Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:2442

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
20-03-2017
Zaaknummer
C/03/231846 / KG RK 17-116
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW afgewezen.

Dagbepaling nieuwe openbare verkoop.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rekestnummer: C/03/231846 / KG RK 17-116

Beschikking van de voorzieningenrechter van 15 maart 2017

in de zaak van

1 de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudende te Nijmegen,

2. de naamloze vennootschap RABOHYPOTHEEKBANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudende te Eindhoven,

verzoeksters,

advocaat mr. J.B.Th. van 't Grunewold te Roermond

en

1 [hypotheekgever] ,

wonende te [woonplaats hypotheekgever] ,

hypotheekgever,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] VASTGOED B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats X] ,

3. [belanghebbende sub 3],

wonende te [woonplaats belanghebbende sub 3] ,

4. [beslaglegger], handelend onder de naam BOOMKWEKERIJ [Y] ,

woonplaats kiezende te [woonplaats beslaglegger] ,

beslaglegger,

belanghebbenden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift,

- de mondelinge behandeling op 8 maart 2017.

2 De beoordeling

2.1.

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van verlof als bedoeld in art. 3:268 lid 2 BW om de hierna vermelde onroerende zaak onderhands te verkopen volgens de bij het verzoek gevoegde koopovereenkomst en tot veroordeling van de hypotheekgever en de zijnen tot ontruiming van die zaak.

2.2.

De belanghebbenden bij dit verzoek zijn voor de behandeling daarvan opgeroepen.

2.3.

Hoewel behoorlijk opgeroepen, is belanghebbende sub 3, [belanghebbende sub 3] , niet verschenen. Namens verzoeksters is mr. M.J.H. Verburg loco mr. J.B.Th. van ’t Grunewold ter zitting verschenen.

Ter zitting zijn eveneens verschenen, de heren [A] , [B] en [beslaglegger] , die alsnog een hoger bod wensen uit te brengen.

2.4.

Verzoekster heeft op grond van artikel 3:268 lid 2 BW verzocht toe te staan dat het

registergoed plaatselijk bekend [registergoed] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie H nummer 933, groot 50 are en 30 centiare, onderhands zal worden verkocht middels een koopovereenkomst die ter goedkeuring is voorgelegd. De rechtbank overweegt dat als een eerste hypotheekhouder gebruik maakt van zijn recht op parate executie, het registergoed waarop het recht van hypotheek is gevestigd in beginsel openbaar wordt verkocht op een veiling. Voor een afwijkende wijze van verkoop

- onderhands – moet verlof worden gevraagd op grond van artikel 3:268 lid 2 BW. De voorzieningenrechter verleent geen verlof als moet worden aangenomen dat een veiling méér zal opbrengen dan de voorgestelde onderhandse verkoop.

2.5.

Ter zitting hebben de heren [A] , [B] en [beslaglegger] aangegeven een hoger bod te willen doen. Zij willen dat graag ter zitting uitbrengen. De rechtbank stelt voorop dat op grond van artikel 3:268 lid 2 BW de bevoegdheid om een gunstiger aanbod aan de voorzieningenrechter voor te leggen voorbehouden is aan hypotheekgevers, hypotheekhouders, beslagleggers en beperkt gerechtigden, die bij een hogere opbrengst belang hebben. [A] en [B] behoren niet tot deze groep van personen. Formeel kunnen zij op de zitting dus geen hoger bod uitbrengen.

Namens [beslaglegger] is beslag gelegd op het registergoed zodat hij wel behoort tot de categorie van personen die in beginsel ter zitting een hoger bod kan uitbrengen.

2.6.

De voorzieningenrechter ziet zich dus geconfronteerd met het feit dat drie partijen een hoger bod willen uitbrengen waarvan er maar één dat ter zitting kan doen. Het behoort naar het oordeel van de voorzieningenrechter tot zijn taak er voor te waken dat bij het geven van toestemming voor onderhandse verkoop de schuldenaar niet wordt benadeeld. Dat zal in de regel het geval zijn indien niet de maximaal haalbare opbrengst wordt gerealiseerd. Daarvan lijkt in dit geval sprake te zijn nu drie partijen een hoger bod willen uitbrengen dan de overeengekomen onderhandse verkoopwaarde.

De voorzieningenrechter heeft nog gesuggereerd de behandeling aan te houden. [A] , [B] en [beslaglegger] zouden dan in overleg hebben kunnen treden met de bank over het doen van een hoger bod, terwijl de bank dit ook zou hebben kunnen terugkoppelen naar de partij met wie zij de onderhandse koopovereenkomst had willen aangaan. Het resultaat van dit overleg had dan door de bank aan de voorzieningenrechter voorgelegd kunnen worden. Verzoeksters kunnen zich echter in deze aanhouding niet vinden.

2.7.

Het vorenstaande heeft tot gevolg dat de voorzieningenrechter niet de overtuiging heeft gekregen dat door middel van de ter beoordeling voorgelegde onderhandse verkoopovereenkomst een zo hoog mogelijke opbrengst wordt gegenereerd. De voorzieningenrechter zal het verzoek tot onderhandse verkoop daarom afwijzen en bepalen dat de verkoop in het openbaar ten overstaan van een bevoegde notaris dient te geschieden. Tevens zal overeenkomstig artikel 548 lid 4 Rv een dag worden bepaald waarop de openbare verkoop zal plaatsvinden.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

wijst het verzoek af en bepaalt dat de openbare verkoop van het

registergoed plaatselijk bekend [registergoed] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie H nummer 933, groot 50 are en 30 centiare, zal plaatsvinden op dinsdag 16 mei 2017 om 13.30 uur in Hotel en Congrescentrum Papendal, Papendallaan 3, 6816 VD Arnhem,

3.2.

bepaalt dat bekendmaking van de executieverkoop op de gebruikelijke websites zal geschieden door de Hekkelman advocaten en notarissen te Nijmegen.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2017.1

1 type: ThM coll: