Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:8704

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-09-2017
Datum publicatie
08-09-2017
Zaaknummer
C/03/240021 HA RK 17-204
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Geen behandelend rechter na doen van uitspraak, verzoek niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Wrakingskamer

Zaaknummers:

C/03/240021 HA RK 17-204

C/03/240022 HA RK 17-205

C/03/240024 HA RK 17-206

C/03/240025 HA RK 17-207

Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken

in de zaken van

[de verzoeker] ,

wonend te [woonplaats verzoeker] ,

verzoeker;

indiener van verzoeken die strekken tot wraking van:

mr. K.M.P. Jacobs, rechter in de rechtbank Limburg (hierna ook te noemen: de rechter).

1 Het procesverloop

Bij uitspraak van 21 juli 2017 heeft de rechter (vier) beroepen van verzoeker gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit (zaaknummers 17/1355, 17/1357, 17/1468 en 17/1469) kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet (volledig) betalen van griffierecht, terwijl het beroep van verzoeker op betalingsonmacht bij voorafgaande brieven was afgewezen.

Op 27 en 28 augustus 2017 heeft verzoeker in de genoemde zaken verzoeken tot wraking van de rechter ingediend. Verzoeker heeft op 28 augustus, 31 augustus en 1 september 2017 aanvullende stukken ingediend.

2 De beoordeling

In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

In de hiervoor genoemde zaken van verzoeker is op 21 juli 2017 uitspraak gedaan. Daarmee zijn deze procedures beƫindigd en dat betekent dat mr. Jacobs niet meer de behandelend rechter is in die zaken. Tegen de uitspraak staat weliswaar nog het rechtsmiddel van verzet open, maar bij heropening van de behandeling van die betreffende zaak of zaken op die grond, wordt de zaak of worden de zaken aan een andere rechter dan mr. Jacobs toebedeeld.

Nu de wrakingsverzoeken van verzoeker niet zijn gericht tegen de rechter die zijn zaken in behandeling heeft, is niet aan de formele vereisten voor een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb voldaan, zodat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoeken. Tot een mondelinge behandeling van de wrakingsverzoeken wordt daarom niet overgegaan

3 De beslissing

De wrakingskamer:

verklaart de verzoeken tot wraking van mr. K.M.P. Jacobs niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. M.J.A.G. van Baal, leden, in aanwezigheid van J.N. Buddeke, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2017.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.