Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:3516

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-04-2017
Datum publicatie
20-04-2017
Zaaknummer
5597595 \ CV EXPL 16-12226
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opposant komt in verzet tegen verstekvonnissen. Opposant heeft geweigerd om het betekeningsexploot in ontvangst te nemen. Op de voet van artikel 46, lid 3 Rv neemt de verzettermijn een aanvang, zodat deze inmiddels is verstreken. Daarnaast is der executoriaal beslag gelegd, zodat de termijn van verzet ook op de voet van artikel 144 onder b Rv juncto 143, lid 3 Rv is verstreken. Opposant wordt niet ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5597595 \ CV EXPL 16-12226

Vonnis van de kantonrechter van 19 april 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZIGGO B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij,

gedaagde partij in verzet,

gemachtigde LAVG Groningen

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

eisende partij in verzet,

gemachtigde mr. G. Tajjiou,

Partijen zullen hierna [gedaagde partij] en Ziggo worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het navolgende:

  • -

    het door de kantonrechter op 31 juli 2013 tussen Ziggo als eisende partij en [gedaagde partij] als gedaagde partij bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 2207850 CV EXPL 13-6554

  • -

    het door de kantonrechter op 9 oktober 2013 tussen Ziggo als eisende partij en [gedaagde partij] als gedaagde partij bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 2414358 CV EXPL 13-10148

  • -

    de verzetdagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in verzet

  • -

    de conclusie van repliek in verzet.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Ziggo heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde partij] zal veroordelen tot betaling van in de afzonderlijke dagvaardingen vermelde bedragen.

2.2.

Bij verstekvonnis in de zaak met zaaknummer 2207850/CV/13-6554 van 31 juli 2013 is de vordering aan Ziggo toegewezen, met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten.

Bij verstekvonnis in de zaak met zaaknummer 2414358/CV/13-10148 van 9 oktober 2013 is de vordering aan Ziggo toegewezen, met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten

2.3.

[gedaagde partij] vordert in het verzet dat hij zal worden ontheven van de tegen hem bij de verstekvonnissen uitgesproken veroordelingen en dat de vorderingen van Ziggo alsnog worden afgewezen.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Partijen verschillen allereerst van mening of het rechtsmiddel van verzet tijdig is ingesteld. Voor de beoordeling van deze vraag is de inhoud van artikel 143 Rv van belang. Dit artikel luidt als volgt:

  1. De gedaagde die bij verstek is veroordeeld, kan daartegen verzet doen.

  2. Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door van deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging hem bekend is. De in de eerste volzin bedoelde termijn is acht weken indien de gedaagde ten tijde van de in de eerste volzin bedoelde betekening of daad geen bekende woonplaats of werkelijk verblijf buiten Nederland bekend is.

  3. Buiten de gevallen bedoeld in het tweede lid vangt de termijn waarbinnen het verzet moet worden gedaan, aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd.

  4. De veroordeelde die in het vonnis heeft berust, kan daartegen niet meer in verzet komen.

In de zaak met zaaknummer 2207850/CV/13-6554

3.2.

Het verstekvonnis van 31 juli 2013 is op 2 september 2013 aan [gedaagde partij] betekend. Op het exploot van betekening heeft de deurwaarder vermeld dat [gedaagde partij] geweigerd heeft het exploot in ontvangst te nemen. Gelet op het bepaalde in artikel 46, lid 3 Rv wordt [gedaagde partij] geacht het exploot in persoon te hebben ontvangen. Dit houdt in dat de verzettermijn van vier weken op 2 september 2013 is aangevangen. Het verweer van [gedaagde partij] dat in het complex waarin hij destijds woonachtig was slechts één bel aanwezig was die alle bewoners bedient en dat waarschijnlijk één van de andere bewoners de deurwaarder heeft weggestuurd, wordt verworpen. Dit verweer is immers niet onderbouwd of aannemelijk gemaakt en de kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de vermelding van een bij Koninklijk besluit benoemde openbaar ambtenaar die bovendien onder toezicht staat van een onafhankelijk toezichthouder en waarvan de werkzaamheden gecontroleerd worden.

Reeds vanwege het feit dat [gedaagde partij] de termijn van verzet heeft laten verstrijken, behoort hij niet ontvankelijk te worden verklaard in het verzet.

3.3.

Daar komt nog bij dat als onweersproken vast staat dat Ziggo op 17 januari 2014 executoriaal beslag heeft laten leggen onder de ABN AMRO Bank NV op de bankrekening van [gedaagde partij] , Dit bankbeslag is op 20 januari 2014 aan [gedaagde partij] betekend. Gelet op het bepaalde in artikel 144 onder b Rv juncto 143, lid 3 Rv is de termijn van verzet aangevangen op laatstgenoemde datum. Dit brengt met zich dat ook op deze grond de termijn voor het instellen van het rechtsmiddel van verzet is verstreken en [gedaagde partij] niet kan worden ontvangen in zijn verzet.

In de zaak met zaaknummer 2414358/CV/13-10148

3.4.

Ook ten aanzien van dit vonnis staat als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende gemotiveerd weersproken vast dat er sprake is van weigering het betekeningsexploot in ontvangst te nemen. Ook nu ziet de kantonrechter geen aanleiding te twijfelen aan de vermelding van de gerechtsdeurwaarder. Dit houdt in dat de termijn waarbinnen verzet kan worden gedaan is aangevangen op 14 november 2013.

3.5.

Verder geldt ook ten aanzien van dit verstekvonnis dat er derdenbeslag is gelegd, welk beslag op 20 januari 2014 aan [gedaagde partij] in persoon is betekend, zodat de verzettermijn in elk geval is aangevangen op 20 januari 2014.

Slotsom in beide zaken

3.6.

Het verzet is te laat ingesteld, zodat [gedaagde partij] niet ontvankelijk wordt verklaard.

3.7.

[gedaagde partij] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het verzet veroordeeld. De kosten worden aan de zijde van Ziggo begroot op € 60,00 aan salaris voor de gemachtigde van Ziggo.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

Verklaart [gedaagde partij] niet ontvankelijk in het gedane verzet in de zaken met zaaknummer 2207850/CV/13-6554 en 2207850/CV/13-6554,

4.2.

veroordeelt [gedaagde partij] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Ziggo tot op heden begroot op € 60,00, voor gemachtigdensalaris,

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: plg

coll: