Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1962

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-03-2017
Datum publicatie
09-03-2017
Zaaknummer
5528748 cv16-11110
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhuurder kan instemmen met derde terme de grâce. Huurder gewaarschuwd mens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5528748 \ CV EXPL 16-11110

Vonnis van de kantonrechter van 8 maart 2017

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

BOUWINVEST DUTCH INSTITUTIONAL RESIDENTIAL FUND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

verder te noemen Bouwinvest,

gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven,

tegen:

1 [gedaagde sub 1] ,
wonend [adres gedaagden] ,
[woonplaats gedaagden] ,

2. [gedaagde sub 2],
wonend [adres gedaagden] ,
[woonplaats gedaagden] ,

gedaagde partij,

verder gezamenlijk te noemen [gedaagden] ,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de comparitie van 7 februari 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Bouwinvest vordert op gronden als omschreven in de dagvaarding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, dat de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats gedaagden] aan [adres gedaagden] , ontbonden zal worden verklaard en dat [gedaagden] zal worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling aan Bouwinvest van de bedragen en rente als in de dagvaarding vermeld, kosten rechtens.

2.2.

[gedaagden] voert verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Vast staat dat [gedaagden] reeds eerder, meest recent bij vonnis van 16 maart 2016, is veroordeeld tot betaling van achterstallige huurpenningen en dat [gedaagden] vanaf 16 augustus in gebreke is gebleven de verschuldigde huur (tijdig) te voldoen.

3.2.

Op 7 februari 2017 is een comparitie van partijen gehouden. Ter gelegenheid van deze comparitie heeft [gedaagden] verklaard dat de gebreken, als gesteld in de conclusie van antwoord, inmiddels zijn verholpen en dat de badkamer is gerenoveerd. Ondanks dat de gebreken zijn verholpen, is de huurachterstand niet door [gedaagden] betaald, nu in december 2016 beslag is gelegd op het loon van gedaagde sub 1.

3.3.

[gedaagden] betwist niet de door Bouwinvest gevorderde huurachterstand als genoemd in het overzicht van productie 2 bij akte ten behoeve van comparitie. In dit overzicht zijn de reeds door [gedaagden] verrichte betalingen verwerkt, als ook de nadien verschenen huurtermijnen. Volgens het overzicht bedraagt de actuele huurachterstand een bedrag van € 2.180,00 tot en met februari 2017. Deze actuele huurachterstand is niet betwist, zodat deze als vordering van Bouwinvest zal worden aangemerkt.

3.4.

Nu de stellingen van Bouwinvest door [gedaagden] zijn erkend en de vorderingen van Bouwinvest de kantonrechter bovendien niet onrechtmatig en/of ongegrond voorkomen, zijn deze voor toewijzing vatbaar. De gemachtigde van Bouwinvest heeft ter zitting verklaard dat [gedaagden] al als een gewaarschuwd mens telde, maar dat namens Bouwinvest nog een laatste keer kan worden ingestemd met een terme de grâce. Gelet op de omstandigheden van het geval, acht de kantonrechter termen aanwezig om [gedaagden] op voet van het bepaalde in artikel 7:280 van het Burgerlijk Wetboek, een betalingstermijn van 30 dagen toe te staan om aan de volledige betalingsverplichtingen jegens Bouwinvest te voldoen.

3.5.

De kantonrechter overweegt ten aanzien van de terme de grâce wel dat conform artikel 6:265 BW iedere tekortkoming in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, althans ontbinding te vorderen bij de kantonrechter. Het niet (volledig) betalen van de huurpenningen is een tekortkoming in de nakoming aan de zijde van [gedaagden] . [gedaagden] heeft dus te gelden als gewaarschuwd.

3.6.

Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen en dat [gedaagden] , als de in het ongelijk gestelde partij, dienen te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Bouwinvest worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 103,89

  • -

    griffierecht € 471,00

  • -

    salaris gemachtigde € 350,00

totaal € 924,89

4. De beslissing

De kantonrechter

A

4.1.

staat [gedaagden] toe om binnen uiterlijk 30 dagen na betekening van dit vonnis aan de verplichtingen als huurders van het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats gedaagden] aan [adres gedaagden] , tegenover Bouwinvest als verhuurder te voldoen door betaling van de achterstallige huurpenningen tot en met de maand februari 2017, zijnde de somma van € 2.180,00, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 432,88, de wettelijke rente ad € 8,21 en de wettelijke rente over € 3.180,00 vanaf 15 november 2016 tot aan de dag der voldoening, alsmede de nadien verschenen huurtermijnen.

B

En indien [gedaagden] aan het hierboven onder A gestelde niet voldoen

4.2.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats gedaagden] aan [adres gedaagden] ,

4.3.

veroordeelt [gedaagden] , om binnen 44 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Bouwinvest te stellen,

4.4.

veroordeelt [gedaagden] voorts om aan Bouwinvest tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 2.621,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.180,00 vanaf 15 november 2016 tot de dag der voldoening, alsmede zoveel maal de somma van € 795,00 per maand als er vanaf februari 2017 tot aan de dag der ontruiming telkens een nieuwe maand zal zijn ingegaan.

In geval A en in geval B

4.5.

veroordeelt [gedaagden] in de kosten van de procedure aan de zijde van Bouwinvest gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 924,89,

4.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Krens en in het openbaar uitgesproken.

type: ksf

coll: