Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:2610

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-03-2017
Datum publicatie
27-03-2017
Zaaknummer
04 5480507/CV 16-10422
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Facturen van accountant niet betaald vanwege betalingsonmacht. Tijdens de procedure voor het eerst klachten geuit door opdrachtgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5480507 \ CV EXPL 16-10422

Vonnis van de kantonrechter van 22 maart 2017

in de zaak van:

de naamloze vennootschap [X] N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats X] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. M.J.W. Hoek,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Y] PRODUCTIES B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats Y] ,

gedaagde partij,

in rechte verschenen.

Partijen worden hierna genoemd [X] en [Y] Producties.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    de producties 7 tot en met 9 aan de zijde van [X] ten behoeve van de comparitie

  • -

    de comparitie van 22 februari 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Blijkens de opdrachtbevestiging d.d. 22 mei 2013, die voor akkoord is ondertekend door beide partijen, heeft [Y] Producties aan [X] opdracht gegeven (kort gezegd) voor het verrichten van fiscale en bedrijfseconomische advisering en begeleiding voor het jaar 2013 en verdere jaren. De algemene voorwaarden van [X] zijn van toepassing op de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht.

2.2.

[X] heeft aan [Y] Producties 9 facturen gestuurd in de periode 12 maart 2014 tot en met 14 juli 2016, waarvan nog een bedrag aan hoofdsom openstaat van € 6.228,37.

2.3.

[X] heeft [Y] Producties tevergeefs aangemaand voormelde hoofdsom en bijkomende kosten te betalen. [X] heeft [Y] Producties daarom in rechte betrokken.

3 Het geschil

3.1.

[X] vordert – samengevat – veroordeling van [Y] Producties tot betaling van € 8.604,26, (opgebouwd uit een hoofdsom van € 6.228,37 + € 2.374,89 aan vervallen contractuele rente), vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van

€ 686,42 alsmede rente, proceskosten en nakosten.

3.2.

[Y] Producties voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[Y] Producties heeft als verweer aangevoerd dat [X] hogere uurtarieven in rekening heeft gebracht dan is overeengekomen. Ter zitting is aan de zijde van [X] toegelicht aan de hand van de overgelegde specificaties met welke tarieven rekening is gehouden. Ook is aan de zijde van [X] toegelicht dat in de opdrachtbevestiging zijn opgenomen de uurtarieven voor (junior) assistent, (senior) assistent en (senior) manager en niet het tarief voor een vennoot. Dit betekent volgens [X] echter niet dat een vennoot (de heer [A] ) geen werkzaamheden mag uitvoeren en vervolgens zijn eigen uurtarief mag hanteren. Daarnaast heeft [X] aangevoerd dat de betreffende vennoot, de heer [A] , meerdere malen werkzaamheden heeft verricht voor [Y] Producties, welke in rekening zijn gebracht en ook zijn betaald door [Y] Producties zonder enig protest.

Gelet op deze toelichting van [X] , die niet gemotiveerd is weersproken door [Y] Producties, is de kantonrechter niet gebleken dat [X] hogere uurtarieven hanteert dan is afgesproken. Met [X] is de kantonrechter van oordeel dat de overeenkomst niet uitsluit dat een vennoot werkzaamheden verricht voor [Y] Producties en deze vervolgens tegen zijn uurtarief declareert. Het verweer van [Y] Producties over de tarieven dient dan ook verworpen te worden.

4.2.

[Y] Producties heeft daarnaast als verweer aangevoerd dat [X] werkzaamheden in rekening heeft gebracht die niet door haar zijn uitgevoerd.

[X] heeft volgens [Y] Producties in april 2014 de gegevens voor de IB 2013 opgevraagd en in rekening gebracht, echter heeft [X] vervolgens niet de IB 2013 ingediend terwijl dit wel was afgesproken. Ter zitting is namens [X] uiteengezet dat de in rekening gebrachte werkzaamheden met betrekking tot de IB 2013 wél zijn verricht. [X] heeft de aangifte IB 2013 uiteindelijk niet gedaan, omdat zij haar werkzaamheden heeft opgeschort in verband met de betalingsachterstand van [Y] Producties en de door [Y] Producties niet nagekomen betalingsregeling(en), aldus [X] .

Ook dit verweer van [Y] Producties kan naar het oordeel van de kantonrechter niet slagen. [X] heeft niet alleen de door haar uitgevoerde en in rekening gebrachte werkzaamheden gespecificeerd. Ook heeft [X] toegelicht waarom zij uiteindelijk de aangifte IB 2013 niet heeft gedaan. [Y] Producties heeft in dit kader niet weersproken dat er sprake was van betalingsachterstanden en het niet nakomen van getroffen (een) betalingsregeling(en).

De conclusie is dan ook dat [X] op goede gronden niet is overgegaan tot indiening van de aangifte IB 2013. Dit laat onverlet dat [X] gerechtigd is de door haar verrichte gespecificeerde werkzaamheden in het kader van de IB 2013 in rekening te brengen bij [Y] Producties.

4.3.

[Y] Producties heeft ten slotte als verweer aangevoerd dat [X] werkzaamheden heeft uitgevoerd die niet zijn overeengekomen. Dit betreft volgens [Y] Producties de door [X] in rekening gebrachte werkzaamheden voor het jaar 2012, welke niet zijn genoemd in de opdrachtbevestiging. Ter zitting is namens [X] toegelicht dat deze werkzaamheden noodzakelijk waren voor het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden, omdat [Y] Producties op onjuiste wijze heeft verloond en gigantische loonheffingsaanslagen heeft gekregen. De kantonrechter stelt vast dat [Y] Producties deze toelichting van [X] niet heeft weersproken. Dit betekent dat de door [X] in rekening gebrachte werkzaamheden voor het jaar 2012 uit de tussen partijen gesloten overeenkomst voortvloeien en terecht in rekening zijn gebracht.

4.4.

De conclusie van al het voorgaande is dat de gevorderde hoofdsom voor toewijzing gereed ligt. Dit geldt eveneens voor de gevorderde overeengekomen rente. De kantonrechter overweegt daartoe dat de stelling van [Y] Producties dat de overeengekomen rente van 18% in strijd is met de normen van fatsoen onvoldoende is om de overeengekomen rente af te wijzen dan wel voor zover gevraagd te matigen. [Y] Producties is geen consument die op grond van de wet bescherming geniet tegen bepaalde overeengekomen rentepercentages, welke door de kantonrechter ambtshalve getoetst dienen te worden.

De gevorderde rente over de rentepost zal ten slotte worden afgewezen nu in deze rentepost ook rente van het lopende jaar is opgenomen.

4.5.

Gelet op voormelde overwegingen behoeft het standpunt van [X] dat alle verweren van [Y] Producties niet kunnen slagen - om de reden dat er sprake is van schending van de klachtplicht op grond van de overeenkomst alsmede de wet - geen bespreking. De verweren van [Y] Producties zijn immers reeds inhoudelijk beoordeeld en verworpen.

4.6.

[X] maakt aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten.

De kantonrechter stelt vast dat [X] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Deze kosten en meegevorderde rente liggen dan ook voor toewijzing gereed, met dien verstande dat over deze kosten de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen in plaats van de gevorderde wettelijke handelsrente. Immers kan over schadevergoeding (zoals incassokosten) geen handelsrente worden toegewezen.

4.7.

[Y] Producties zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 99,88

  • -

    griffierecht 471,00

  • -

    salaris gemachtigde 500,00 ( 2 x tarief € 250,00)

totaal € 1.070,88

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening.

4.8.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris, in dit geval € 100,00.

4.9.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [Y] Producties om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te betalen een bedrag van € 8.604,26, vermeerderd met de contractuele rente van 1,5 % per maand over het bedrag van € 6.228,37 vanaf 7 oktober 2016 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt [Y] Producties om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te betalen een bedrag van € 686,42, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de voldoening

5.3.

veroordeelt [Y] Producties in de proceskosten aan de zijde van [X] gevallen en tot op heden begroot op € 1.070,88, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

veroordeelt [Y] Producties onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door [X] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: no

coll: sm