Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:710

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
06-06-2017
Zaaknummer
c/03/230535 HA RK 17/2
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Geen concrete feiten en omstandigheden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/230535 / HA RK 17/2

Datum uitspraak: 24 januari 2017

Datum verzending: 25 januari 2017

Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken

op het verzoek van

[verzoeker] ,

thans verblijvende in de Mondriaan, locatie Vijverdalseweg 1 te Maastricht,

dat strekt tot wraking van mr. M.A.M. van Uum, rechter in deze rechtbank (hierna: de rechter).

1 De procedure

Tijdens de zitting van de enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, bij deze rechtbank op 10 januari 2017, heeft verzoeker de wraking verzocht van de rechter.

De rechter heeft op 10 januari 2017, in een schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek, de wrakingskamer bericht niet te berusten.

De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 januari 2017. Ter zitting is de verzoeker niet verschenen. Wel is verschenen zijn raadsvrouw mr. S. Selbach, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. Zij heeft verklaard dat zij het verzoek niet ondersteunt.

De rechter is ook verschenen.

De wrakingskamer heeft in aanwezigheid van rechter en advocaat ter zitting mondeling uitspraak gedaan, luidend als hierna onder 4. en thans schriftelijk vastgelegd.

2 Standpunt verzoeker

Verzoeker heeft de rechter gewraakt, omdat hij iets tegen de rechtbank heeft. Zijn gevoelens liggen niet goed bij de rechter. De verzoeker heeft voorts betoogd dat de procedure niet juist is verlopen, dat de klok niet goed is en de orde niet juist verloopt.

3 Het standpunt van de rechter

De rechter heeft in een schriftelijke reactie - kort gezegd - gesteld dat de verzoeker geen concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd ter onderbouwing van het wrakingsverzoek. Ter zitting heeft zij hier nog aan toegevoegd dat de verzoeker haar direct na binnenkomst, nog voordat zij een vraag had kunnen stellen, heeft gewraakt.

4 De beoordeling

De wrakingskamer stelt vast, en is daarmee van oordeel, dat verzoeker geen feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit (de schijn van) vooringenomenheid van de rechter jegens hem zou kunnen worden afgeleid. Het verzoek is dan ook ongegrond en zal worden afgewezen.

5 De beslissing

De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking van mr. M.A.M. van Uum af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. van Unen, voorzitter, mr. F.L.G. Geisel en

mr. J.J. Groen, leden, bijgestaan door mr. C.K. Spronk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2017.