Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1928

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-03-2017
Datum publicatie
09-03-2017
Zaaknummer
5381586 cv16-9210
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst levering drinkwater opgezegd? Ontvangst opzegbrief niet komen vast te staan. Gedaagde moet daarom betalen voor de leveringen tot het moment dat een nieuwe gebruiker zich heeft aangemeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1195

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5381586 \ CV EXPL 16-9210

Vonnis van de kantonrechter van 8 maart 2017

in de zaak van:

de naamloze vennootschap N.V. WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ LIMBURG,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

gemachtigde Janssen en Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Maastricht,

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    de comparitie van partijen op 7 februari 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eisende partij heeft onder toepassing van de door haar gehanteerde algemene voorwaarden drinkwater ten behoeve van het verbruikersperceel te [plaats] , [adres] geleverd.

2.2.

De volgende bedragen zijn in rekening gebracht en onbetaald gebleven:

Datum nummer/omschrijving bedrag

10/11/2012 2300425931/30653054 58,13

02/03/2013 5802288938/30653054 40,10

29/06/2013 5402485023/30653054 40,10

08/11/2013 2400480648/30653054 60,64

07/03/2014 5602730473/30653054 41,20

04/07/2014 5702889490/30653054 41,20

14/11/2014 2600531038/30653054 72,58

06/03/2015 5803106072/30653054 43,50

03/07/2015 560289716/30653054 43,50

13/11/2015 2800331121/30653054 62,05

04/03/2016 5603576738/30653054 43,10

546,10

2.3.

Gedaagde partij heeft aan de gemeente Sittard-Geleen een adreswijziging doorgegeven. Bij brief van 6 juni 2012 heeft de gemeente de adreswijziging bevestigd.

2.4.

Bij brief van 7 maart 2016 heeft eisende partij aan gedaagde partij bericht dat zij de drinkwaterlevering gaat beëindigen indien gedaagde partij niet tot betaling overgaat.

2.5.

Op 9 maart 2016 ontvangt eisende partij een e-mail van een nieuwe huurder die vraagt hem per 1 februari 2016 te registreren.

2.6.

Bij e-mail van 22 maart 2016 reageert gedaagde partij en stelt zich tot twee keer toe te hebben afgemeld bij eisende partij. Daarna vindt tussen partijen nog contact per

e-mail plaats.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 567,10, vermeerderd met rente en kosten.

Ter onderbouwing van haar vordering stelt eisende partij – kort samengevat – dat zij uit hoofde van een overeenkomst water heeft geleverd ten behoeve van het perceel waar gedaagde partij woonachtig was. Aan gedaagde partij zijn over de periode oktober 2012 tot en met maart 2016 meerdere voorschotfacturen, afrekeningen, herinneringen en schriftelijke verzoeken tot meteropname per post verstuurd. Deze post is verstuurd naar het verbruikersperceel [adres] te [plaats] . Eisende partij betwist een opzegging van gedaagde partij te hebben ontvangen.

3.2.

Gedaagde partij voert verweer. In de kern komt dit verweer erop neer dat de overeenkomst in mei 2012 is opgezegd en dat hij niet wil betalen voor leveranties die niet aan hem zijn gedaan. Sedert de verhuizing in mei/juni 2012 heeft gedaagde partij niets meer vernomen zodat hij ervan uit is gegaan dat de afmelding is verwerkt.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Bij mondeling vonnis is een comparitie van partijen gelast. Bij brief van 8 december 2016 zijn partijen ervan op de hoogte gesteld dat deze comparitie op 7 februari 2017 zou plaatsvinden om 13.30 uur in het gerechtsgebouw te Roermond. Daarbij is aangegeven dat partijen persoonlijk dienen te verschijnen dan wel zich te laten vertegenwoordigen door een bevoegd persoon. Gedaagde partij is echter, zonder enig bericht van verhindering, niet verschenen. Zoals ook reeds in de brief van 8 december 2016 is vermeld, kan de kantonrechter uit een niet-verschijnen van een partij gevolgen verbinden die hem geraden voorkomen, ook als deze in het nadeel van de niet verschenen partij zijn.

4.2.

Één van de doelen van een comparitie is het verstrekken van inlichtingen en het eventueel treffen van een schikking. Gedaagde partij stelt de overeenkomst te hebben opgezegd bij brief van 30 mei 2012 en hij legt de betreffende brief bij conclusie van dupliek over. Ter gelegenheid van comparitie had gedaagde partij de gelegenheid de kantonrechter nader te informeren over deze brief, over de wijze van verzending en de vraag of eisende partij deze opzegging redelijkerwijs ontvangen moet hebben. Om hem moverende redenen is gedaagde partij echter niet verschenen, zodat de kantonrechter van nadere inlichtingen verstoken is gebleven.

4.3.

Volgens de wet heeft een tegen een bepaalde persoon gerichte verklaring werking indien de verklaring die persoon heeft bereikt. Op basis van de stukken en hetgeen namens eisende partij ter zitting is verklaard, staat niet vast dat de opzeggingsbrief eisende partij heeft bereikt. Door gedaagde partij is dit ook niet aangetoond. Deze opzegging heeft daarom geen werking, hetgeen erin resulteert dat de overeenkomst niet op 30 mei 2012 door opzegging is geëindigd. Gedaagde partij is daarom gehouden te betalen voor de leveringen die tot aan 1 februari 2016, zijnde het tijdstip dat een nieuwe huurder zich als gebruiker heeft aangemeld, zijn verricht. Het feit dat gedaagde partij zich in de basisadministratie personen van het leveringsadres heeft laten uitschrijven, acht de kantonrechter niet relevant voor de vraag of gedaagde partij de overeenkomst met eisende partij heeft beëindigd. Door de uitschrijving eindigt immers niet als vanzelf de overeenkomst met eisende partij.

Gedaagde partij had zich ervan moeten vergewissen dat zijn opzegging eisende partij ook daadwerkelijk had bereikt, zeker nu hij kennelijk geen bevestiging en eindafrekening heeft ontvangen. Dat gedaagde partij dit heeft nagelaten komt voor zijn rekening en risico.

4.4.

Gelet op voorgaande overwegingen komt de kantonrechter tot het oordeel dat het verweer van gedaagde partij moet worden verworpen. De stellingen van eisende partij komen hiermee als niet weersproken vast te staan zodat de vordering kan worden toegewezen met inbegrip van de gevorderde rente en kosten. De vanaf 19 augustus 2016 gevorderde rente zal worden toegewezen over een bedrag van € 546,10, daar voor toewijzing van rente over een hoger bedrag geen grondslag aanwezig is.

4.5.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.6.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 80,77

  • -

    griffierecht 471,00

  • -

    salaris gemachtigde 200,00 ( 2 x tarief € 100,00)

totaal € 751,77

4.7.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 655,50, vermeerderd met de wettelijke rente over € 546,10 vanaf 19 augustus 2016 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 751,77,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: plg

coll: