegewezen als in het dictum.

in de tussenkomst

4.10.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op het ontbreken van enig verweer door de Stichting en het oordeel in de hoofdzaak de vordering in de tussenkomst voor toewijzing gereed ligt, als in het dictum bepaald.

4.11.

Eiseressen zullen als de in het ongelijk gestelde partij in het incident tot tussenkomst worden veroordeeld in de kosten van Munckhof. Deze worden begroot op € 527,00 inzake salaris advocaat.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in de hoofdzaak

5.1.

verklaart eiseressen niet-ontvankelijk,

5.2.

veroordeelt eiseressen hoofdelijk, in de zin dat als de een betaalt de ander is bevrijd, in de kosten van het geding aan de zijde van de Stichting begroot, op
€ 1.434,00 vermeerderd met de nakosten ad € 131,00, als alleen aanschrijving en geen betekening van het vonnis plaatsvindt, en ad € 199,00, als betekening van het vonnis plaatsvindt, en vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek, over de proceskosten en nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele betaling,

5.3.

gebiedt de Stichting om, zo lang zij de opdracht wenst te gunnen, de opdracht aan geen ander te gunnen dan aan Munckhof, op straffe van verbeurte door de aanbestedende dienst aan Munckhof van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 25.000,- ineens, mocht de Stichting niet of niet volledig aan dit vonnis voldoen,

5.4.

veroordeelt eiseressen hoofdelijk, in de zin dat als de een betaalt de ander is bevrijd, in de kosten van het geding aan de zijde van Munckhof begroot, op
€ 1.434,00 vermeerderd met de nakosten ad € 131,00, als alleen aanschrijving en geen betekening van het vonnis plaatsvindt, en ad € 199,00, als betekening van het vonnis plaatsvindt, en vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek, over de proceskosten en nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele betaling,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat 5.2, 5.3 en 5.4 betreft,

in het incident van Munckhof

5.6.

veroordeelt eiseressen hoofdelijk, in de zin dat als de een betaalt de ander is bevrijd, in de kosten van het geding aan de zijde van Munckhof begroot op
€ 527,00,

5.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat de proceskostenveroordeling betreft.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: EvB coll: