Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:7501

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
01-08-2017
Zaaknummer
03/866294-16; 700107-14 (VTVV)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor bezit van kinderporno. Door pedofiele stoornis in combinatie met andere stoornissen die de man heeft, wordt de kans op herhaling als zeer hoog ingeschat. Op advies van de deskundigen legt de rechtbank de man TBS met voorwaarden op en stelt in dat kader strenge voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/866294-16; 700107-14 (VTVV)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 augustus 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. B. Mahovic, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 18 april 2017 en 18 juli 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn op beide zittingen verschenen. De rechtbank heeft op 18 april 2017 het onderzoek ter terechtzitting geschorst teneinde de reclassering in de gelegenheid te stellen alsnog een advies uit te brengen over de invulling van de voorwaarden in het geval de rechtbank terbeschikkingstelling onder voorwaarden geboden zou achten. De officier van justitie en de verdediging hebben op 18 juli 2017 hun standpunten kenbaar gemaakt.

Als deskundigen waren op 18 april 2017 en 18 juli 2017 aanwezig de heer [naam deskundige 1] van de reclassering en de heer [naam deskundige 2] van Zorggroep Triade.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: opzettelijk kinderporno heeft aangeboden, verworven of in bezit heeft gehad en daarvan een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 2: opzettelijk dierenporno in zijn bezit had.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten bewezen kunnen worden. De verklaring van de verdachte, inhoudende dat iemand anders op zijn gegevensdragers naar kinderporno heeft gezocht en gekeken, wordt weerlegd door het technische bewijs na onderzoek aan die gegevensdragers.

Dat het proces-verbaal over de aangetroffen afbeeldingen niet door de verbalisant is ondertekend, staat er niet aan in de weg dat het, in samenhang bezien met de inhoud van andere bewijsmiddelen, als bewijs wordt gebruikt. De toonmap met afbeeldingen, waarop de verbalisant zijn bevindingen heeft gebaseerd, is ter terechtzitting aanwezig en de raadsman kan deze map inzien ter controle van de in het proces-verbaal gerelateerde bevindingen van de verbalisant.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Het proces-verbaal, waaruit moet blijken dat er kinderporno is aangetroffen, is namelijk niet door de verbalisant ondertekend. Daarmee kan het proces-verbaal en de daarvan onderdeel uit makende documenten niet als wettig bewijsmiddel worden gebruikt. In de overige processen-verbaal worden slechts websites genoemd. Blijkens de jurisprudentie kan op basis daarvan niet worden vastgesteld dat het om kinderporno gaat.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte heeft ontkend dat de kinderporno van hem is of dat de kinderporno door hem op zijn laptop of iPad is gezet. Het is mogelijk dat zijn ex-partner dit heeft gedaan, want zij beschikte over de gebruikersgegevens van de account van verdachte.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

Op donderdag 3 maart 2016 werd door de Reclassering Limburg een overleg met de officier van justitie aangevraagd vanwege het vermoeden dat de verdachte in het bezit was van kinderporno. De Reclassering heeft om een hercontrole van de gegevensdragers van de verdachte verzocht, die eerder wegens het bezit van kinderporno was veroordeeld.

Die hercontrole is op 30 maart 2016 uitgevoerd door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in de woning van de verdachte te Valkenburg. De verdachte heeft op hun verzoek zijn gegevensdragers overhandigd. Bij het openen van de witte iPad zag verbalisant [verbalisant 2] direct afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij kennelijk kinderen onder de 18 jaren betrokken of schijnbaar betrokken waren.

De verbalisanten hebben de volgende gegevensdragers in beslag genomen:

- zilverkleurige externe harddisk, merk Toshiba;

- zwarte notebook, merk Packard Bell;

- witte Apple iPad2;

- witte tablet, merk Archos;

- zwarte tablet, merk Tomtec.

Onderzoek aan de gegevensdragers

De genoemde gegevensdragers zijn voor digitaal onderzoek aangeboden aan digitaal rechercheur [rechercheur 1] . Na verricht onderzoek zijn de in deze gegevensdragers aanwezige bestanden ter beoordeling aan zedenrechercheur [rechercheur 2] aangeboden.

De witte tablet van het merk Archos en de zwarte tablet van het merk Tomtec bleken niet benaderbaar te zijn. Op de externe harddisk werd geen strafbaar materiaal aangetroffen.

Op de zwarte notebook van het merk Packard Bell werden echter in totaal 612 afbeeldingen aangetroffen, die op basis van de wet, de geldende jurisprudentie en de Aanwijzing Kinderpornografie van het College van procureurs-generaal als kinderporno aan te merken zijn.2

Van de aangetroffen 612 afbeeldingen waren drie bestanden accessible, dat wil zeggen: bestanden die normaal en zonder speciale software door de gebruiker zijn te benaderen.

317 afbeeldingen zijn aangetroffen in de map temporary internetfiles. In deze map worden tijdelijke internetbestanden automatisch opgeslagen, waardoor die bestanden bij volgende bezoeken door de gebruiker sneller toegankelijk zijn. Een bijzondere handeling van de gebruiker is voor die opslag dus niet vereist. De overige 292 bestanden waren gewist. Daarmee zijn die bestanden, zonder daarvoor bestemde software, niet meer eenvoudig door de gebruiker te benaderen. Dit type software is niet op de notebook van het merk Packard Bell aangetroffen.

De 612 afbeeldingen zijn verwerkt in een collectiescan: een inhoudelijke beoordeling van het aangetroffen kinderpornografische materiaal. Op 90% van de afbeeldingen blijken kinderen zichtbaar jonger dan twaalf jaar en op 95% van de afbeeldingen zijn meisjes zichtbaar. Uit die collectiescan heeft de verbalisant vervolgens een representatieve doorsnede van tien afbeeldingen samengesteld. Die tien afbeeldingen zijn samengevoegd in een toonmap, die als stuk van overtuiging aan de officier van justitie beschikbaar is gesteld. Daarvan waren vijf fotobestanden afkomstig uit de temporary files, vier uit de deleted items en één afbeelding was normaal toegankelijk. De tien bestanden zijn allemaal aangetroffen op de zwarte notebook van het merk Packard Bell.

De tien afbeeldingen zijn ook door de verbalisant woordelijk omschreven in het proces-verbaal. Het betreft de afbeeldingen met de volgende bestandsnamen:

- [bestandsnaam 1] ;

- [bestandsnaam 2] ;

- [bestandsnaam 3] ;

- [bestandsnaam 4] ;

- [bestandsnaam 5] ;

- [bestandsnaam 6] ;

- [bestandsnaam 7] ;

- [bestandsnaam 8] ;

- [bestandsnaam 9] ;

- [bestandsnaam 10] .

Op de afbeeldingen zijn puberale meisjes (tussen de 12 en 14 jaar) en pre-puberale meisjes en jongens (tussen de 8 en 10 jaar) te zien, die seksuele handelingen verrichten bij volwassenen of bij elkaar of poseren in erotisch getinte houdingen.3

Verbalisant [verbalisant 1] heeft het proces-verbaal waarin hij de beoordeling van de bestanden op de notebook heeft beschreven, niet ondertekend. Terecht betoogt de raadsman dat het proces-verbaal daarmee niet voldoet aan de vormvereisten die de wet aan een proces-verbaal stelt. Het betoog van de raadsman faalt echter voor zover hij bepleit dat het proces-verbaal en de daarin genoemde ‘volgende documenten’ derhalve van bewijs dienen te worden uitgesloten. Een niet ondertekend proces-verbaal is een ander geschrift in de zin van artikel 344, eerste lid, aanhef en sub 5° van het Wetboek van Strafvordering en kan, in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, en ook al mist het de bijzondere bewijskracht die een wel ondertekend en op ambtseed of belofte opgemaakte proces-verbaal toekomt, nog steeds dienen als bewijs.

Verbalisant [verbalisant 3] heeft vervolgens nader onderzoek gedaan naar de data van de hiervoor genoemde tien afbeeldingen op de notebook.

Hij heeft geconcludeerd dat degene die gebruik maakte van het account [naam account] , zich middels een geautomatiseerd werk toegang heeft verschaft tot kinderporno. Dit baseert de verbalisant op de plaats op de datadrager waar de kinderporno zich bevond dan wel had bevonden (in het geval van de gewiste bestanden). Gezien de hoeveelheid aangetroffen kinderporno lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat dit per ongeluk is gebeurd.

De verbalisant heeft ook verschillende .LNK bestanden aangetroffen. Deze bestanden worden ook wel snelkoppelingen genoemd en bevatten verwijzingen naar bestanden, die door het besturingssysteem in de onderhavige gevallen automatisch werden aangemaakt.

Uit de data blijkt dat deze bestanden zijn aangemaakt in de periode gelegen tussen 25 januari 2016 en 11 maart 2016. Dergelijke bestanden stonden in de map ‘onlangs geopende items’ en de toegang tot deze bestanden had alleen de gebruiker ‘ [naam account] ’. De bestandsnamen bevatten afkortingen, die volgens de verbalisant veelal gebruikt worden door personen geïnteresseerd in kinderporno, om sneller te vinden wat zij zoeken. In enkele bestandsnamen komt bovendien de naam of term ‘Aresra’ voor. Volgens de verbalisant is Ares een programma dat downloadt via het peer-to-peer principe. Hierdoor kunnen bestanden gratis en grotendeels anoniem verzonden worden tussen personal computer verbonden met het internet. Verbalisant [verbalisant 3] concludeert dan dat de gebruiker met de naam [naam account] , gebruikmakend van Ares, geprobeerd heeft om bestanden te downloaden.4

Er is zoals gezegd ook onderzoek gedaan naar de Apple iPad2. Uit de geschiedenis van de internetbrowsers blijkt dat een groot deel van de bezochte sites bestaat uit URL’s die betrekking hebben op kinderen en speciaal op jonge meisjes. URL staat voor Uniform Resource Locator en is het adres van een bestand op internet. Dit zijn webpagina’s of afbeeldingen. Een van die websites [website] . Deze site stond overigens ook open op de iPad toen de verbalisanten deze in beslag namen. De verbalisant is ambtshalve bekend dat op die website veelvuldig kinderpornografische foto’s worden geplaatst.

Gelet op de aangetroffen zoekwoorden “blootkind”, “kleine meisjes in sexy ondergoed”, “naked preteen”, “realgirl 10-17”, 11yo – 13 yo meisjes strand candids” en “girls in tender years on unter 11), in combinatie met de aangetroffen websites, bestandsnamen en afbeeldingen is bij de zedenrechercheurs het vermoeden ontstaan dat de gebruiker [emailadres verdachte] zich door middel van een communicatiedienst de toegang tot kinderpornografisch materiaal verschafte.5

De verklaring van de verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het inderdaad zijn gegevensdragers zijn.

De laptop heeft hij naar eigen zeggen eind mei of begin juni 2015 gekocht. De Ipad heeft hij daar vlak voor of vlak na gekocht. De verdachte heeft echter ontkend dat hij naar kinderporno gezocht of gekeken heeft, laat staan dat hij kinderporno bewaarde en dus in zijn bezit had. Hij heeft bij het openen van de bookmarks op de iPad wel gezien dat het om kinderporno ging.6

De verdachte heeft ter terechtzitting geopperd dat zijn ex-partner of een vriend van haar dit mogelijk hebben gedaan, want zij hadden de laptop en de iPad in gebruik en waren bekend met verdachtes gebruikersgegevens.

De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat het wordt tegengesproken door het hiervoor omschreven technisch onderzoek aan de gegevensdragers. Met name de data zijn daarbij van belang: de bestanden zijn in de periode van 25 januari 2016 tot en met 11 maart 2016 aangemaakt en in die periode was de relatie met zijn ex-partner al lang en breed over en had zij geen fysieke toegang meer tot de iPad. Ook verdachte zelf lijkt het tegen te spreken. Hij heeft immers verklaard dat hij de gegevensdragers in oktober 2015 heeft terug gekregen van zijn ex. Toen heeft hij die gegevensdragers ook opnieuw geïnstalleerd en nieuwe accounts aangemaakt. Dat is dus ruim voor de periode waarbinnen de bestanden volgens de digitaal rechercheurs zijn aangemaakt. Bovendien duiden de aangetroffen zoektermen erop dat de verdachte specifiek op zoek is geweest naar kinderporno.

Conclusies

De rechtbank stelt voorop dat voor bezit als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht vereist is (voorwaardelijk) opzet, hetgeen tot uitdrukking komt in een zekere (beschikkings)macht. Voor digitale gegevens is daartoe een element van bewuste vastlegging van het materiaal vereist. Alleen het bekijken van digitale kinderpornografie levert daarom in zijn algemeenheid nog geen strafrechtelijk verwijtbaar ‘bezit’ op.

De rechtbank leidt uit voornoemde onderzoeksbevindingen af dat er geen sprake is geweest van verwerven of bezit, met uitzondering van de drie bestanden die als accessible zijn bestempeld. Met betrekking tot die drie bestanden neemt de rechtbank aan dat de verdachte ze door een actieve handeling zijnerzijds heeft verkregen en op een toegankelijke plaats op zijn notebook heeft bewaard.

De overige bestanden bevonden zich in de temporary files of tussen de gewiste bestanden afkomstig uit de temporary files. Van die bestanden kan dus niet gezegd worden dat er sprake was van een bewuste vastlegging van het materiaal, omdat de bestanden automatisch door het systeem zijn aangemaakt. Wel is de conclusie dat de verdachte zich opzettelijk de toegang tot deze bestanden heeft verschaft via een geautomatiseerd netwerk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (namelijk: Ares). Getuige de gebruikte zoektermen, de bezochte internetsites en de hoeveelheid aangetroffen kinderporno is de verdachte actief op zoek geweest naar kinderporno. En dat is strafbaar.

Ten aanzien van de afbeelding met dierenporno overweegt de rechtbank dat deze afbeelding in de temporary files stond. Ook hier heeft dus geen bewuste vastlegging plaats gevonden door de verdachte. De rechtbank kan enkel concluderen dat de verdachte kennelijk naar deze afbeelding heeft gekeken en dat levert nog geen strafbaar bezit van die afbeelding op. De rechtbank heeft bovendien geen aanknopingspunten in het dossier aangetroffen dat de verdachte actief op zoek is geweest naar dierenporno. De verdachte moet daarom van feit 2 worden vrijgesproken.

Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 1 mei 2015 tot en met 30 maart 2016 te Valkenburg aan de Geul kinderpornografie heeft verworven en in zijn bezit heeft gehad en dat hij zich tot kinderporno toegang heeft verschaft door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst.

Daarvan heeft de verdachte een gewoonte gemaakt, blijkens de hoeveelheid aangetroffen kinderporno en de periode waarbinnen de verdachte deze afbeeldingen heeft verworven dan wel actief is bezig geweest om zich toegang te verschaffen tot kinderporno.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1:

op tijdstippen in de periode van 1 mei 2015 tot en met 30 maart 2016 te Valkenburg, in de gemeente Valkenburg aan de Geul, telkens gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een computer (Packard Bell) en een tablet (iPad), van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het met de penis oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 1] , p. 31 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 3] , p. 31 pv en/of

- een foto met bestandnaam [bestandsnaam 4] , p. 31 pv)

en

het met de tong aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het met de hand betasten van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 6] , p. 32 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 9] , p. 32 pv)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en opgemaakt is en poseert in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto('s) /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 2] , p. 31 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 5] , p. 31 en 32 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 8] , p. 32 pv)

en

het ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het houden van een (stijve) penis naast het gezicht en lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 6] , p. 32 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 7] , p. 32 pv)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

T.a.v. feit 1:

Meermalen een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben en zich daartoe de toegang verschaffen door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van de Pro Justitia rapportage opgemaakt door [naam psycholoog] , GZ-psycholoog, van 14 maart 2017 en de Pro Justitia rapportage van [naam psychiater] , psychiater, van 6 maart 2017.

Zowel de psychiater als de psycholoog concluderen dat bij verdachte sprake is van een autisme spectrum stoornis en een pedofiele stoornis van het niet exclusieve type met een gerichtheid op prepuberale meisjes. Daarnaast is er sprake van ongespecificeerde persoonlijkheidsproblematiek, die zich vooral uit in impulsief handelen. Deze stoornissen zijn altijd aanwezig en versterken elkaar als het om gedrag gaat. Gezien de ontkenning van de verdachte kunnen de deskundigen niet concreet aangeven op welke manier de stoornissen hebben doorgewerkt in het tenlastegelegde en kan niet omschreven worden welke stoornis daarbij voorliggend is geweest. De psychiater beschrijft in zijn forensisch psychiatrische beschouwing wel de meest waarschijnlijke doorwerking.

Volgens de psychiater heeft de gebrekkige persoonlijke en emotionele ontwikkeling sporen achtergelaten in de psychoseksuele ontwikkeling van de verdachte. Hij vertoonde in zijn vroege adolescentie een ziekelijke seksuele geestelijke afwijking, verwant aan fetisjisme en nadien parafiele fantasieën en gedragingen. Hij heeft niet het vermogen om met een volwassen vrouw een wederkerige intieme, seksueel bevredigende relatie aan te gaan en te behouden. Dit houdt verband met de onveilige hechting en de egocentrische instelling van de verdachte. Verder speelt de autisme spectrum stoornis een belangrijke rol. Hierdoor ontbreekt het verdachte aan voldoende inlevingsvermogen, fantasie en speelsheid om zijn seksuele belevingen in zijn seksuele gedrag goed af te stemmen op zijn vrouwelijke partner en hieraan gepast invulling te geven. Zijn seksuele gedrag is sterk zelfgericht en gericht op directe behoeftebevrediging. Wanneer hij hierin gefrustreerd wordt, kan hij zijn partner sterk onder druk zetten en/of seksueel afwijkend gedrag vertonen zoals het downloaden van kinderporno. Er is sprake van een sterke seksuele prikkelbehoefte en hyperseksualiteit gepaard gaande met een slechte seksuele impulsbeheersing. De verdachte heeft sterk de neiging om zijn deviante seksuele gedrag te ontkennen of te bagatelliseren, waardoor zijn vermogen tot seksuele impulsbeheersing ondermijnd wordt. Zo fungeert het downloaden van kinderporno voor de verdachte naar eigen zeggen ook als afleiding van spanningen en frustraties. Hij seksualiseert dus onlustgevoelens. Als gevolg van zijn autisme spectrum stoornis en zijn persoonlijkheidsproblematiek, beschikt de verdachte over onvoldoende persoonlijke en sociale vaardigheden om spanningen en frustraties het hoofd te bieden. De psycholoog is tot vergelijkbare bevindingen gekomen.

Het advies van beide deskundigen is het tenlastegelegde (voor zover bewezen) in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt dit advies over.

Het verweer van de raadsman in zijn pleitnota als ‘meer subsidiair’ geformuleerd dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is, verwerpt de rechtbank, nu daarvoor geen steun kan worden gevonden in de door de deskundigen uitgebrachte rapporten.

De verdachte is dus strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid volledig uitsluiten.

6 De straf en/of maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen de maatregel van terbeschikkingstelling onder voorwaarden conform het advies van deskundigen en de reclassering. Ambulante hulpverlening is afgelopen jaren onvoldoende gebleken en daarom is een ander kader geboden. De officier van justitie heeft bovendien gevorderd om de maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gewezen op de ontkennende verklaring van de verdachte. Bovendien was de hulpverlening na de veroordeling in 2014 niet adequaat en onprofessioneel. Gelet hierop verzoekt de raadsman om de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.

Als subsidiair standpunt heeft de raadsman bepleit dat de verdachte gezien zijn vele stoornissen volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het plaatsen van de verdachte in de beschermde woonvorm bij Moveoo lichte voorkeur geniet, omdat hij dan bij zijn huidige werkgever kan blijven werken en zijn ouders kan bezoeken. Ook zou zijn vriendin hier mogen overnachten, maar die toezegging is kennelijk ingetrokken tijdens een gesprek tussen de verdachte en Moveoo. De raadsman verzoekt voorts om het advies niet te volgen om de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. Indien de rechtbank hier toch toe besluit, plaatst de raadsman vraagtekens bij de geadviseerde voorwaarde om het gebruik van libidoremmers te verplichten. Ten slotte heeft de raadsman er op gewezen dat de verdachte artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht in de minst erge vorm heeft overtreden. Hij heeft kinderporno bekeken, maar niet verspreid, aangeboden, vervaardigd etc.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzoeken en bekijken van kinderporno. Uit de hiervoor aangehaalde deskundigenrapportages blijkt dat de verdachte aan pedofilie lijdt, met een voorkeur voor prepuberale meisjes. Inderdaad hebben de aangetroffen bestanden voornamelijk betrekking op meisjes onder de twaalf jaar. De deskundigen hebben vastgesteld dat het downloaden van kinderporno voor de verdachte fungeert als afleiding van spanningen en frustraties. Die conclusie lijkt bevestigd te worden door het technische bewijs. Hieruit ontstaat namelijk niet zo zeer het beeld van een verzamelaar, maar wel van iemand die met momenten actief op zoek gaat naar kinderporno om opgekomen frustraties het hoofd te bieden en lusten te bevredigen. Dat is hoe dan ook een ernstig strafbaar feit, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte is mede verantwoordelijk voor genoemd seksueel misbruik omdat hij door deze pornografie te bekijken en soms op zijn computers op te slaan heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag daarnaar. Voor een effectieve bestrijding van de vervaardiging van dit soort pornografie is het noodzakelijk niet alleen degenen aan te pakken die het vervaardigen, maar ook degenen die het afnemen.

Het is niet de eerste keer dat de verdachte zich schuldig gemaakt aan het verwerven van kinderporno. Hij is in 2014 hier ook voor veroordeeld. Daarbij werd hij verplicht om mee te werken aan ambulante behandeling en is hij onder reclasseringstoezicht gesteld. Desondanks is hij –tijdens de proeftijd– opnieuw in de fout gegaan. Ook is hij in het verleden veroordeeld voor een pedoseksueel delict, waarbij hij een kind heeft aangerand.

Dit alles maakt dat de rechtbank zich ernstige zorgen maakt over de toekomst en dat de vraag zich opdringt wat de meest passende strafrechtelijke reactie is.

De zorgen over de toekomst worden gedeeld door de deskundigen. Zij hebben zich ook uitgelaten over het risico op herhaling. Alarmerend is dat de verdachte in een van de risicotaxaties zeer hoog scoort, hoger dan 91.8 % van de zedendelinquenten. Wanneer de uitkomsten van de verschillende risicotaxatie instrumenten gecombineerd worden, blijkt er sprake te zijn van een zeer hoge prioriteitscategorie, waarbij intensieve behandeling noodzakelijk is. Daarbij springt als bijzonder verontrustend in het oog dat niet alleen een groot risico bestaat dat de verdachte opnieuw kinderporno zal bekijken en/of downloaden, maar dat zelfs de vrees bestaat dat de verdachte, bij het uitblijven van behandeling, zich daadwerkelijk aan een jong kind vergrijpt.

Uit de reclasseringsrapportage van 6 april 2017 blijkt dat het ambulante toezicht- en behandelkader van de afgelopen twee jaren onvoldoende was. Door de reclasseringsmedewerker is ter terechtzitting toegelicht dat hierbij sprake was van steeds voortschrijdende inzichten. De deskundigen hebben de indruk dat de verdachte vooral geleerd heeft zich beter sociaal wenselijk op te stellen, hetgeen hem onbereikbaar maakt voor interventies. Nog steeds ontbreekt het hem aan probleembesef en aan ziekte-inzicht. Hij is niet transparant en geeft anderen de schuld van zijn problemen. Hij bagatelliseert bovendien zijn (pedo)seksuele gevoelens en gedragingen.

De deskundigen zijn het er daarom over eens dat voor een andere aanpak moet worden gekozen om het risico op recidive in de toekomst te beperken. Zij stellen behandeling en begeleiding in een forensische psychiatrische beschermde woonvoorziening voor. Dit dient plaats te vinden in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling onder voorwaarden, omdat de deskundigen andere strafrechtelijke kaders onvoldoende achten vanwege het voornoemde gebrek aan probleembesef en transparantie.

Gelet hierop is door de reclassering op 5 juli 2017 in een aanvullend rapport advies uitgebracht over de invulling van de bijzondere voorwaarden, te verbinden aan de maatregel van terbeschikkingstelling. Bij het formuleren van die voorwaarden is er aandacht geweest voor de persoonlijke situatie van de verdachte, zoals zijn werk, zijn relatie en de afstand tot zijn familie. Een en ander om de kans te vergroten dat dit behandelkader wel het gewenste effect gaat sorteren.

De rechtbank zal de deskundigen volgen in hun adviezen. Zij hebben de rechtbank ervan overtuigd dat een ander strafrechtelijk kader dan de maatregel van terbeschikkingstelling onvoldoende is om behandeling en begeleiding veilig te stellen, waarmee uiteindelijk de maatschappij tegen de verdachte en de verdachte tegen zichzelf beschermd wordt. Dat betekent dat de rechtbank oordeelt dat de (algemene) veiligheid van anderen het opleggen van de maatregel eist. Immers houdt de vraag naar kinderporno ook het aanbod (en dus het vervaardigen) van kinderporno in stand. Ook aan de overige wettelijke vereisten voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling is voldaan: tijdens het begaan van het feit was er bij de verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornissen van de geestvermogens en tevens is op het begane misdrijf naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld.

De rechtbank zal aldus aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling opleggen voor de duur van twee jaren en aan het gedrag van de verdachte de voorwaarden stellen, zoals door de reclassering in haar rapport van 5 juli 2017 geadviseerd.

De rechtbank zal voorts op de voet van artikel 38, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht bevelen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is. Dit acht zij geboden in verband met het hoge recidivegevaar.

De rechtbank acht het niet passend om naast het opleggen van de maatregel ook nog een straf op te leggen in de vorm van een gevangenisstraf. Een dergelijke sanctie zou immers de beoogde en noodzakelijke behandeling vertragen of zelfs doorkruisen terwijl de maatschappij juist erbij gebaat is dat de nadruk ligt op voorkoming van recidive.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer in het arrondissement Limburg van 28 juli 2014, gewezen onder parketnummer 03/700107-14, te weten gevangenisstraf voor de duur van elf maanden. De verdachte heeft immers door het nu tenlastegelegde de algemene voorwaarden overtreden.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie haar vordering gewijzigd in de zin dat zij afwijzing van haar vordering heeft gevorderd om de tenuitvoerlegging van de gevorderde maatregel van terbeschikkingstelling niet te doorkruisen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor afwijzing van de vordering, omdat niemand gebaat is bij het opsluiten van de verdachte. Gedurende de detentie zal er geen behandeling plaats vinden, hij zal zijn werk verliezen en mogelijk ook zijn relatie. Bovendien hebben bijna alle betrokkenen aangegeven dat de hulpverlening op alle fronten heeft gefaald. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de verdachte daar niet voor verantwoordelijk gehouden kan worden.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte opnieuw kinderporno in zijn bezit heeft gehad. Daarmee heeft hij zich voor het einde van de vastgestelde proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten en aldus heeft hij de algemene voorwaarde overtreden.

Doorgaans is dit zonder meer reden de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf te gelasten. Nu de rechtbank echter oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling onder voorwaarden passend en geboden acht, ziet zij hierin voldoende reden de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen. Het is namelijk onwenselijk dat de uitvoering van die maatregel door de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf wordt vertraagd of doorkruist.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 37a, 38, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 2;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Maatregel

- gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld voor de duur van twee jaren en stelt de volgende voorwaarden betreffende zijn gedrag:

  1. Ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit verleent de terbeschikkinggestelde medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt hij een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

  2. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan afspraken met en aanwijzingen van de reclassering;

  3. De terbeschikkinggestelde stelt zich voor de reclassering begeleidbaar en controleerbaar op en geeft toestemming aan de reclassering om contact te hebben met alle relevante personen en instellingen;

  4. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan een opname bij RIBW MOVEOO locatie Geleen;

  5. Indien na opname bij MOVEOO blijkt dat de geboden structuur (in termen van toezicht en controle) niet toereikend is, wordt de terbeschikkinggestelde aangemeld voor plaatsing bij RIBW de Schakel te Oostrum;

  6. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan viermaandelijkse evaluaties over zijn functioneren bij MOVEOO waarin expliciet wordt ingegaan op de invloed van zijn verblijf aldaar op het recidiverisico;

  7. De terbeschikkinggestelde bespreekt zijn dagelijks functioneren. Tevens geeft hij aan zijn behandelaars inzicht in zijn beleving van seksualiteit en is open over contacten (relaties);

  8. De terbeschikkinggestelde verblijft op het afgesproken adres en verandert niet van woonadres zonder toestemming van de reclassering;

  9. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan programma’s die gericht zijn op dagbesteding, sociale activering en leefklimaat in de instelling waar hij verblijft;

  10. De terbeschikkinggestelde is gehouden aan het alcohol- en drugsbeleid van de instelling waar hij verblijft. Indien de instelling waar hij verblijft alcoholconsumptie toestaat volgt hij aanwijzingen dienaangaande van Reclassering Nederland op. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan alcoholcontroles;

  11. De terbeschikkinggestelde wordt verplicht zich te laten behandelen voor seksueel grensoverschrijdend gedrag bij FPP De Horst of een soortgelijke forensische instelling;

  12. De terbeschikkinggestelde gaat op een verantwoorde manier om met zijn financiën, maakt geen schulden, geeft inzicht in zijn financiën en stelt zich begeleidbaar op. Hij accepteert een budgetbeheerder of een bewindvoerder en laat zijn financiën door hem beheren;

  13. De terbeschikkinggestelde onthoudt zich van

- het op digitale wijze met een seksuele tint communiceren met minderjarigen;

- gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden bekeken, uitgewisseld en/of verkregen;

- gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met kinderen wordt gecommuniceerd;

Werkt mee aan onaangekondigde controles van zijn telefoon(s), computer(s) en/of andere apparatuur waarop afbeeldingen (kunnen) worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd;

  • -

    geeft aan de reclassering opdracht de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

  • -

    beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 03/700107-14

- wijst de vordering af.

Dit vonnis is gewezen door mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. M.B. Bax en mr. F.L.G. Geisel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.J. Maas, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 augustus 2017.

Buiten staat

Mr. F.L.G. Geisel is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 30 maart 2016 te Valkenburg, in de gemeente Valkenburg aan de Geul, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten foto's - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een harddisk en/of een computer (Packard Bell) en/of

een tablet (iPad) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid en/of,

aangeboden en/of,

openlijk tentoongesteld en/of

vervaardigd en/of

ingevoerd en/of

doorgevoerd en/of

uitgevoerd en/of

verworven en/of

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong oraal en/of een voorwerp, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong en/of een voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon

door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 1] , p. 31 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 3] , p. 31 pv en/of

- een foto met bestandnaam [bestandsnaam 4] , p. 31 pv)

en/of

het met de/een mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de

billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 6] , p. 32 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 9] , p. 32 pv)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto('s) /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 2] , p. 31 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 5] , p. 31 en 32 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 8] , p. 32 pv)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 6] , p. 32 pv en/of

- een foto met bestandsnaam [bestandsnaam 7] , p. 32 pv)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

Hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 30 maart 2016, te Vlakenburg, in de gemeente Valkenburg aan de Geul, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) afbeelding(en), te weten, (een) foto('s) en/of film(s) en/of video('s) -

en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten een harddisk en/of een computer (Packard Bell) en/of een tablet (iPad)) - heeft verspreid en/of in bezit gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, welke voornoemde ontuchtige handeling(en) - zakelijk weergegeven - bestond(en) uit (onder meer):

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een vrouw door een dier

(een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 10] , p. 32 en 33 pv).

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Dienst Regionale Recherche, Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme Limburg, proces-verbaalnummer 2016043379, gesloten d.d. 8 september 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 95.

2 Het schriftelijk bescheid, zijnde een niet-ondertekend proces-verbaal getiteld Beschrijving Kinderpornografisch Materiaal, opgemaakt d.d. 31 augustus 2016, pagina 29 en 30.

3 Het schriftelijk bescheid, zijnde een niet-ondertekend proces-verbaal getiteld Beschrijving Kinderpornografisch Materiaal, opgemaakt d.d. 31 augustus 2016, pagina’s 30 tot en met 33 en de bijlage I, pagina’s 34 tot en met 36.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 augustus 2016, pagina’s 41 tot en met 50.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 augustus 2016, pagina’s 51 tot en met 56.

6 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 18 april 2017.