Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1883

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-03-2017
Datum publicatie
07-03-2017
Zaaknummer
04 5543052 CV16-11265
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Mag werkgever overgaan tot afbouwen van loon van werknemer op grond van geldende CAO?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1190
AR-Updates.nl 2017-0248
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5543052 \ CV EXPL 16-11265

Vonnis van de kantonrechter van 01 maart 2017

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend te [woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. J.T.J. Poell (FNV),

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid XEROX MANUFACTURING (NEDERLAND) B.V.,

gevestigd te Venray,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. J.W.A. Ringeling.

Partijen worden hierna genoemd [eisende partij] en Xerox.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    de comparitie van 30 januari 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij] is in dienst getreden bij Xerox met ingang van 14 maart 1990.

De CAO Xerox Manufacturing (Nederland) bv (hierna: de cao) is van toepassing op de arbeidsovereenkomst.

2.2.

[eisende partij] heeft sinds indiensttreding een groei doorgemaakt naar (een) functie(s) in functiegroep 4. Hij heeft deze functie(s) geruime tijd uitgevoerd. In 2012 werd de functie die hij toentertijd bekleedde (Shared Service Manager) gewogen in de lager betaalde functiegroep 5, hetgeen per juli 2012 werd doorgevoerd door Xerox. Voor het verschil in salaris heeft [eisende partij] een toeslag gekregen. Door een reorganisatie is deze laatstgenoemde functie (van Shared Service Manager) per 1 juli 2014 komen te vervallen. Vóór deze reorganisatie is [eisende partij] langdurig ziek geworden (van 28 februari 2014 tot 1 maart 2015), waardoor hij arbeidsongeschikt was om de eigen bedongen arbeid te verrichten. In juni 2014 heeft Xerox gezocht naar een passende functie voor [eisende partij] waar hij ook in het kader van de re-integratie werkzaamheden kan verrichten. Deze functie (te weten: de functie van Senior Project Manager) is gevonden en aan [eisende partij] aangeboden per 20 juni 2014. Beide partijen hebben zich vervolgens ingespannen om deze re-integratie goed te laten verlopen, hetgeen gelukt is. Per 1 maart 2015 (datum herstelmelding) kon [eisende partij] zijn functie Senior Project Manager in functiegroep 6 gaan uitvoeren. [eisende partij] ontving op dat moment een salaris in de hogere functiegroep 5 en een toeslag vanwege de eerdere terugplaatsing van functiegroep 4 naar 5 per 1 april 2012.

2.3.

De functie van [eisende partij] , Senior Project Manager, is beschreven en door de indelingscommissie op 21 mei 2014 ingedeeld in functiegroep 6. [eisende partij] is vervolgens ingedeeld in de lagere functiegroep 6. Zijn loon is gelijk gebleven, omdat hij een toeslag ontving.

2.4.

In december 2015 is er overeenstemming bereikt over een nieuwe cao over de jaren 2015-2017. In deze cao is in artikel 8.4 een bepaling opgenomen die betrekking heeft op de overgang naar een functieformatieplaats met een lagere beloning op initiatief van de werkgever. In de daarvoor geldende cao (2013-2015) was een dergelijke bepaling niet opgenomen.

2.5.

Bij brief van 22 januari 2016 heeft Xerox aan de OR advies gevraagd over het voorgenomen besluit tot wijziging van de organisatie. Xerox wil deze organisatiewijziging inzetten met als doel het formeren van een centrale project management organisatie (PMO). Om dit te realiseren zullen projectformatieplaatsen in de verschillende business centres komen te vervallen en worden nieuwe formatieplaatsen gevormd binnen de centrale PMO.

2.6.

Op 8 maart 2016 heeft de OR positief geadviseerd.

Xerox heeft vervolgens de organisatiewijziging doorgevoerd. Als gevolg daarvan vervalt de functie van [eisende partij] . Xerox heeft vervolgens aan [eisende partij] bij brief van 10 maart 2016 de functie van project manager PMO aangeboden per 1 april 2016 (salarisschaal 6). Ook is aan [eisende partij] medegedeeld dat bij acceptatie van het aanbod een afbouwregeling gedurende 36 maanden toegepast zou worden op het salaris dat boven het maximum van de schaal uitkomt. [eisende partij] heeft deze functie onder protest aanvaard.

2.7.

Partijen hebben vervolgens nog met elkaar gecorrespondeerd over deze kwestie.

2.8.

Xerox heeft de afbouwregeling per 1 april 2016 toegepast op [eisende partij] .

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij] vordert – samengevat – veroordeling van Xerox tot betaling van de individuele toeslag zoals overeengekomen op 20 juni 2014 (laatstelijk een bedrag van

€ 1.365,08 bruto per maand), vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente. Daarnaast vordert [eisende partij] Xerox te veroordelen tot het beter begeleiden van [eisende partij] bij het zoeken en accepteren van een functie op functieniveau 5 of 4 binnen de organisatie van Xerox, op straffe van een dwangsom.

3.2.

Xerox voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vraag die ter beantwoording voorligt is of Xerox gerechtigd is om de in de laatste cao opgenomen afbouwregeling (van de individuele toeslag) bij [eisende partij] toe te passen.

[eisende partij] beantwoordt deze vraag ontkennend en heeft daartoe kort gezegd 3 pijlers aangevoerd die de kantonrechter als volgt opvat:

  1. strijd met goed werkgeverschap(?) ex artikel 7:611 BW: Xerox heeft onvoldoende inspanningen verricht wat betreft begeleiding bij het zoeken en accepteren van een passende functie in een hogere salarisschaal;

  2. toepasselijkheid cao (?): [eisende partij] betwist dat de OR positief heeft geadviseerd over de afbouwregeling; er is geen sprake van een functiewijziging;

  3. eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden(?) ex artikel 7:613 BW: geen zwaarwegende bedrijfseconomische omstandigheden bij Xerox; Xerox heeft onvoldoende oog voor persoonlijke omstandigheden van [eisende partij] ; groot verlies aan inkomsten; afbouw is niet redelijk.

Deze pijlers zullen hierna beoordeeld worden.

1. strijd met goed werkgeverschap?

4.2.

[eisende partij] heeft in het kader van deze pijler het navolgende aangevoerd. [eisende partij] heeft verwezen naar de brief van 20 juni 2014 van Xerox. Bij deze brief heeft Xerox aan [eisende partij] (onder meer) laten weten dat er het streven is om [eisende partij] na 1,5 tot 2 jaar weer een functie te laten uitvoeren op functieniveau 5 of 4, dat het initiatief voor het verkrijgen daarvan bij beide partijen ligt, dat van [eisende partij] een actieve rol wordt verwacht met betrekking tot het solliciteren naar passende vacatures op niveau 5 en 4 en dat de individuele toeslag na 2 jaar zal stoppen in het geval een actieve rol aan de zijde van [eisende partij] niet duidelijk waarneembaar is. Volgens [eisende partij] heeft Xerox onvoldoende inspanningen verricht wat betreft begeleiding bij het zoeken en accepteren van een passende functie in een hogere salarisschaal. Xerox heeft dit betoog van [eisende partij] gemotiveerd bestreden. Met Xerox is de kantonrechter van oordeel dat het zoeken naar een hogere functie voor [eisende partij] voor beide partijen een inspanningsverplichting is en geen resultaatverplichting. Dat Xerox tekort is geschoten in deze inspanningsverplichting is de kantonrechter niet gebleken. Ter zitting is met partijen besproken en vastgesteld dat [eisende partij] in elk geval 3 keer gesolliciteerd heeft. Hij is 1 keer afgewezen voor een leidinggevende functie die 3 functiegroepen hoger ligt dan zijn huidige functie. Xerox heeft toen voor een andere kandidaat gekozen, omdat hij volgens Xerox niet de opleidingseisen en kennisniveau voor die functie bezat. De tweede keer heeft [eisende partij] de procedure niet goed gevolgd en de sollicitatiebrief naar een verkeerd e-mailadres verstuurd. De derde keer heeft [eisende partij] gesolliciteerd naar een functie in functieniveau 4, een leidinggevende rol, en is hij afgewezen omdat een andere kandidaat beter voldeed. De kantonrechter kan aan deze afwijzingen geen “slecht werkgeverschap” verbinden. [eisende partij] heeft in elk geval geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit afgeleid zou kunnen worden dat [eisende partij] onterecht is afgewezen. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat [eisende partij] in dit kader niet uit het oog dient te verliezen dat zijn arbeidsongeschiktheid en bijbehorende re-integratie enige tijd heeft gekost. Dit heeft dan ook logischerwijs gevolgen voor zijn carrièrepad bezien in tijdsperspectief. Ten slotte spelen de door Xerox gestelde en door [eisende partij] onweersproken “performance evaluaties/PPM-scores van [eisende partij] ” ook een rol.

De conclusie is dan ook dat van slecht werkgeverschap niet is gebleken. De vordering tot betaling van de individuele toeslag op deze grond kan dan ook niet slagen.

Dit geldt ook voor de vordering van [eisende partij] om Xerox te veroordelen tot het beter begeleiden van [eisende partij] bij het zoeken en accepteren van een functie op functieniveau 5 of 4 binnen de organisatie van Xerox. Deze dient dan ook afgewezen te worden.

2. toepasselijkheid cao?

4.3.

In dit kader heeft [eisende partij] allereerst bestreden dat de OR positief heeft geadviseerd over de afbouwregeling van de individuele toeslag. Xerox heeft dit gemotiveerd weersproken. Gelet op deze gemotiveerde betwisting ligt het vervolgens op de weg van [eisende partij] om zijn stelling dat de OR niet positief heeft geadviseerd nader te onderbouwen, hetgeen hij heeft nagelaten. Deze stelling van [eisende partij] dient dan ook verworpen te worden.

4.4.

De stelling van [eisende partij] dat er geen sprake is van een functiewijziging kan hem ook niet baten. Het gaat hier namelijk om de functieformatieplaats van [eisende partij] en de vraag of de cao-bepaling (waarin de afbouwregeling is opgenomen) van toepassing is op de situatie van [eisende partij] . Zoals Xerox reeds heeft vermeld in haar stukken heeft de kantonrechter te Roermond zich onlangs gebogen over eenzelfde kwestie (vonnis van 14 december 2016 zaaknummer 5316811 CV 16-8230). In deze andere zaak heeft een werknemer van Xerox (hierna verder te noemen “X”) ook aan de kantonrechter voorgelegd of Xerox gerechtigd is om zijn loon op grond van de cao af te bouwen. Die kantonrechter heeft kort gezegd geoordeeld dat tot afbouw mocht worden overgaan gelet op de toepasselijke cao. Dit oordeel geldt onverkort ook voor [eisende partij] . Net als X is de functieformatieplaats van [eisende partij] (na positief advies van de OR) opgeheven. Ook heeft [eisende partij] gelijk aan X een andere functieformatieplaats aanvaard. Dat dit onder protest is gebeurd doet hier niet aan af.

Op grond van artikel 8 lid 4 sub e van de toepasselijke cao mag dan worden overgegaan tot afbouw ingaande 1 april 2016. De stelling van [eisende partij] dat een eventuele afbouw gelet op de inhoud van de brief van 20 juni 2014 pas kan ingaan per juni 2016 kan de kantonrechter niet volgen. Anders dan [eisende partij] ziet de kantonrechter in deze brief geen individuele toezegging dat hij zijn gehele toeslag gedurende 2 jaren mag behouden zonder afbouwregeling.

De vordering tot betaling van de individuele toeslag op grond van de 2e pijler kan dan ook niet slagen.

3. Eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden(?) ex artikel 7:613 BW

4.5.

Ook deze grond kan niet leiden tot een toewijzing van de vordering tot betaling van de individuele toeslag. Ook als er sprake geweest zou zijn van een eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden dan geldt dat de afbouwregeling redelijk is. Xerox heeft een redelijk voorstel aan [eisende partij] gedaan als gevolg van de organisatiewijzigingen, waarmee [eisende partij] (weliswaar onder protest) toch akkoord is gegaan. Verder is van groot belang dat de afbouwregeling in een collectieve afspraak is opgenomen en is uitgesmeerd over 3 jaren.

De kantonrechter verliest hierbij niet uit het oog dat [eisende partij] een groot verlies aan inkomsten heeft, echter betekent dit niet zondermeer dat de salarisaanpassing volstrekt onredelijk is. [eisende partij] krijgt immers al geruime tijd meer loon dan hij op basis van zijn functie zou moeten krijgen. Daarnaast heeft Xerox een te respecteren belang dat al haar projectmanagers binnen dezelfde bandbreedte worden beloond. Ook hier verwijst de kantonrechter naar voormelde uitspraak van zijn collega waarin onder rechtsoverweging 4.6. eenzelfde conclusie is getrokken.

4.6.

Gelet op al het voorgaande dient dan ook een afwijzing te volgen van de vorderingen van [eisende partij] .

4.7.

[eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Xerox worden begroot op € 600,00 aan

salaris gemachtigde (2 x tarief € 300,00).

4.8.

De kantonrechter zal de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten aan de zijde van Xerox gevallen en tot op heden begroot op € 600,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: no

coll: