Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:2309

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
16-03-2017
Zaaknummer
5377597 cv 16-9148
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering te weinig betaald loon en vakantiebijslag na einde arbeidsovereenkomst; beroep op verjaring verworpen; inconsistent en onvoldoende onderbouwd verweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1365
AR-Updates.nl 2017-0300
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5377597 \ CV EXPL 16-9148

Vonnis van de kantonrechter van 15 maart 2017

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend te [woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. C.J. van Binsbergen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ARMADA WORKS B.V.,

gevestigd te Roermond,

gedaagde partij,

procederende bij haar directeur-eigenaar [dir-eig] .

Partijen worden hierna [eisende partij] en Armada genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    de akte van [eisende partij] houdende verzoek om een conclusie van repliek te mogen nemen;

  • -

    de conclusie van repliek en

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Hierna is vonnis bepaald waarvan de uitspraak nader is bepaald op heden.

2 Het geschil

2.1.

Op basis van de hiervoor vermelde processtukken kan het tussen partijen gerezen geschil als volgt – zakelijk weergegeven – worden omschreven.

2.2.

[eisende partij] is op 1 mei 2012 bij Armada voor onbepaalde tijd in dienst getreden in de functie van administratief medewerkster. De arbeidsduur bedraagt 56 uur per maand.

2.3.

[eisende partij] stelt thans dat zij vanaf 15 oktober 2013 geen loon meer heeft ontvangen. Verder stelt [eisende partij] dat zij Armada na 15 oktober 2013 meerdere malen heeft verzocht om het haar toekomende loon te betalen. Bij brief van 24 maart 2013 heeft zij Armada voor het eerst schriftelijk aangemaand het achterstallig loon te betalen. Voorts stelt [eisende partij] dat Armada haar naar aanleiding van de door haar verzonden aanmaningen, meerdere malen schriftelijk heeft meegedeeld dat Armada met liquiditeitsproblemen te kampen had en niet in staat was haar loon te betalen. [eisende partij] voert verder aan dat Armada bij brief van 16 juni 2014 de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd tegen 1 juli 2014. Omdat Armada in gebreke bleef met betaling van haar loon en vakantiegeld heeft zij zich tot haar gemachtigde gewend. Ook na aanmaning door haar gemachtigde is Armada niet tot betaling overgegaan.

2.4.

[eisende partij] vordert thans om Armada bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van € 6.519,05 bruto aan achterstallig loon over de periode van 15 oktober 2013 tot en met 13 juni 2014, een bedrag van € 1.809,05 bruto ter zake van vakantiegeld over de periode van 1 mei 2012 tot en met 30 juni 2014, een bedrag van € 4.164,05 bruto aan wettelijke verhoging en een bedrag van € 1.058,75 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten. Voorts vordert [eisende partij] om Armada te veroordelen in de proceskosten en in de nakosten.

2.5.

Armada voert verweer. Allereerst stelt Armada dat [eisende partij] na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2014 nogal lang heeft gewacht met het instellen van haar vorderingen. Volgens Armada heeft zij [eisende partij] over de maanden oktober, november en december 2012 te veel loon betaald en was afgesproken dat dit nadien nog verrekend zou worden. Wat betreft het vakantiegeld stelt Armada dat [eisende partij] , na verrekening van het te veel betaalde loon, nog recht heeft op ten hoogste een bedrag van € 750,00 netto. En dit bedrag zou dan weer verrekend moeten worden met de door [eisende partij] te veel opgenomen verlofdagen. Armada voert verder aan dat [eisende partij] in strijd met de arbeidsovereenkomst zonder toestemming nevenwerkzaamheden heeft verricht en [eisende partij] deswege een boete aan Armada verschuldigd is. Volgens Armada zou een en ander er op neer komen dat [eisende partij] nog een bedrag aan Armada zou moeten betalen, maar is bij gelegenheid van de eindafrekening afgesproken dat partijen met gesloten beurzen uit elkaar zouden gaan. Armada is daarom van mening dat de vorderingen van [eisende partij] moeten worden afgewezen.

2.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Voor zover Armada mede bedoeld heeft te stellen dat de vorderingen van [eisende partij] zijn verjaard, gaat dat verweer niet op. De arbeidsovereenkomst is door opzegging door Armada geëindigd op 30 juni 2014. Bij brief van 10 februari 2016 heeft [eisende partij] aanspraak gemaakt op betaling van achterstallig loon en de onderhavige vordering is aangebracht bij dagvaarding van 8 september 2016. De vordering is derhalve binnen de verjaringstermijn van 5 jaar ingesteld.

3.2.

Het verweer van Armada is niet consistent. Bij antwoord stelt Armada dat zij over de maanden oktober, november en december 2012 te veel loon aan [eisende partij] heeft betaald omdat er geen sprake is geweest van overwerkuren in die periode terwijl Armada bij dupliek stelt dat [eisende partij] destijds had verzocht om op papier een hoger loon te laten zien dan dit in werkelijkheid het geval was. Dit laatste standpunt strookt vervolgens niet met de stelling van Armada dat dit hogere loon nadien zou worden verrekend. Het slechts op papier laten zien van een hoger loon betekent immers niet dat in werkelijkheid ook een hoger loon is betaald. Door Armada is ook niet gesteld noch is dat anderszins gebleken dat Armada na december 2012 zich tegenover [eisende partij] op het standpunt heeft gesteld dat te veel betaald loon verrekend zou moeten worden. Uit de door [eisende partij] overgelegde brieven van Armada van 28 maart 2014, 18 april 2014, 27 mei 2014 en 16 juni 2014 blijkt enkel dat Armada met liquiditeitsproblemen heeft te kampen en niet in staat is het loon aan [eisende partij] te betalen. In geval sprake zou zijn geweest van nog te verrekenen te veel betaald loon, had het voor de hand gelegen dat Armada dit in een van die brieven aan [eisende partij] zou hebben meegedeeld. Het verweer van Armada dat in de maanden oktober tot en met december 2012 te veel loon is betaald, slaagt derhalve niet. Armada heeft dienaangaande ook geen concreet bewijs aangeboden.

3.3.

Armada heeft zich verder op het standpunt gesteld dat [eisende partij] regelmatig minder dan de overeengekomen 56 uur per maand werkte en dat [eisende partij] meer verlofuren opnam dan waar zij recht op had en dat Armada dit verrekende met het vakantiegeld. Armada heeft echter nagelaten die stelling met concrete feiten en omstandigheden nader te onderbouwen. Anders dan Armada stelt ligt het op de weg van de werkgever om een verlofregistratie bij te houden. Armada heeft ook geen specificatie overgelegd waaruit blijkt op hoeveel verlofuren [eisende partij] recht heeft en welk aantal uren [eisende partij] te veel zou hebben opgenomen. Het verweer van Armada dienaangaande dient derhalve als onvoldoende onderbouwd te worden verworpen.

3.4.

Ten slotte heeft Armada zich op het standpunt gesteld dat [eisende partij] zonder toestemming nevenwerkzaamheden heeft verricht en dat [eisende partij] deswege een boete aan Armada is verschuldigd. Pas bij dupliek heeft Armada drie bedrijven genoemd voor wie [eisende partij] nevenwerkzaamheden zou hebben verricht. Nog daargelaten dat Armada niet heeft gesteld gedurende welke periode en welke werkzaamheden [eisende partij] voor die bedrijven zou hebben verricht, moet dit verweer reeds worden verworpen omdat [eisende partij] daarop niet heeft kunnen reageren en dit in strijd is met een goede procesorde.

3.5.

Gelet op het vorenstaande zal het door [eisende partij] gevorderde achterstallig loon en vakantiegeld worden toegewezen. Wegens de te late betaling zal ook de gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW worden toegewezen. [eisende partij] heeft geen wettelijke rente gevorderd.

3.6.

De mee gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen, nu onvoldoende gemotiveerd is gesteld dat ter zake meer kosten zijn gemaakt dan die waarvoor de artikelen 237 en verder van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering reeds een vergoeding plegen in te sluiten.

3.7.

Armada zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij] tot aan de datum van uitspraak van dit vonnis worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 99,87

  • -

    griffierecht 79,00

  • -

    salaris gemachtigde 600,00 (2 x tarief € 300,00)

totaal € 778,87.

3.8.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt Armada om tegen bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 12.492,15;

4.2.

veroordeelt Armada in de proceskosten aan de zijde van [eisende partij] gevallen en tot op heden begroot op € 778,87;

4.3.

veroordeelt Armada voorts onder de voorwaarde dat zij niet binnen 2 weken na aanschrijving door [eisende partij] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

4.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.

type: FL

coll: