Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:5436

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-06-2017
Datum publicatie
15-06-2017
Zaaknummer
5752019 \ CV EXPL 17-1737
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht, consumentenrecht, zorgverzekering.

Drie jaar oude vordering van zorgverzekeraar met als nadere specificatie alleen een paar behandeldata en de mededeling ziekenhuis hulp is onvoldoende onderbouwd in het licht van de onweersproken stelling van de verzekerde dat zij declaraties met betrekking tot die periode heeft betaald en te horen heeft gekregen dat er niets meer openstond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2017/215
AR 2017/3098
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 5752019 \ CV EXPL 17-1737

Vonnis van de kantonrechter van 14 juni 2017

in de zaak van:

de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij,

gemachtigde Flanderijn en Van der Heide gerechtsdeurwaarders,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna VGZ en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding met producties

  • -

    de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord

  • -

    de rolbeslissing waarbij een comparitie na antwoord is gelast

  • -

    de akte overlegging producties van VGZ ter voorbereiding op de comparitie

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 maart 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

VGZ vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 334,90, vermeerderd met rente en kosten. Zij stelt onder meer “Gedaagde partij (hierna: [gedaagde] , opmerking kantonrechter) is bij eisende partij (hierna: VGZ) verzekerd (geweest) conform de Zorgverzekeringswet en de mogelijkheid heeft (gehad) een aanvullende verzekering af te sluiten. (…) VGZ heeft de uit hoofde van de zorgverzekering(en) verschuldigde bedragen bij [gedaagde] in rekening gebracht. Van deze bedragen heeft [gedaagde] € 266,69 onbetaald gelaten. Deze betalingsachterstand heeft betrekking op de periode(s): “verrekening declaraties(s)”. Een nadere specificatie van de betreffende betalingsachterstand (hoofdsom) is als productie aan deze dagvaarding gehecht. Naast onbetaalde premie voor de basis- en aanvullende verzekering kunnen in de specificatie aan deze dagvaarding ook andere door [gedaagde] onbetaalde posten naar voren komen (…). Op eerste verzoek is VGZ bereid om de op de specificatie voorkomende posten nader (schriftelijk) toe te lichten.”

De vordering is door VGZ als volgt berekend: hoofdsom € 266,69, rente tot 27 augustus 2014 € 0,37, buitengerechtelijke kosten € 48,40 inclusief btw, rente tot heden € 19,44.

2.2.

[gedaagde] voert verweer. Zij stelt bij antwoord dat zij al een tijdje geen klant meer is bij VGZ en 3 jaar geleden nog bedragen moest betalen. Dat is gebeurd en zij heeft toen gevraagd of alles afgehandeld was. Telefonisch is haar toen toegezegd dat er niets meer openstond op haar naam. Na twee jaar lang niets te hebben gehoord komt VGZ nu met deze vordering. [gedaagde] wil betalen indien er inderdaad nog iets openstaat, maar zij wil eerst een begrijpelijke specificatie hebben.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

VGZ heeft in productie 2 haar vordering gespecificeerd. Die specificatie bevat een rubriek “Kenmerk” waaronder nummers zijn vermeld bestaande uit negen getallen die beginnen met respectievelijk 55327, 55350, 55374, 55398, 55564 en 56307, vervolgens een rubriek “Vervaldatum” waaronder telkens is vermeld 09-08-2014, vervolgens een rubriek “Omschrijving” , daarna een rubriek “Bedrag” waaronder wisselende bedragen staan, een rubriek “Betaald*” waaronder niets is vermeld en tenslotte een rubriek “Openstaand” waaronder de bedragen van de rubriek “Bedrag” zijn herhaald.

Onder de rubriek “Omschrijving” is vermeld dat het gaat om

- verrekening betreffende declaratie 34909663 VGZ Natura met vermelding van een bedrag van 164,62,

- verrekening betreffende declaratie 34850232 VGZ Natura met vermelding van een bedrag van 12,69,

- verrekening betreffende declaratie 34707340 VGZ Natura met vermelding van diverse bedragen:

1. x 7,66, 2 x 5,37, 1 x 3,58, 9 x 0,91, 3 x 0,57, 1 x 0,32, 1 x 0,24, 2 x 0,16 en 5 x 0,08,

- verrekening betreffende declaratie 34707381 VGZ Natura met vermelding van diverse bedragen:

1. x 7,66, 1 x 5,37, 1x 4,29, 1 x 3,58, 2 x 1,79, 8 x 0,91, 3 x 0,57, 1 x 0,16 en 8 x 0,08,

- verrekening betreffende declaratie 35101766 VGZ Natura met vermelding van diverse bedragen: 1 x 7,66, 1 x 3,58, 3 x 0,91, 1 x 0,61, 1 x 0,18, 2 x 0,09, en

- verrekening betreffende declaratie 35356533 VGZ Natura met vermelding van een bedrag van 6,69 en tenslotte een saldo van 266,69.

3.2.

Gelet op het antwoord van [gedaagde] en omdat de kantonrechter deze bijgevoegde specificatie zelf ook niet inzichtelijk vond, er blijkt immers in het geheel niet uit om welke verstrekkingen of verleende zorg het gaat, heeft VGZ in de uitnodiging voor de comparitie vetgedrukt het verzoek kunnen lezen om uiterlijk 7 dagen voor de comparitie een duidelijke specificatie van de vordering in het geding te brengen. VGZ heeft daarna een nadere specificatie ingeleverd als productie 4.

Daaruit blijkt dat:

- declaratie 34909663 ziet op ziekenhuis hulp op 29 oktober 2013

- declaratie 34850232 ziet op ziekenhuis hulp op 15 november 2013

- declaratie 34707340 ziet op ziekenhuis hulp op 10 januari 2013

- declaratie 34707381 ziet op ziekenhuis hulp op 1 maart 2013

- declaratie 35101766 ziet op ziekenhuis hulp op 22 mei 2013

- declaratie 35356533 ziet op ziekenhuis hulp op 13 december 2013.

Een verdere toelichting is niet gegeven.

[gedaagde] heeft op de comparitie meegedeeld dat zij nog steeds niet begrijpt waar deze vordering over gaat.

3.3.

De kantonrechter volgt [gedaagde] in haar standpunt dat deze vordering niet begrijpelijk is onderbouwd. Nog steeds is niet duidelijk welke zorgverlener zorg heeft verleend, op welke datum dat is geweest en welke zorg er daadwerkelijk is verleend. Mede in het licht van de onweersproken stellingen van [gedaagde] dat zij in 2014 nog afrekeningen van VGZ heeft betaald en dat zij daarna te horen heeft gekregen dat er niets meer open stond, is de thans gepresenteerde vordering onvoldoende onderbouwd en zal zij daarom worden afgewezen. Ook de nevenvorderingen van VGZ delen dit lot.

3.4.

VGZ zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] , tot op vandaag begroot op € 25,00.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

veroordeelt VGZ tot betaling van de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde] , tot op vandaag begroot op € 25,00,

4.3.

verklaart dit vonnis met betrekking tot de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.

type: WE