Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:507

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-01-2017
Datum publicatie
20-01-2017
Zaaknummer
5619817 Cv EXPL 16-11829
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzet tegen niet in persoon betekend verstekvonnis in kort geding tot ontruiming. Aanvang verzettermijn. Daden van bekendheid. Opposant aanwezig ten tijde van de ontruiming. Psychische klachten. Verschoonbare termijnoverschrijding. Toerekenbaarheid van overlast relevant bij beoordeling ontbinding huurovereenkomst? Belangenafweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 5619817 CV EXPL 16-11829

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 19 januari 2017

in de zaak van:

[opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] ,

wonend/verblijvend [adres 1] te [woonplaats] ,

opposant in conventie, eisende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde mr. B.H.A. Augustin

tegen:

de stichting WONINGSTICHTING HEEMWONEN,

gevestigd te Kerkrade,

geopposeerde in conventie, verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde mr. C.J.P. Schellekens.

Partijen zullen hierna [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] en Heemwonen genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het (verwijzings)vonnis van de kantonrechter van 28 december 2016

  • -

    de door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] bij brief van 12 januari 2017 ingediende productie

  • -

    de bij e-mailbericht van 13 januari 2017 door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] aangekondigde akte wijziging van eis

  • -

    de mondelinge behandeling op 16 januari 2017 waarbij [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] een eis in voorwaardelijke reconventie heeft ingesteld en waarbij door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] een pleitnota is overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] huurt sinds 1 oktober 1999 van Heemwonen (althans haar rechtsvoorgangster) een woning aan het adres [adres 2] te [plaats] . De woning maakt onderdeel uit van het complex [adres 3] te [plaats] . Dit complex bestaat uit vier woonlagen. De eerste, tweede en derde verdieping bestaan ieder uit drie woningen. De begane grond is door Heemwonen sinds september 1999 verhuurd aan Radar. Radar exploiteert aldaar een woonvoorziening voor cliënten in de leeftijd van 46-71 jaar met een lichte tot matige verstandelijke beperking.

2.2.

Bij exploot van dagvaarding van 12 december 2014 heeft Heemwonen onder meer gevorderd [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] te veroordelen tot ontruiming van de woning wegens een huurachterstand en wegens door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] veroorzaakte ernstige overlast. Partijen hebben destijds tijdens de mondelinge behandeling een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarna de zaak op hun verzoek is doorgehaald. Onderdeel van de vaststellingsovereenkomst was dat Heemwonen twee keer aan [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] een andere passende woonruimte zou aanbieden omdat [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] stelde overlast te ervaren van bewoners van het complex alsmede van cliënten en medewerkers van Radar. Heemwonen heeft vervolgens twee maal aan [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] een andere woonruimte aangeboden. [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] heeft beide keren de woning niet geaccepteerd.

2.3.

Bij exploot van dagvaarding van 9 juni 2016 heeft Heemwonen in kort geding andermaal de ontruiming van deze woning gevorderd. Heemwonen heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] ernstige overlast veroorzaakt aan de overige bewoners (inclusief de cliënten en werknemers van Radar) van het complex.

2.4.

Bij vonnis in kort geding van 16 juni 2016 is [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] (bij verstek) veroordeeld om binnen vijf dagen na betekening van dat vonnis de woning te ontruimen, met verwijzing van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] in de proceskosten.

2.5.

Voornoemd vonnis is op 22 juni 2016 betekend door achterlating in een gesloten enveloppe op het woonadres van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] .

2.6.

Op 30 juni 2016 heeft Heemwonen met hulp van politie de door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] gehuurde woning ontruimd. [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] was ten tijde van de ontruiming in de door hem gebarricadeerde woning aanwezig. Bij die gelegenheid is hij door de politie meegenomen, waarna hij diezelfde dag (productie 4 van de zijde van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] ) voor klinische behandeling is opgenomen bij Mondriaan, locatie Vijverdal Maastricht.

2.7.

Bij beschikking van 28 juli 2016 is door de rechtbank Limburg (zittingsplaats Maastricht) een voorlopige machtiging verleend om [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] voor de duur van maximaal zes maanden te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis.

2.8.

[opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] woont thans in een eigen studio van Mondriaan te Hoensbroek op het adres [adres 1] .

2.9.

Bij exploot van dagvaarding van 8 augustus 2016 heeft [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] verzet ingesteld tegen het vonnis van 16 juni 2013.

3 Het geschil

3.1.

[opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] vordert - na wijziging van eis - in verzet :

  1. hem goed opposant te verklaren, het verzet gegrond te verklaren en het vonnis van 16 juni 2016 te vernietigen,

  2. primair de door Heemwonen ingestelde vordering af te wijzen;

  3. subsidiair, wanneer het herleven van de huurovereenkomst niet langer mogelijk is, Heemwonen te veroordelen om binnen 10 dagen na dit vonnis aan hem een gelijkwaardige huurwoning (qua prijs, grootte en voorzieningen) aan te bieden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag dat Heemwonen daarmee in verzuim blijft;

  4. Heemwonen te veroordelen in de kosten van dit geding.

Ter zitting is namens [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] desgevraagd verklaard dat de onder 3. gevorderde dwangsom dient te worden gemaximeerd tot € 5.000,00. Heemwonen heeft verklaard tegen deze wijziging geen bezwaar te hebben. De kantonrechter staat deze verandering van eis toe.

3.2.

Heemwonen voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, nader ingegaan worden.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen zijn verdeeld over de vraag of [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] tijdig in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis van 16 juni 2016. Die vraag dient te worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in artikel 143 lid 2 en lid 3 Rv.

4.2.

Vaststaat dat het verstekvonnis niet in persoon aan [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] is betekend. Hieruit volgt dat de verzettermijn van vier weken niet is aangevangen op de dag na betekening.

4.3.

[opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] heeft aanvankelijk de stelling ingenomen dat hij van de ontruiming, die op 30 juni 2016 plaatsvond, voor het eerst in de eerste week van augustus 2016 kennis heeft genomen. [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] heeft aangevoerd dat op grond van art. 6 EVRM dan dient te worden uitgegaan van een aanvang van de verzettermijn in de eerste week van augustus 2016. Dit betoog kan verder onbesproken blijven. Ter zitting is namelijk gebleken dat [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] ten tijde van de ontruiming in de woning aanwezig was en derhalve van de ontruiming op de hoogte was. Hieruit volgt dat de verzettermijn in ieder geval is begonnen op 1 juli 2016.

4.4.

Volgens Heemwonen heeft [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] na betekening van het vonnis evenwel daden verricht waaruit volgens haar voortvloeit dat het verstekvonnis aan hem bekend was. Heemwonen verwijst in dat verband naar de door haar overgelegde foto’s waarop is te zien dat:

- de voordeur van de woning van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] met tape is afgeplakt waarop RB (kennelijk de initialen van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] ) staat geschreven

- een (volgens Heemwonen door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] opgestelde) brief is geplakt waarin onder meer is vermeld dat de politie de woning niet mag betreden.

Als al zou moeten worden geoordeeld dat dit daden van bekendheid zijn, moet worden geoordeeld dat de verzettermijn op basis daarvan niet eerder dan op 1 juli 2016 is gestart. Heemwonen heeft immers zelf gesteld dat deze foto’s zijn genomen op 30 juni 2016 en verder niet gesteld dat de toestand zoals vastgelegd op die foto’s reeds eerder dan op 30 juni 2016 bestond. Heemwonen stelt voorts dat [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] vlak voor de gedwongen ontruiming telefonisch contact met haar heeft opgenomen waarbij hij heeft medegedeeld dat hij niet uit de woning gezet kon worden omdat hij netjes de huur betaalde. Aangezien Heemwonen niet stelt op welke dag [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] dit heeft medegedeeld, valt niet vast te stellen op welk moment voor 30 juni 2016 deze (gestelde) daad van bekendheid heeft plaatsgevonden en de verzettermijn een aanvang heeft genomen. Ook op basis van deze stelling van Heemwonen kan niet worden geconcludeerd dat de verzettermijn eerder dan op 1 juli 2016 is aangevangen.

4.5.

Op grond van voorgaande overwegingen komt de kantonrechter tot de conclusie dat de verzettermijn is aangevangen op 1 juli 2016. Het door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] ingediende verzet bij exploot van 8 augustus 2016 is derhalve niet binnen de voorgeschreven termijn van vier weken gedaan. De kantonrechter acht de termijnoverschrijding echter verschoonbaar. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk genoegzaam dat [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] ten tijde van de ontruiming en in de periode daarna door zijn psychische toestand niet in staat moet zijn geweest tijdig verzet te doen. Er was sprake van hallucinaties en betrekkingswanen en voorts was [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] een aantal weken na de gedwongen opname niet aanspreekbaar (productie 6 en de bij brief van 12 januari 2017 overgelegde productie).

4.6.

De kantonrechter zal hierna het verzet van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] inhoudelijk beoordelen.

4.7.

[opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] voert aan dat ten aanzien van twee door Heemwonen aangevoerde overlast incidenten niet is komen vast te staan dat hij veroorzaker daarvan is geweest.

Het betreft een incident waarbij [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] volgens Heemwonen met stenen heeft gegooid waardoor een auto is beschadigd. Voorts gaat het om brandstichting, volgens Heemwonen door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] , bij de voordeur van de woning op het adres [adres 4] . De kantonrechter is van oordeel dat in het midden kan blijven of [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] stenen gegooid heeft of brand heeft gesticht. Zij overweegt daartoe als volgt.

4.8.

Van de overige door Heemwonen aan haar vordering tot ontruiming ten grondslag gelegde overlast betwist [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] niet dat hij daarvan de veroorzaker is geweest. Op grond van die onbetwiste stellingen van Heemwonen staat derhalve vast dat [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] sinds begin 2016 met regelmaat zeer ernstige overlast heeft veroorzaakt aan de overige huurders van het complex alsmede aan de op de begane grond van het complex werkzame personen en de daar wonende cliënten van Radar. De stelling van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] dat hij in de periode daarvoor geen overlast heeft veroorzaakt doet daar niet aan af. Bovendien twijfelt de kantonrechter ernstig aan de juistheid van die stelling aangezien Heemwonen reeds in 2014 een kort geding tegen [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] heeft gestart waarbij ook toen ontruiming van de woning wegens door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] sedert 2007 veroorzaakte overlast werd gevorderd. De onbetwist veroorzaakte overlast is zodanig geweest dat in een eventueel nog te voeren bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid zal worden geoordeeld dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden wegens een tekortkoming in de nakoming van de verbintenis zich als goed huurder te gedragen. Thans kan op de uitkomst daarvan vooruitgelopen worden door ontruiming van de woning van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] . Het verweer van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] dat door zijn psychische toestand de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend, moet worden verworpen. Toerekenbaarheid van de tekortkoming is immers geen vereiste voor ontbinding van een overeenkomst (zie art. 6:265 lid 1 BW). Voor zover [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] met verwijzing naar zijn psychische toestand een beroep heeft willen doen op de zogenoemde “tenzij-clausule” van art. 6:265 lid 1 BW, moet ook dat standpunt worden verworpen. De overlast is niet aan te merken als een tekortkoming van bijzondere aard en evenmin is de tekortkoming van geringe betekenis.

4.9.

[opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] heeft voorts aangevoerd dat er in het verstekvonnis geen rekening is gehouden met het belang van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] om, na behandeling, weer terug te kunnen keren in de dor hem gehuurde woning. In dat kader heeft [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] nog benadrukt dat het voor hem gezien zijn verleden moeilijk zal worden een passende woonruimte te vinden. De kantonrechter is van oordeel dat deze stellingen strikt genomen niet tot een ander oordeel kunnen leiden omdat die stellingen onverlet laten dat de ernstige overlast die door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] is veroorzaakt in een bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid tot ontbinding van de huuroveenkomst zullen leiden. Voor zover hij heeft willen betogen dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ontbinding van de huurovereenkomst onaanvaardbaar is, moet dat betoog worden verworpen. Een in dat kader te maken belangenafweging zal naar alle waarschijnlijkheid ten nadele van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] uitvallen. De veroorzaakte overlast aan de overige huurders van het complex en de werknemers van Radar is namelijk zodanig geweest dat hun belangen bij ongestoord huurgenot prevaleren boven het belang van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] bij voortzetting van de huurovereenkomst. Bovendien is van de zijde Heemwonen ter zitting (onbetwist) gesteld dat personen die intramuraal bij Mondriaan zijn opgenomen (en [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] dus ook) bij Housing Parkstad aangemeld kunnen worden. Deze organisatie kan na aanmelding op korte termijn een passende woning bij een andere verhuurder dan Heemwonen aanbieden. Het moet er derhalve voor gehouden worden dat aan [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] juist relatief snel een alternatieve woning aangeboden kan worden.

4.10.

[opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] heeft voorts, subsidiair, betoogd dat in het verstekvonnis een onredelijk korte ontruimingstermijn is gehanteerd. Hij verwijst daarbij naar een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Assen (ECLI:NL:RBASS:2012:BY6174) die de ontruimingstermijn op tweeëneenhalve maand heeft bepaald. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom op grond van die uitspraak de ontruimingstermijn van vijf dagen in het geval van [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] te kort is. [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] verwijst voorts naar een vonnis van de Rechtbank Arnhem van 8 april 1993 (ECLI:NL:RBARN:1993:AH4144) waarin werd geoordeeld dat de ontruiming een acute noodsituatie met zich bracht. Van een noodsituatie als gevolg van de ontruiming is bij [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] echter geen sprake. Hij verblijft thans immers in een studio van Mondriaan.

4.11.

Op grond van vorenstaande overwegingen zullen de onderdelen 1. en 2. van de vordering in oppositie worden afgewezen.

4.12.

Aangezien het ervoor gehouden moet worden dat het herleven van de huurovereenkomst niet mogelijk zal zijn, zal de kantonrechter ook de vordering in reconventie beoordelen. Die vordering zal afgewezen worden. [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] is thans immers nog steeds opgenomen bij Mondriaan. Bovendien is onduidelijk gebleven hoe lang behandeling en verblijf aldaar voor [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] nog noodzakelijk zal zijn. Van Heemwonen kan voorts, gelet op [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] huurgedrag in het verleden, niet worden verlangd dat zij wederom aan hem een woning uit haar bestand ter beschikking dient te stellen. Een wettelijke verplichting van Heemwonen daartoe is door [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] niet gesteld. Tot slot is gebleken dat via Parkstad Housing naar een passende woning voor [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] gezocht kan worden bij een andere verhuurder.

4.13.

[opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van Heemwonen begroot op € 200,00 salaris gemachtigde ten aanzien van het verzet (zijnde het verschil tussen de kosten in de verstekprocedure en de gebruikelijke kosten bij tegenspraak) en, gelet op de samenhang tussen het verzet en de vordering in voorwaardelijke reconventie, op € 300,00 salaris gemachtigde ten aanzien van het geding in reconventie (zijnde de helft van het gebruikelijke tarief).

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart het verzet ongegrond,

5.2.

bevestigt het door de kantonrechter van de Rechtbank Maastricht, zittingsplaats Maastricht op 16 juni 2016 tussen Heemwonen en [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] onder zaaknummer 5137918 CV EXPL 16-5428 gewezen vonnis,

5.3.

wijst de vordering in voorwaardelijke reconventie af,

5.4.

veroordeelt [opposant in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van Heemwonen begroot op € 500,00 aan salaris gemachtigde,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en is in het openbaar uitgesproken.

Type: RW