Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:7944

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-08-2017
Datum publicatie
15-08-2017
Zaaknummer
03/659166-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf wegens diefstal met braak en geweld en een winkeldiefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659166-17

Parketnummer vordering tul: 10-007010-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 augustus 2017

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

gedetineerd in P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.

Verdachte wordt bijgestaan door mr. E. van der Meer, advocaat kantoorhoudende te Groningen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 juli 2017. Verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: bij TVI Computers heeft ingebroken en daarbij telefoons en tablets heeft gestolen en vervolgens geweld heeft toegepast.

Feit 2: levensmiddelen heeft gestolen bij de [supermarkt] .

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de beide feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Zij verwijst daartoe bij feit 1 naar de aangifte, de verklaring van verdachte en de drie getuigenverklaringen. Bij feit 2 verwijst zij naar de bekennende verklaring van verdachte en de aangifte.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat beide tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard, met uitzondering van het onder 1 ten laste gelegde geweld. Volgens de verdediging heeft verdachte weliswaar toegegeven dat hij geweld heeft gebruikt, maar heeft hij dit enkel gedaan als reactie op het feit dat hij hardhandig werd aangehouden door een burger. Bij verdachte ontbrak dus het vereiste oogmerk om door middel van geweld de vlucht mogelijk te maken of het bezit van het gestolene te verzekeren. Verdachte dient van dit deel te worden vrijgesproken.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Feit 1: 1

Uit het proces-verbaal van aangifte door [naam aangever] namens TVI Computers2 blijkt, zakelijk weergegeven, het volgende.

Ik ben samen met mijn broer eigenaar van een computerzaak, genaamd TVI Computers aan de [adres] in Horst. Op 18 april 2017, omstreeks 22.39 uur kreeg ik een telefoontje van de alarmcentrale dat het alarm afging van onze zaak. Twee minuten later kwam ik daar aan. Ik zag dat de ruit van de voordeur van de winkel was vernield. In en buiten de winkel zag ik glas liggen. Hierbij werden de goederen, zoals genoemd op de bijlage goederen, weggenomen.

Bijlage goederen:

- Een Nokia, zwart,

- Een Iphone, zilver;

- 2 tablets van het merk Samsung, zwart

- Een Apple Ipad, wit

- Een Apple Ipad, zwart.

Getuige [getuige 1] verklaart, zakelijk weergegeven, als volgt.3

Vandaag, dinsdag 18 april 2017, omstreeks 22:45 uur, hoorde ik een alarm afgaan. Ik zag toen in mijn ooghoek dat er een lichtflits kwam van boven de voordeur van de computerwinkel. Ik keek toen de computerwinkel in en zag iemand binnen staan. Ik zag deze persoon bij een rek staan en spullen vanuit dit rek in een tas stoppen. Ik zag toen dat de man door de kapot geslagen ruit naar buiten kwam en mijn richting op rende. Ik fietste toen de stoep op zijn richting op en hij kwam mijn richting oprennen. Ik stopte en wilde afstappen en schreeuwde tegelijk tegen hem: "He, stil blijven". Nog voordat ik af kon stappen hoorde ik hem iets zeggen: "Oprotten" of "rot op". Ik zag dat hij me gelijk met de tas die hij in zijn handen had tegen mijn hoofd sloeg. Ik voelde een harde klap tegen mijn hoofd aankomen. Ik heb hem bij zijn bovenarm vastgepakt om hem te fixeren en aan te houden. Ik moest toen mijn fiets laten vallen om mij te verweren. Ik zag en voelde dat hij me tegen mijn rechter been aantrapte. Nadat hij me trapte was hij even uit balans en wist ik hem tegen de grond te brengen doordat ik zijn bovenarm vast had. Ik zag dat hij op zijn buik op de grond viel en ik ben daar gelijk bovenop gaan zitten. Ik probeerde toen gelijk zijn linker arm op zijn rug te brengen. Hij probeerde op te staan en weg te vluchten, hierdoor rolde hij om en hij gaf me een klap met zijn vuist in mijn gezicht. Ik voelde een pijn in mijn gezicht.

Getuige [getuige 2] verklaart, zakelijk weergegeven, als volgt.4

Op 18 april omstreeks 22:30 uur hoorde ik mijn vrouw zeggen dat ze buiten glasgerinkel hoorde. Ik ben opgestaan en ben door het raam gaan kijken. Ik zag aan de overkant bij de computerwinkel een flitslamp van het alarm aan de voorgevel hangen. Ik zag dat het alarm hiervan afging en hoorde het alarm ook. Ik zag dat er iemand met een tas in de computerwinkel was. Ik zag ook dat het glas van de voordeur kapot was. Ik zag dat een man binnen computerspullen weggriste en in een tas die hij bij zich had aan het doen was. Ik zag dit door de rechter etalageruit van de winkel. Ik zag dat die persoon uit de ingeslagen voordeur naar buiten kwam en zag hem vervolgens richting het centrum van Horst weglopen. Ik zag dat hij een versnelde loop had. Ik zag dat er vanuit het centrum van Horst een fietser aankwam en richting deze persoon ging. Ik zag dat de inbreker met de bigshopper deze fietser sloeg. Ik zag dat de fiets viel en dat de fietser bovenop de inbreker sprong. Ik ben toen naar beneden gelopen en liep naar de personen toe. Ik zag dat de inbreker op de grond lag en probeerde weg te komen. Toen hij op de grond lag zag ik dat de inbreker de fietser tegen zijn gezicht aan sloeg.

Ter terechtzitting heeft verdachte, zakelijk weergegeven, verklaard:

Op 18 april 2017 heb ik door een ruit in te slaan ingebroken bij het pand van TVI Computers te Horst en daarbij heb ik telefoons en tablets weggenomen. Ik heb getuige [getuige 1] daarbij tegen zijn been geschopt. Het zou kunnen dat ik hem ook in zijn gezicht heb geslagen.

Overweging

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 18 april 2017 door middel van braak en inklimming telefoons en tablets heeft gestolen van TVI Computers. Anders dan de verdediging acht de rechtbank bovendien bewezen dat verdachte hierna geweld tegen getuige [getuige 1] heeft toegepast teneinde te kunnen vluchten dan wel het bezit van het gestolene te verzekeren. De rechtbank acht daartoe van belang dat uit de bewijsmiddelen volgt dat (i) verdachte niet slechts één goed, maar diverse goederen heeft weggenomen, (ii) hij vervolgens wegrende, totdat hij werd aangehouden door getuige [getuige 1] , en (iii) hij daarop tegen laatstgenoemde zei dat hij moest oprotten. Gelet op deze gang van zaken acht de rechtbank verdachte’s verklaring dat hij niet met het gestolene wilde vluchten, maar dat hij de goederen juist heeft gestolen om aangehouden te worden, niet geloofwaardig.

Feit 2 5

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het aan verdachte tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [C.J.].6

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

Feit 1:

op 18 april 2017 in de gemeente Horst aan de Maas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand aan de [adres] heeft weggenomen mobiele telefoons en

tablets toebehorende aan TVI Computers, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [getuige 1] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij genoemde [getuige 1] met een tas tegen het hoofd heeft geslagen en die [getuige 1] heeft getrapt en genoemde [getuige 1] in het gezicht heeft geslagen.

Feit 2:

op 31 maart 2017 te Horst, gemeente Horst aan de Maas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen levensmiddelen, toebehorende aan [supermarkt] B.V.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Feit 2:

Diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd dat aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, oftewel 270 dagen, waarvan 167 dagen voorwaardelijk, met de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapportage van 17 juli 2017, waaronder meer specifiek opname in verslavingskliniek De Hoop te Dordrecht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, in het geval de rechtbank zou komen tot de bewezenverklaring waartoe zij nu ook is gekomen, aangegeven zich in de eis van de officier te kunnen vinden en refereert zich in dat geval aan het oordeel van de rechtbank. Subsidiair heeft de verdediging nog aangevoerd dat de rechtbank de zaak zou kunnen aanhouden om te bezien of verdachte zich houdt aan de schorsingsvoorwaarden die ter terechtzitting in het kader van de voorlopige hechtenis zijn verzocht en uiteindelijk ook door de rechtbank zijn opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Uit het strafblad van verdachte van 4 juli 2017 blijkt dat verdachte reeds geruime tijd bij justitie bekend is, onder meer vanwege diverse winkeldiefstallen. Ook nu heeft hij een winkeldiefstal gepleegd en in een winkel ingebroken waarbij zelfs geweld is gebruikt tegen een burger die hem probeert te stoppen. Diefstal is een ergerlijk feit dat overlast en schade veroorzaakt voor de betrokkenen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen respect heeft voor de eigendommen van anderen en dat hij bovendien geweld pleegt op het moment dat iemand hem daarvoor aanhoudt.

De reclassering schetst in haar advies van 17 juli 2017 een beeld van een verdachte die meermaals heeft laten zien dat hij zich niet aan gemaakte afspraken houdt en, kort gezegd, kansen verspilt. In 2001 heeft de toenmalige rechtbank Almelo aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. In 2002 is deze omgezet naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (dwangverpleging), omdat de verdachte onvoldoende aan de voorwaarden meewerkte. In 2013 is de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd en sinds 2016 geldt enkel nog de algemene voorwaarde dat verdachte geen strafbare feiten mag plegen, om de reden dat hij zich niet aan bijzondere voorwaarden zoals begeleid wonen houdt en instanties niet met hem kunnen samenwerken. Vanwege de thans aan de orde zijnde feiten heeft het openbaar ministerie (arrondissementsparket Oost-Nederland) gevorderd dat de dwangverpleging zou worden hervat. De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat de rechtbank Overijssel, locatie Almelo bij uitspraak van 1 juni 2017 deze vordering heeft afgewezen, omdat de rechtbank dit niet proportioneel achtte. Het ligt in de lijn der verwachting dat de TBS in oktober 2017 zal eindigen. Het TBS-kader wordt niet langer proportioneel geacht.

Uit het reclasseringsrapport volgt anderzijds dat de verdachte om hulp blijft vragen, hetgeen er ook in dit geval in heeft geresulteerd dat hij naar eigen zeggen in ieder geval één strafbaar feit heeft gepleegd om maar onderdak te hebben en geholpen te worden. De verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat hij gedurende zijn voorarrest zijn geloof heeft teruggevonden en dat hij gemotiveerd is om in verslavingskliniek De Hoop aan zichzelf te werken. Hij realiseert zich dat hij de rest van zijn leven hulp en begeleiding nodig heeft en hij is bereid zich aan de voorwaarden die daarbij worden gesteld te houden. Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben verzocht de verdachte nog een allerlaatste kans te geven door hem een voorwaardelijke straf op te leggen, zodat hij kan worden behandeld. In het reclasseringsadvies heeft de reclassering de bijzondere voorwaarden geformuleerd voor het geval een voorwaardelijke straf zou worden opgelegd.

Hoewel de rechtbank enerzijds ziet dat de verdachte zich meermaals niet aan opgelegde voorwaarden heeft gehouden en het de vraag is of het hem nu zal lukken om dit wel te doen, heeft de verdachte anderzijds nadrukkelijk verklaard dat hij gemotiveerd is om aan zijn (verslavings)problematiek te werken door zich klinisch te laten opnemen. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte de gelegenheid dient te krijgen om, onder begeleiding van de reclassering, zijn leven weer op de rails te zetten. Het is niet alleen in zijn belang, maar zeker ook in het maatschappelijk belang dat er een eind komt aan het plegen van strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank conform de eis van de officier van justitie een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 9 maanden (270 dagen), waarvan 167 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [getuige 1] vordert van de verdachte een schadevergoeding van € 58,50, volledig bestaande uit materiële schade.

De benadeelde partij Vennootschap onder firma TVI Computers vordert van de verdachte een schadevergoeding van € 1.982,39, eveneens volledig bestaande uit materiële schade.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [getuige 1] volledig toewijsbaar is.

Voor wat betreft de benadeelde partij TVI Computers heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de hierna onder a), b) en c) genoemde posten voor toewijzing vatbaar zijn. De onder d) genoemde post dient volgens haar te worden afgewezen, omdat deze post door de verhuurder is betaald en derhalve geen schadepost voor de benadeelde partij oplevert. Wat de overige posten betreft dient de vordering volgens de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat ten aanzien van deze schadeposten vanwege het ontbreken van een schaderapport onvoldoende duidelijk is of deze niet reeds door de verzekeraar zijn vergoed.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [getuige 1] kan worden toegewezen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij TVI Computers heeft de verdediging naar voren gebracht dat hierover veel onduidelijkheden blijven bestaan. Zo blijkt het glaswerk inmiddels te zijn vergoed door de verhuurder en is er van het schilderwerk nog geen factuur. Ten aanzien van het alarmsysteem bestaan er twijfels of er überhaupt schade is geleden. De verdediging bepleit al met al - onder verwijzing naar de brief van de verzekeraar - toewijzing tot een bedrag van € 500,00, bestaande uit het eigen risico, en meent dat de vordering voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Vordering van benadeelde partij [getuige 1]

De rechtbank constateert dat aan de benadeelde partij [getuige 1] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De verdediging heeft de vordering niet weersproken. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen en zal tevens de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente opleggen. De rechtbank zal verdachte voorts veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Vordering van benadeelde partij TVI Computers

De aan de verdachte ten laste gelegde winkeldiefstal met braak is bewezen verklaard. Het gaat hier om een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld. TVI Computers stelt dat zij uit hoofde van dit strafbare feit € 3.762,38 aan schade heeft geleden, waarvan € 1.780,00 door de verzekeraar is vergoed. Meer concreet is de vordering opgebouwd uit de navolgende posten:

a. a) presentatietafel: € 150,00

b) schilderwerk: € 440,00

c) tablet alarmsysteem: € 880,65

d) glasschade: € 243,00

e) Apple: Ipad en Ipad mini € 976,82

f) Samsung Galaxy Tab E en Galaxy Tab A € 347,92

g) Apple Ipad Pro € 724,00 +

€ 3.762,39

Door verzekeraar vergoed € 1.780,00 -/-

€ 1.982,39

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de posten onder a) en c) voor toewijzing vatbaar, nu de rechtbank aannemelijk acht dat deze schade is geleden en de benadeelde partij de omvang daarvan ook genoegzaam heeft onderbouwd. Ten aanzien van de post onder d) overweegt de rechtbank dat uit de nadere toelichting van de benadeelde partij, die de officier ter terechtzitting heeft overgelegd, volgt dat deze post door of namens en voor rekening van de verhuurder is hersteld, waardoor deze schadepost wordt afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat de beoordeling van de posten onder b) alsmede e) tot en met g) een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, omdat naar het oordeel van de rechtbank nader onderzoek dient plaats te vinden naar de vraag in hoeverre deze posten niet door een ander zijn of worden vergoed. Zo is het de rechtbank niet duidelijk of het schilderwerk (post b) een post is die voor rekening van de verhuurder komt, gelet op de brief van Reaal Schadeverzekeringen NV van 12 mei 2017 waarin staat dat de betreffende verzekerde [de rechtbank begrijpt de verhuurder] voor de braakschade aan een raam en kozijn schadeloos is gesteld. Evenmin duidelijk is of de posten onder e) – g) reeds vallen onder de vergoeding van € 1.780,00, die verzekeraar Summa Adviesgroep aan de benadeelde partij heeft uitgekeerd. Omdat deze schadeposten nog nader dienen te worden onderzocht, kan de benadeelde partij niet in de vordering bij de strafrechter worden ontvangen. De benadeelde partij kan deze restantvordering, desgewenst, bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal het totale schadebedrag vaststellen op een bedrag van € 1.030,65, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 18 april 2017 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht opleggen, nu verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

8 Vordering tot tenuitvoerlegging (TUL)

Bij onherroepelijk vonnis van de politierechter van de rechtbank Rotterdam van 22 april 2015 is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen, waarvan 2 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Bij vordering na voorwaardelijke veroordeling van 4 april 2017 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van deze straf gevorderd.

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de proeftijd van de vordering tenuitvoerlegging wat haar betreft dient te worden verlengd met één jaar.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf thans niet opportuun, maar zal de proeftijd daarvan met één jaar verlengen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4. is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar.

Straf

  • -

    veroordeelt verdachte voor feit 1 en feit 2 tot een gevangenisstraf van 270 dagen, waarvan 167 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

- zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, of

- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

- dat verdachte zich houdt aan aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in andere bijzondere voorwaarden. Daartoe dient verdachte zich binnen twee dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis te melden bij de reclassering Bouman, Johan de Wittstraat 40B, 3311 KJ te Dordrecht. Hierna moet hij zich blijven melden zolang als de reclassering dit nodig acht;

- dat verdachte zich op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling verplicht laat opnemen in verslavingskliniek De Hoop of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- dat verdachte geen drugs en alcohol zal gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De verdachte zal daartoe meewerken aan middelencontroles zoals urinecontroles en blaastesten;

- dat verdachte zijn medewerking verleent aan een plaatsing binnen een woonvoorziening, zulks ter beoordeling van de reclassering, en zich tijdens zijn verblijf zal houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

  • -

    geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Vordering tenuitvoerlegging

- verlengt de proeftijd, verbonden aan het voorwaardelijk deel van de aan de veroordeelde

bij vonnis van de Politierechter van de rechtbank Rotterdam d.d. 22 april 2015 gewezen onder parketnummer 10-007010-15 opgelegde gevangenisstraf, met 1 jaar.

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [getuige 1] tot het bedrag van € 58,50 (materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2017 tot aan de dag van de volledige betaling, en veroordeelt verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij van € 58,50, te vermeerderen met de hiervoor genoemde wettelijke rente tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij TVI Computers tot het bedrag van € 1.030,65 (materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2017 tot aan de dag van de volledige betaling, en veroordeelt verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

  • -

    wijst af de vordering tot schadevergoeding van de post ‘glasschade’ van de benadeelde partij TVI Computers, voor het bedrag van € 243,00;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat hij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij van € 1.030,65, te vermeerderen met de hiervoor genoemde wettelijke rente tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. I.C.A. Wilschut, voorzitter, mr. W.L.J. Voogt en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 augustus 2017.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 18 april 2017 in de gemeente Horst aan de Maas,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand aan de

[adres] heeft weggenomen een of meer mobiele telefoons en/of een of

meer tablets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[naam aangever] en/of TVI Computers, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [getuige 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,

verdachte, genoemde [getuige 1] met een tas tegen het hoofd heeft geslagen en/of

die [getuige 1] heeft getrapt en/of meermalen, althans eenmaal, genoemde [getuige 1] in

het gezicht heeft geslagen;

2.

hij, op of omstreeks 31 maart 2017 te Horst, gemeente Horst aan de Maas,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een of meer levensmiddel(en), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt] B.V., in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Noord- en Midden-Limburg, basisteam Horst/Peel aan de Maas, proces-verbaalnummer PL2300-2017063140, gesloten d.d. 20 april 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 51.

2 Proces-verbaal van aangifte door [naam aangever] d.d. 18 april 2017, p. 14-17.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 18 april 2017, p. 39 - 42.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 18 april 2017, p. 43 en 44.

5 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Noord- en Midden-Limburg, basisteam Horst/Peel aan de Maas, proces-verbaalnummer PL2300-2017052865, gesloten d.d. 4 mei 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 20.

6 Het proces-verbaal aangifte van [C.J.] d.d. 31 maart 2017, p. 4 en 5.