Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:490

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-01-2017
Datum publicatie
20-01-2017
Zaaknummer
4949402 CV EXPL 16-3248 en 5098764 CV EXPL 16-4980
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit van een tweedehands auto die stil is gevallen binnen zes maanden na levering maar vlak na de overeengekomen garantietermijn. Zaken die hierbij onder meer aan bod komen: rechten en plichten tussen de professionele verkoper en consument, onderzoeksplicht consument, verzuim en de zuivering ervan, omzetting naar vervangende schadevergoeding, het doen van een aanbod tot herstel, gedane mededelingen door verkoper, weigering verkoper (gedaagde) om deskundigenonderzoek bij te wonen en gevolgen hiervan, aanvullende schadevergoeding, nieuw voor oud, gevolgen verouderd KvK-nummer in documentatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/346
NJF 2017/103
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummers: 4949402 CV EXPL 16-3248 en 5098764 CV EXPL 16-4980

Vonnis van de kantonrechter van 18 januari 2017

in de zaak met zaaknummer 4949402 CV EXPL 16-3248

[eiser] ,

wonende [adres 1] ,

[woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde J.A.M. Drinkenburg, DAS Rechtsbijstand,

tegen:

de besloten vennootschap AUTOBEDRIJF [naam BV] B.V.,

statutair gevestigd en kantoor houdend [adres 2] ,

[vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht

en

in de zaak met zaaknummer 5098764 CV EXPL 16-4980

[eiser] ,

wonende [adres 1] ,

[woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde J.A.M. Drinkenburg, DAS Rechtsbijstand,

tegen:

1 de vennootschap onder firma [naam VOF] V.O.F.,

statutair gevestigd en kantoor houdend [adres 2] ,

[vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2 zaaknummer 5098764], vennoot van gedaagde sub 1,

wonende [adres 3] ,

[woonplaats 2] ,

3. [gedaagde sub 3 zaaknummer 5098764], vennoot van gedaagde sub 1,

wonend [adres 4] ,

[woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht.

Partijen zullen hierna [eiser] , Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] en [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. genoemd worden.

1 De procedures

zaaknummers 4949402 en 5098764

1.1.

De kantonrechter heeft de beide procedures administratief gevoegd. Partijen zijn hiervan bij brief d.d. 17 juni 2016 in kennis gesteld.

1.2.

Het verloop van de procedures blijkt uit:

- de exploten van dagvaarding

- de conclusies van antwoord

- de conclusies van repliek, tevens houdende wijziging van eis

- de conclusies van dupliek.

1.3.

Daarna is vonnis bepaald.

2 Het geschil

zaaknummers 4949402 en 5098764

2.1.

[eiser] vordert dat Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] (in zaaknummer 4949403) dan wel van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. (in zaaknummer 5098764) bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt/worden veroordeeld om aan hem te betalen € 7.958,08 aan hoofdsom en € 772,90 aan buitengerechtelijke kosten, alsmede de proceskosten te vermeerderen met rente.

2.2.

[eiser] legt aan deze vordering ten grondslag dat hij van Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] dan wel van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. een auto heeft gekocht, die niet voldoet aan hetgeen hij daarvan mocht verwachten. Er is sprake van non-conformiteit zoals bedoeld in art. 7:17 BW. Omdat Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] dan wel [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. niet is/zijn overgegaan tot herstel van het gebrek aan de auto, heeft [eiser] de vordering tot nakoming omgezet in een vergoeding tot vervangende schadevergoeding. [eiser] maakt naast de reparatiekosten aanspraak op vergoeding van kosten die hij heeft moeten maken ter vaststelling en -legging van de schade, de kosten van vervangend vervoer en ANWB-lidmaatschap, alsmede buitengerechtelijke kosten.

2.3.

Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] en [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hebben in de respectieve procedures verweer gevoerd.

3 De beoordeling

zaaknummer 4949402

3.1.

[eiser] heeft als productie 1 bij de exploten in de beide zaken een afschrift overgelegd van een door ‘de verkoper’ ondertekende offerte d.d. 16 mei 2015 betreffende de auto waar het in dezen om gaat. Blijkens de aanhef is deze offerte afkomstig van [gedaagde zaaknummer 5098764] V.O.F. (hierna [gedaagde zaaknummer 5098764] ). Omdat het op de offerte vermelde KvK-nummer echter toebehoort aan Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] , heeft [eiser] laatstgenoemd bedrijf in de onderhavige procedure gedagvaard.

3.2.

Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] betwist dat zij degene is met wie [eiser] deze overeenkomst heeft gesloten.

3.3.

Uit de stellingen van partijen en de ingediende stukken blijkt dat Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] en [gedaagde zaaknummer 5098764] een andere entiteit hebben: niet alleen de namen zijn verschillend maar ook de KvK-nummers.

Op de door [eiser] overgelegde offerte luidt de aanhef ‘ [gedaagde zaaknummer 5098764] ’ en het KvK-nummer dat daarin is vermeld is 14057263. Dit is echter toegekend aan Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] B.V., opgericht op 8 mei 1998.

Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] legt op haar beurt een factuur over gedateerd 22 mei 2015 - waarvan [eiser] overigens stelt dat hij die niet heeft ontvangen - waarvan de aanhef luidt ‘ [gedaagde zaaknummer 5098764] V.O.F.’ en het KvK-nummer 63450712 is. Blijkens het uittreksel uit Handelsregister van de Kamer van Koophandel behoort dit nummer inderdaad toe aan [gedaagde zaaknummer 5098764] V.O.F., welke is opgericht op 1 januari 2015.

3.4.

Geoordeeld wordt dat [eiser] - gezien de adressering op de ondertekende offerte - de onderhavige overeenkomst heeft gesloten met [gedaagde zaaknummer 5098764] en dat Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] geen partij is bij die overeenkomst. De vordering tegen haar zal daarom afgewezen worden.

3.5.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. gebruikten een verkeerd (verouderd) KvK-nummer op de offerte. Dit kan [eiser] niet worden verweten. De rechtbank oordeelt het begrijpelijk dat [eiser] hierdoor de foutieve persoon gedagvaard heeft. De proceskosten zullen daarom tussen partijen gecompenseerd worden.

zaaknummer 5098764

3.6.

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet - althans onvoldoende gemotiveerd betwist - staat tussen partijen het volgende vast:

3.6.1.

[gedaagde zaaknummer 5098764] is de handelsnaam van [gedaagde zaaknummer 5098764] V.O.F.

3.6.2.

[eiser] kocht op 16 mei 2015 van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. een Citroën C4 met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) tegen betaling van € 11.440,00. Daarin was drie maanden garantie begrepen. Op het moment van levering stond de kilometerstand op 83.413.

3.6.3.

Op 21 september 2015 weigerde de auto in Groningen plotseling dienst. De kilometerstand bedroeg toen ‘een kleine 90.000’.

3.6.4.

[eiser] heeft de auto door de ANWB laten afslepen naar Vakgarage Polling te Eelde (hierna: Polling), die de auto heeft onderzocht en haar bevindingen op papier heeft gezet. Zij schrijft onder meer (productie 2 bij exploot):

Geen elektronische storing aangetroffen.

(….…)

Tuimelaars in cilinderkop zijn beschadigd.

(……..)

Klepzittingen losgelaten. motorblok beschadigd.

Er heeft geen reparatie plaatsgevonden.

3.6.5.

Op 30 september 2015 heeft [eiser] een e-mail gestuurd aan info@ [gedaagde zaaknummer 5098764] .nl met daarin de mededeling dat hij ervan uitgaat dat de bijzonder vervelende situatie wordt opgelost en dat hij binnen een week een reactie verwacht. Partijen hebben vervolgens op 6 oktober 2015 telefonisch overleg gepleegd. [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hebben daarbij voorgesteld om de auto bij Polling op te halen en tegen een speciaal tarief te repareren. [eiser] is met dat voorstel niet akkoord gegaan.

3.6.6.

Op 8 oktober 2015 werd vanuit info@ [gedaagde zaaknummer 5098764] .nl voorgesteld dat aan [eiser] € 1.000,00 zou worden betaald ter afhandeling van deze kwestie. [eiser] heeft in zijn brief van 9 oktober 2015, geadresseerd aan [gedaagde zaaknummer 5098764] , laten weten dat hij ook daarmee niet akkoord ging. Hij heeft in die brief aanspraak gemaakt op kosteloos herstel omdat sprake is van non-conformiteit en gesommeerd om binnen zeven dagen na dagtekening van de brief aansprakelijkheid te erkennen en om binnen twee weken na dagtekening van de brief zorg te dragen voor kosteloze reparatie, bij gebreke waarvan de vordering tot nakoming zou worden omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding plus bijkomende kosten.

3.6.7.

Bij brief van 19 oktober 2015 heeft de gemachtigde van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. de aansprakelijkheid afgewezen.

3.6.8.

[eiser] heeft daarop op 20 oktober 2015 een brief gestuurd naar CED Automotive te Capelle aan de IJssel (hierna: CED) met de volgende vragen:

1. Wat is er precies defect?

2. Wat is de oorzaak van het aanwezige gebrek?

3. Was (de oorzaak van) dit gebrek op 16 mei 2015/bij een kilometerstand van 83.413 al (latent) aanwezig? Waarom wel/niet?

4. In wiens risicosfeer ligt het nu geconstateerde gebrek in uw optiek, en waarom?

5. Wat zijn de herstelkosten van het gebrek?

De gemachtigde van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. is hiervan bij brief van 21 oktober 2015 in kennis gesteld.

3.6.9.

Op 30 oktober 2015 heeft CED aan [eiser] laten weten dat zij de auto op 6 november 2015 zal komen bekijken. Blijkens het rapport van CED van 7 december 2015 (productie 14 bij exploot) heeft ‘Dhr Verstraelen van [gedaagde zaaknummer 5098764] ’ duidelijk aangegeven dat hij bij deze inspectie niet aanwezig hoefde te zijn.

3.6.10.

De schade-oorzaak en conclusie van CED (weergegeven op pagina 04/07 van voornoemd rapport) luidt:

Naar aanleiding van ons technisch onderzoek zijn wij van mening dat de beschadigingen aan de motor het gevolg zijn van een eigen gebrek. Er is zijn geen sporen die duiden op een thermische overbelasting van de motor. De uitgevoerde reparaties en de cliënt hebben geen enkele invloed op het loskomen van de klepzittingen.

Dit eigen gebrek bestond uit een af-fabriek te lage klemspanning van de klepzittingen in de cilinderkop, met als gevolg dat de klepzittingen naar een geruime tijd zijn losgekomen uit de cilinderkop.

Tijdens het rijden worden de klepzittingen door het bedienen van de kleppen op hun plaats gehouden. Indien een warme motor afkoelt kan de klepzitting met een te lage klemspanning bij een geopende inlaatklep uit de cilinderkop naar beneden zakken. Dit wordt veroorzaakt omdat het materieel van de cilinderkop sneller afkoelt dan het materiaal van de klepzitting.

(…)

Conclusie

Er is sprake van een eigen gebrek welke in de garantieperiode latent aanwezig moet zijn geweest.

3.6.11.

Op 4 november 2015 heeft de gemachtigde van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. een nieuw voorstel gedaan inhoudende dat de auto zou worden opgehaald en de motorschade zou worden gerepareerd, waarbij vervolgens finale kwijting over en weer verleend zou moeten worden. [eiser] heeft dit voorstel afgewezen.

3.7.

[eiser] heeft in het licht van de hiervoor opgesomde feiten de onderhavige vordering ingesteld.

3.8.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hebben ten aanzien daarvan het volgende als verweer aangevoerd:

3.8.1.

Er is geen sprake van verzuim, omdat [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. niet in gebreke zijn gesteld.

Dit verweer komt de kantonrechter merkwaardig voor. De brief van 9 oktober 2015 - die te beschouwen is als ingebrekestelling - is gericht aan [gedaagde zaaknummer 5098764] . Ook in de nadien aan de gemachtigde van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. gerichte brieven wordt steeds gesproken over [gedaagde zaaknummer 5098764] . Om nu uit het feit dat [eiser] in eerste instantie Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] heeft gedagvaard te concluderen, dat de correspondentie van [eiser] dus ook feitelijk gericht was aan Autobedrijf [gedaagde zaaknummer 4949402] - zoals [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. blijkbaar doet - gaat te ver.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. voegen daar bij dupliek nog aan toe dat de ingebrekestelling te weinig duidelijkheid verschaft omtrent wat wordt gevorderd en op grond waarvan. Deze mening wordt niet gedeeld: uit de brief van 9 oktober 2015 blijkt duidelijk genoeg wat van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. verlangd wordt en waarom.

3.8.2.

Er is geen sprake van non-conformiteit.

Vast staat dat het in dezen gaat om een consumentenkoop ex art. 7:6 BW. Op grond van art. 7:17 BW - dat dwingendrechtelijk van toepassing is - dient een afgeleverde zaak aan de overeenkomst te beantwoorden. Dat wil zeggen dat zij - mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan - de eigenschappen moet bezitten die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

Dienaangaande is in dezen het volgende van belang:

- Het gaat hier om een tweedehands auto. [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hebben dienaangaande een verkoopadvertentie geplaatst op hun website, waarin een omschrijving wordt gegeven van de onderhavige auto en waarin wordt opgemerkt dat het gaat om een ‘zeer complete C4 met LPG3 installatie. 1ste eigenaar. dealeronderhouden’.

- Een verkoper van een tweedehandsauto die aan de koper mededeelt dat hij de eigenschappen van de auto niet kent en daarvoor niet kan instaan, beperkt op deze manier in vergaande mate zijn aansprakelijkheid. Gesteld noch gebleken is echter dat dit in dezen gebeurd is. [eiser] kon zélf kiezen welke garantietermijn hij bijkocht. Hij had de keuze tussen geen garantie, drie maanden garantie of zes maanden garantie. Een garantie van de verkoper wekt in ieder geval gerechtvaardigde verwachtingen aan de zijde van de koper.

- De auto was goedgekeurd bij de APK.

Geoordeeld wordt dat [eiser] onder de gegeven omstandigheden mocht verwachten dat de auto naar behoren zou functioneren. Wat de koper precies ten aanzien van een tweedehands auto mag verwachten is door de Hoge Raad in een aantal arresten (HR 15 april 1994, NJ 1995, 614 en HR 8 juli 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AT3097) nader bepaald en komt er - kort gezegd - op neer, dat niet alleen maatgevend is of het gebruik van de auto wel of niet een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert, maar dat ook andere gebreken in ogenschouw dienen te worden genomen.

Vast staat dat dat de auto op 21 september 2015 - dus ongeveer vier maanden ná de aflevering - stil viel. Blijkens het rapport van CED is sprake van beschadigingen aan de motor, welke het gevolg zijn van een eigen gebrek - namelijk een af-fabriek te lage klemspanning van de klepzittingen in de cilinderkop waardoor die klepzittingen (na geruime tijd) zijn losgekomen uit de cilinderkop - dat ook al tijdens de garantieperiode latent aanwezig was. CED overweegt bovendien dat er geen sporen zijn die duiden op een thermische overbelasting van de motor en dat [eiser] geen invloed heeft gehad op dit gebrek.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. trekken dit oordeel van CED in twijfel, omdat CED volgens hen een partij-deskundige is. Overwogen wordt, dat het inderdaad [eiser] is geweest die CED heeft uitgenodigd om de auto te bekijken. Dit is op zich echter geen reden om aan de onpartijdigheid van CED te twijfelen. De vragen die [eiser] heeft gesteld, waren er duidelijk op gericht om objectief de oorzaak van het gebrek te achterhalen. [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. waren voor het onderzoek van de auto door CED ook uitgenodigd, maar hebben er zélf voor gekozen om daar niet bij aanwezig te zijn. Bovendien hadden zij - als zij twijfelden aan het oordeel van CED - ook nog zélf een deskundige kunnen benaderen.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hebben het door CED geconstateerde gebrek voor het overige niet gemotiveerd betwist. Zij stellen nog dat het gebrek wél kan zijn veroorzaakt door ondeskundig gebruik zijdens [eiser] , maar concretiseren dit niet nader, leggen dienaangaande geen enkel bewijs over en bieden zulks ook niet aan. Dat zij de auto zelf niet hebben kunnen zien, hebben zij - zoals hiervoor al gezegd - aan zichzelf te wijten.

Omdat het gebrek aan de auto zich heeft geopenbaard binnen zes maanden na de aflevering en de kantonrechter van oordeel is dat er geen sprake is van de uitzondering zoals bedoeld in art. 7:18 lid 2 BW, wordt vermoed dat de auto reeds bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. Het is aan [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. om dat vermoeden te weerleggen, maar hetgeen zij daartoe stellen is onvoldoende. Geconcludeerd wordt daarom dat er wél sprake is van non-conformiteit.

3.8.3.

Partijen hebben een garantietermijn afgesproken van 3 maanden. Zij zijn dus nadrukkelijk overeengekomen dat het risico dat de auto gebreken vertoont deels overgaat van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. op [eiser] .

In verschillende opzichten kan een garantie de bedoeling hebben de rechten van de koper te beperken. Als de zaak evenwel niet de eigenschappen bezit die de koper mocht verwachten, heeft de koper recht op ontbinding, schadevergoeding, herstel etc. Een garantie kan niet bewerkstelligen dat aan een consument deze rechten worden ontnomen. Dit verweer zal daarom worden verworpen.

3.8.4.

Gelet op de verkoopprijs van de auto afgezet tegen de nieuwprijs en het feit dat [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hun aansprakelijkheid uitdrukkelijk wilden beperken, had [eiser] “behoren te twijfelen aan de kwaliteit van de auto”. In dat licht is [eiser] tekort geschoten in zijn onderzoekplicht en komt het gebrek in beginsel voor zijn rekening en risico.

Gelet op de geboden keuze voor wat betreft de garantieperiode hoefde het voor [eiser] geenszins duidelijk te zijn dat [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hun aansprakelijkheid wilden beperken. Daarnaast stellen [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. niet wat een vergelijkbare tweedehands auto dan normaliter kost. Een schending van de onderzoekplicht - voor zover [eiser] daartoe al gehouden was - is niet aan de orde.

3.8.5.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hebben herstel aangeboden maar [eiser] heeft dat aanbod geweigerd. Zij hebben het verzuim dus gezuiverd.

Indien het afgeleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt, kan de koper herstel van de afgeleverde zaak eisen, mits de verkoper hieraan redelijkerwijs kan voldoen (art. 7:21 lid 1 aanhef en onder b BW).

Na het eerste overleg tussen partijen op 6 oktober 2015 boden [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. [eiser] herstel aan ‘tegen een speciaal tarief’, welk aanbod korte tijd later werd omgezet in betaling van een bedrag van € 1.000,00. In het licht van lid 2 van vorenbedoeld artikel wordt dit onvoldoende geacht. Het leidt niet tot zuivering van verzuim.

Vervolgens heeft [eiser] op 9 oktober 2015 aanspraak gemaakt op kosteloos herstel binnen veertien dagen. [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hebben daaraan niet voldaan.

Pas op 4 november 2015 hebben zij algeheel herstel aangeboden, maar [eiser] had zijn vordering tot nakoming toen al omgezet in een vordering tot schadevergoeding. [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hebben niet gesteld dat deze omzettingsverklaring hun niet bereikt heeft. Zuivering van verzuim is op dat moment dus niet meer mogelijk. Daarbij komt dat [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. aan hun voorstel de voorwaarde van finale kwijting over en weer hebben verbonden en geen betaling hebben aangeboden van schadevergoeding en kosten. [eiser] mocht de aangeboden nakoming daarom hoe dan ook weigeren (art. 6:86 BW).

Gesteld noch gebleken is dat herstel niet redelijkerwijs van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. gevergd had kunnen worden.

3.9.

Het vorenstaande in onderlinge samenhang beschouwend wordt geoordeeld dat [eiser] jegens [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. recht heeft op vergoeding van schade.

3.10.

[eiser] stelt dat die schade € 7.958,08 bedraagt. [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hebben de verschillende schadeposten, althans de hoogte van de gevorderde bedragen, betwist. De kantonrechter zal dit hieronder bespreken aan de hand van de onder punt 48 van de dagvaarding door [eiser] gegeven uitsplitsing.

3.10.1.

Kosten ter vaststelling en vastlegging van de schade.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. betitelen deze kosten als buitengerechtelijke kosten. Deze uitleg wordt niet gevolgd. Buitengerechtelijke kosten zijn immers kosten die een partij heeft moeten maken om zijn vordering te kunnen innen of ter verkrijging van een voldoening buiten rechte. De kosten die [eiser] onder deze noemer vordert zijn de kosten die hij heeft moeten maken om de schade en de hoogte daarvan te kunnen vaststellen en hebben niets met incasso van de vordering te maken. Nu voor het overige geen verweer hiertegen wordt gevoerd, is deze post toewijsbaar.

3.10.2.

Kosten van herstel.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. noemen in dat kader bij antwoord de vervangen zekeringskast. Nadat [eiser] dit bij repliek nader heeft toegelicht is dit verweer niet langer gehandhaafd.

Voorts stellen zij zich op het standpunt dat ten aanzien van de motor een aftrek dient te worden bepaald van 50% wegens nieuw voor oud. Uit de factuur van Euro Car Service d.d. 24 december 2015 blijkt echter dat er geen nieuwe maar een gebruikte motor is ingebouwd. Dit verweer zal - mede gezien de gemotiveerde betwisting door [eiser] bij repliek - eveneens gepasseerd worden. Deze post zal daarom in zijn geheel worden toegewezen.

3.10.3.

Kosten huurauto.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. betwisten deze kosten bij gebrek aan wetenschap, maar [eiser] heeft de desbetreffende facturen bij exploot reeds in het geding gebracht. Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking. Indien [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. niet in gebreke waren gebleven, had [eiser] deze kosten niet hoeven te maken.

3.10.4.

Reiskosten.

Ook deze kosten komen - gelet op hetgeen in de voorgaande zin is overwogen - voor vergoeding in aanmerking.

3.10.5.

Additionele kosten ANWB.

Deze kostenpost zal afgewezen worden. [eiser] legt - in het licht van de betwisting van [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. - niet uit hoe hij aan dit bedrag komt.

3.11.

Ook de vordering ter zake van vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal toegewezen worden, nu [eiser] dienaangaande voldoende gesteld en overgelegd heeft.

3.12.

[gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. zullen - als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij - verwezen worden in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op

- dagvaarding € 103,32

- griffierecht € 223,00

- salaris gemachtigde € 500,00 (2 x tarief € 250,00)

-------------

totaal € 826,32.

4 De beslissing

De kantonrechter:

in zaaknummer 4949402:

4.1.

wijst het gevorderde af,

4.2.

compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

in zaaknummer 5098764:

4.3.

veroordeelt [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hoofdelijk - en wel aldus, dat indien de een betaalt, de ander tot de hoogte van een dergelijke betaling bevrijd zal zijn - om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen:

- aan hoofdsom een bedrag van € 7.748,08, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

30 januari 2016 tot de dag van voldoening;

- een bedrag van € 772,90 aan buitengerechtelijke kosten,

4.4.

veroordeelt [gedaagde zaaknummer 5098764] c.s. hoofdelijk tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 826,32, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van voldoening,

4.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en is in het openbaar uitgesproken.
type: AodK