Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:2839

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-03-2017
Datum publicatie
30-03-2017
Zaaknummer
5680475 OV 17-6 29032017
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing voorlopig deskundigenonderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5680475 \ OV VERZ 17-6

Beschikking van de kantonrechter van 29 maart 2017.

in de zaak van:

[verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] aan de [adres verzoeker] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. R.R.F. van der Mark,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SMURFIT KAPPA ROERMOND B.V., gevestigd en kantoorhoudende te 6041 TA Roermond, Mijnheerkensweg 19,

verweerster,

gemachtigde: mr. P.J.A. Koelewijn-Van Stiphout, en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SIF NETHERLANDS B.V., gevestigd en kantoorhoudende te 6041 TA Roermond, Mijnheerkensweg 33,

verweerster,

gemachtigde: mr M.W. van der Goot.

1 De procedure

1.1.

Op 27 januari 2017 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift van [verzoeker] , voornoemd, waarbij hij verzoekt om een voorlopig deskundigenbericht als nader omschreven in het verzoekschrift.

1.2.

Op respectievelijk 3 maart 2017 en 8 maart 2017 zijn door verweersters (hierna ook: Smurfit Kappa en SIF) verweerschriften ingediend, waarbij zij zich gemotiveerd hebben verzet tegen het verzochte.

1.3.

Op 15 maart 2017 is een mondelinge behandeling van de zaak gehouden.

Ter mondelinge behandeling zijn verschenen:

  • -

    [verzoeker] , bijgestaan door mr. J.W. Vermeer loco mr. R.R.F. van der Mark,

  • -

    Smurfit Kappa Roermond B.V., vertegenwoordigd door dhr. [X] , manager Innovation & Development, bijgestaan door mr. P.J.A. Koelewijn-Van Stiphout,

  • -

    Sif Netherlands B.V., vertegenwoordigd door dhr. [Y] , extern adviseur trillingen, bijgestaan door mr M.W. van der Goot.

1.4.

Partijen hebben daarna verzocht een beschikking te geven, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1.

Het verzoek strekt kort samengevat tot een voorlopig deskundigen onderzoek dat is gericht op de stelling van [verzoeker] dat scheurvorming in zijn woning (gebouwd midden jaren ’70) is veroorzaakt door trillingen veroorzaakt door Smurfit Kappa en/of SIF. Volgens [verzoeker] bedragen de herstelkosten € 7.358,62.

2.2.

De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] in redelijkheid niet tot het uitoefenen van zijn bevoegdheid een voorlopig deskundigenonderzoek te verzoeken kan worden toegelaten vanwege de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen. Deze onevenredigheid is gelegen in de volgende feiten en omstandigheden.

In de eerste plaats valt op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting naar het oordeel van de kantonrechter niet goed in te zien waarom [verzoeker] zijn pijlen specifiek richt op Smurfit Kappa en SIF. Weliswaar kan niet met 100% zekerheid worden uitgesloten dat deze bedrijven trillingen hebben veroorzaakt die één of meer scheuren in de woning van [verzoeker] hebben veroorzaakt, maar op basis van de feitelijke omstandigheden en het tot dusverre verrichte onderzoek lijkt dat voorshands onaannemelijk.

Volgens [verzoeker] zijn de scheuren veroorzaakt door trillingen als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van Smurfit Kappa en/of SIF. Dat sprake is van scheurvorming staat vast. De oorzaak en het moment van ontstaan daarvan evenwel niet.

Naar het oordeel van de kantonrechter is de stelling van [verzoeker] met betrekking tot het causaal verband tussen de scheurvorming en de beweerdelijk door Smurfit Kappa en/of SIF veroorzaakte trillingen in belangrijke mate te kwalificeren als speculatief, wat volgt uit de volgende overwegingen.

[verzoeker] weet - zoals vooral ter zitting is gebleken - niet uit eigen waarneming wanneer de scheurvorming is ontstaan, maar slechts wanneer hij de eerste scheur heeft bemerkt, namelijk in 2014 ofschoon hij al 40 jaar in de betrokken woning woont. Relevant in dat verband is ook dat hij incidenten uit de jaren 80 heeft genoemd die scheurvorming in een nabij gelegen woning zouden hebben veroorzaakt. Verder staat vast dat in Roermond in 1992 een aardbeving heeft plaatsgevonden. Niet is uit te sluiten dat de scheurvorming op een (aanmerkelijk) vroeger moment is ontstaan dan het voor het eerst door [verzoeker] is waargenomen.

[verzoeker] stelt dat de scheuren zijn ontstaan vanwege trillingen veroorzaakt door Smurfit Kappa en/of SIF en dat het daarbij gaat om incidenteel optredende hevige trillingen, maar [verzoeker] kan daarvan slechts één concreet incident noemen wat bovendien heeft plaatsgevonden na de eerste keer dat [verzoeker] zegt scheuren in zijn woning te hebben waargenomen.

Zowel Smurfit Kappa als SIF hebben naar aanleiding van de klachten van [verzoeker] al (op het eerste gezicht) serieus onderzoek laten doen naar door hun respectieve bedrijfsvoeringen veroorzaakte trillingen, waaruit is gebleken dat de door hen waargenomen mate en frequentie van trillingen (matige trillingen gedurende een lange periode) in belangrijke mate afwijkt van het door [verzoeker] beweerde patroon (korter durende zeer hevige trillingen). De onderzoeksresultaten weerspreken aldus de stelling van [verzoeker] .

De woning van [verzoeker] ligt op enige afstand van de bedrijfsgebouwen van verweersters, terwijl niet is aangetoond of gebleken dat soortgelijke problemen bestaan bij andere nabijgelegen gebouwen. Dat is opvallend omdat op de overgelegde kaarten en foto’s is te zien dat er vele bedrijfsgebouwen en woningen op eenzelfde of zelfs kortere afstand tot Smurfit Kappa en SIF staan als de woning van [verzoeker] . Volgens verweersters is [verzoeker] de enige die zich met klachten over het trillingen en scheurvorming bij hen en de gemeente heeft gemeld. Gesteld noch gebleken is dat dit anders zou zijn.

Kortom: in wezen redeneert [verzoeker] dat Smurfit Kappa en SIF de veroorzakers van de scheurvorming moeten zijn, omdat hij niet weet waardoor de schade anders zou moeten zijn ontstaan. Een dergelijke redenering is op zichzelf al niet sterk, maar wordt in dit geval nog zwakker doordat de beide bedrijven inmiddels reeds meerdere alternatieve oorzaken hebben aangevoerd, die alle niet binnen hun risicosfeer liggen (maar in sommige gevallen juist binnen de risicosfeer van [verzoeker] zelf) en op het eerste oog zeker niet onaannemelijk zijn.

In de tweede plaats hebben Smurfit Kappa en SIF naar aanleiding van de klachten van [verzoeker] al de nodige tijd en kosten aan de kwestie besteed. Het verzochte voorlopig deskundigenonderzoek zou vermoedelijk kostbaar en langdurig moeten zijn, omdat [verzoeker] stelt dat incidenteel sprake is van hevige trillingen die dus zouden moeten worden “betrapt”. Korter durende metingen zijn dan ontoereikend. Medewerking van Smurfit Kappa en SIF zou onmisbaar zijn, omdat ook meetapparatuur op hun terreinen zou moeten worden opgesteld.

Onduidelijk is wat tegenover deze kosten de baten zouden kunnen zijn. In dat verband verwijst de kantonrechter naar de hierboven al genoemde incidenten uit de jaren 80 en de aardbeving uit 1992. Indien ook een (deel van de) scheurvorming aan de woning van [verzoeker] zou zijn ontstaan in die periode, zou een vordering dienaangaande vermoedelijk zijn verjaard. Daarnaast moet in aanmerking worden genomen dat het gaat om een schadebedrag van in totaal € 7.358,62 wat duidt op (niet meer dan) cosmetische schade aan de woning. De ervaring leert bovendien dat de kosten van een onderzoek als het beoogde waarschijnlijk met een marge van enkele duizenden euro’s in de buurt van het schadebedrag zullen uitkomen, waarbij dan de reeds door verweersters gemaakte deskundigenkosten nog buiten beschouwing worden gelaten. Kosten en baten zijn aldus niet in evenwicht.

De bovenstaande feiten, omstandigheden en overwegingen in onderling verband bezien hebben de kantonrechter geleid tot de slotsom dat het verzoek dient te worden afgewezen, omdat van Smurfit Kappa en SIF niet meer kan worden gevergd mee te werken aan het gevorderde deskundigenonderzoek. Door een dergelijk onderzoek zouden Smurfit Kappa en SIF worden gedwongen opnieuw tijd en geld te spenderen op basis van een stelling die in wezen niet verder gaat dan dat het zo zou kunnen zijn dat de schade is veroorzaakt door genoemde bedrijven.

2.3.

De kantonrechter ziet aanleiding [verzoeker] als de in het ongelijk gestelde partij te veroordelen in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van zowel Smurfit Kappa als SIF worden ter zake het salaris van hun gemachtigden begroot op een bedrag van elk € 400,00.

2.4.

De door Smurfit Kappa en SIF gevorderde nakosten zullen overeenkomstig hun verzoeken worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van elk € 100,00.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst het verzoek af,

3.2.

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten aan de zijde van Smurfit Kappa gevallen en tot op heden begroot op € 400,00,

3.3.

veroordeelt [verzoeker] , onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door Smurfit Kappa volledig aan deze uitspraak voldoet, in de na deze uitspraak ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van deze uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van deze uitspraak,

3.4.

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten aan de zijde van SIF gevallen en tot op heden begroot op € 400,00,

3.5.

veroordeelt [verzoeker] , onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door SIF volledig aan deze uitspraak voldoet, in de na deze uitspraak ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van deze uitspraak, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

3.6.

verklaart deze beschikking ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. dr. R. Kuin, en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2017.

type: ThM

coll: