Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:5759

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
20-06-2017
Zaaknummer
03/700477-16 en 03/866045-17 (ttzgev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

poging zware mishandeling en met geweld onttrekken aan het gezag van een minderjarige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700477-16 en 03/866045-17 (ttzgev)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 juni 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.G.J.M. Boonen, advocaat kantoorhoudende te Sittard.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 juni 2017. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: samen met anderen geprobeerd heeft [slachtoffer 1] van het leven te beroven, dan wel zwaar te mishandelen;

Feit 2: samen met anderen de zes maanden oude baby van [slachtoffer 1] aan haar gezag heeft onttrokken, dan wel de baby heeft ontvoerd;

Feit 3: samen met anderen [slachtoffer 2] heeft mishandeld;

Feit met parketnummer 03/866045-17: samen met anderen de toegangspoort, voordeur en badkamerdeur van de woning van de stiefvader van [slachtoffer 1] heeft vernield.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte en haar drie medeverdachten geprobeerd hebben [slachtoffer 1] in haar woning te doden door haar in een gezamenlijk gewelddadig optreden met een honkbalknuppel op het hoofd te slaan. Het optreden van de verdachten was erop gericht haar zes maanden oude baby [naam zoon medeverdachte 1] mee te nemen, de zoon van verdachtes vriend [medeverdachte 1] , wat ook is gebeurd. Daarmee is de baby met geweld, tegen de uitdrukkelijke wil van [slachtoffer 1] onttrokken aan haar gezag.

De verdachten hebben zich de toegang verschaft tot het perceel door met hun auto de toegangspoort te rammen. Vervolgens is de voordeur vernield om in de woning te komen en de badkamerdeur kapot gemaakt om bij de baby te komen. In de woning kreeg ook de zus van [slachtoffer 1] klappen van de verdachte. Dat alles levert de vier zelfstandige genoemde strafbare feiten op, aldus de officier van justitie.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de feiten 2 en 3. De verdachte moet worden vrijgesproken van de andere twee feiten.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

Op 9 oktober 2016 is de verdachte naar de woning van [slachtoffer 1] gegaan, samen met drie andere personen: haar vriend [medeverdachte 1] , zijn zus [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , de vriend van [medeverdachte 2] . Alle vier zijn ook in de woning van [slachtoffer 1] geweest, gelegen aan de [adres 1] te Heerlen. Uit de woning is de zes maanden oude baby [naam zoon medeverdachte 1] meegenomen door de verdachten.2 Het gezag over [naam zoon medeverdachte 1] (geboren op [geboortedatum] ) berustte bij [slachtoffer 1] en niet bij (één van) de verdachten.3 De verdachten werden in Beek door de politie gearresteerd, waarna de baby aan zijn moeder kon worden teruggegeven.4

Het voorgaande is niet ter discussie geweest op de terechtzitting en kan daarom eenvoudig door de rechtbank worden vastgesteld. Over de gang van zaken in de woning lopen de versies van betrokkenen echter uiteen. De rechtbank zal hierna een selectie uit de bewijsmiddelen weergeven en vervolgens daaruit conclusies trekken. Zij acht alle feiten bewezen. Van de primaire variant van feit 1 (de poging tot doodslag) zal de verdachte worden vrijgesproken.

De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij een relatie heeft gehad met [medeverdachte 1] waaruit een zoon is geboren. In augustus 2016 heeft zij aangifte gedaan van bedreiging door [medeverdachte 1] in relatie tot de omgang met hun kind.5 Bij die aangifte heeft zij berichten in haar telefoon laten zien aan de politie, afkomstig van [medeverdachte 1] . Daarin bericht [medeverdachte 1] dat hij [naam zoon medeverdachte 1] een dag later zal komen halen, of zij nu wil of niet. [medeverdachte 1] kwam vervolgens met de auto in gezelschap van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , beschadigde de poort en vertrok weer toen politiesirenes te horen waren, aldus [slachtoffer 1] .6

Op 9 oktober 2016 was zij in de keuken van voornoemde woning en hoorde zij geluid van brekend glas. In de hal zag zij [medeverdachte 1] met een honkbalknuppel. De voordeur was open, het glas aan diggelen. Zij waarschuwde haar zus [slachtoffer 2] , die met [naam zoon medeverdachte 1] naar de badkamer rende. Zij hoorde [medeverdachte 1] zeggen: “Ik kom mijn jongen halen en als ik jou nu niet vermoord, dan is het wel morgen.”

Ook kwamen [medeverdachte 2] , de verdachte en [medeverdachte 3] in de woning. [medeverdachte 1] sloeg haar met de honkbalknuppel op haar hoofd. [medeverdachte 2] liep naar de badkamer, die, op de begane grond, nabij de keuken gelegen was. [slachtoffer 1] zag [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] naar de badkamer lopen; zelf was zij met [medeverdachte 2] aan het vechten, waarbij zij door [medeverdachte 2] werd geslagen. [medeverdachte 1] kwam uiteindelijk met [naam zoon medeverdachte 1] naar de voordeur gerend. [slachtoffer 1] probeerde [naam zoon medeverdachte 1] uit de handen van [medeverdachte 1] te pakken, maar [medeverdachte 1] gaf [naam zoon medeverdachte 1] over aan [medeverdachte 3] die met het kind richting de auto rende. Op dat zelfde moment werd zij door de verdachte van achteren met twee handen vastgepakt aan haar hals. De verdachte liet haar los en pakte haar vast aan haar haren, waarbij [slachtoffer 1] op de grond viel. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren in de tussentijd al naar de auto gerend en ook de verdachte rende naar de auto. [slachtoffer 1] rende erachteraan en is aan het portier gaan hangen. De auto reed weg en zij viel op de weg.7

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij, gealarmeerd door geluiden, in de hal [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zag, alsmede de verdachte en [medeverdachte 3] . Zij is met [naam zoon medeverdachte 1] naar de badkamer gevlucht en heeft de badkamerdeur op slot gedaan. Voordat zij het wist, werd de deur van de badkamer ingeslagen en stonden ze in de badkamer. [medeverdachte 1] had iets in zijn handen en schreeuwde: “Geef het kind.” Zij probeerde [naam zoon medeverdachte 1] vast te houden, maar werd geduwd en geslagen. De slagen deden pijn. [naam zoon medeverdachte 1] werd door [medeverdachte 1] uit haar handen getrokken. Zij wilde hem achterna lopen, maar werd tegengehouden door de verdachte en [medeverdachte 2] . De verdachte pakte haar aan haar haren en begon daar hard aan te trekken. [slachtoffer 2] werd geslagen en geduwd.8

De camerabeelden

Een camera bij de woning heeft vastgelegd wat er buiten is gebeurd. De gefilmde personen zijn te herkennen als de voornoemde verdachten. Te zien is dat een auto komt aangereden en achteruit rijdt om vervolgens het stalen toegangshek te rammen. Uit de auto komt [medeverdachte 1] met een honkbalknuppel, die hij met twee handen vasthoudt. Achter [medeverdachte 1] komen twee vrouwen aangelopen. Een van hen, de verdachte, heeft een voorwerp in handen. De andere vrouw is [medeverdachte 2] . Enige tijd later komt [medeverdachte 3] naar de woning gelopen. Even daarna komt [medeverdachte 3] naar buiten met een baby in zijn armen, direct gevolgd door [medeverdachte 2] . Zij stappen in de auto, waarna ook [medeverdachte 1] in de auto plaatsneemt. Als laatste komen [slachtoffer 1] en de verdachte naar buiten. De verdachte heeft [slachtoffer 1] aan de haren vast. Gedurende het lopen naar de auto wordt er continu geduwd en getrokken. [slachtoffer 1] wordt met harde hand tegen de achterzijde van de auto geduwd door de verdachte, die als laatste plaatsneemt in de auto. [slachtoffer 1] probeert het achterportier te openen, loopt mee met de rijdende auto en komt ten val op het asfalt.9

Overig relevant bewijs

In de woning werden de honkbalknuppel en een hamer aangetroffen.10 De woning was van [persoon] , die aangifte heeft gedaan van vernieling. De toegangspoort was kapot. Ook de ruit van de voordeur was kapot. In de badkamerdeur was een gat geslagen. In de keuken lagen glasscherven, een laptop was op de grond gegooid en ook andere binnendeuren waren verhield. In de keuken lagen stoelen op de grond die beschadigd waren. Eten lag over de grond. Tevens waren het sierpleister en een kast in de gang vernield.11

[slachtoffer 1] had letsel. Op haar voorhoofd had zij een rode huidverkleuring met onderliggende zwelling van ongeveer 5 bij 5 cm ten gevolge van een onderhuidse bloeduitstorting en oppervlakkige huidafschaving. Een forensisch arts heeft in haar letselrapport geconcludeerd dat dit letsel kan passen bij de door [slachtoffer 1] beschreven toedracht: het slaan met een honkbalknuppel. Een slag met een hard voorwerp acht de deskundige waarschijnlijker als oorzaak van het letsel, dan een val op een ruwe harde ondergrond.12

De versie van de verdachte en opnamen van telefoongesprekken

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij met een hamer in de woning is geweest. Zij wilde met de anderen [slachtoffer 1] op haar plaats zetten. De hamer heeft zij in de woning laten vallen. Zij heeft [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geslagen, [slachtoffer 1] tegengehouden en naar achteren getrokken, toen zij achter de verdachten en [naam zoon medeverdachte 1] aan kwam.

De officier van justitie heeft een vordering gedaan om de geluidsopnamen te verstrekken van telefoongesprekken die de verdachte met verschillende personen vanuit de penitentiaire inrichting heeft gevoerd. Blijkens een telefoontap heeft de verdachte het volgende gezegd:

  • -

    “Ja [medeverdachte 2] heeft wel een keer gehouwen, maar ik heb eigenlijk alles, de rest gedaan, omdat ik doorsloeg. De kwaaiigheid op [slachtoffer 1] is me zodanig eruit gekomen dat ik echt door ben geslagen.”

  • -

    “Maar dat was echt wel gewoon een beestenactie, klaar. Dat was echt wel gewoon Team 1 en klaar gek.”13

Overwegingen en conclusies van de rechtbank

Uit het bewijs volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de vier verdachten gezamenlijk naar de woning van [slachtoffer 1] zijn gegaan en daar vervolgens gezamenlijk zijn opgetreden. Voor de rechtbank is er in (vrijwel) alle opzichten een nauwe en bewuste samenwerking geweest. Die was erop gericht baby [naam zoon medeverdachte 1] weg te halen bij zijn moeder. Daarbij is vervolgens door drie verdachten geweld gebruikt, voornamelijk tegen [slachtoffer 1] , maar ook tegen haar zus [slachtoffer 2] en tegen goederen.

Uit de beelden, de verklaringen van de slachtoffers, het schadebeeld in de woning en het gegeven dat een en ander nog geen twee minuten geduurd heeft14, maakt de rechtbank op dat afzonderlijke handelingen aan alle verdachten gezamenlijk kunnen worden toegeschreven. Er is juridisch sprake van medeplegen en dan komen handelingen die de een begaat, strafrechtelijk ook voor rekening van de anderen. Al die afzonderlijke handelingen waren immers dienstig aan het gezamenlijke doel: het weghalen van [naam zoon medeverdachte 1] . Iedere verdachte nam een relevante rol op zich.

Een uitzondering daarop vormt in deze zaak de rol van [medeverdachte 3] , omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat hij in de woning meer heeft gedaan dan [naam zoon medeverdachte 1] overpakken uit handen van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 3] is bovendien aanzienlijk korter in de woning geweest dan de anderen (ongeveer 14 seconden). Van het plegen of medeplegen van geweldshandelingen tegen personen door hem is dus niet gebleken. Zijn rol is strafrechtelijk alleen te duiden als het medeplegen van het onttrekken aan het gezag en het vernielen van goederen.

Dat alles betekent dat de verdachte medepleegster is van het slaan met de honkbalknuppel op het hoofd van [slachtoffer 1] , van het met geweld onttrekken van [naam zoon medeverdachte 1] aan het gezag van zijn moeder en de vernieling van de goederen van [persoon] . In geval van de verdachte is er ook nog sprake van een separaat verwijt van het mishandelen van [slachtoffer 2] . Ook dat acht de rechtbank bewezen.

De verdachte heeft ter terechtzitting toegegeven dat zij een rol heeft gespeeld bij het wegnemen van [naam zoon medeverdachte 1] en dat zij daarbij geweldshandelingen heeft verricht. Daarbij heeft zij haar rol echter proberen te verkleinen door te zeggen dat zij werd aangevallen door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zich dus moest weren en dat het niet de bedoeling was om het zo uit de hand te laten lopen. Dat is voor de rechtbank, gelet op genoemde bewijsmiddelen, de omgekeerde wereld. Uit de hele operatie van de vier verdachten komt een vooropgezet plan naar voren om [naam zoon medeverdachte 1] met geweld weg te halen. In het telefoongesprek dat hiervoor is genoemd heeft de verdachte het ook niet voor niets over Team 1. Dat zij zich vooraf misschien geen duidelijke voorstelling had gemaakt welke geweldshandelingen zijzelf precies ging toepassen, maakt dat niet anders. Niet geloofwaardig is dat zij helemaal niet voornemens was geweld te gebruiken. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat blijkens de filmbeelden de verdachte een hamer in haar hand had. Bovendien kan opzet, op geweld én op medeplegen, ook in korte tijd ontstaan.

Partiële vrijspraak

Niet alle elementen uit de tenlastelegging kunnen bewezen worden verklaard. De rechtbank heeft die daarom niet opgenomen in haar bewijsselectie, ook al komen die elementen voor in de verklaring van [slachtoffer 1] . Zo zal de verdachte worden vrijgesproken van het verwijt dat zij [slachtoffer 1] met de hamer heeft geslagen. De verdachte betwist dit en er zijn punten in de aangifte waarvoor steunbewijs ontbreekt. Dat geldt ook voor het element dat [medeverdachte 1] een mes op het gezicht van [naam zoon medeverdachte 1] zou hebben gericht, voor wat er gezegd zou zijn en het meer dan éénmaal slaan met de honkbalknuppel. De bevindingen van de forensisch arts bieden geen steun voor meer dan één klap. Het zou kunnen dat aangeefster in de heftigheid van de gebeurtenis in dat korte tijdsbestek onder invloed van stress de feiten anders heeft ervaren dan er in werkelijkheid is gebeurd. De rechtbank is daarom terughoudend in het gebruik van haar verklaring op deze onderdelen en komt tot vrijspraak op die onderdelen (partiële vrijspraak).

Poging doodslag?

Het slaan met de honkbalknuppel van [slachtoffer 1] levert voor de rechtbank een poging op tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Dit is het enige punt waarop de rechtbank van inzicht verschilt met de officier van justitie. De rechtbank gaat met de officier van justitie uit van één slag met de honkbalknuppel. Concluderen dat als gevolg van deze ene klap een aanmerkelijke kans op de dood bestond die door de verdachten is aanvaard doet de rechtbank niet. De forensisch arts vermeldt dat een klap met een knuppel op het hoofd potentieel fataal letsel kan veroorzaken, maar ook dat dit afhankelijk is van de kracht waarmee is geslagen. Daarover kan de rechtbank in deze zaak niets met zekerheid zeggen, anders dan dat achteraf bezien de gevolgen medisch gezien meevallen.

Ook is zij terughoudend met het bewijzen en interpreteren van hetgeen [medeverdachte 1] in de woning gezegd heeft. Daarvoor heeft de rechtbank immers als bewijs alleen de verklaring van [slachtoffer 1] , die zij -zoals gezegd- niet op alle punten volgt. De rechtbank acht wel bewezen dat [medeverdachte 1] in elk geval geschreeuwd heeft dat hij het kind wilde hebben. Dat vindt de rechtbank logisch en zij neemt ook aan dat hij daar andere dreigende taal aan toegevoegd heeft om de afgifte af te dwingen. De zinsnede: als ik je nu niet vermoord, dan is het wel morgen of vergelijkbare woorden, zal de rechtbank wel bewezen verklaren in relatie tot feit 2, het onttrekken aan het gezag, maar zij gaat niet zover dat zij in relatie tot feit 1 daaruit de rechtstreekse intentie van [medeverdachte 1] afleidt dat hij [slachtoffer 1] wilde doden, zoals de officier van justitie doet.

De kans dat [slachtoffer 1] zwaar (hersen-)letsel zou oplopen is onder voornoemde omstandigheden wel aanmerkelijk te noemen en uit de uiterlijke verschijningsvorm van het gewelddadige gezamenlijke handelen van de verdachten leidt de rechtbank af dat zij die kans hebben aanvaard. Het is voor de rechtbank ook niet aannemelijk dat zaken voor de verdachten onverwacht in geweld zijn ontaard, zoals de raadsman heeft betoogd. Dat is niet geloofwaardig en staat overigens ook niet aan een bewezenverklaring van opzet in de weg. Dat kan immers ook in korte tijd ontstaan. Op de beelden is duidelijk het begin en het einde van het gezamenlijke optreden te zien en de verdachte en [medeverdachte 1] zijn, met hun ‘wapens’ in de aanslag, vrijwel gelijktijdig de woning binnengevallen en meteen overgegaan tot gewelddadig handelen. Daaruit blijkt toch echt vanaf het begin een agressieve intentie en niet slechts een intentie tot het maken van een “statement”, zoals is betoogd.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

Feit 1 subsidiair

op 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 1] eenmaal met een honkbalknuppel op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2 primair

op 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen en de gemeente Beek tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten [naam zoon medeverdachte 1] (geboren op [geboortedatum] ), heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag (te weten [slachtoffer 1] ), immers hebben verdachte en haar mededaders zonder toestemming van [slachtoffer 1] , toen en daar die minderjarige meegenomen en aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en invloedssfeer van die [slachtoffer 1] gebracht en gehouden en hebben zij en haar mededaders daarbij geweld gebezigd, immers hebben zij, verdachte, en/of haar mededaders:

- zich toegang verschaft tot de woning van die [slachtoffer 1] , aan de [adres 1] te Heerlen en

- voornoemde [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Ik kom mijn jongen halen en als ik jou nu niet vermoord dan is het wel morgen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- voornoemde [slachtoffer 1] eenmaal met een honkbalknuppel op het hoofd geslagen en

- terwijl de minderjarige zich samen met [slachtoffer 2] in de badkamer bevond, met een hard voorwerp op de deur van deze badkamer geslagen en zich de toegang verschaft en

geroepen "Geef het kind" en

- [slachtoffer 2] geslagen en de minderjarige uit haar handen getrokken en

- met de minderjarige de woning verlaten;

Feit 3

op 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar meermalen te slaan en te duwen en (met kracht) aan de haren te trekken;

Feit met parketnummer 03/866045-17

op 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk en wederrechtelijk een toegangspoort, een voordeur en een badkamerdeur van een woning gelegen aan de [adres 1] , die aan een ander dan aan verdachte en haar mededaders toebehoorden, te weten aan [persoon] , heeft beschadigd.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 subsidiair

medeplegen van poging tot zware mishandeling

Feit 2 primair

medeplegen van het opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, terwijl geweld is gebezigd en de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is

Feit 3

medeplegen van mishandeling

Feit met parketnummer 03/866045-17

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het opleggen van straf gevorderd. De eis is gebaseerd op hetgeen de officier van justitie bewezen acht. Op de jongvolwassen verdachte moet het zogenoemde adolescentenstrafrecht worden toegepast. De verdachte moet worden veroordeeld tot een jeugddetentie en een werkstraf. Onvoorwaardelijk moet aan haar een jeugddetentie van 40 dagen worden opgelegd, de tijd die zij in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast moet aan haar een voorwaardelijke jeugddetentie worden opgelegd van 6 maanden en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 200 uren.

Aan de voorwaardelijke jeugddetentie moet een proeftijd van 2 jaren worden gekoppeld en daarbij moeten de bijzondere voorwaarden worden opgelegd die de jeugdreclassering heeft geadviseerd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. De raadsman heeft verzocht een vrijheidsstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest en om daarnaast een (deels) voorwaardelijke taakstraf op te leggen, waaraan bijzondere voorwaarden kunnen worden gekoppeld.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich uit loyaliteit jegens haar vriend begeven in wat zij zelf “een beestenactie” heeft genoemd. De verdachte heeft geen strafblad en komt nu voor het eerst fors in aanraking met justitie. De feiten zijn ernstig. Met grof geweld is een baby uit de woning van zijn moeder weggehaald. Het welzijn van [naam zoon medeverdachte 1] is daarbij op het spel gezet. De moeder van [naam zoon medeverdachte 1] is in haar eigen woning – waar zij zich veilig moet kunnen voelen – ernstig mishandeld en de gevolgen hadden veel ernstiger kunnen zijn, met alle gevolgen van dien voor moeder en kind.

Natuurlijk is het frustrerend voor een vader dat hij zijn kind niet te zien krijgt, maar de onderhavige vorm van eigenrichting vindt de rechtbank schokkend en uit den boze. Het trauma dat de verdachten de slachtoffers bezorgd hebben, is groot. Dat blijkt uit de slachtofferverklaringen die ter terechtzitting zijn voorgelezen. De rechtbank kan dan ook niet volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van de verdachte.

De verdachte is jongvolwassen en haar persoonlijkheid geeft de rechtbank aanleiding artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht toe te passen. De straf zal daarom onder meer bestaan uit jeugddetentie in plaats van gevangenisstraf en verder moet gekeken worden hoe de verdere pedagogische ontwikkeling van de verdachte ten goede beïnvloed kan worden.

De verdachte heeft spijt van wat er gebeurd is en is flink geschrokken van haar detentieperiode. De rechtbank gaat ervan uit dat zij in de toekomst eerst zal nadenken voordat zij wat doet. Zij zal daarbij niet alleen haar eigen gedrag onder de loep moeten nemen, maar ook dat van haar vriend, die al vaker met justitie in aanraking is geweest.

In het kader van de schorsing van haar voorlopige hechtenis is de verdachte onder begeleiding van de jeugdreclassering komen te staan en heeft zij voortuitgang geboekt. De jeugdreclassering adviseert dan ook om door te gaan op de ingeslagen weg van begeleiding en ambulante hulp van een psycholoog.

Dat advies zal de rechtbank volgen, maar gelet op de ernst van de feiten moet er -kort gezegd- ook worden afgerekend. Volstaan met alleen het opleggen van een jeugddetentie voor de duur van het voorarrest is niet genoeg. De rechtbank kiest voor een forse taakstraf in de vorm van een werkstraf en een grote voorwaardelijke jeugddetentie, die ook dient om de verdachte te verplichten de komende twee jaren hulp en begeleiding te blijven aanvaarden.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie past bij de feiten en de persoon van de verdachte, ook al is die eis gebaseerd op een poging tot doodslag en spreekt de rechtbank de verdachte van dat verwijt vrij.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 4.385,- ter zake van de feiten 1 en 2, waarvan € 4.000,- voor geleden immateriële schade (smartengeld).

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 750,- ter zake van feit 3 voor geleden immateriële schade.

7.1

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van [slachtoffer 1] zal de rechtbank gedeeltelijk toewijzen. De post “eigen risico” betreft (mogelijke) toekomstige schade. Uit de onderbouwing kan de rechtbank vooralsnog niet opmaken of het eigen risico volledig door de benadeelde partij zal moeten worden betaald en, zo ja, in hoeverre dat in rechtstreeks verband staat tot het bewezenverklaarde. De benadeelde partij zal dit deel van de vordering aan de civiele rechter moeten voorleggen. Voor dat deel van de vordering zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

Daarmee ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag welk bedrag aan immateriële schadevergoeding passend is. Deze schade acht de rechtbank in beginsel het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde onder de feiten 1 en 2. Daarbij geldt in het algemeen dat, welk bedrag ook wordt toegewezen, een immateriële schadevergoeding vrijwel altijd een te kleine pleister op een te grote wonde is.

Gelet op het geweld dat heeft plaatsgevonden in de woning van [slachtoffer 1] , het feit dat een kind is weggenomen en de aard en omvang van de lichamelijke en psychische schade die het slachtoffer heeft geleden acht de rechtbank in redelijkheid een bedrag van € 2.500,- op zijn plaats. Zij acht de schade ook voldoende onderbouwd. De verdachte is voor deze schade, tezamen met haar medeverdachten, hoofdelijk aansprakelijk. Daarbij zal aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.

De vordering van [slachtoffer 2] zal de rechtbank gedeeltelijk toewijzen. Het toe te wijzen bedrag voor geleden immateriële schade zal de rechtbank in redelijkheid vaststellen op een bedrag van € 250,- en voor het overige afwijzen. De rechtbank acht deze schade het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde onder feit 3. De verdachte is tezamen met haar medeverdachte(n) voor deze schade hoofdelijk aansprakelijk. Daarbij zal aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 47, 77i, 77l, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 279, 300, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder feit 1 primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 subsidiair, 2 primair, 3 en het feit met parketnummer 03/866045-17 tot een jeugddetentie van 220 dagen, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

  • -

    zich zal blijven melden bij Reclassering Nederland aan de Bredeweg 28 te Roermond, zo frequent en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    zich zal houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering;

  • -

    zal meewerken aan een ambulante behandeling door een psycholoog, dan wel een andere instelling of behandelaar, zulks ter beoordeling van de jeugdreclassering, waarbij zij zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling zullen worden gegeven door of namens de instelling/behandelaar;

  • -

    zal blijven wonen op het adres van haar moeder en stiefvader, zijnde het adres [adres 2] , [woonplaats 1] , zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    geen contact zal opnemen, zoeken of hebben, in welke vorm dan ook, ook niet via derden, met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    geeft de jeugdreclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 subsidiair, 2 primair, 3 en het feit met parketnummer 03/866045-17 tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 100 dagen;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , wonende te [woonplaats 2] , toe ter zake van de feiten 1 en 2 ter zake van de post immateriële schade en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 2.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 9 oktober 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij voor het meergevorderde ter zake van immateriële schade af;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van de post eigen risico ziektekosten en bepaalt dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van € 2.500,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 9 oktober 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , wonende te [woonplaats 2] , ter zake van feit 3 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij ter zake van geleden immateriële schade te betalen € 250,- , te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 9 oktober 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij voor het meergevorderde af;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van € 250,- , bij niet betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 9 oktober 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. I.P. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 juni 2017.

Buiten staat

Mr. I.P. de Groot is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet:

- voornoemde [slachtoffer 1] van achter heeft/hebben vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans met een hard voorwerp, op het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een hamer, althans met een hard voorwerp, in/tegen de nek, althans tegen het lichaam, van voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig

strafbaar feit,

te weten wederrechtelijke vrijheidsberoving (ex. artikel 282 Sr), immers heeft/hebben zij, verdachte, toen en aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam zoon medeverdachte 1] wederrechtelijk van de vrijheid beroofd en/of beroofd gehouden

en/of

te weten onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag (ex. Artikel 279 Sr), immers heeft/hebben zij, verdachte, toen en aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het opzet om [naam zoon medeverdachte 1] (geboren op [geboortedatum] ) aan het wettig over hem gesteld gezag te onttrekken,

en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of aan een andere deelnemer van dat feit straffeloosheid te verzekeren;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet:

- voornoemde [slachtoffer 1] van achter heeft/hebben vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans met een hard voorwerp, op het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een hamer, althans met een hard voorwerp, in/tegen de nek, althans tegen het lichaam, van voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

zij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Beek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, telkens opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten [naam zoon medeverdachte 1] (geboren op [geboortedatum] ), heeft/hebben onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over voornoemde minderjarige uitoefende (te weten [slachtoffer 1] ), immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (in strijd met de afspraken en/of zonder medeweten en/of toestemming van [slachtoffer 1] ), toen en daar tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, die minderjarige meegenomen (en aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en/of de invloedssfeer van die [slachtoffer 1] gebracht en/of gehouden) en heeft/hebben zij en/of (een van) haar mededader(s) daarbij een list en/of geweld en/of bedreiging met geweld gebezigd, immers heeft/hebben zij, verdachte,

en/of haar mededader(s):

- zich toegang verschaft tot de woning van die [slachtoffer 1] , aan de [adres 1] te Heerlen en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Ik kom mijn jongen halen en als ik jou nu niet vermoord dan is het wel morgen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] van achter vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans met een hard voorwerp, op het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen en daarbij de woorden toegevoegd: "Sterf maar, Sterf maar", althans woorden van gelijke strekking en/of aard, en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een hamer, althans met een hard voorwerp, in/tegen de nek, althans tegen het lichaam, van voornoemde [slachtoffer 1] geslagen en/of

- terwijl de minderjarige zich samen met [slachtoffer 2] in de badkamer bevond, met een hard voorwerp op de deur van deze badkamer geslagen en zich de toegang verschaft en/of

- meermalen, althans eenmaal, geroepen: "Geef het kind" en/of

- [slachtoffer 2] in het gelaat geslagen en de minderjarige uit haar handen getrokken en/of

- zich met de minderjarige richting de voordeur begeven, terwijl een mes op het gezicht van de minderjarige was gericht en daarbij de woorden toegevoegd "Ik geen kind, dan jij ook geen kind", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- met de minderjarige de woning verlaten;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

zij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam zoon medeverdachte 1] (geboren op [geboortedatum] ) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s):

- zich toegang verschaft tot de woning van die [slachtoffer 1] , aan de [adres 1] te Heerlen en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Ik kom mijn jongen halen en als ik jou nu niet vermoord dan is het wel morgen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] van achter vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een honkbalknuppel, althans met een hard voorwerp, op het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen en daarbij de woorden toegevoegd: "Sterf maar, Sterf maar", althans woorden van gelijke strekking en/of aard, en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een hamer, althans met een hard voorwerp, in/tegen de nek, althans tegen het lichaam, van voornoemde [slachtoffer 1] geslagen en/of

- terwijl de minderjarige zich samen met [slachtoffer 2] in de badkamer bevond, met een hard voorwerp op de deur van deze badkamer geslagen en zich de toegang verschaft en/of

- meermalen, althans eenmaal, geroepen: "Geef het kind" en/of

- [slachtoffer 2] in het gelaat geslagen en de minderjarige uit haar handen getrokken en/of

- zich met de minderjarige richting de voordeur begeven, terwijl een mes op het gezicht van de minderjarige was gericht en daarbij de woorden toegevoegd "Ik geen kind, dan jij ook geen kind", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- met de minderjarige de woning verlaten;

3.

zij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

[slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar:

- vast/tegen te houden en/of

- meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te duwen tegen het lichaam en/of

- ( met kracht) aan de haren te trekken;

Parketnummer 03/866045-17

zij op of omstreeks 9 oktober 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een (toegangs)poort en/of een voordeur en/of een (badkamer)deur van een woning gelegen aan de [adres 1] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [persoon] heeft/hebben vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2016187168, gesloten d.d. 16 januari 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 267.

2 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 245 en het proces-verbaal uitkijken camerabeelden, dossierpagina 11 t/m 16.

3 De beschikking van de rechtbank d.d. 5 augustus 2016, dossierpagina 201.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 189 en 190.

5 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 194 en 195.

6 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 195 t/m 197.

7 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 245 t/m 248.

8 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, dossierpagina 252 en 253.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 9 t/m 18.

10 Kennisgevingen van inbeslagneming, dossierpagina 203 en 207.

11 Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 225 en 256.

12 De letselrapportage d.d.26 november 2016, van forensisch geneeskundige M.W.G. Govaerts, dossierpagina 215 t/m 217.

13 Het proces-verbaal van Bevindingen, dossierpagina 259, bovenaan en 260, eerste helft.

14 Het proces-verbaal van Bevindingen, dossierpagina 9 t/m 18 laten een tijdsverloop zien als volgt: de auto ramt het hekwerk om 15:50:36 uur en is het laatst in beeld op het tijdstip 15:52:20 uur.