Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:3845

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26-04-2017
Datum publicatie
27-04-2017
Zaaknummer
5494929 \ CV EXPL 16-10633
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussen advocatenkantoor en cliënt bestaat discussie over de omvang van de gegeven opdracht en de hoogte van de kosten. Voor wat betreft de omvang van de opdracht wordt uitgegaan van een e-mail waarin de opdracht is bevestigd. Hiertegen is niet geprotesteerd. Verder heeft het advocatenkantoor haar vordering voldoende onderbouwd met de overlegging van de urenstaten. Ook hiertegen is onvoldoende inhoudelijk verweer gevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5494929 \ CV EXPL 16-10633

Vonnis van de kantonrechter van 26 april 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ADVOCATENKANTOOR [eiser] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. [naam eiser] ,

tegen:

[gedaagde] , h.o.d.n. [naam gedaagde],

wonend [woonplaats gedaagde] 2,

[adres gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde ARAG RECHTSBIJSTAND ROERMOND.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eisende partij heeft in opdracht en voor rekening van gedaagde partij werkzaamheden verricht. Zo heeft eisende partij namens gedaagde partij een zienswijze ingediend tegen de wijziging van het bestemmingsplan met betrekking tot het adres [adres] te [plaats] , gemeente Sittard-Geleen.

2.2.

De gemeenteraad van de gemeente Sittard-Geleen heeft de zienswijze ongegrond verklaard en het bestemmingsplan [adres] te [plaats] bij besluit d.d. 10 maart 2016 gewijzigd.

2.3.

Vervolgens is een beroepschrift ingediend bij de Raad van State. Dit beroepschrift is (verder) behandeld door de heer Kirpestein van Arag.

2.4.

Bij factuur van 21 december 2015 is een bedrag van € 1.923,90 in rekening gebracht. Deze factuur is betaald.

Bij factuur van februari 2016 is een bedrag van € 6.261,50 in rekening gebracht. Deze factuur is niet betaald.

Op 15 juni 2016 heeft eisende partij de slotfactuur ad € 8.166,73 aan gedaagde partij doen toekomen. Deze factuur is niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 8.186,73 ter zake de factuur en € 784,34 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met rente en kosten.

De vordering van eisende partij is gebaseerd op nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst.

3.2.

Gedaagde partij voert verweer. Daarbij stelt gedaagde partij zich primair op het standpunt dat partijen een vaste prijsafspraak hebben gemaakt, inhoudende € 1.500,00 exclusief btw en 6% verschotten, terwijl gedaagde partij subsidiair aanvoert dat een te hoog bedrag in rekening is gebracht.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen staat de omvang van de gegeven opdracht en de daaraan verbonden kosten ter discussie. Eisende partij stelt zich op het standpunt dat voor het indienen van de zienswijze een bedrag van € 1.500,00 is overeengekomen exclusief btw en 6% verschotten en dat voor verdere werkzaamheden bijvoorbeeld jegens projectbureau Grensmaas en/of Aelmans een standaard uurtarief van toepassing is ad € 245,00 exclusief btw en verschotten 6%. Ter zake verwijst eisende partij naar de als productie 9 bij conclusie van repliek overgelegde e-mail d.d. 21 december 2015. Gedaagde partij beroept zich op de prijsafspraak van € 1.500,00 exclusief btw en 6% verschotten en voert aan geen opdracht te hebben gegeven voor verdere werkzaamheden.

4.2.

De kantonrechter stelt vast dat gedaagde partij de ontvangst van de e-mail d.d. 21 december 2015 niet heeft betwist. In deze e-mail staat onder meer het volgende vermeld:

“(..) Hierbij verwijs ik naar ons onderhoud van vorige week op mijn kantoor. Wij spraken af dat ik voor U een bezwaarschrift (thans als bedenkingen of zienswijzen hernoemd) zal indienen bij de gemeenteraad voor € 1.500,00 exclusief BTW en 6% verschotten.

Mijn uurtarief voor verdere werkzaamheden bijvoorbeeld jegens projectbureau Grensmaas en/of Aelmans is een standaard uurtarief van toepassing ad € 245,00 excl. BTW en verschotten 6%. (..)

Ik verzoek U voor de goede orde deze afspraak nog even te bevestigen.(..)”.

4.3.

De hiervoor geciteerde inhoud van de e-mail laat naar het oordeel van de kantonrechter niets aan duidelijkheid te wensen over. Partijen hebben voor de indiening van de zienswijze € 1.500,00 exclusief btw en 6% verschotten afgesproken, terwijl voor overige werkzaamheden een uurtarief zou gelden van € 245,00 exclusief btw en 6% verschotten. Hoewel gesteld noch gebleken is dat gedaagde partij de afspraak heeft bevestigd zoals verzocht in de e-mail, is evenmin gebleken van enig protest. Ook in de conclusie van dupliek wordt de ontvangst of inhoud van de e-mail niet gemotiveerd betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid daarvan.

4.4.

Op basis van voorgaande overwegingen wordt het verweer van gedaagde partij dat een vaste prijs is afgesproken, behoudens voor de indiening van de zienswijze, verworpen. De ter zake verzonden factuur staat echter niet ter discussie en behoeft daarom geen nadere bespreking.

4.5.

Uit de inhoud van de hiervoor genoemde e-mail blijkt verder dat een uurtarief van € 245,00 exclusief btw en 6% verschotten is afgesproken voor verdere werkzaamheden bijvoorbeeld jegens projectbureau Grensmaas en/of Aelmans. Uit de inhoud van de door eisende partij in het geding gebrachte stukken blijkt dat er daadwerkelijk meerdere werkzaamheden zijn verricht. Zo zijn als productie 11 bij conclusie van repliek de conceptbrieven aan Projectbureau Grensmaas en aan Aelmans aan gedaagde partij ter goedkeuring voorgelegd, terwijl ook de definitieve versie van die brieven aan gedaagde partij is voorgelegd. Ook is als productie 14, 15, 18 en 20 diverse correspondentie met Aelmans en Projectbureau Grensmaas overgelegd. Deze correspondentie is telkens aan gedaagde partij voorgelegd, terwijl niet gebleken is dat gedaagde partij hiertegen op enig moment bezwaar heeft gemaakt. Het verweer van gedaagde partij dat hij geen opdracht heeft gegeven komt de kantonrechter, gelet op de inhoud van de e-mail en de daarop gevolgde ter kennis aan gedaagde partij gebrachte werkzaamheden, ongeloofwaardig voor. Dit verweer wordt daarom verworpen.

4.6.

Gedaagde partij heeft subsidiair verweer gevoerd tegen de hoogte van het factuurbedrag. Naar de mening van gedaagde partij is een te hoog bedrag in rekening gebracht. De heer Kirpestein heeft vanaf 29 april 2017 de werkzaamheden van eisende partij overgenomen, waardoor 4 uren en 35 minuten te veel in rekening zijn gebracht.

De kantonrechter is van oordeel dat eisende partij met de bij de factuur gevoegde urenoverzicht, de vordering in voldoende mate heeft onderbouwd. Het is vervolgens aan gedaagde partij om hiertegen gemotiveerd en onderbouwd verweer te voeren. Dit heeft gedaagde partij echter nagelaten. De enkele stelling dat de heer Kirpestein vanaf 29 april 2016 de belangen van gedaagde partij (ook) is gaan behartigen is onvoldoende om aan te nemen dat eisende partij vanaf die datum geen werkzaamheden ten behoeve van gedaagde partij meer heeft verricht. Het op dit punt gevoerde verweer wordt daarom eveneens verworpen.

4.7.

Nu het verweer van gedaagde partij integraal is verworpen, kan de gevorderde hoofdsom worden toegewezen, evenals de daarover gevorderde rente. Nu niet duidelijk is wanneer verzuim is ingetreden, zal deze rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarden, zijnde 21 oktober 2016.

4.8.

Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De door eisende partij gestelde werkzaamheden komen echter niet voor vergoeding in aanmerking en worden aangemerkt als verrichtingen voorafgaande aan de procedure en ter instructie van de zaak. Vergoeding hiervan wordt geacht te zijn besloten in de proceskosten en dan met name salaris gemachtigde.

4.9.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.10.

Gedaagde partij zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 80,80

  • -

    griffierecht 471,00

  • -

    salaris gemachtigde 500,00 ( 2 x tarief € 250,00)

totaal € 1.051,80

4.11.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 8.186,73, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2016 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 1.051,80,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: plg

coll: