Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:8609

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-09-2017
Datum publicatie
06-09-2017
Zaaknummer
03/700096-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren,

voor het plegen van ontuchtige handelingen bij een minderjarige, waaronder binnendringen van het lichaam, in de periode van 8 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700096-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 september 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte]

wonende te [adres 3] ,

gedetineerd in Vught PPC te Vught.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.L.E. Marchal, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld achter gesloten deuren op de zitting van 23 augustus 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: gedurende langere tijd meermalen ontuchtige handelingen, die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft gepleegd met een meisje tussen de 12 en 16 jaren;

Feit 2: gedurende langere tijd meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een meisje onder de 16 jaren.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden gelet op de aangifte, de bekennende verklaring van verdachte bij de politie en heden ter terechtzitting, de whatsapp-berichten tussen [slachtoffer] en haar vriendin en de verklaring van de echtgenote van verdachte.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd ten aanzien van de bewezenverklaring, gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank de beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de aangifte van [moeder slachtoffer] namens haar dochter, [slachtoffer] , d.d. 9 maart 20172;

- het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 4 maart 20173;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 23 augustus 20174.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.

in de periode van 01 juli 2016 tot en met 03 maart 2017 in de gemeente [plaats] , met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, meermalen, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar geduwd,

- de broek van die [slachtoffer] naar beneden getrokken,

- diens vinger in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en bewogen,

- diens penis tussen/langs de billen van die [slachtoffer] geduwd en op en neer bewogen en

- diens penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

2.

in de periode van 01 juli 2016 tot en met 03 maart 2017 in de gemeente [plaats] , met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit

- het strelen en/of masseren, al dan niet onder de kleding, van de nek en/of de buik en/of de

borsten van die [slachtoffer] ,

- knijpen in de borsten van die [slachtoffer] ,

- betasten van de vagina van die [slachtoffer] , al dan niet onder de kleding en

- kijken van een pornografische film in aanwezigheid van die [slachtoffer] .

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Feit 2:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De psycholoog drs. [naam psycholoog] heeft over de geestvermogens van de verdachte op 19 mei 2017 een rapport uitgebracht. De rechtbank komt op basis van de in dat rapport vervatte bevindingen en het daarin vervatte advies niet tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een psychologische omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. Van overige omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten is evenmin gebleken. De verdachte is derhalve strafbaar.

6 De straf en de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren. Aan de proeftijd dienen de voorwaarden te worden verbonden die zijn verwoord in het reclasseringsrapport van 11 augustus 2017.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft onder meer verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Limburg van 8 augustus 2017 (ECLI:NL:RBLIM:2017:7726) waarbij een gevangenisstraf werd opgelegd van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Gelet op de rechtsgelijkheid en de vergelijkingen die te maken zijn met deze zaak, stelt de raadsman zich op het standpunt dat aan verdachte een gelijksoortige straf dient te worden opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte is koster in de [naam kerk] in [plaats] en tevens oom van het slachtoffer. Zij hielp hem regelmatig bij zijn werkzaamheden in de kerk.

Op 3 maart 2017 was er een koffietafel voor een grote groep mensen na een begrafenis in de protestantse kerk in [plaats] . Het slachtoffer en de echtgenote van verdachte hebben verdachte geholpen bij zijn taken. De echtgenote van verdachte moest aan het eind van de middag weg en verdachte en het slachtoffer bleven achter om het een en ander op te ruimen.

Verdachte heeft vervolgens gekeken of de voordeur van de kerk dicht was. Hij heeft in de keuken van de kerk een soft porno zender op de televisie aangezet, naar eigen zeggen om in de stemming te komen. Vervolgens ging verdachte het slachtoffer betasten en is hij onder andere met zijn vinger in haar vagina gegaan. Zij probeerde hem tegen te houden door haar benen bij elkaar te houden, maar hij deed haar benen telkens weer uit elkaar. Ook heeft hij zijn penis tussen/langs haar billen geduwd en op en neer bewogen.

Het slachtoffer heeft verklaard dat haar oom haar voor de eerste keer heeft betast in de zomervakantie van 2016. Daarna is dit nog een keer gebeurd. De derde keer heeft het plaatsgevonden in december 2016. Ook heeft verdachte de tweede of derde keer dat hij haar betastte zijn geslachtsdeel in haar mond geduwd. Zij probeerde dit te verhinderen, maar hij duwde haar steeds terug in de stoel waarin zij zat. Verdachte heeft bekend dat hij alle handelingen, die zijn tenlastegelegd, heeft gepleegd.

Een ander nichtje van verdachte heeft verklaard dat verdachte in het verleden ook soortgelijke handelingen bij haar heeft gepleegd. Verdachte heeft ook deze feiten, waarvoor hij niet vervolgd is, toegegeven.

Verdachte heeft gedurende een langere periode meermalen ontuchtige handelingen gepleegd met zijn eigen nichtje. Hij was 63 jaar en zij 14 en later 15 jaar oud. Een en ander heeft plaatsgevonden terwijl zij hem hielp in de kerk waar hij als koster werkzaam was.

Zij had als nichtje van haar oom en als hulpje van de koster in de kerk een afhankelijkheidsrelatie met verdachte. Verdachte heeft door zijn handelen ernstige inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke als de geestelijke integriteit van zijn nichtje.

Zij heeft meermalen aangegeven dat zij niet wilde dat verdachte de handelingen verrichtte die hij heeft verricht. Zij heeft dit laten blijken door weg te lopen en door haar benen telkens weer gekruist te houden. Verdachte heeft haar benen meermalen uit elkaar geduwd. Zij heeft ook naar achteren bewogen toen verdachte zijn geslachtsdeel in haar mond wilde duwen. Hij duwde haar terug in de stoel. Hieruit had verdachte de conclusie moeten trekken dat zij niet instemde met zijn handelswijze. Verdachte heeft alle signalen van het slachtoffer, dat zij dit absoluut niet wilde, genegeerd. Hij heeft zijn eigen lustgevoelens en behoeftebevrediging laten prevaleren boven haar belangen.

Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dit soort misdrijven langdurige en ernstige psychische klachten van de gebeurtenissen ondervinden. Ook nog op latere leeftijd kunnen problemen ontstaan, bijvoorbeeld als het slachtoffer een intieme relatie krijgt. Het slachtoffer heeft ter terechtzitting een slachtofferverklaring voorgelezen. Hierin heeft zij verteld wat het handelen van verdachte met haar gedaan heeft. Zij vertelde dat zij erg bang was dat hij verder zou gaan en dat hij haar zou gaan verkrachten en ontmaagden. Zij heeft ook verteld wat zij heeft moeten doorstaan doordat zij verschillende malen door de politie is verhoord en een lichamelijk onderzoek heeft moeten ondergaan in het ziekenhuis.

Ter terechtzitting is de vraag gerezen of verdachte naïef was of dat hij planmatig te werk is gegaan. Gelet op de volgende omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er wel degelijk sprake was van een vooropgezet handelen.

Verdachte heeft zich er eerst van vergewist dat er niemand meer in de kerk aanwezig was en vervolgens heeft hij de voordeur van de kerk op slot gedaan. Vervolgens heeft hij steeds de soft porno zender op de televisie in de keuken van de kerk aangezet. Dit terwijl het slachtoffer als enige in de kerk aanwezig en bezig was met haar werkzaamheden. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij de televisie aanzette op het soft porno kanaal om in de stemming te komen. De modus operandi van verdachte was steeds hetzelfde.

Uit het dossier blijkt dat verdachte 8 of 9 jaar geleden ook ontuchtige handelingen heeft verricht bij een ander, toen nog minderjarig, nichtje. Desondanks heeft verdachte zich hierna wederom meermalen schuldig gemaakt aan deze feiten.

De rechtbank heeft in het dossier gelezen dat verdachte pas in zijn derde verhoor bij de politie laat blijken dat hij het erg vindt voor het slachtoffer. Zowel in zijn verhoren als ter terechtzitting spreekt verdachte in eerste instantie over de gevolgen voor hem zelf, zijn gezin en hun financiën. Pas bij doorvragen naar de gevolgen voor het slachtoffer, verklaart verdachte spijt te hebben van hetgeen hij heeft gedaan. Verdachte heeft echter weinig inzicht getoond in wat het gebeuren betekent voor het slachtoffer en lijkt meer met zichzelf bezig te zijn. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Er heeft een onderzoek plaatsgevonden door psycholoog drs. ’t Hoen. Hij heeft een rapport uitgebracht waaruit blijkt dat verdachte wist wat hij deed. De rechtbank neemt deze conclusies over en beschouwt verdachte volledig toerekeningsvatbaar.

In het voordeel van verdachte zal de rechtbank rekening houden met het feit dat verdachte zich -zij het onder aandrang van zijn familie- heeft gemeld bij de politie en een bekennende verklaring heeft afgelegd.

De raadsman heeft -als het gaat om de strafoplegging- een vergelijking gemaakt met een eerdere veroordeling door de rechtbank Limburg van 8 augustus 2017. Deze vergelijking gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op. Het gaat in die zaak weliswaar eveneens om een minderjarig meisje, maar zij had een relatie met een meerderjarige man. De seksuele handelingen in die zaak hebben plaatsgevonden met instemming van het meisje. Het slachtoffer in deze zaak heeft juist aangegeven én laten blijken dat zij het niet wilde. Bovendien had zij geen seksuele relatie. Daarbij komt dat verdachte oom was van het slachtoffer en wanneer zij voor hem werkte een bijzondere verantwoordelijkheid als werkgever had. Verdachte heeft de vertrouwensband die het slachtoffer had met verdachte als oom en leidinggevende, beschaamd. Daarom zal de rechtbank niet mee gaan in het verweer van de raadsman om verdachte een gelijksoortige straf op te leggen als in de door hem aangehaalde zaak.

Gelet op deze ernstige feiten is de rechtbank van oordeel dat enkel en alleen een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend is. De rechtbank zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, om eventuele herhaling te voorkomen.

De rechtbank heeft immers noch uit de rapportages, noch uit het verhandelde ter terechtzitting inzicht gekregen in de vraag wat verdachte tot zijn handelen gedreven heeft en wat de onderliggende problematiek is. Op de vraag waarom dit meerdere keren is gebeurd, ook een aantal jaren geleden, kan de verdachte geen antwoord geven.

De reclassering heeft het recidiverisico weliswaar laag ingeschat, maar nu de rechtbank niet duidelijk is geworden waarom verdachte zich meermalen schuldig maakt aan dit soort misdrijven, acht de rechtbank de kans aanwezig dat als verdachte wederom in een dergelijke setting terechtkomt, hij dit gedrag wederom zal vertonen.

Bovendien is een voorwaardelijk strafdeel noodzakelijk om in het kader van een ambulante behandeling nader onderzoek te laten verrichten bij verdachte en een eventueel daaruit voortvloeiende behandeling of therapie mogelijk te maken.

Dit alles overwegende zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk strafdeel koppelt de rechtbank de voorwaarden zoals deze zijn vermeld in het reclasseringsadvies van

11 augustus 2017.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij (het slachtoffer) vordert, bij schrijven van haar wettelijk vertegenwoordiger, een schadevergoeding van € 1137,53 terzake van feit 1 en 2, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd om de vordering tot schadevergoeding geheel toe te wijzen.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ingestemd met toewijzing van de vordering tot schadevergoeding.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Vast staat dat aan het slachtoffer door het bewezenverklaarde rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht. De schade is voldoende onderbouwd en wordt niet betwist.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank dan ook van oordeel dat de vordering tot schadevergoeding geheel kan worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

  1. zich binnen twee dagen na de datum van het vonnis melden bij Reclassering Nederland, regio Zuid, telefoonnummer [telefoonnummer] en zich hierna blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  2. zich houden aan de aanwijzingen die Reclassering Nederland hem geeft;

  3. op geen enkele wijze, direct of indirect, contact hebben of zoeken, ook niet via derden, met het slachtoffer, zolang de reclassering dit nodig acht;

  4. zich niet begeven in de [adres 2] in [plaats] , zolang de reclassering dit nodig acht;

  5. meewerken aan nadere onderzoeken bij een forensische ambulante zorginstelling en de daaruit voortvloeiende adviezen, ook als dit inhoudt het volgen van een behandeling of training, zolang de reclassering dit nodig acht;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , wonende te [plaats] , toe;

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, te betalen EUR 1137,53, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 3 maart 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij van EUR 1137,53, bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 3 maart 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.G.L. van der Aa, voorzitter, mr. P. van Blaricum en

mr. drs. E.C.M. Hurkens, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.A.M. Spijkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 september 2017.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is, zoals nader omschreven, ten laste gelegd dat

1.

hij, in of omstreeks de periode van 01 juli 2016 tot en met 03 maart 2017 in de gemeente [plaats] , in elk geval in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, meermalen, althans eenmaal een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar geduwd en/of

- de broek van die [slachtoffer] naar beneden getrokken en/of

- diens vinger in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of bewogen en/of

- diens penis tussen/langs de billen van die [slachtoffer] geduwd en/of op en neer bewogen en/of

- diens penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

2.

hij, in of omstreeks de periode van 01 juli 2016 tot en met 03 maart 2017 in de gemeente [plaats] , in elk geval in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, meermalen, althans eenmaal een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit

- het strelen en/of masseren, al dan niet onder de kleding, van de nek en/of de buik en/of de

borsten, in elk geval van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- knijpen in de borsten van die [slachtoffer] en/of

- betasten van de vagina van die [slachtoffer] , al dan niet onder de kleding en/of

- met zijn, verdachtes, penis langs/tussen de billen wrijven van die [slachtoffer] en/of

- tonen en/of kijken van een pornografische film aan/in aanwezigheid van die [slachtoffer] .

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Politie Eenheid Limburg, dienst regionale recherche, afdeling thematische opsporing, team zeden, proces-verbaalnummer PL2300-2017036183, gesloten d.d. 22 mei 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 186.

2 De aangifte van [moeder slachtoffer] namens [slachtoffer] d.d. 9 maart 2017, pagina 91, 95 en 98.

3 Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 4 maart 2017, pagina 73.

4 Het proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 23 augustus 2017.