Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:2027

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-03-2017
Datum publicatie
06-03-2017
Zaaknummer
03/659140-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Limburg heeft aan drie verdachten gevangenisstraffen van 4 jaar opgelegd wegens het produceren van amfetamine in maart 2015 in een woning aan de [adres 1] in Well. Het gaat om mannen van 24, 27 en 31 jaar die zich bezighielden met grootschalige productie. De rechtbank heeft drie medeverdachten vrijgesproken omdat zij op basis van het onderzoek niet bewezen vindt dat ook deze verdachten amfetamine hebben gemaakt.

Daarnaast heeft de rechtbank een verdachte nog vrijgesproken van huisvredebreuk wegens overmacht, omdat de verdachte zich in acute nood bevond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659140-15

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 maart 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.X.J. Zuidema, waarnemende voor zijn kantoorgenoot mr. Th. Boumans, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 oktober 2016 en 20 februari 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

primair: samen met anderen een grote hoeveelheid amfetamine opzettelijk heeft vervaardigd dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad;

subsidiair: zijn woning ter beschikking heeft gesteld voor het produceren van amfetamine.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij voert kort gezegd aan dat op basis van de betrokkenheid van verdachte als eigenaar en gebruiker van de woning aan de [adres 1] in Well de aanname is gerechtvaardigd dat verdachte weet waarvoor zijn woning wordt gebruikt. Nu niet blijkt van een aannemelijke verklaring voor het tegendeel en verdachte ook geen aannemelijke verklaring aflegt over hoe de medeverdachten konden beschikken over het pand, is er wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zijn woning ter beschikking heeft gesteld voor de productie van amfetamine. Nu niet is gebleken dat verdachte zelf een actieve rol bij de productie heeft gehad, moet hij van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat er van een nauwe en bewuste samenwerking, zowel in de primaire als ook de subsidiaire variant geen bewijsmiddelen voorhanden zijn, althans geen overtuigend bewijs is. Dat geldt evenzeer voor de gestelde ‘opzet’ in beide varianten. De verdachte is op 17 maart 2015 voor het laatst in de woning aan de [adres 1] in Well geweest. Hij wordt op 26 maart 2015 niet bij de groep van de medeverdachten aangetroffen. De verdachte draagt geen amfetaminegeur bij zich. Geen van de aangetroffen auto’s bij de woning kunnen aan de verdachte worden gelinkt. In het dossier bevindt zich geen enkele belastende verklaring, niet van getuigen, niet van medeverdachten, niet van de verdachte zelf. De verdachte ontkent in alle toonaarden. De aangetroffen (verplaatsbare) sporendragers tonen niet aan dat hij in het laboratorium is geweest. Ten aanzien van de telefonische gegevens heeft de verdachte verklaard dat hij op of omstreeks 23 maart 2015 nog in Well is geweest omdat hij een afspraak had met de verkoper van de woning. De verdachte heeft dus een plausibele verklaring waarom de mast bij Well door zijn gsm is aangestraald terwijl hij niet in de woning is geweest aan de [adres 1] . Gelet op al het voorgaande concludeert de verdediging tot vrijspraak.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Op 26 maart 2015 gaat de politie naar aanleiding van een melding door de Regionale meldkamer naar de woning [adres 2] te Well (gemeente Bergen). De meldkamer geeft door dat daar een schietpartij zou hebben plaatsgevonden. Een persoon zou gewond zijn aan zijn arm en hij zou hevig bloeden. Verder zouden vier andere personen voortvluchtig zijn. In de woning treft de politie een vrouw en haar baby aan. De politie constateert verder dat een raam op de eerste verdieping van de woning is ingeslagen en dat een groot deel van de woning is besmeurd met bloed. Zij verklaarde dat een man haar woning was binnengedrongen, haar telefoon had gepakt en was weggegaan. Bij het binnendringen had hij zich zwaar verwond.

Teneinde de andere (gemelde) personen te achterhalen doet de politie verder onderzoek. Een buurtbewoner, genaamd [getuige 2] , heeft op 26 maart 2015 vier mannen zien lopen vanuit de [adres 1] te Well in de richting van de [adres 2] naar het bos. Deze mannen vielen hem op omdat ze allemaal minimaal één tas droegen. Ook buurtbewoonster [getuige 3] had vier mannen zien lopen in de richting van het bos. De politie traceert een aantal mannen in de buurt van een bosperceel. Omdat de politie nog steeds uitgaat van een schietpartij wordt op versterking gewacht alvorens de mannen aan te houden. Uiteindelijk worden vier mannen, genaamd [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] in de nabijheid van elkaar aangehouden. In het bosperceel waar de verdachte en de medeverdachten worden aangehouden wordt verspreid van elkaar het volgende aangetroffen: twee AH tassen,onder andere inhoudende diverse zwarte latex handschoenen en een halfgelaatmasker, drie lege blikjes, 1 paar zwarte handschoenen, een plastic tas van de Jumbo, een gsm blackberry en een blauwe sporttas, inhoudende een jammer, een halfgelaatmasker, veiligheidsbrillen, een werkhandschoen en slippers. In de broek van [medeverdachte 3] wordt het rijbewijs van [medeverdachte 4] aangetroffen. Bij [medeverdachte 1] wordt een afstandsbediening, een paar handschoenen en geld aangetroffen.

De getuige [getuige 1] meldde dat hij twee personen had zien lopen bij de woning [adres 1] te Well. Hij had die jongens nog nooit gezien. De woning stond volgens [getuige 1] al een aantal jaren leeg. [getuige 1] zag op een gegeven moment dat een van de jongens richting de poort liep van de woning aan de [adres 1] . Hij hoorde vervolgens dat iemand aan de poort zat. [getuige 1] belde even later in bij de meldkamer. Na de melding van [getuige 1] gaat de politie op onderzoek uit naar de [adres 1] te Well. Ter plaatse wordt een amfetaminelaboratorium aangetroffen.

Verdachte [verdachte]

De verdachte [verdachte] heeft in juni/juli 2014 een voorlopig koopcontract getekend voor de woning aan de [adres 1] te Well. In september 2014 heeft de verdachte de sleutels van de woning gekregen. Hij kon vanaf dat moment over de woning beschikken. De verdachte heeft verklaard dat hij diverse malen in de woning is geweest. Hij was er ongeveer 1 à 2 keer in de maand. Dit duurde tot januari/februari 2015. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij de woning wilde laten opknappen om de taxatiewaarde hoger te krijgen. Dat moest gebeuren voor 1 april 2015. De verdachte heeft verklaard dat ene [naam 1] op 23 maart 2015 zou beginnen met klussen in de woning. De verdachte zou op 17 maart 2015 voor het laatst in de woning zijn geweest. Hij heeft bij de politie verklaard dat hij niets met een drugslaboratorium te maken had. De verdachte heeft ter terechtzitting nog verklaard dat hij op of omstreeks 23 maart 2015 in de buurt van de woning is geweest vanwege een afspraak die hij had met de verkoper.

Tijdens het onderzoek in de woning zijn diverse sporen aangetroffen die matchen met het DNA van [verdachte] . Sporen zijn aangetroffen op een restant van een joint en op twee tandenborstels. De sporen waren in de badkamer en in de slaapkamer waarvan de deur was afgesloten. De politie moest de slaapkamerdeur forceren om binnen te komen en de badkamer is vervolgens bereikbaar via de slaapkamer

Blijkens de historische telefoongegevens werd [verdachte] gebeld door [telefoonnummer] ten name van [naam 2] . Er heeft geen contact plaatsgevonden. Op het adres van [naam 2] staat ook de medeverdachte [medeverdachte 4] ingeschreven.

Conclusie

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er voldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier is te vinden waaruit kan worden vastgesteld of de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het opzettelijk vervaardigen dan wel aanwezig hebben van amfetamine in de woning, gelegen aan de [adres 1] te Well. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er geen bewijsmiddelen in het dossier zijn aan te treffen waaruit de betrokkenheid van de verdachte bij het primair tenlastegelegde kan worden vastgesteld.

De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of er voldoende wettig en overtuigend bewijsmateriaal in het dossier te vinden is waaruit kan worden vastgesteld dat de verdachte als medeplichtige moet worden aangemerkt, in die zin dat hij zijn woning aan de medeverdachten ter beschikking heeft gesteld voor het vervaardigen van amfetamine.

Uit het voorhanden liggende bewijsmateriaal kan de rechtbank niet vaststellen dat de verdachte als medeplichtige kan worden aangemerkt. De rechtbank kan niet vaststellen of de verdachte het opzet had op het gronddelict, namelijk het opzettelijk vervaardigen van amfetamine. Evenmin kan de rechtbank vaststellen of de verdachte met opzet de woning ter beschikking heeft gesteld voor het opzettelijk vervaardigen van amfetamine. Dat zijn DNA is aangetroffen in de woning van de verdachte is niet vreemd. Hij verbleef daar bij tijd en wijle. Er zijn echter geen DNA- en/of dactyloscopische sporen aangetroffen die hem linken aan het amfetaminelaboratorium. Bovendien was de ruimte waarin deze goederen zijn aangetroffen afgesloten. Dat er met het nummer [telefoonnummer] ten name van [naam 2] is getracht te bellen om met de verdachte contact te leggen, zegt ook niets concreets over de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde. De verklaringen van de verdachte omtrent ene ‘ [naam 1] ’ en dat hij op of omstreeks 23 maart 2015 nog in de buurt is geweest bij de woning aan de [adres 1] omdat hij aldaar nog een afspraak had, zijn weliswaar oncontroleerbaar, maar dat maakt hem nog geen medeplichtige.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. Schaap-Meulemeester, voorzitter, mr. V.P. van Deventer en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 maart 2017.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2015 tot en met 26 maart 2015 te Well (L), gemeente Bergen (L), in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of een (of meer) onbekend gebleven perso(o)n(en) in/of omstreeks de periode van 23 maart 2015 tot en met 26 maart 2015 te Well, gemeente Bergen, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

opzettelijk heeft/hebben vervaardigd, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de opiumwet behorende lijst I,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte in/of omstreeks die periode opzettelijk behulpzaam is geweest door de woning gelegen aan [adres 1] aan die [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) ter beschikking te stellen.