Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:539

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-01-2017
Datum publicatie
20-01-2017
Zaaknummer
03/702640-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging doodslag bewezen; noodweer(exces) gehonoreerd

Verdachte heeft vanuit een café door het raam naar buiten geschoten (op een hoogte van 1,75m), terwijl achter dat raam zich meerdere personen bevonden die in een kloppartij waren verwikkeld. De rechtbank acht poging doodslag bewezen.

De rechtbank is van oordeel dat het gebruik van een vuurwapen om af te schrikken in een geval als dit in beginsel redelijk is. De rechtbank acht de wijze waarop de verdachte het wapen heeft gebruikt echter disproportioneel, nu dat niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. Verdachte had naar buiten kunnen lopen en vervolgens een schot in de lucht kunnen lossen als waarschuwing. De verdachte heeft de door de subsidiariteit en proportionaliteit aan zijn handelen te stellen grenzen uit het oog verloren. De rechtbank komt vervolgens tot het oordeel dat deze overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door in dit geval de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van het lijf van zijn vrienden. De verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/702640-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 januari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.J.A.F. Beulen, advocaat kantoorhoudende te Landgraaf.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 januari 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Het aan de verdachte ten laste gelegde komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat hij:

1. heeft geprobeerd een ander en/of anderen van het leven te beroven of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, althans met de dood heeft bedreigd door met een vuurwapen op hem/hen te schieten.

2.een alarmpistool voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1. primair en het onder 2. tenlastegelegde bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van zowel het onder 1., als ook van het onder 2. ten laste gelegde feit.

Betreffende het onder 1. ten laste gelegde heeft hij op de eerste plaats naar voren gebracht dat het bewijs, dat de verdachte op 7 mei 2015 door het raam van café [naam café] heeft geschoten, ontbreekt. Als subsidiair verweer - dus voor het geval wordt aangenomen dat de verdachte heeft geschoten - heeft de raadsman aangevoerd dat is gehandeld uit noodweer of -in het geval de verdachte door zijn handelen de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden - noodweerexces.

Betreffende het onder 2. tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat het alarmpistool, gezien de verschijningsvorm daarvan, een wapen is dat naar de geest van de regelgeving onder de categorie vrijgestelde wapens valt.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot het onder 1. ten laste gelegde

De rechtbank stelt op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feitelijke gang van zaken vast.

Op 25 januari 2015 heeft [naam eigenaresse café] in haar hoedanigheid van eigenaresse van een café, genaamd [naam café] , gelegen aan de [adres 1] te [vestigingsplaats] , aangifte gedaan tegen een persoon die zij kent onder de naam [betrokkene 1] en zes andere personen, kennelijk allen leden van de vereniging van motorrijders (hierna: vvm) genaamd (de) Bandidos, wegens bedreiging. Zij heeft [betrokkene 1] herkend. Hij is de voorzitter van voornoemde vvm.

[betrokkene 1] kwam op genoemde datum met deze zes andere leden van deze vereniging naar het café [naam café] . [naam eigenaresse café] zag dat [betrokkene 1] haar heel dreigend aankeek en zij hoorde dat hij tegen haar zei: “Dit café ga ik sluiten, daar zorg ik persoonlijk voor. Hier komt geen rood/wit meer naar binnen.” [naam eigenaresse café] heeft verklaard dat [betrokkene 1] met de aanduiding ‘rood/wit’ kennelijk het oog heeft op bepaalde andere vvm’s, zoals de vvm genaamd (de) Red Devils. Volgens de verklaring van [naam eigenaresse café] was de manier waarop [betrokkene 1] tot haar sprak dreigend en werd zij door zijn aanwezigheid en die van die andere zes personen in haar café geïntimideerd.

Naar aanleiding van deze aangifte heeft verbalisant [verbalisant 1] een nazorggesprek gevoerd met [naam eigenaresse café] en haar partner [verdachte] . [verdachte] is enige tijd voorzitter geweest van de vvm (de) Red Devils. [verdachte] vertelde dat hij naar aanleiding van het incident van

25 januari 2016 in het café van zijn partner voornemens is maatregelen te treffen, bestaande uit frequentere aanwezigheid van hem en zijn vrienden, leden van de vvm (de) Red Devils, in het café. Indien leden van de vvm (de) Bandidos weer naar het café zouden komen, zouden hij en deze vrienden de confrontatie aangaan en zich verdedigen. Zelf zou hij geen confrontatie willen uitlokken. Voorts vertelde [verdachte] bij die gelegenheid dat hij [naam eigenaresse café] en hun zoontje altijd zal beschermen en daarvoor zonodig de wet zal overtreden.

Op 7 mei 2015 omstreeks 20.20 uur en opnieuw omstreeks 20.21 uur heeft [naam eigenaresse café] de politie gebeld met de mededeling dat meerdere leden van de vvm (de) Bandidos in de omgeving van haar café waren gesignaleerd.

Door de ambtenaren van de politie genaamd [verbalisant 2] en [verbalisant 2] is gerelateerd dat zij naar aanleiding van deze melding naar de [adres 1] zijn gereden, waar zij ongeveer vijftien als leden van de vvm (de) Bandidos kenbare personen in diverse personenauto’s zagen stappen. Onder hen herkenden zij meergenoemde [betrokkene 1] . Verder zagen zij voor het café [naam café] twee personen op de grond zitten, welke diverse verwondingen in het gelaat hadden. Deze personen bleken te zijn genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verder zagen zij aan de voorzijde van het café een omgevallen motor liggen en in het raam van het café, gezien vanaf de buitenzijde ter linkerzijde van de toegangsdeur, een beschadiging zitten gelijkend op een in- of uitschot van een projectiel.

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] verklaarden desgevraagd dat zojuist nog een derde persoon gewond was geraakt. Deze persoon werd aangetroffen in een ruimte behorende bij de boven het café gelegen sporthal. [verbalisant 2] herkende deze persoon: [slachtoffer 3] . [slachtoffer 3] bleek eveneens in het gelaat gewond.

[verbalisant 2] en [verbalisant 2] zijn het café binnengegaan. Daar waren geen andere personen aanwezig dan [verdachte] en [naam eigenaresse café] .1

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 7 mei 2015 rond 20.30 uur met twee vrienden bij café [naam café] was, gelegen aan de [adres 1] te [vestigingsplaats] . Op of nabij het terras bij het café zag hij vijftien tot twintig personen, kennelijk allen leden van de vvm (de) Bandidos staan. Hij herkende onder andere [betrokkene 1] . Hij hoorde deze [betrokkene 1] schreeuwen: “Ik heb jullie gewaarschuwd, dit is Holland, dit is Holland, dit is Holland.” Daarna is [slachtoffer 2] mishandeld door een aantal van de tot deze groep behorende personen. Hij is op zijn rug gevallen en heeft ongeveer tien keer een klap op zijn hoofd gekregen, vervolgens waren ineens alle tot deze groep behorende personen verdwenen. [slachtoffer 2] is opgestaan en zag een kogelinslag in de ruit van het café [naam café] . Deze inslag bevond zich naar zijn schatting op 1,80 meter hoogte links van het midden van de ruit, direct links naast de toegangsdeur naar het café, een en ander gezien vanaf de buitenzijde van het café.2

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 7 mei 2015 omstreeks 20.15 uur bij het café [naam café] kwam aanrijden op zijn motor. Hij zag dat een groep van ongeveer twintig personen, kennelijk allen leden van de vvm (de) Bandidos, voor het café stond. Hij hoorde [betrokkene 1] roepen dat Sittard van de Bandidos is. [slachtoffer 1] werd daarna geslagen en getrapt door personen behorende tot deze groep.3

De ambtenaar van politie genaamd [verbalisant 3] heeft een technisch sporenonderzoek verricht naar aanleiding van het vermoeden van het gebruik van een vuurwapen in of bij het café [naam café] . Hij heeft in het naar aanleiding van dat onderzoek opgemaakte rapport gerelateerd dat hij in een grote ruit van dubbel glas in de pui aan de pleinzijde van het café een gat heeft waargenomen. Volgens [verbalisant 3] betreft het gat een doorschotopening van een projectiel. Gezien de verschijningsvorm van de beschadigingen in beide glasruiten stelt [verbalisant 3] dat moet worden aangenomen dat het projectiel de glasruit heeft geperforeerd en via deze ruit het café heeft verlaten.4 Op het plein voor het café werden over een grote afstand glassplinters aangetroffen. Bij de ruitzijde gelegen in het café werden geen glasdeeltjes aangetroffen.

Het gat in de ruit bevindt zich op een hoogte van ongeveer 1.75 meter.4 Naar aanleiding van de verklaring van de verdachte ter terechtzitting moet worden aangenomen dat het geen verschil maakt of deze hoogte aan de binnenzijde, dan wel aan de buitenzijde van deze ruit wordt bemeten.5

Uit vertrouwelijke gesprekken, opgenomen direct nadat de mishandeling bij café [naam café] heeft plaatsgevonden, gevoerd tussen personen die deel uitmaakten van meergenoemde groep die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft mishandeld, waar onder andere [betrokkene 2] en [betrokkene 3] aan hebben deelgenomen, blijkt dat, onder meer, het navolgende is gezegd:

[betrokkene 3] : “Dan pak uw bril af… Ik sloeg er met de boksbeugel over zijn gezicht heen …
[betrokkene 2] : “Bij mij zitten geen knokkels meer zie je, alleen van het knokken. Alleen puur van het knokken. … daarom trap ik ook veel.”

[betrokkene 3] : “Ja, het was misschien ook wel precies op tijd, dat ‘dat’ gebeurde, anders slaan we misschien ene half lam of zo? (…)”

[betrokkene 2] : “Ja, maar dan stamp je hem misschien dood. Ik was hem zo op zijn kop aan het rammen…”6

De opname-apparatuur, die zich bevond in café [naam café] , is in beslag genomen

(ZD9A-64-). Geconstateerd is dat de tijd die op de beelden is vermeld 29 minuten en 42 seconden achterloopt op de werkelijke tijd.7 De camerabeelden zijn ter terechtzitting aan de rechtbank getoond.

De rechtbank heeft daardoor onder meer het volgende waargenomen.

Bestand 1, beelden opgenomen aan de buitenzijde van het café:

Tijdaanduiding 19.52.00 uur tot en met 20.01.14 uur: de verdachte spreekt met een persoon, die kennelijk lid is van de vvm (de) Bandidos en loopt met hem mee naar een stilstaande personenauto aan de rand van het plein aan de [adres 1] . Vervolgens spreekt hij met een persoon die zich in deze personenauto bevindt. Daarna loopt de verdachte weer terug naar het café [naam café] . Om 19.58 uur komt een aantal personenauto’s aangereden. Uit deze auto’s stappen personen, allen kennelijk lid van de vvm (de) Bandidos. De groep van personen begeeft zich op weg naar het café [naam café] (20.00.15 uur). Om 19.59.03 uur waren daar juist per motorfiets gearriveerd [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Een persoon, vermoedelijk [betrokkene 1] , spreekt vanaf de rand van het terras van het café, waarbij hij gesticulerende gebaren maakt. Vanaf 20.00.43 uur begint een aantal personen uit de groep [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar de grond te werken en te slaan, te schoppen en te trappen. Om 20.01.04 uur wordt een motorfiets omgeduwd met het kennelijk opzet om daardoor de op de grond liggende [slachtoffer 3] , die even daarvoor al door een persoon met geschoeide voet op zijn hoofd werd besprongen, verder te blesseren. Om 20.01.08 uur is een glaswolk zichtbaar, komende vanaf de ruit links naast de voordeur van het café [naam café] . Twee van de groep deel uitmakende personen, direct betrokken bij de mishandelingen, grijpen naar hun hoofd en verlaten, evenals alle andere van de groep deel uitmakende personen, spoorslags de plaats waar de mishandelingen plaats vinden.

Verbalisant [verbalisant 4] heeft de van de voormelde groep deel uitmakende personen geïdentificeerd. Het betreft de in de tenlastelegging onder 1. genoemde personen8.

Bestand 2, beelden opgenomen in het café:

19.59.59

uur tot en met 20.02.35 uur: zichtbaar is dat de verdachte, terwijl hij telefoneert, bij de deur van het café [naam café] staat. Even later gaat hij het café binnen. Om 20.00.31 uur wordt de toegangsdeur van het café door [naam eigenaresse café] gesloten. De verdachte loopt vlak daarna naar de deur, maar kan niet naar buiten, kennelijk doordat deze deur is afgesloten. Om 20.01.14 uur loopt hij nogmaals naar de deur, nu met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen. Om 20.01.28 uur rent hij via de deur in de linkermuur van het café het café uit. Om 20.01.45 uur komt hij door dezelfde deur weer naar binnen, terwijl hij het voorwerp nog in zijn handen heeft. Hij loopt naar de bar en verdwijnt om 20.01.53 uur weer door de deur in de linkermuur uit het café. Hij heeft nu het voorwerp niet meer in zijn handen. Om 20.02.35 uur komt hij het café weer binnen.

Bestand 3, beelden opgenomen in het café:

19.51.40

uur tot en met 20.09.03 uur: [naam eigenaresse café] telefoneert zowel om 19.51.40 uur als om 19.55.28 uur. Zoals uit het dossier is gebleken, meldt zij in beide gesprekken aan de politie dat zij als leden van de vvm (de) Bandidos kenbare personen in de buurt van het café heeft gesignaleerd. Om 19.56.13 uur loopt de verdachte het café in. Hij telefoneert tot 19.58.43 uur. Om 19.59.58 uur loopt [naam eigenaresse café] naar de deur van het café.

Nadat de verdachte tweemaal onder de bar heeft gekeken, is om 20.01.06 uur zichtbaar dat hij onder de bar een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen pakt en daarmee een beweging van beneden naar boven maakt. Dan verdwijnt de verdachte uit het beeld. Vervolgens loopt de verdachte naar de voordeur, dan naar het - vanuit het café gezien - rechterraam, waarna hij door de deur in de linkermuur het café rennend verlaat. Om 20.01.43 uur keert hij terug in het café. Hij heeft het voorwerp nog in zijn hand en legt dit op de bar. Om 20.01.53 uur rent hij weer weg door de deur in de linkermuur, om 20.02.33 uur keert hij terug, pakt om ongeveer 20.02.44 uur het voorwerp van de bar en verdwijnt uit beeld. Om 20.06.02 uur keert hij zonder het voorwerp in zijn handen terug in het café.

Bestand 4, beelden opgenomen op de eerste verdieping boven het café:

20.02.50

uur tot en met 20.10.00 uur: de verdachte loopt om 20.02.50 uur de toiletruimte in. Hij heeft het op een vuurwapen gelijkende voorwerp in een hand. Om 20.03.54 uur verlaat hij de toiletruimte zonder het voorwerp in zijn hand. Gedurende de tijd dat hij in de toiletruimte aanwezig was, blijft hij zichtbaar door het raam. Om 20.07.03 uur loopt hij nogmaals de toiletruimte in, om deze om 20.07.37 uur weer te verlaten. Hij heeft dan een telefoontoestel in zijn linkerhand.

De bij de beschrijving van de beelden aangegeven tijden betreffen de tijden zoals deze op de beelden zijn weergegeven.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 7 mei 2015 omstreeks 20.30 uur in het café [naam café] aanwezig was. Hij heeft ook verklaard dat hij omstreeks die tijd een pistool in handen heeft gehad. Hij wilde naar zijn zeggen de groep van personen die buiten het café zijn drie vrienden aan het mishandelen waren afschrikken met dat pistool, dat hij achter de bar bewaarde vanaf het moment dat [betrokkene 1] c.a. in januari 2015 zijn vriendin heeft bedreigd. Desgevraagd heeft hij verklaard geen ervaring te hebben met het gebruik van een vuurwapen. Evenals tegenover de ambtenaren van de politie heeft de verdachte ook tegenover de rechtbank ontkend dat hij met dat pistool heeft geschoten.

Tegenover ambtenaren van de politie heeft de verdachte in dit verband nog het navolgende verklaard:

“(…) Voor mij was het chaos. Ik zie mensen terugkomen, ik zie mensen slaan, ik zie mensen schreeuwen, ik zie mensen stampen. Dat doet heel veel met je. Helemaal stress, paniek. Helemaal niet meer helder. Nooit verwacht dat ooit zoiets zou gebeuren (…)

Bij mij was het complete chaos (…) Weg uit de situatie, uit het hele…gewoon weg (…) Daar wil je niet in zijn in zo’n situatie (…) Ik had me daar zelf sterker in verwacht (…) Op het moment dat je ziet dat mensen voor je in elkaar geslagen en geschopt worden en op ze gesprongen terwijl ze op de grond liggen. Op hun hoofd. Dan wil je weg. Dat wil je niet zien (…) Ik heb een pistool gepakt (…) Ik heb het willen beëindigen. In mijn beleving moest dit afgelopen zijn, dit kon gewoon niet (…)

Op de vraag van de ambtenaren van de politie op welke manier de verdachte het had willen beëindigen, verklaarde de verdachte: “Verbaal. Schreeuwen. Frustratie uiten.” Op de vraag waarom de verdachte besloot terug te lopen het café in, verklaarde de verdachte: ”Volgens mij was de deur dicht (…) Ik kon het niet beëindigen. Ik voelde me helemaal hopeloos. De bedoeling die ik had om te kunnen beëindigen, dat ging niet (…).”

Op de vraag wat de intentie van de verdachte was van het pistool, terwijl de verdachte zegt het verbaal te willen beëindigen, verklaarde de verdachte : ”Afschrikken”.9

Overweging ten aanzien van bewijs

De rechtbank stelt na waarneming van de beelden vast dat de verdachte omstreeks 20.01.06 (+ 29 minuten en 42 seconden) uur een op een vuurwapen gelijkend voorwerp onder de bar in zijn handen pakt en daarmee een beweging van beneden naar boven maakt.10

Hij staat aan de rechterkant van het barmeubel, dat in een rechte lijn staat met de ruit - van binnenuit gezien - rechts naast de toegangsdeur van café [naam café] , waar doorheen is geschoten. De verdachte is op dat moment de enige in het café waarneembare persoon en heeft een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen. Volgens de verklaring van de verdachte betreft het een pistool.

Om 20.01.08 (+ 29 minuten en 42 seconden) uur is een glaswolk zichtbaar, komende vanaf - van buitenaf gezien - de ruit links naast de voordeur van café [naam café] . De glasscherven liggen buiten het cafe.

Op grond van deze feiten is de rechtbank overtuigd van het feit dat de verdachte degene is die het projectiel in de richting van het caféraam heeft afgeschoten.

Gegeven de omstandigheden zoals hiervoor geschetst, acht de rechtbank niet aannemelijk dat de mogelijkheid bestaat dat een ander dan de verdachte het projectiel heeft afgevuurd.

De vraag die vervolgens beantwoord dient te worden is of de gedraging van de verdachte moet worden gekwalificeerd als een poging tot doodslag. De rechtbank overweegt hierover als volgt. De verdachte heeft op enig moment vanuit het café door het raam naar buiten geschoten (op een hoogte van 1,75 meter), terwijl hij zag dat buiten achter dat raam zich meerdere personen bevonden die in een kloppartij waren verwikkeld. Gezien de hoogte boven de vloer van het terras waarop het projectiel kennelijk door de ruit het café heeft verlaten en mede in aanmerking genomen het feit dat zich daar buiten dat café een groep personen bevonden die in een knokpartij verwikkeld waren, moet naar het oordeel van de rechtbank de kans groot worden geacht dat één of meerdere van deze personen door het projectiel in een vitaal orgaan zou worden geraakt.

Door op deze wijze te schieten heeft de verdachte aldus bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat een of meer van de personen die zich op of bij het terras voor het café [naam café] bevonden zouden worden gedood. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat de verdachte een ongeoefend schutter is, zodat ook niet aannemelijk is dat hij “wist wat hij deed”, maar dat het in de plaats daarvan slechts een gelukkig toeval is dat hij niemand heeft geraakt.

De rechtbank acht het onder 1. primair tenlastegelegde bewezen.

Met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 27 mei 2015 in de gemeente Sittard een wapen van categorie III onder 4, namelijk een alarmpistool, voorhanden heeft gehad.

Zij baseert haar oordeel op het volgende:

  • -

    de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 6 januari 2017;

  • -

    het verslag van binnentreden in de woning, gelegen aan de [adres 2] te [woonplaats]11;

- het proces-verbaal van verhoor [naam eigenaresse café] , inhoudende haar verklaring dat het wapen (overigens niet het wapen dat is gebruikt in feit 1) dat in haar woning is aangetroffen niet van haar is, dat zij dit nog nooit heeft gezien en dat het van haar vriend kan zijn; het wapen ligt in haar woning omdat haar vriend vaker bij haar in de woning verblijft, dan in zijn eigen woning12;

- het proces-verbaal relaterende een onderzoek aan een alarmpistool13.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

1. primair

op 7 mei 2015 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [betrokkene 4] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 6] en/of

[betrokkene 3] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 13] en/of [betrokkene 14] en/of [betrokkene 15] , zich bevindend op de openbare weg achter het raam, opzettelijk van het leven te beroven, doordat hij met een vuurwapen op die [betrokkene 4] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 6] en/of

[betrokkene 3] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 13] en/of [betrokkene 14] en/of [betrokkene 15] heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 27 mei 2015 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, een wapen van categorie III onder 4, te weten een alarmpistool (merk Record, kaliber 6mm Flobert Knal), voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1. primair en onder 2. meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten op:

feit 1.:

poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

feit 2:

overtreding van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5 De strafbaarheid van de verdachte en het beroep op noodweer(exces)

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1. tenlastegelegde een beroep gedaan op noodweer(exces), zoals hiervoor onder 3.2 is aangegeven.

De officier van justitie is van oordeel dat de verdachte zich aan de situatie had kunnen onttrekken, zodat aan hem een beroep op een rechtvaardigingsgrond niet toekomt. Voorts heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat in elk geval de reactie van de verdachte op de mishandelingen van zijn vrienden disproportioneel is. Dit ingrijpen staat naar het oordeel van de officier van justitie niet in een redelijke verhouding tot de ernst van de wederechtelijke aanranding van het lijf van de vrienden van de verdachte. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep dat namens de verdachte wordt gedaan op de rechtvaardigingsgrond noodweer althans de schulduitsluitingsgrond van noodweerexces.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op 7 mei 2015 vonden er voor café [naam café] te Sittard uiterst grove mishandelingen van enkele personen plaats door een overmacht van in een groep opererende personen, waarbij gebruik werd gemaakt van wapens waarmee zeer ernstige verwondingen kunnen worden veroorzaakt, zoals een boksbeugel. Dat er een onmiddellijk gevaar dreigde dat de drie mishandelde personen zeer zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen heeft de rechtbank via de buiten het café [naam café] opgenomen camerabeelden zelf kunnen waarnemen. Ook uit het commentaar van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] dat als deze mishandelingen niet gestopt waren, zij hun slachtoffers mogelijk blijvend letsel hadden bezorgd of hen zelfs dood zouden hebben getrapt, leidt de rechtbank af dat er een onmiddellijk gevaar dreigde dat de mishandelde personen zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen, eventueel met de dood tot gevolg. De verdachte heeft bij het zien van de van deze mishandelingen daarop gereageerd door een geladen pistool, dat hij onder de bar had liggen, te pakken en daarmee door het raam te schieten. Er is één schot gevallen. De verdachte heeft verklaard dat hij het pistool slechts wilde gebruiken ter afschrikking.

De rechtbank acht het gebruik van een vuurwapen om af te schrikken in een geval als dit in beginsel niet onredelijk. Dát de verdachte wilde afschrikken acht de rechtbank ook aannemelijk doordat ‘slechts’ één schot werd gelost. De rechtbank acht de wijze waarop de verdachte het wapen heeft gebruikt echter disproportioneel, nu dat niet in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. In plaats van op manshoogte door het raam te schieten, in de richting waar zich een bewegende mensenmassa bevond, had de verdachte een alternatief moeten kiezen, waarbij kon worden uitgesloten dat iemand door het door hem geloste schot zou worden geraakt. Hij had bijvoorbeeld via een andere uitgang dan de kort daarvoor door mevrouw [naam eigenaresse café] afgesloten toegangsdeur van het café toch naar buiten kunnen lopen en vervolgens een schot in de lucht kunnen lossen als waarschuwing. Door het schot dat nu door de verdachte is gelost en dat moet worden aangemerkt als een poging tot doodslag, heeft de verdachte de door de subsidiariteit en proportionaliteit aan zijn handelen te stellen grenzen uit het oog verloren.

Vervolgens is de vraag of moet worden aangenomen dat deze overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.

De verdachte heeft verklaard dat hij al zeer gestrest was, in paniek is geraakt en zich machteloos voelde toen hij zag dat zijn vrienden door een overmacht van personen op zeer agressieve wijze werden mishandeld. De verdachte werd door de hiervoor beschreven gebeurtenissen en omstandigheden kennelijk zo zeer door emoties bevangen, dat het aannemelijk is dat de door hem gemaakte gedragskeuzes een onmiddellijk gevolg daarvan zijn geweest. Op grond daarvan komt de rechtbank tot het oordeel dat de meergenoemde overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, die werd veroorzaakt door in dit geval de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van het lijf van zijn vrienden.

De rechtbank komt tot de slotsom dat de verdachte geen schuld treft dat het zover is gekomen dat hij met het vuurwapen op zodanige manier een schot heeft gelost dat deze handeling moet worden gekwalificeerd als een poging tot doodslag. De verdachte moet met betrekking tot het onder 1. primair ten laste gelegde worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het onder 1. subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde ziet niet op een ander handelen van de verdachte, maar slechts op een andere kwalificatie. Hoewel het onder 1. primair ten laste gelegde dus niet tot een veroordeling gaat leiden, behoeft naar het oordeel van de rechtbank het onder 1. subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde geen afzonderlijke bespreking.

Ter zake het feit onder 2. is de verdachte strafbaar. Niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid met betrekking tot dit feit uitsluit.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de termijn waarin de verdachte in voorlopige hechtenis heeft verbleven.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd, behalve dat hij ten aanzien van het feit onder 2. heeft aangevoerd dat het een bagatel feit betreft.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen onder 2. bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde onder 2. is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank onder meer gelet op de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 6 december 2016, waaruit niet blijkt dat hij eerder door een strafrechter werd veroordeeld.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor het voorhanden hebben van een alarmpistool. Het oriëntatiepunt voor dat feit is een geldboete van € 550,-. De rechtbank ziet ten gunste, noch ten nadele van de verdachte redenen van deze oriëntatiepunt af te wijken.

De rechtbank overweegt dat in dit geval een veroordeling tegen de verdachte zal worden uitgesproken ter zake van een ander strafbaar feit, dan dat waarvoor de verdachte in verzekering werd gesteld en zijn gevangenhouding werd bevolen. De rechtbank acht termen aanwezig in dit geval een bevel te geven dat de tijd die door de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis werd doorgebracht bij de uitvoering van de aan de verdachte op te leggen geldboete in mindering te brengen naar de hierna in het dictum van dit vonnis te bepalen maatstaf.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het onder 1. primair en onder 2. tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat onder 1. primair en onder 2. meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 4 zijn omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar ter zake van feit 2;

  • -

    verklaart de verdachte niet strafbaar ter zake van feit 1 primair (als ook ter zake van het onder 1. subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde) en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 550,-;

  • -

    beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 11 dagen;

  • -

    beveelt dat bij de uitvoering van deze straf de tijd door de verdachte ingevolge de vervolging terzake het aan hem onder 1. ten laste gelegde doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis, op deze geldboete in mindering wordt gebracht naar de maatstaf van € 50,00 per dag;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. van Maanen Winters, voorzitter, mr. C.M.W. Nobis en mr. D. Osmic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Schuwirth, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2017.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 7 mei 2015 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [betrokkene 4] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 6] en/of

[betrokkene 3] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 13] en/of [betrokkene 14] en/of [betrokkene 15] , althans een of meer perso(o)n(en), zich bevindend op de openbare weg achter

het raam, opzettelijk van het leven te beroven, doordat hij met een vuurwapen op die

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 12] en/of

[betrokkene 13] en/of [betrokkene 14] en/of [betrokkene 15] , althans op een of meer perso(on)n(en), zich bevindend op de openbare weg (achter het raam) heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 7 mei 2015 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [betrokkene 4] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 6] en/of

[betrokkene 3] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 13] en/of [betrokkene 14] en/of [betrokkene 15] , althans een of meer perso(o)n(en), zich bevindend op de openbare weg achter het raam opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen doordat hij met een vuurwapen op die [betrokkene 4] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 12] en/of

[betrokkene 13] en/of [betrokkene 14] en/of [betrokkene 15] , althans op een of meer perso(o)n(en), zich bevindend op de openbare weg (achter het raam) heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 7 mei 2015 te Sittard, in gemeente Sittard-Geleen, [betrokkene 4] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 2] en/of

[betrokkene 6] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 13] en/of [betrokkene 14] en/of [betrokkene 15] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een vuurwapen op hen gericht en/of op een en/of meerderen van hen geschoten;

2.

hij op of omstreeks 27 mei 2015 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, een wapen van categorie III onder 4, te weten een alarmpistool (merk Record, kaliber 6mm Flobert Knal), voorhanden heeft gehad.

1 Het proces-verbaal van bevindingen van politie Eenheid Limburg, District Zuid-West-Limburg, Basisteam Westelijke Mijnstreek, proces-verbaalnummer 2451114005-2938, gesloten op 29 oktober 2015, doorgenummerd van ZD9A - 1 - tot en met ZD9A - 203 -, pagina ZD9A - 51 - tot en met ZD9A – 53 - van de doornummering, hierna aangehaald als ZD9A.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , ZD9A - 66 - tot en met ZD9A - 70 -.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , ZD9A - 76 - en ZD9A - 77 -.

4 Het stam-proces-verbaal, ZD9A - 16 -.

5 De verklaring van de verdachte ter zitting inhoudende dat er geen hoogteverschil is tussen de vloer binnen en de bestrating buiten voor het caféraam.

6 Het proces-verbaal zaaksdossier, ZD9A -19-23-.

7 Het proces-verbaal uitkijken video 7 mei 2015, ZD9A - 102 -.

8 Het proces-verbaal uitkijken video 7 mei 2015, ZD9A - 108 -.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, PD01 -74- tot en met PD01 -76-.

10 Bestand 3 van de beveiligingsbeelden.

11 Het proces-verbaal van doorzoeking [adres 2] , [woonplaats] van politie Eenheid Limburg, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Generiek, team Opsporing, proces-verbaalnummer 2451114005-2074, opgemaakt d.d. 27 mei 2015, pagina 64 tot en met 66 van de doornummering in het beslagdossier (BD9A – 69 -).

12 Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [naam eigenaresse café] , politie Eenheid Limburg, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Generiek, team Opsporing, proces-verbaalnummer 2451114005-2158, opgemaakt d.d. 21 mei 2015, pagina 44 tot en met 47 van de doornummering in het persoonsdossier (PD02 - 45 -).

13 Het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Divisie Regionale Recherche, Forensische Opsporing, Expertise wapens, munitie en explosieven, proces-verbaalnummer 2015085001-32, gesloten op 10 juni 2015, pagina 190 tot en met 192 van de doornummering in het zaaksdossier (ZD9A -190 -).