Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:347

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-01-2017
Datum publicatie
01-02-2018
Zaaknummer
C03/217768/HA ZA 16-132
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2018:770
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Verdeling na echtscheiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/217768 / HA ZA 16-132

Vonnis van 11 januari 2017

in de zaak van

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

woonachtig in [woonplaats] ,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.F. Cohen,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

woonachtig in [woonplaats] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

advocaat mr. G.M.O. Puddu.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure na het tussenvonnis van 28 september 2016 (waarin de rechtbank de zaak naar de rol heeft verwezen voor akte aan de zijde van beide partijen) blijkt uit:

  • -

    de akte uitlaten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]

  • -

    de akte uitlaten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

1.2.

Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

De hypotheekrente

2.1.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis geoordeeld dat partijen zich dienen uit te laten over de vraag of in de alimentatieprocedure bij de berekening van de draagkracht van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is uitgegaan van de netto of de bruto hypotheeklasten, omdat in het eerste geval [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen recht heeft op de helft van het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoten hypotheekvoordeel en in het tweede geval wel.

2.2.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft zich in de akte op het standpunt gesteld dat de rechtbank is uitgegaan van de brutomethode en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zich in de akte op het standpunt gesteld dat de rechtbank is uitgegaan van de nettomethode.

2.3.

De beschikking van 10 september 2015 betreffende voorlopige voorzieningen in de alimentatieprocedure luidt voor zover van belang als volgt:

2.4.1. Inkomen

(…)

Uitgaande van de hiervoor genoemde inkomsten en rekening houdende met de op grond van de fiscale regelgeving na verbreking van de samenleving van partijen nog slechts voor 50% in aftrek te brengen hypotheekrente (…) becijfert de rechtbank het in aanmerking te nemen relevante inkomen van de man op gemiddeld € 1.622,-- netto per maand. (…)

2.4.2.

Lasten

(…)

De man betaalt de in verband met de echtelijke woning verschuldigde hypotheekrente (…). De totale netto woonlast van de man, na aftrek van het door hem te verwerven voordeel in verband met het door hem fiscaal in aftrek te brengen deel van de verschuldigde rente, becijfert de rechtbank op om en nabij € 780,-- per maand.’

2.4.

De rechtbank constateert het volgende. De voorlopige voorzieningenrechter heeft het weliswaar over een netto woonlast van de man, maar blijkens hetgeen hij heeft overwogen bij het inkomen blijkt dat slechts de helft van de hypotheekrenteaftrek in aanmerking is genomen. Het komt er dus op neer dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] 100% van de hypotheekrenteaftrek heeft genoten (hij heeft in ieder geval niet betwist dat dit zo is), terwijl bij de berekening van zijn draagkracht in de alimentatieprocedure een aftrek van 50% is meegenomen. Dit heeft geleid tot een lagere alimentatieplicht. Hierdoor heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet kunnen profiteren van het belastingvoordeel op de door haar de facto wel betaalde hypotheekrente. Aldus dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het door hem genoten belastingvoordeel vanaf 1 juni tot en met 31 december 2015 nog met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te delen. De rechtbank zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hiertoe bij eindvonnis veroordelen.

Mercedes

2.5.

Partijen zijn het niet eens over de waarde van de Mercedes. Dit betekent, zoals de rechtbank bij tussenvonnis al had aangekondigd, dat een deskundige de waarde hiervan zal moeten bepalen. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gemotiveerd verweer heeft gevoerd tegen de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voorgestelde deskundige en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen verweer heeft gevoerd tegen de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voorgestelde deskundige, zal de rechtbank tot deskundige benoemen Dhr. R. Timmermans van Timmermans Schade-Expertise & Taxatie.

2.6.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.7.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.8.

De deskundige heeft het aan het onderzoek verbonden loon en de kostenvergoeding begroot op € 450,- exclusief btw. Vanwege het feit dat partijen voormalige echtelieden zijn en de procedure betrekking heeft op de financiële afwikkeling van het huwelijk, zullen partijen de kosten van de deskundige ieder voor de helft dienen te dragen. Aangezien beide partijen op toevoeging procederen, zal geen voorschot worden opgelegd, maar zullen zij bij eindvonnis worden veroordeeld hun deel van de kosten voor de deskundige aan de griffier te betalen (artikel 244 lid 2 Rv).

2.9.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan.

Suzuki Alto

2.10.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 28 september 2016 overwogen dat de Suzuki Alto aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal worden toebedeeld, onder de verplichting dat zij de helft van de waarde aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal betalen (r.o. 4.28). De rechtbank heeft de waarde gesteld op € 1.000,- omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tegenover het gemotiveerde verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , dat de auto dit bedrag waard is, slechts volstond met de blote stelling dat de waarde van de Suzuki niet meer dan € 100,- bedroeg. Pas bij de laatste akte heeft ze een taxatierapport ingediend waaruit zou moeten blijken dat de Suzuki € 175,- waard is. Dit is te laat, nog daargelaten het feit dat zij zich in de akte slechts uit mocht laten over r.o. 4.14 en 4.24 van het tussenvonnis (zie r.o. 5.1 van het tussenvonnis). De rechtbank zal niet terugkomen van haar beslissing in r.o. 4.28 van het tussenvonnis.

Tot slot

2.11.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt een deskundigenonderzoek ter beantwoording van de volgende vragen:

- Wat is de huidige vrije verkoopwaarde van de Mercedes-Benz CLK met kenteken [kenteken]

- Heeft u verder nog opmerkingen die voor de rechtbank relevant kunnen zijn bij het nemen van een beslissing ten aanzien van de Mercedes?

3.2.

benoemt tot deskundige:

Dhr. R. Timmermans van Timmermans Schade-Expertise & Taxatie

Leerlooierstraat 9

6151 DC Mustergeleen

tel: 06-12343611

fax: 046-4861419,

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 544,50, inclusief btw,

3.4.

legt aan partijen geen voorschot op,

het onderzoek

3.5.

bepaalt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.6.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.7.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

  • -

    indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.8.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.9.

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na deze beslissing een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.10.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.11.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.12.

verwijst de zaak naar de eerstvolgende parkeerrol in afwachting van het deskundigenbericht,

3.13.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht voor conclusie na deskundigenbericht door partijen op een termijn van vier weken,

3.14.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.

type: GD