Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:2477

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-03-2017
Datum publicatie
20-03-2017
Zaaknummer
03/700431-16, 700226-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks van (winkel)diefstallen en schuldheling. Daarnaast heeft verdachte uit een kliniek een portemonnee met inhoud toebehorende aan een patiënt weggenomen.

De rechtbank zal een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden opleggen waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met onder andere de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich klinisch dient te laten behandelen voor zijn verslavingsproblematiek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/700431-16, 700226-16 (ter terechtzitting gevoegd)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 maart 2017

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] ,

gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. E.E.W.J. Maessen, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 maart 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Parketnummer 03/700431-16

Feit 1: een inbraak heeft gepleegd.

Feit 2: een inbraak heeft gepleegd.

Feit 3: een portemonnee heeft gestolen.

Feit 4: geld heeft gestolen door middel van een gestolen pinpas.

Feit 5: een woninginbraak heeft gepleegd dan wel goederen die bij die inbraak zijn gestolen heeft geheeld.

Feit 6: een enkelband toebehorende aan het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft vernield.

Parketnummer 03/700226-16

Feit 1: een winkeldiefstal heeft gepleegd.

Feit 2: met een ander een winkeldiefstal heeft gepleegd.

Feit 3: een winkeldiefstal heeft gepleegd.

Feit 4: een winkeldiefstal heeft gepleegd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

parketnummer 03/700431-16

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het onder 1 tenlastegelegde feit bewezen kan worden verklaard. De officier van justitie heeft daartoe gewezen op de aangifte en het sporenonderzoek. Bewijs kan tevens worden ontleend aan de verklaring van verbalisant [naam verbalisant 1] .

De verdachte dient van het onder 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.

De onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten kunnen bewezen worden verklaard, gelet op de aangifte alsmede de verklaring van de verdachte dat hij de portemonnee heeft weggenomen en het geld heeft gepind.

Het onder 5 primair tenlastegelegde kan eveneens worden bewezen, gelet op de aangifte van [naam aangever 9] . Op de uitgekeken camerabeelden is bovendien te zien dat de verdachte met de televisie aan het sjouwen is en dat hij dat samen met [naam medeverdachte] doet. Voorts heeft de verdachte de bij aangeefster ontvreemde ringen bij een opkoper ingeleverd.

Feit 6 kan bewezen worden verklaard, gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting.

Parketnummer 03/700226-16

Alle tenlastegelegde feiten kunnen bewezen worden verklaard, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en de aangiften. Met dien verstande dat het onder 2 tenlastegelegde met een ander is gepleegd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

parketnummer 03/700431-16

De raadsman heeft vrijspraak van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet is vastgesteld dat de koffers waarmee de verdachte en de onbekende persoon zijn gezien afkomstig zijn uit abdij [naam complex] en dat ook de mogelijkheid bestaat dat de onbekend gebleven persoon de diefstal heeft gepleegd.

Ten aanzien van de camper heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte spullen heeft weggenomen uit de camper, daar de camper al sedert 31 oktober 2013 daar was gestald en de verdachte stelt dat de camper al open was.

Van het onder 3 tenlastegelegde dient de verdachte te worden vrijgesproken daar er sprake is van verduistering en dit niet ten laste is gelegd.

Feit 4: Verdachte bekent met de gestolen pinpas geld te hebben gepind. Echter het pinnen met deze gestolen pinpas bij de [winkel] levert geen diefstal op.

Feit 5: De verdachte dient van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken daar er geen bewijs is dat de verdachte heeft ingebroken in het appartement van aangeefster. Ook van het subsidiair tenlastegelegde dient de verdachte te worden vrijgesproken, wegens onvoldoende bewijs.

Het onder 6 tenlastegelegde kan bewezen worden verklaard, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte en de aangifte.

Parketnummer 03/700226-16

De raadsman heeft zich ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

parketnummer 03/700431-16 1

Feit 1:

De rechtbank zal de verdachte van de onder 1 tenlastegelegde inbraak vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De verklaring van de verdachte dat de deur van de Aula Major al open was en dat hij in de ruimte alleen iets heeft gedronken, kan niet worden weerlegd met bewijsmiddelen. Gelet hierop kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd.

Feit 2:

Op 16 april 2016 doet [naam aangever 2] aangifte van diefstal uit zijn camper die hij gestald heeft op de [adres 1] te Kerkrade. Die camper stond al 2,5 jaar binnen het complex [naam complex] . In de ochtend van 16 april 2016 constateerde aangever dat het linker portier openstond. Een plastic zak met materiaal uit de camper is weg. Deze tas heeft aangever zien staan in de aula major van [naam complex] .2

Op 16 april 2016 stelt verbalisant [naam verbalisant 2] , forensisch onderzoeker, een sporenonderzoek in op het adres [adres 1] te Kerkrade in verband met een inbraak, gepleegd tussen 15 april 2016 te 18.00 uur en 16 april 2016 te 10.00 uur. Uit dit gebouw werden diverse goederen weggenomen. Uit een koelkast werd frisdrank weggenomen. Een daar gestalde camper was opengebroken. In de aula werd een geopend flesje frisdrank aangetroffen waaruit waarschijnlijk door één van de daders was gedronken. Van de aangebroken frisdrankfles stelde de verbalisant een DNA-monster veilig met nummer [nummer 2] .3

Het Nederlands Forensisch Instituut heeft van het celmateriaal een DNA-profiel vastgesteld en daarna dit profiel vergeleken met alle andere in de DNA-databank opgeslagen DNA-profielen.4 Uit het door het Nederlands Forensisch Instituut ingesteld vergelijkend onderzoek bleek dat het spoor met nummer [nummer 2] is geïdentificeerd op het DNA profiel onder de personalia van verdachte.5 Ter terechtzitting van 6 maart 2017 heeft de verdachte desgevraagd verklaard in de camper te hebben geslapen en cola te hebben gedronken die uit de koelkast kwam uit het gebouw [naam complex] .

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal van de plastic zak met materialen. De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van de braak wegens onvoldoende bewijs.

Feit 3:

Op 26 augustus 2016 doet [naam aangever 3] aangifte van diefstal. Zijn vrouw woont tijdelijk in de [naam kliniek] , [adres 3] te Kerkrade. Zij had haar handtas, inhoudende een portemonnee, op het nachtkastje staan. Rond 12:35 uur pinde aangever bij een ING-geldautomaat bij de [naam winkel 3] aan de [adres 4] te Kerkrade een bedrag van 250,00 euro. Daartoe controleerde hij eerst het saldo van de rekening en toen zag hij meteen dat er iets niet klopte. Hij is meteen naar huis gegaan en heeft zijn pas en de pas van zijn vrouw laten blokkeren.

Daarna ontdekten zij dat haar beurs, samen met de pinpas weggenomen was. In diezelfde beurs lag ook een briefje, waarop de pincode van genoemde pas genoteerd was. Zijn vrouw heeft tussen 09:00 en 10:00 uur haar kamer verlaten en zij vermoeden dat deze diefstal tussen deze tijdstippen heeft plaatsgevonden, ook gezien de tijdstippen waarop, naar later bleek, geld is opgenomen. In de portemonnee zat verder nog 40,00 aan cashgeld, alsmede genoemde ING-pinpas, rekeningnummer [nummer 1] .

Aangever overhandigt een briefje:

Gepind bij ING bank te Kerkrade om 10:22 : 1000,00

Gepind bij geldautomaat voorzien van code [code]

Om 10:25 500,00

Om 10:26 500,00

Om 10:27 500,00

Om 10:28 500,00

Om 10:29 500,00

gepind bij VR Bank Herzogenrath om 12:06 500,00

gepind bij [winkel] om 12:10 202,03

Totaal weggenomen 4202 euro en bankpas.6

Getuige [naam getuige] verklaart bij de politie dat hij werkzaam is als bewegingstherapeut in de [naam kliniek] . Op 25 augustus 2016 liep hij rond 10.00 uur met een bewoonster over de gang. Hij zag dat een hem onbekende man vanuit kamer 22 naar de personenlift liep. De getuige vond het vreemd omdat hij die man nog nooit eerder had gezien en zeker niet bij de bewoonster van kamer 22. Zij heet mevrouw [naam aangever 3] . Op 30 augustus 2016 heeft de getuige de opgenomen beelden bekeken. Hierop zag hij de door hem beschreven man op 25 augustus 2016 te 09.57 uur de hoofdingang van de [naam 1] betreden.7

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de portemonnee uit haar tas die op het toilet lag, heeft weggenomen.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het onder 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is. Getuige [naam getuige] heeft de verdachte uit de kamer van mevrouw [naam aangever 3] zien komen en de verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich in de [naam kliniek] bevond en dat hij de portemonnee heeft weggenomen.

De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij de portemonnee op het toilet heeft weggenomen.

Feit 4:

Evenals de officier van justitie acht de rechtbank het onder 4 aan de verdachte tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter zitting;

- het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 3]8.

Ook het met pin betalen voor de aankoop van goederen bij de [winkel] acht de rechtbank, anders dan de verdediging, diefstal van geld door middel van een valse sleutel.

Feit 5:

[naam aangever 9] doet op 3 januari 2016 aangifte van diefstal uit haar woning gepleegd op 3 januari 2016 aan de [adres 4] 429 in Kerkrade. Op 3 januari 2016 te 16.00 uur verliet zij haar woning en sloot haar af. Om 18.00 uur kwam zij thuis en zag dat het onderpaneel van de voordeur niet meer in de deur zat. Zij zag dat diverse kasten en lades openstonden en waren doorzocht. Zij zag dat de televisie en 3 gouden ringen weggenomen waren.9

De televisie was van het merk JVC.10 Twee trouwringen van haar overleden man zijn gestolen en een ring van haar oma. De verbalisant toont op 3 september 2016 een afdruk van een foto van twee ringen aan aangeefster. Deze afdruk was verkregen middels een proces-verbaal van verhoor getuige [wekneemster] , nummer LB2R016005-9, BVH-nummer: 2016001465. Deze afdruk is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd. Aangeefster herkent de ring links op de afbeelding. Dat is de ring die ze op het sterfbed van haar oma heeft gekregen. Deze heeft heel veel emotionele waarde.11

Uit het opkoopregister blijkt dat de verdachte op 9 januari 2016 met legitimatie 2 ringen heeft verkocht aan Tabakszaak [naam winkel 1] te Heerlen.12

Op 16 augustus 2016 verklaart [wekneemster] , werkneemster van tabaksspeciaalzaak [naam winkel 1] te Heerlen dat op 9 januari 2016 twee ringen zijn ingeleverd. Deze zijn al omgesmolten.13

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ter plaatse was op 3 januari 2016 en dat hij een zekere [naam medeverdachte] die dag heeft geholpen met het sjouwen van een televisie. De televisie stond boven op de tweede verdieping op de gang toen hij hem moest sjouwen. Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij twee ringen heeft ingeleverd voor een beetje geld.

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van de primair tenlastegelegde gekwalificeerde diefstal wegens het ontbreken van voldoende bewijs. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte de inbraak heeft gepleegd.

De subsidiair tenlastegelegde schuldheling acht de rechtbank op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft immers zonder voldoende onderzoek - naar eigen zeggen - op verzoek van [naam medeverdachte] een TV vanaf de tweede verdieping van een flatgebouw waarin ook aangeefster woonde, verplaatst naar de kelder en daarmee aan het zicht van de eigenaar onttrokken. Verdachte had toen kunnen en moeten vermoeden dat die TV van diefstal afkomstig was. Het zonder goede redenen en zonder nader onderzoek voor een ander inleveren van gouden ringen, betekent dat verdachte zich ook van die ringen had kunnen en moeten realiseren dat die van diefstal afkomstig waren.

Feit 6

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het onder 6 aan de verdachte tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter zitting;

- het proces-verbaal van aangifte van [naam aangever 4] .14

parketnummer 03/700226-16 15

De rechtbank acht evenals de officier van justitie het ten laste gelegde feit onder 1 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting;

- de aangifte van [naam aangever 5] d.d. 29 april 201616.

De rechtbank acht evenals de officier van justitie het ten laste gelegde feit onder 2 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting;

- de aangifte van [naam aangever 7] d.d. 25 april 201617.

De rechtbank acht evenals de officier van justitie het ten laste gelegde feit onder 3 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting;

- de aangifte van [naam aangever 5] d.d. 29 april 201618.

De rechtbank acht evenals de officier van justitie het ten laste gelegde feit onder 4 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting;

- de aangifte van [naam aangever 8] d.d. 5 april 201619.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

parketnummer 03/700431-16

2

in de periode van 15 april 2016 tot en met 16 april 2016 in de gemeente Kerkrade

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kampeerwagen (merk/type Hanomag-Henschel F35-Nd) heeft weggenomen een plastic zak inhoudende materialen toebehorende aan [naam aangever 2] ;

3.

op 25 augustus 2016 in de gemeente Kerkrade met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee onder meer inhoudende een bankpas ING-bank en de bij die bankpas behorende pincode, toebehorende aan een ander dan aan verdachte;

4.

op 25 augustus 2016 in de gemeente Kerkrade en in Herzogenrath, meermalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 3] , waarbij verdachte dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, bestaande deze valse sleutel telkens uit het gebruik van een bankpas van die [naam aangever 3] met bijbehorende pincode, tot welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was;

5. subsidiair

in de periode van 3 januari 2016 tot en met 28 januari 2016 in de gemeente Kerkrade en in de gemeente Heerlen, een goed te weten een televisie (merk JVC) en/of twee goudkleurige ringen heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/deze goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.

op 8 april 2015 in de gemeente Kerkrade opzettelijk en wederrechtelijk een enkelband (type One Piece GPS), toebehorende aan het ministerie van Veiligheid en Justitie, heeft vernield;

parketnummer: 03/700226-16

1.

hij op 28 april 2016 in de gemeente Kerkrade, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een digitale bagageweegschaal en een reisadapter,

toebehorende aan [naam winkel 2] B.V.;

2.

op 25 april 2016 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere verpakkingen

vitamines, toebehorende aan [naam winkel 3] B.V.;

3.

op 07 april 2016 in de gemeente Kerkrade met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere telefoonhoesjes, toebehorende aan [naam winkel 2] B.V.;

4.

op 4 april 2016 in de gemeente Kerkrade met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere telefoonhouders en meerdere telefoonhoesjes en een

screenprotector, toebehorende aan [naam winkel 2] B.V.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

parketnummer 03/700431-16

Feit 2:

diefstal.

Feit 3:

diefstal.

Feit 4:

diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Feit 5 subsidiair:

Schuldheling, meermalen gepleegd.

Feit 6:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoort, vernielen.

parketnummer 03/700226-16

Feit 1:

diefstal.

Feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Feit 3:

diefstal.

Feit 4:

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest met als bijzondere voorwaarden onder andere klinische behandeling (welke mogelijk al op basis van artikel 43 van de PBW tijdens detentie een aanvang zou kunnen vinden), meldplicht, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en aan andere voorwaarden betreffende het gedrag.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden gematigd daar de raadsman voor meerdere feiten vrijspraak heeft bepleit. Voorts heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de mogelijkheid van een artikel 43 PBW plaatsing geen reden is om een hoge onvoorwaardelijke gevangenisstraf te vorderen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank acht minder of andere feiten bewezen dan de officier van justitie.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks van (winkel)diefstallen en schuldheling. Daarnaast heeft verdachte uit een kliniek een portemonnee met inhoud toebehorende aan een patiënt weggenomen. Hieruit blijkt dat verdachte op geen enkele wijze respect toont voor andermans eigendom. Zijn handelwijze lijkt enkel ingegeven door zijn eigenbelang en geldelijk gewin om zijn verslaving te bekostigen. De verdachte schuwt daarbij zelfs niet om kwetsbare slachtoffers te bestelen. Voorts heeft verdachte zich onttrokken aan justitieel toezicht door middel van het vernielen van de enkelband. Dit alles rekent de rechtbank verdachte aan.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het strafblad van 31 januari 2017 van de verdachte. Uit dit overzicht blijkt dat verdachte veelvuldig met politie en justitie in aanraking is gekomen en bovendien eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Hieruit kan worden afgeleid dat verdachte inmiddels een heuse criminele carrière heeft opgebouwd.

De rechtbank zal echter ook rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze zijn gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting en zoals deze door de raadsman ter terechtzitting naar voren zijn gebracht.

Verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat hij geen strafbare feiten meer wil plegen en behandeld wil worden voor zijn ernstige verslavingsproblematiek. Hij beseft ook dat hij daar hulp bij nodig zal hebben en staat daar voor open. De rechtbank ziet in deze persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een gedeelte van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen.

Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in de reclasseringsadvies van Mondriaan van 24 januari 2017 verbinden.

De rechtbank zal alles overwegende een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden opleggen waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met onder andere de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich klinisch dient te laten behandelen voor zijn verslavingsproblematiek. Deze klinische plaatsing zal bij voorkeur reeds op basis van artikel 43 PBW gerealiseerd dienen te worden.

7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

[naam aangever 2]

Door zijn vordering tot vergoeding van schade heeft [naam aangever 2] zich als partij gevoegd in het geding. Hij vordert een vergoeding van € 980,18 (contactslot, bedrading en montage, ruit/klapraam en grille aan materiële schade).

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid, gelet op de door haar gevorderde vrijspraak voor het onder 2 tenlastegelegde feit van parketnummer 03/700431-16.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [naam aangever 2] niet ontvankelijkheid dient te worden verklaard, gelet op de door hem bepleite vrijspraak voor het onder 2 tenlastegelegde feit van parketnummer 03/700431-16.

Gelet op de omstandigheid dat de verdachte ten aanzien van de onder feit 2 met parketnummer 03/700431-16 tenlastegelegde braak zal worden vrijgesproken, kan de benadeelde partij [naam aangever 2] niet in zijn vordering worden ontvangen.

[naam aangever 3]

Door zijn vordering tot vergoeding van schade heeft [naam aangever 3] zich als partij gevoegd in het geding. Hij vordert een vergoeding van € 4205,72 (gepind bedrag en reiskosten naar het politiebureau).

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de gehele vordering dient te worden toegewezen. De vordering is voldoende onderbouwd. De officier van justitie heeft gevorderd daarbij de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente op te leggen.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam aangever 3] door het bewezenverklaarde feit onder 4 rechtstreeks schade is toegebracht. De rechtbank zal de vordering als niet weersproken volledig toewijzen. Naar het oordeel van de rechtbank is de hoogte van deze schade komen vast te staan. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente opleggen.

[naam aangever 9]

Door haar vordering tot vergoeding van schade heeft [naam aangever 9] zich als partij gevoegd in het geding. Zij vordert een vergoeding van € 300,00 immateriële schade (verdriet gestolen ring oma).

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de gehele vordering dient te worden toegewezen.

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [naam aangever 9] niet ontvankelijk dient te worden verklaard, gelet op de door hem bepleite vrijspraak voor het onder 5 tenlastegelegde feit van parketnummer 03/700431-16.

Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet ziet op de tenlastegelegde heling, gelet op de onderbouwing van de benadeelde partij dat zij zich door de inbraak in haar huis onveilig voelt. De raadsman concludeert op grond hiervan tot wederom niet-ontvankelijkheid.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij van [naam aangever 9] gedeeltelijk toewijzen, nu uit het onderzoek is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde feit 5 subsidiair met parketnummer 03/700341-16 rechtstreeks schade is toegebracht. Door het handelen van verdachte zijn de ringen immers aan de eigenaresse onttrokken en niet meer te achterhalen omdat ze zijn omgesmolten. De rechtbank acht een immateriële schadevergoeding van € 100,00 redelijk. Naar het oordeel van de rechtbank is de hoogte van deze schade voldoende komen vast te staan, gelet op de emotionele waarde van één ring voor benadeelde.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen en de wettelijke rente toewijzen.

Ministerie van Justitie (DV&O)

Door zijn vordering tot vergoeding van schade heeft de heer [Y.P.] zich als partij gevoegd in het geding. Hij vordert namens het ministerie van Veiligheid en Justitie een vergoeding van € 1512,50 (vernieling ec apparatuur, One Piece enkelband).

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de gehele vordering dient te worden toegewezen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij ministerie van Veiligheid en Justitie niet ontvankelijk dient te worden verklaard, daar uit de vordering niet blijkt dat de heer [Y.P.] gevolmachtigd is door het ministerie van Justitie.

Gelet op de omstandigheid dat uit het schadevergoedingsformulier niet blijkt dat de heer [Y.P.] door het ministerie van Veiligheid en Justitie is gevolmachtigd kan de benadeelde partij niet in haar vordering worden ontvangen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 310, 311, 350 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder 1 en 5 primair ten laste gelegde feiten van parketnummer 03/700431-16;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten 2, 3, 4, 5 subsidiair en 6 met parketnummer 03/700431-16, de feiten 1, 2, 3 en 4 met parketnummer 03/700226-16 tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

a. zich uiterlijk binnen vijf dagen volgend op het vonnis zal melden bij de GGZ Reclassering Mondriaan op het volgend telefoonnummer 088-5068888. Hierna moet

veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

zich laat behandelen voor zijn verslavingsproblematiek en eventuele persoonlijkheidsproblematiek door Dichterbij of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

aansluitend aan zijn klinische forensische verslavingsbehandeling gaat wonen binnen een voorziening voor begeleid wonen, zulks ter beoordeling van de reclassering;

zich op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling gedurende de proeftijd, of zoveel korter als zijn behandelaars in overleg met de reclassering nodig achten, laat opnemen in instelling voor forensische klinische verslavingszorg of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    verklaart de benadeelde partij, [naam aangever 2] , wonende te Kerkrade, niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [naam aangever 3] , wonende te Kerkrade, te betalen € 4205,72, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 25 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [naam aangever 3] , van € 4205,72, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 52 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 25 augustus 2016 tot aan de dag der volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling

aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam aangever 9] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen

€ 100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van

3 januari 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [naam aangever 9] , van € 100,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door

2 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 3 januari 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verklaart de benadeelde partij, Ministerie van Veiligheid en Justitie, gevestigd te 's-Gravenhage, niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 maart 2017.

Buiten staat

Mr. M.J.A.G. van Baal en mr. C.C.W.M. Aretz is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Parketnummer 03/700431-16

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2016 tot en met 16 april 2016 in

de gemeente Kerkrade

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een ruimte (Aula

Major) in Abdij [naam complex]

heeft weggenomen

een (aluminium) koffer ('flightcase') en/of een aantal muziekinstrumenten

en/of toebehoren van die muziekinstrumenten (triangel(s), tamboerijn,

bekkensstokken, riemen), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan het [naam 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen koffer en/of muziekinstrumenten en/of

toebehoren van muziekinstrumenten onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2016 tot en met 16 april 2016 in

de gemeente Kerkrade

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kampeerwagen

(merk/type Hanomag-Henschel F35-Nd)

heeft weggenomen

een plastic zak inhoudende materialen, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen plastic zak en/of materialen onder zijn

bereik heeft gebracht

door middel van braak en/of verbreking;

3.

hij op of omstreeks 25 augustus 2016 in de gemeente Kerkrade

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen

een portemonnee (onder meer inhoudende een bankpas ING-bank en/of de bij die

bankpas behorende pincode), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 3] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op of omstreeks 25 augustus 2016 in de gemeente Kerkrade, althans in het

arrondissement Limburg en/of in Herzogenrath, althans in de Bondsrepubliek

Duitsland

meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen

een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van een valse sleutel, bestaande deze valse sleutel (telkens) uit

het gebruik van een bankpas van die [naam aangever 3] met bijbehorende pincode, tot

welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was;

5.

hij op of omstreeks 3 januari 2016 in de gemeente Kerkrade

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen

aan de [adres 4]

heeft weggenomen

een televisie (merk JVC) en/of drie, althans een of meer (goudkleurige)

ring(en), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangever 9] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen televisie en/of ring(en) onder zijn

bereik heeft gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 3 januari 2016 tot en met 28 januari 2016

in de gemeente Kerkrade en/of in de gemeente Heerlen, althans in het

arrondissement Limburg,

een goed te weten een televisie (merk JVC) en/of drie, althans een of meer

(goudkleurige) ring(en) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/deze

goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door

misdrijf verkregen goed betrof;

6.

hij op of omstreeks 8 april 2015 in de gemeente Kerkrade opzettelijk en

wederrechtelijk een enkelband (type One Piece GPS), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan het ministerie van Veiligheid en Justitie,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of

beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Parketnummer: 03/700226-16

1.

hij op of omstreeks 28 april 2016 in de gemeente Kerkrade, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere digitale

bagageweegscha(a)l(en) en/of een of meerdere reisadapter(s), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel 2] B.V., in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 25 april 2016 in de gemeente Kerkrade tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere verpakkingen

medicamenten en/of vitamines, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam winkel 3] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededaders;

3.

hij op of omstreeks 07 april 2016 in de gemeente Kerkrade met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere

telefoonhoesje(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[naam winkel 2] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op of omstreeks 4 april 2016 in de gemeente Kerkrade met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere

telefoonhouder(s) en/of een of meerdere telefoonhoesje(s) en of een of

meerdere screenprotector(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam winkel 2] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700431-16, 03/700226-16 (ter terechtzitting gevoegd)

Proces-verbaal van de openbare zitting van 20 maart 2017 in de zaak tegen:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] ,

gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. E.E.W.J. Maessen, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zittingzaal aanwezig. Ter terechtzitting van 6 maart 2017 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Kerkrade, proces-verbaalnummer PL2300-2016067758, gesloten d.d. 24 oktober 2016 doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 205.

2 Het proces-verbaal aangifte van [naam aangever 2] d.d. 16 april 2016, pagina 20 en 21.

3 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 17 april 2016 van [naam verbalisant 2] , pagina 27 en 28.

4 Het deskundigenonderzoek van het NFI d.d. 25 mei 2016, pagina 29 en 30.

5 Het proces-verbaal identificatie n.a.v. DNA-sporen d.d. 5 augustus 2016.

6 Het proces-verbaal aangifte [naam aangever 3] d.d. 26 augustus 2016, pagina 38 en 39.

7 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam getuige] d.d. 30 augustus 2016, pagina 48 en 49

8 Het proces-verbaal aangifte [naam aangever 3] d.d. 26 augustus 2016, pagina 38 en 39.

9 Het proces-verbaal aangifte [naam aangever 9] d.d. 3 januari 2016, pagina 105 en 106.

10 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 1 februari 2016, pagina 110.

11 Proces-verbaal van vervolg-verhoor aangeefster [naam aangever 9] d.d. 3 september 2016, pagina 115 en 116.

12 Uitdraai opkoopregister periode 10 augustus 2013 tot en met 10 augustus 2016, pagina 146 tot en met 149.

13 Het proces-verbaal van verhoor getuige [wekneemster] d.d. 16 augustus 2016, pagina 150 en 151.

14 Het proces-verbaal aangifte [naam aangever 4] namens ministerie van Justitie d.d. 7 januari 2016, pagina 161.

15 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Kerkrade, proces-verbaalnummer PL2300-2016073785-A, gesloten d.d. 30 april 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 79.

16 Het proces-verbaal aangifte [naam aangever 5] namens [naam winkel 2] d.d. 29 april 2016, pagina 62 en 63.

17 Het proces-verbaal aangifte [naam aangever 7] namens [naam winkel 2] d.d. 25 april 2016, pagina 6 en 7.

18 Het proces-verbaal aangifte [naam aangever 5] namens [naam winkel 2] d.d. 8 april 2016, pagina 53 tot en met 55.

19 Het proces-verbaal aangifte [naam aangever 8] namens [naam winkel 2] d.d. 5 april 2016, pagina 41 tot en met 43.