Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:5694

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-06-2017
Datum publicatie
22-06-2017
Zaaknummer
5734669 cv17-1807
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde toont niet aan dat de reis- en annuleringsverzekering bij ANWB (tijdig) is opgezegd en moet daarom de gevorderde premie betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3253
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5734669 \ CV EXPL 17-1807

Vonnis van de kantonrechter van 21 juni 2017

in de zaak van:

de naamloze vennootschap UNIGARANT N.V., mede h.o.d.n. ANWB Verzekeren,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eisende partij,

gemachtigde Gerechtsdeurwaarderskantoor De Klerk & Vis B.V.,

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen heeft een verzekeringsovereenkomst met betrekking tot de Unigarant – Doorlopende reis- en annuleringsverzekering bestaan.

2.2.

De verzekering is per 22 maart 2016 verlengd en eisende partij heeft op 6 februari 2016 een nieuw polisblad aan gedaagde partij verstuurd. Op pagina 3 zijn de kosten ad € 84,43 in rekening gebracht. Deze zijn niet betaald.

2.3.

Bij brieven van 5 april 2016 en vanaf 26 april 2016 is gedaagde partij tot betaling gemaand.

2.4.

De verzekeringsovereenkomst is wegens wantbetaling per 21 maart 2017 beëindigd.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 132,83 (bestaande uit € 84,43 aan hoofdsom en € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Gedaagde partij voert verweer en stelt zich op het standpunt de overeenkomst in 2015 telefonisch te hebben opgezegd.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter afwering van de vordering voert gedaagde partij aan de overeenkomst telefonisch te hebben opgezegd. Eisende partij betwist een opzegging te hebben ontvangen.

Nu gedaagde partij zich beroept op rechtsgevolgen is het aan gedaagde partij om te stellen en zonodig te bewijzen dat de overeenkomst is opgezegd.

4.2.

Gedaagde partij stelt dat de overeenkomst telefonisch is opgezegd en dat namens eisende partij is aangegeven dat voor afhandeling zou worden zorg gedragen. Gesteld noch gebleken is dat gedaagde partij een bevestiging van de beëindiging heeft ontvangen. Het had dan ook op de weg van gedaagde partij gelegen om bij het uitblijven van die bevestiging bij eisende partij te informeren of de opzegging was ontvangen en verwerkt. Dit heeft gedaagde partij kennelijk nagelaten.

Het verweer van gedaagde partij is verder onvoldoende specifiek. Zo laat hij na aan te geven wanneer in 2015 het betreffende telefoongesprek is gevoerd en met wie.

4.3.

Vast staat dat gedaagde partij niet heeft gereageerd op de nieuwe polis die in februari 2016 is toegestuurd, terwijl ook niet is gereageerd op de aanmaningen. Indien dit wel was gebeurd dan was de overeenkomst welllicht niet verlengd en had deze procedure voorkomen kunnen worden. Gedaagde partij geeft aan dat dit niet is gebeurd omdat hij mantelzorger van zijn moeder was. Dit is echter een omstandigheid die voor rekening en risico van gedaagde partij komt en die er niet toe kan leiden dat gedaagde partij van zijn verplichtingen jegens eisende partij wordt ontheven.

4.4.

Nu niet in rechte vast staat dat de overeenkomst door gedaagde partij is beëindigd, is deze terecht verlengd. De daaraan verbonden kosten dienen door gedaagde partij voldaan te worden. De vordering wordt daarom toegewezen, evenals de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten. Tegen deze nevenvorderingen is immers niet op aparte gronden verweer gevoerd, terwijl de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke kosten overeenkomstig de daarvoor geldende tarieven is.

4.5.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.6.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 100,33

  • -

    griffierecht 117,00

  • -

    salaris gemachtigde 60,00 ( 2 x tarief € 30,00)

totaal € 277,33

4.7.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 132,83, vermeerderd met de wettelijke rente over € 84,43 vanaf de vervaldag van de factuur tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 277,33,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: plg

coll: