Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:6097

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28-06-2017
Datum publicatie
29-06-2017
Zaaknummer
04 5461937 CV 16-10048
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tekortkoming Ziggo niet komen vast te staan. Vordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5461937 \ CV EXPL 16-10048

Vonnis van de kantonrechter van 28 juni 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZIGGO B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij,

gemachtigde LAVG Groningen,

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

Partijen worden hierna Ziggo en [gedaagde partij] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde partij] heeft bij Ziggo een TV Standaard- en een Internet Z2 abonnement met uitgebreide internetbeveiliging afgesloten. De maandelijkse kosten voor deze abonnementen bedroegen € 56,45.

2.2.

Op 5 augustus 2015 is Ziggo in verband met het uitblijven van betaling van de facturen van 28 april 2015 en 26 juni 2015 - een totaalbedrag van € 137,90 - overgegaan tot afsluiting van de digitale diensten aan [gedaagde partij] . [gedaagde partij] heeft hierover op 5 augustus 2015 telefonisch contact opgenomen met Ziggo. [gedaagde partij] heeft die avond het openstaande bedrag van € 137,90 via accept e-mail betaald.

2.3.

De door Ziggo verzonden facturen over de periode augustus 2015, september 2015, oktober 2015 en 1 tot 17 november 2015 van in totaal € 199,46 heeft [gedaagde partij] niet betaald.

2.4.

De overeenkomst is beëindigd per 17 november 2015.

3 Het geschil

3.1.

Ziggo vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 243,23,

te vermeerderen met rente en kosten als in de dagvaarding vermeld.

3.2.

[gedaagde partij] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ziggo stelt zich op het standpunt dat [gedaagde partij] in gebreke is gebleven met betaling van de volgende facturen:

  • -

    Factuur 456558932 d.d. 29-07-2015, periode augustus 2015, € 56,45

  • -

    Factuur 459143804 d.d. 27-08-2015, periode september 2015, € 56,45

  • -

    Factuur 461756616 d.d. 28-09-2015, periode oktober 2015, € 56,45

  • -

    Factuur 468521309 d.d. 27-11-2015, periode 01-11-2015 – 17-11-2015, € 30,11.

Ziggo stelt dat zij [gedaagde partij] meermaals op de hoogte heeft gebracht van de betalingsachterstanden.

4.2.

Uit het verweer van [gedaagde partij] begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde partij] bovenstaande facturen niet heeft voldaan omdat Ziggo na betaling door [gedaagde partij] van de achterstand op

5 augustus 2015 nooit tot heraansluiting van het signaal is overgegaan. Ziggo is haar contractuele verplichtingen niet nagekomen, aldus [gedaagde partij] .

Ziggo stelt zich op het standpunt dat zij de levering van de digitale diensten op

10 augustus 2015, na betaling van de achterstand door [gedaagde partij] , weer heeft hervat. Ziggo erkent dat zij de levering van de digitale diensten op 12 oktober 2015 opnieuw heeft opgeschort aangezien [gedaagde partij] toen wederom een achterstand had laten ontstaan. De facturen van 29 juli 2015, 27 augustus 2015 en 28 september 2015 had [gedaagde partij] op dat moment nog niet voldaan.

4.3.

De kantonrechter overweegt dat het Ziggo op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden is toegestaan om in geval van een betalingsachterstand de levering van diensten op te schorten en dus tot afsluiting van het signaal over te gaan. Ziggo was naar het oordeel van de kantonrechter op 5 augustus 2015 dan ook gerechtigd om het signaal af te sluiten. Hoewel Ziggo aangeeft dat zij op 10 augustus 2015 tot heraansluiting is overgegaan, stelt [gedaagde partij] dat dit nooit is gebeurd.

Partijen zijn het erover eens dat er op 10 augustus 2015 nog contact geweest is tussen [gedaagde partij] en Ziggo, maar niet is gebleken dat [gedaagde partij] toen, en/of naderhand, nog aan Ziggo heeft gemeld dat hij (nog steeds) geen signaal ontving. Dat er destijds geen heraansluiting heeft plaatsgevonden, is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook onvoldoende komen vast te staan. Vast staat wel dat er op 12 oktober 2015 opnieuw sprake was van een betalingsachterstand, zodat de afsluiting door Ziggo ook toen gerechtvaardigd was.

4.4.

Ziggo heeft erkend dat [gedaagde partij] een aantal keren, voor het laatst op 13 maart 2015, heeft geklaagd over storingen. Volgens Ziggo zijn die storingen echter opgelost, hetgeen door [gedaagde partij] niet wordt weersproken. Dat [gedaagde partij] na 13 maart 2015 nog storingen heeft gemeld, is niet komen vast te staan. Naar het oordeel van de kantonrechter vormen de storingsmeldingen in ieder geval geen reden om de onderhavige facturen van Ziggo onbetaald te laten. De kantonrechter komt dan ook tot de slotsom dat [gedaagde partij] zijn betalingsverplichtingen jegens Ziggo ten onrechte heeft opgeschort. [gedaagde partij] dient de factuurbedragen die Ziggo in het kader van deze procedure vordert, dan ook te voldoen.

4.5.

[gedaagde partij] heeft verder nog aangevoerd dat hij eveneens door Ziggo gedupeerd is omdat Ziggo zijn mobiele telefoonaansluiting eind augustus 2016 heeft afgesloten.

Ziggo vertelde [gedaagde partij] dat in verband met de kwestie rond het tv-abonnement de kapotte simkaart niet meer vervangen zou worden en het GSM abonnement per direct was stop gezet. [gedaagde partij] heeft hierdoor schade geleden, bestaande uit teveel betaald abonnementsgeld ten bedrage van € 70,85 en de aanschaf van prepaidkaarten voor een totaalbedrag van

€ 40,00, derhalve in totaal € 110,85. Deze schade dient door Ziggo te worden vergoed, aldus [gedaagde partij] . Ziggo stelt zich op het standpunt dat het Ziggo Mobiel abonnement per 24 oktober 2016 is beëindigd door [gedaagde partij] wegens een overstap naar een andere mobiele telefonieprovider. Ziggo erkent dat [gedaagde partij] in augustus 2016 contact met haar heeft opgenomen met de wens over te stappen naar een 4G abonnement. Dit was echter niet mogelijk omdat het hebben van een televisieabonnement (dat was beëindigd in november 2015) een voorwaarde was voor het afsluiten van een 4G Ziggo Mobiel abonnement. [gedaagde partij] had de keuze om zijn oude Ziggo Mobiel abonnement voort te zetten, en hij had in dat geval een nieuwe simkaart bij Ziggo kunnen bestellen. Hij heeft er voor gekozen dit niet te doen.

4.6.

De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat de door [gedaagde partij] gestelde schade ten bedrage van € 110,85 is veroorzaakt door het handelen van Ziggo.

Immers, gelet op de gemotiveerde betwisting door Ziggo, is niet komen vast te staat dat het telefoonabonnement door Ziggo is beëindigd. Dat Ziggo kennelijk geen 4G abonnement met [gedaagde partij] wenste af te sluiten omdat [gedaagde partij] niet aan de voorwaarden voldeed, valt onder de contractsvrijheid van Ziggo. Voor toewijzing van de gevorderde schade acht de kantonrechter dan ook geen termen aanwezig.

4.7.

Ziggo maakt verder aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na

1 juli 2012 is ingetreden.

Ziggo heeft aan [gedaagde partij] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is dan ook toewijsbaar.

4.8.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.9.

[gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Ziggo worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 80,77

  • -

    griffierecht 117,00

  • -

    salaris gemachtigde 60,00 (2 x tarief € 30,00)

totaal € 257,77

4.10.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Ziggo te betalen een bedrag van € 243,23, vermeerderd met de wettelijke rente over € 199,46 vanaf

5 september 2016 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van Ziggo gevallen en tot op heden begroot op € 257,77,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: em

coll: