Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:7502

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
01-08-2017
Zaaknummer
AWB/ROE 17/1923
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Een burgercomité heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen over een herindelingsadvies van Provinciale Staten van Limburg (PS) en over het afwijzende standpunt van PS om hierover een raadgevend referendum te houden. Het verzoek strekt ertoe dat a. de beslissing van PS om herindelingsadvies aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toe te laten sturen, wordt geschorst en dat b. PS wordt opgedragen om de Minister te verzoeken het herindelingsadvies niet in behandeling te nemen totdat op het bezwaar is beslist. Het verzoek wordt zonder behandeling ter zitting afgewezen omdat (kort gesteld) de besluitvorming over gemeentelijke herindeling aan de beoordeling van de bestuursrechter is onttrokken en de gevraagde voorzieningen buiten de grenzen van het standpunt van PS over het verzoek om een referendum gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB/ROE 17/1923

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 augustus 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Stichting Burgercomité Zelfstandig Landgraaf, te Landgraaf, verzoekster

(gemachtigde: mr. F.J.P. Baur),

en

Provinciale Staten van Limburg, verweerder

(gemachtigde: mr. E.C. Pietermaat).

Procesverloop

Op 7 juli 2017 heeft Provinciale Staten van Limburg (PS) het Herindelingsadvies Landgraaf-Heerlen vastgesteld en het College van Gedeputeerde Staten (GS) opgedragen om dit advies aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (de Minister) toe te sturen. Tevens heeft PS op 7 juli 2017 het standpunt ingenomen dat het verzoek van verzoekster om een raadgevend referendum over het herindelingsadvies te houden niet aan alle daarvoor geldende criteria voldoet.

Verzoekster heeft tegen genoemde beslissingen van PS bezwaar gemaakt en heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een daarmee verband houdende voorlopige voorziening te treffen. Het nader geformuleerde verzoek strekt ertoe dat de beslissing van PS om GS op te dragen om het Herindelingsadvies aan de Minister toe te sturen wordt geschorst en PS wordt opgedragen om de Minister te verzoeken het Herindelingsadvies niet in behandeling te nemen totdat op het bezwaar is beslist casu quo het verzochte referendum geheel is afgerond.

PS heeft schriftelijk zijn standpunt over het verzoek om voorlopige voorziening kenbaar gemaakt..

Verzoekster heeft daarop gereageerd.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting, nu hij reeds op grond van de door partijen ingezonden stukken het verzoek kennelijk ongegrond acht. Daartoe wordt als volgt overwogen.

2. Voor zover het verzoek verband houdt met het bezwaar tegen de vaststelling van het Herindelingsadvies en de opdracht om dit aan de Minister door te zenden, staat aan toewijzing daarvan in de weg dat het bezwaar in zoverre niet is gericht tegen besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In de uitspraak van 5 juli 2017 (ECLI:NL:RBLIM:2017:6452) inzake een verzoek om voorlopige voorziening van het College van Burgemeester en Wethouders van Landgraaf betreffende het aan het Herindelingsadvies van PS voorafgaande herindelingsontwerp heeft de voorzieningenrechter onder meer geoordeeld dat bij de totstandkoming van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) is beoogd om ter zake van de met het oog op de voorbereiding van een herindelingswet genomen beslissingen en tussenstappen beroep bij de bestuursrechter uit te sluiten en dat deze beslissingen en tussenstappen bovendien niet als voor beroep vatbare besluiten kunnen worden aangemerkt omdat zij rechtsgevolg ontberen. Er is geen reden om over de vaststelling van het Herindelingsadvies en de opdracht om dit aan de Minister door te zenden anders te oordelen. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat het daartegen gerichte bezwaar niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

3. Verzoekster heeft het verzoek om voorlopige voorziening tevens gekoppeld aan het door haar gemaakte bezwaar tegen het standpunt van PS dat niet voldaan is aan de criteria voor het houden van een raadgevend referendum, die ingevolge de Referendumverordening Provincie Limburg 2012 (de Referendumverordening) van toepassing zijn. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzoek in zoverre niet toewijsbaar is. Hij overweegt daartoe als volgt. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan alleen dan een voorlopige voorziening worden getroffen indien beroep is ingesteld of bezwaar is gemaakt tegen een besluit. Uit dit vereiste vloeit mede voort dat een te treffen voorlopige voorziening niet mag treden buiten de grenzen van het besluit waartegen het beroep of bezwaar is gericht. Toewijzing van het voorliggende verzoek zoals weergegeven onder procesverloop, zou betekenen dat wordt ingegrepen in de besluitvorming in het kader van andere wetgeving, in dit geval de Wet Arhi, en zou derhalve de grenzen van het afwijzende besluit in het kader van de Referendumverordening te buiten gaan. Uit hetgeen onder 2 is overwogen vloeit bovendien voort dat de rechtmatigheid van de besluitvorming in het kader van de Wet Arhi niet ter beoordeling van de bestuursrechter staat omdat geen sprake is van voor beroep vatbare besluiten. Dat het honoreren van het verzoek om een raadgevend referendum te houden ingevolge artikel 6, derde lid, van de Referendumverordening als consequentie zou hebben gehad dat PS de besluitvorming over het Herindelingsadvies had moeten aanhouden, leidt niet tot een ander oordeel. Dat doet er immers niet aan af dat de gevraagde voorlopige voorzieningen uitsluitend zijn gericht op het ingrijpen in de besluitvorming in het kader van de Wet Arhi en niet op het treffen van een voorlopige maatregel betreffende de toepassing van de Referendumverordening.

4. Uit hetgeen onder 2 en 3 is overwogen volgt dat het verzoek als kennelijk ongegrond moet worden afgewezen.

5. Nu reeds zonder behandeling ter zitting moet worden geconcludeerd dat het verzoek kennelijk ongegrond is, laat de voorzieningenrechter in het midden of verzoekster nog belang heeft bij een besluit op het bezwaar tegen het afwijzend standpunt van PS over het verzoek om een raadgevend referendum. Over de vraag of er procesbelang is, is namelijk discussie mogelijk nu het Herindelingsadvies waarop het verzoek om een raadgevend referendum betrekking had, al is vastgesteld en raadgeving daarover derhalve een gepasseerd station is.

6. Voor vergoeding van proceskosten bestaat geen grond.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Th.M. Schelfhout, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J.. Buddeke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2017.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 1 augustus 2017

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.