Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:2744

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
24-03-2017
Zaaknummer
C/03/229719 / FA RK 16-4691
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

benoeming bijzondere curator, gedragsdeskundige, specifieke vragen en aandachtspunten in verband met strijd ouders en belangen minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak: 15 maart 2017

Zaaknummer: C/03/229719 / FA RK 16-4691

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven inzake:

[de moeder] ,

verzoekster, verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat mr. H.J.M. Stassen, kantoorhoudende te Maastricht,

en:

[de vader] ,

wederpartij, verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen, kantoorhoudende te Sittard-Geleen.

1 Het verloop van de procedure

De moeder heeft op 19 december 2016 een verzoekschrift ingediend.

Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het door de vader tegen de moeder gestarte korte geding voor de voorzieningenrechter in de rechtbank Limburg (zaaknummer: C/03/231680/ KG ZA 17-62) is met instemming van partijen door dezelfde rechter deze bodemprocedure aan de orde gekomen omdat deze samenhangt met het onderwerp van het korte geding.

Partijen hebben ingestemd met de ambtshalve benoeming door de kinderrechter van een bijzondere curator en daarbij hebben zij de invulling van de opdracht aan de bijzondere curator aan de kinderrechter overgelaten. Na de zitting heeft de kinderrechter de advocaten geïnformeerd over zijn voornemen om mevrouw [naam bijzondere curator] te [plaats] als zodanig te benoemen. De vrouw heeft met die benoeming ingestemd. De man heeft aangegeven het reizen naar en van [plaats] weliswaar bezwaarlijk te vinden en liever een bijzondere curator dichter in de buurt benoemd te zien worden, maar ook aangegeven zich niet tegen de benoeming te verzetten als de kinderrechter het noodzakelijk acht dat deze deskundige tot bijzondere curator wordt benoemd.

In afwachting van de bevindingen en het verslag van de bijzondere curator wordt de behandeling en beslissing op het verzoek van de moeder aangehouden. De rechtbank is voornemens na de ontvangst van het verslag van de bijzondere curator een mondelinge behandeling te plannen in aanwezigheid van de bijzondere curator.

2. De feiten

[minderjarige] (roepnaam: [minderjarige] ) is geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] uit het huwelijk van de moeder en de vader. Dat huwelijk is op 5 februari 2016 door de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand ontbonden. De ouders hebben samen het gezag over hun 3 kinderen.

Ten aanzien van hun kinderen, van wie [minderjarige] de oudste is, hebben partijen bij de echtscheiding met bijstand van hun advocaten in april 2015 een ouderschapsplan gesloten. Daarin hebben zij als zorgregeling in essentie neergelegd dat de 3 kinderen samen afwisselend een week bij de vader en een week bij de moeder verblijven. Aan deze zorgregeling is door de ouders uitvoering gegeven.

[minderjarige] heeft vóór de start van deze procedure in 2016 tot tweemaal toe via een brief aan de kinderrechter verzocht om bij haar moeder te mogen wonen.

Beide keren is zij door de kinderrechter gehoord. Naar aanleiding van het eerste gesprek in april 2016 (zaaknummer: C/03/ 219829) heeft de kinderrechter in juli 2016 met de ouders in aanwezigheid van de raad over de situatie van [minderjarige] gesproken. De kinderrechter heeft verder geen aanleiding gezien om ambtshalve te onderzoeken of de zorgregeling en het hoofdverblijf van [minderjarige] moest worden gewijzigd.

Naar aanleiding van haar tweede brief is [minderjarige] in december 2016 (zaaknummer: C/03/229006) opnieuw door de kinderrechter gehoord en heeft de kinderrechter geen aanleiding gezien om ambtshalve te onderzoeken of aan haar wensen tegemoet moest worden gekomen.

Eind januari 2017 is [minderjarige] bij de moeder gebleven en heeft de moeder aan de vader laten weten dat zij de bestaande zorgregeling stop zet omdat het voor [minderjarige] allemaal teveel werd. Inmiddels was de moeder deze procedure gestart en de mondelinge behandeling was op 30 maart 2017 bepaald. De moeder liet weten dat ze tot die datum [minderjarige] niet naar haar vader zou laten gaan zodat ze tot rust zou kunnen komen.

Tijdens het door de vader gestarte korte geding, waarin hij de nakoming van de overeengekomen zorgregeling van de moeder eiste op straffe van een door de moeder te verbeuren dwangsom hebben de ouders een regeling getroffen die er kort gezegd op neer komt dat [minderjarige] voorlopig bij de moeder blijft wonen en met ingang van het weekend van 11 maart 2017 eens per 2 weken in het weekend ten minste 4 uur bij haar vader (samen met haar zusje [naam zusje] en broertje [naam broertje] ) zal verblijven. Afhankelijk van de wensen en het initiatief van [minderjarige] kan het aantal uren bij vader worden uitgebreid, ook met een overnachting.

Tijdens het verblijf van [minderjarige] bij haar vader zal hij niet het initiatief nemen om met [minderjarige] te spreken over gevoelige thema’s die nu spelen.

3 Beoordeling

Ter beslissing ligt in deze procedure voor het verzoek van de moeder tot wijziging van de door de ouders met betrekking tot hun oudste dochter [minderjarige] afgesproken zorgregeling (co-ouderschap op basis van een 50/50 verdeling) waarbij (kort gezegd) [minderjarige] het hoofdverblijf bij haar moeder krijgt, eenmaal per 14 dagen van vrijdag na school tot maandag voor school bij haar vader verblijft en tijdens de zomervakantie (in plaats van een 50/50 verdeling) nog één week bij haar vader verblijft.

Tijdens het kort geding is gebleken dat zowel de moeder als de vader zich grote zorgen maken over [minderjarige] en de beide andere, jongere kinderen van partijen. De echtscheiding, de verhouding tussen de ouders en de verschillende opvoedstijl heeft grote invloed op het welzijn van de kinderen. In dat verband zijn de ouders het erover eens dat de kinderen klem zitten tussen hun ouders.

De vader heeft aangegeven dat zijn grootste probleem met de moeder is dat zij niet met hem wenst te communiceren over de kinderen. De vader spreekt uit dat hij daarover met name verdrietig en in mindere mate boos is. Het geeft hem een machteloos gevoel. De moeder diskwalificeert hem ten opzichte van de kinderen op allerlei wijzen. De grootste wens van de vader is dat de moeder hem en de kinderen als ze bij hem zijn met rust laat.

De moeder heeft aangegeven dat haar grootste probleem met de vader is dat hij haar (stem) niet serieus neemt en dat hij haar steeds verwijten maakt over hetgeen zij ten aanzien van de kinderen doet: dat zij het fout doet met de kinderen. De moeder spreekt uit dat zij zich daarover machteloos voelt en met name verdrietig / wanhopig is. De grootste wens is dat er neutraal ouderschap met de vader komt zonder emoties én dat de relatie tussen vader en [minderjarige] goed is.

Artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt – voor zover hier van belang – het volgende. Wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige, kan de rechtbank, indien dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht, daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen om de minderjarige ter zake, zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.

De kinderrechter acht het noodzakelijk dat een bijzondere curator wordt benoemd omdat uit hetgeen hierboven is overwogen onmiskenbaar kan worden afgeleid dat rondom onder meer de thema’s zorgregeling en hoofdverblijf een aanhoudende strijd tussen de ouders is ontstaan en waarin [minderjarige] ernstig blijkt te worstelen met haar loyaliteit naar haar ouders en zich lijkt te willen onttrekken aan het contact en de bemoeienis van haar vader. Tegelijkertijd blijken de ouders niet in staat om met elkaar te communiceren waardoor het erop lijkt dat [minderjarige] als “verbinding” tussen haar ouders wordt gebruikt. In het verlengde daarvan zijn de ouders niet in staat gebleken om hun ouderlijke verantwoordelijkheid samen te nemen en te komen tot een oplossing voor de ontstane situatie en daarbij rekening te houden met de geuite wensen van [minderjarige] . De ouders zijn, ondanks een in 2015 gesloten ouderschapsplan en ondanks juridische bijstand er niet in geslaagd te voorkomen dat [minderjarige] in deze voortdurende strijd terecht is gekomen. Hun onderlinge communicatie over de kinderen ontbreekt vrijwel en is in ieder geval ontoereikend om aan de bestaande situatie een einde te maken. Tegelijkertijd is er weinig vertrouwen meer van vader in moeder en vice versa. In de ontstane situatie lijkt [minderjarige] met haar amper 12 jaren een weg te hebben gezocht om uit de strijd van haar ouders te kunnen komen door haar stap om tot tweemaal toe de kinderrechter te benaderen met een brief en oproep om verandering te brengen in de haar belastende situatie. Derhalve is er sprake is van een strijd tussen het belang van de ouders en het belang van [minderjarige] .

De rechtbank acht het dan ook in het belang van [minderjarige] dat een bijzondere curator haar belangen behartigt. De bijzondere curator zal de hieronder te formuleren aspecten en vragen in kaart moeten brengen en beantwoorden zodat de kinderrechter de in deze zaak te beslissen punten over zorg- en contactregeling en hoofdverblijfplaats kan beslissen.

Daarbij dient door de bijzondere curator ook te worden meegewogen het belang van het contact tussen [minderjarige] en haar zusje en broertje.

De ouders hebben aangegeven dat ze kunnen instemmen met het benoemen van een bijzondere curator én dat zij aan het onderzoek van de bijzondere curator zullen meewerken. Dat houdt ook in dat zij voor de gesprekken, ook voor die van [minderjarige] , naar [plaats] zullen moeten reizen en daartoe in hun agenda op korte termijn ook ruimte zullen moeten maken.

De kinderrechter proeft in de schriftelijke verklaringen van [minderjarige] , zoals die in deze procedure naar voren zijn gekomen, dat zij het van groot belang vinden dat haar stem door haar ouders én bij de beslissing door de kinderrechter wordt gehoord. Om te waarborgen dat de stem van [minderjarige] zo goed en zorgvuldig mogelijk voor het voetlicht wordt gebracht, dient zij de mogelijkheid te krijgen om met haar onafhankelijke belangenbehartiger in de persoon van de bijzondere curator te spreken. De rechtbank vertrouwt erop dat [minderjarige] aan de gesprekken zal deelnemen en zal vertellen wat zij op haar hart heeft.

Mevrouw [naam bijzondere curator] , bezoekadres: [adres] , [plaats] (e-mail: [mail-adres] en bereikbaar onder [telefoonnummer] ) is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd.

De bijzondere curator dient specifiek in kaart te brengen en antwoord te geven op de onderstaande punten en vragen:

- wat is het grootste verlangen van [minderjarige] in relatie tot haar ouders en waar komt dit uit voort?

- wat is de kern van het probleem dat [minderjarige] op dit moment in relatie tot haar ouders heeft?

- wat heeft [minderjarige] vanuit het perspectief van haar ontwikkeling gezien van haar ouders nodig en meer specifiek van haar moeder en haar vader ?

- is het mogelijk om de ouders qua communicatie, samenwerking en wederzijds vertrouwen, (meer) op één lijn te krijgen en zo ja, wat is daarvoor nodig ? en zo nee, wat zijn daarvan de voor [minderjarige] te verwachten gevolgen en kunt u daarbij betrekken of parallel ouderschap mogelijk, wenselijk en haalbaar is gelet op de belangen van [minderjarige] ?

- stel dat de zorgregeling (50% van de tijd bij vader en 50% van de tijd bij moeder) in de huidige situatie (met name ook die waarin de ouders op hun eigen wijze invulling geven aan hun ouderschap) wordt hervat: wat betekent dit voor [minderjarige] en hoe beleeft zij deze zorgregeling ?

- stel dat de zorgregeling wordt gewijzigd in de door moeder voorgestane wijze (hoofdverblijf bij moeder, 1 maal per 14 dagen een lang weekend bij de vader en in de zomervakantie 1 week bij haar vader) in de huidige situatie (met name ook die waarin de ouders op hun eigen wijze invulling geven aan hun ouderschap): wat betekent dit voor [minderjarige] en hoe beleeft zij deze zorgregeling?

Tot slot: geeft het gesprek met de ouders en [minderjarige] de bijzondere curator nog anderszins aanleiding tot het maken van opmerkingen of verstrekken van adviezen naar / aan de ouders, [minderjarige] en de kinderrechter ?

De bijzondere curator dient binnen 8 weken na heden een advies aan de rechtbank uit te brengen in de vorm van een verslag van bevindingen en antwoorden op de gestelde vragen.

De bijzondere curator wordt verzocht gesprekken te voeren met [minderjarige] , de moeder en de vader individueel en bij voorkeur ook met de ouders gezamenlijk en, indien gewenst met de ouder(s) en [minderjarige] gezamenlijk.

Het staat de bijzondere curator vrij gesprekken te voeren met overige betrokken personen, die informatie over [minderjarige] kunnen verschaffen.

De rechtbank wijst de ouders er op dat zij de verplichting hebben aan de door de bijzondere curator te geven instructies gevolg te geven.

Voorts verzoekt de rechtbank de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek in acht te nemen.

De kosten van de bijzondere curator komen met inachtneming van de geldende regeling ten laste van de staat der Nederlanden.

De rechtbank draagt zorg dat het procesdossier, inclusief de kort geding procedure en de beide informele rechtsingangen door [minderjarige] , aan de bijzondere curator wordt verstrekt.

Met het oog op de tijdige planning van een zitting in de tweede helft van mei tot met 2 juni dienen partijen hun verhinderdata in die periode uiterlijk 20 maart 2017 in te dienen waarna de kinderrechter in overleg met de bijzondere curator de zitting zal plannen.

Zodra het rapport van de bijzondere curator is ontvangen, zullen partijen daarvan een afschrift krijgen.

Dit brengt mee dat als volgt wordt beslist.

4 De beslissing

De rechtbank:

benoemt over de minderjarige [minderjarige] (BSN [BSN nummer] ) tot bijzondere curator: mevrouw [naam bijzondere curator] , teneinde haar als belanghebbende te vertegenwoordigen ter zake het voorliggende verzoek;

verzoekt de bijzondere curator binnen acht weken na heden aan de rechtbank in drievoud schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen omtrent de aspecten en vragen die hiervoor door de kinderrechter zijn geformuleerd;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de zaak aan tot 15 mei 2017 PRO FORMA, zulks in afwachting van voornoemd verslag;

bepaalt dat partijen uiterlijk 20 maart 2017 hun verhinderdata in de periode 15 mei tot en met 2 juni 2017 kunnen indienen, waarna de zitting zo spoedig mogelijk zal worden gepland;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.J. Frénay, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.P.I. Kubben, griffier op 15 maart 2017.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.