Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:7239

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26-07-2017
Datum publicatie
08-08-2017
Zaaknummer
5767529 cv 17-2058
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van verrichte werkzaamheden wordt bij gebrek aan gemotiveerde betwisting toegewezen. Vordering is voldoende onderbouwd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5767529 \ CV EXPL 17-2058

Vonnis van de kantonrechter van 26 juli 2017

in de zaak van:

de vennootschap onder firma [naam VOF],

gevestigd te [vestigingsadres] ,

eisende partij,

gemachtigde LAVG Groningen,

tegen:

1 [gedaagde 1] ,
wonend [adres gedaagden 1 en 2]
,

2. [gedaagde 2],
wonend [adres gedaagden 1 en 2]
,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 867,66 vermeerderd met rente en kosten.

2.2.

Gedaagde partij voert verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Eisende partij legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde partij werkzaamheden heeft verricht en materialen heeft geleverd. Bij factuur van 18 januari 2016 is een bedrag van € 230,75 in rekening gebracht en bij factuur van 15 april 2016 een bedrag van € 513,65.

3.2.

Gedaagde partij betwist de vordering bij gebrek aan wetenschap. In de gehele administratie is geen factuur, offerte of opdrachtbevestiging te vinden. Het zou kunnen zijn dat de moeder van gedaagde sub 1 opdracht heeft verstrekt, maar deze is plotseling op 19 juni 2016 overleden. Gedaagde partij heeft na het overlijden de woning verlaten en is twee maanden dakloos geweest. Het adres waar de vermeende werkzaamheden zouden zijn verricht, is een postadres van gedaagde partij.

3.3.

De kantonrechter is van oordeel dat het verweer van gedaagde partij als onvoldoende gemotiveerd moet worden verworpen. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt. Naar aanleiding van het bij conclusie van antwoord gevoerde verweer heeft eisende partij haar vordering toegelicht en uitvoerig uiteengezet welke werkzaamheden zijn verricht en welke kosten hiermee gemoeid waren. Gedaagde partij had hiertegen gemotiveerd en onderbouwd verweer moeten voeren, maar heeft dit nagelaten. Zo voert gedaagde partij onder meer aan dat het om een postadres gaat, dat niemand van eisende partij op het adres [adres] is geweest en dat het om een recent gebouwde woning gaat zodat van ouderdomsschade geen sprake kan zijn. Gedaagde partij toont dit verweer echter op geen enkele wijze aan. Stukken die het verweer zouden kunnen aantonen zijn niet in procedure gebracht.

3.4.

Met het overleggen van de facturen en de aanmaningen, alsmede de uitgebreid gegeven toelichting, is de kantonrechter van oordeel dat eisende partij haar vordering in voldoende mate heeft onderbouwd. Nu hier geen onderbouwd verweer tegenover staat, zullen de gevorderde factuurbedragen worden toegewezen. In hetgeen gedaagde partij aanvoert ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de facturen en de daaraan ten grondslag liggende bedragen. Door gedaagde partij is onvoldoende gesteld en aangetoond om tot een tegengestelde conclusie te komen.

3.5.

De vordering van eisende partij wordt toegewezen, met inbegrip van de gevorderde rente en kosten. De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.

3.6.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 83,51

  • -

    griffierecht 470,00

  • -

    salaris gemachtigde 200,00 (2 x tarief € 100,00)

totaal € 753,51

3.7.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 867,66, vermeerderd met de wettelijke rente over € 744,40 vanaf 11 januari 2017 tot aan de voldoening,

4.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 753,51,

4.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: