Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1875

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-03-2017
Datum publicatie
06-03-2017
Zaaknummer
04 5363916 CV16-8908
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen hebben een betalingsregeling getroffen, die gedaagde partij nakomt. Kennisgeving van eisende partij aan gedaagde partij dat betalingsregeling mogelijk vervalt indien gedaagde partij niet de benodigde (inkomens)gegevens verstrekt, betekent nog niet dat de betalingsregeling ook daadwerkelijk vervalt. Eisende partij dient het vervallen van de regeling aan gedaagde partij mede te delen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5363916 \ CV EXPL 16-8908

Vonnis van de kantonrechter van 1 maart 2017

in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht HOIST KREDIT AB,

gevestigd te Stockholm, Zweden,

eisende partij,

verder te noemen Hoist Kredit,

gemachtigde NDA Incasso B.V,

tegen:

1 [gedaagde sub 1] ,
wonend [adres gedaagde sub 1] ,
[woonplaats gedaagde sub 1] ,

gedaagde partij,

verder te noemen [gedaagde sub 1] ,

gemachtigde mr. N. Birrou,

2. [gedaagde sub 2],
wonend [adres gedaagde sub 2] ,
[woonplaats gedaagde sub 2] ,

gedaagde partij,

verder te noemen [gedaagde sub 2] ,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord zijdens [gedaagde sub 1] ;

  • -

    de conclusie van antwoord zijdens [gedaagde sub 2] ;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens houdende een verzoek tot royement jegens [gedaagde sub 2] ;

  • -

    de conclusie van dupliek zijdens [gedaagde sub 1] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde sub 1] is met Abfin B.V. een doorlopend kredietovereenkomst aangegaan onder nummer 56216-9. Later is de overeenkomst geadministreerd onder nummer SCFF2NLA011 (verder: de kredietovereenkomst).

2.2.

De opgenomen bedragen, alsmede de verschuldigde kredietvergoeding dienen in maandelijkse termijnen van € 215,00 aan Hoist Kredit te worden terugbetaald.

2.3.

Op 8 juni 2006 heeft Abfin B.V. haar naam gewijzigd in Santander Consumer Finance B.V. Ten gevolge van een fusie/splitsing is de vordering uit hoofde van de kredietovereenkomst per 30 mei 2009 overgedragen aan Santander Consumer Finance Benelux B.V.

2.4.

Per 15 juli 2013 bedraagt het kredietsaldo inclusief kredietvergoeding € 8.592,00.

2.5.

Bij overeenkomst van 28 juni 2013 heeft Santander Consumer Finance Benelux B.V. haar vorderingsrechten en nevenrechten uit hoofde van de kredietovereenkomst overgedragen aan Hoist Kredit.

2.6.

Op 31 juli 2013 heeft Hoist Kredit aan [gedaagde sub 1] een betalingsregeling voorgesteld van € 50,00 per maand. [gedaagde sub 1] is gestart met het betalen van € 50,00 per maand, waarmee de betalingsregeling tot stand is gekomen.

3 Het geschil

3.1.

Hoist Kredit vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] tot betaling van € 10.008,57, vermeerderd met rente en kosten. Bij repliek verzoekt Hoist Kredit royement ten aanzien van de procedure tegen [gedaagde sub 2] .

3.2.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

[gedaagde sub 2]

4.1.

Bij conclusie van repliek stelt Hoist Kredit dat zij [gedaagde sub 2] niet langer wenst aan te spreken voor onderhavige vordering, waarbij Hoist Kredit royement tegen [gedaagde sub 2] verzoekt.

Overwogen wordt dat doorhaling (voorheen royement) enkel mogelijk is op verlangen van partijen. Doorhaling kan derhalve slechts plaatsvinden indien beide partijen daarmee instemmen. Van instemming van de zijde van [gedaagde sub 2] is niet gebleken. Nu duidelijk is dat Hoist Kredit haar vordering ten aanzien van [gedaagde sub 2] niet wenst te handhaven, zal de vordering ten aanzien van [gedaagde sub 2] worden afgewezen. Hoist Kredit dient daarbij als de in het ongelijk te stellen partij te worden veroordeeld in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde sub 2] gevallen en tot op heden begroot op nihil.

[gedaagde sub 1]

4.2.

De kredietovereenkomst noch de gevorderde hoofdsom wordt door [gedaagde sub 1] betwist. [gedaagde sub 1] stelt zich echter op het standpunt dat de vordering niet opeisbaar is nu partijen een betalingsregeling overeengekomen zijn, die [gedaagde sub 1] maandelijks nakomt. Hoist Kredit erkent dat [gedaagde sub 1] maandelijks een bedrag van € 50,00 betaalt, echter beroept Hoist Kredit zich op haar in de betalingsregeling overeengekomen recht dat zij de regeling eens per zes maanden kan herzien. De kantonrechter overweegt als volgt.

De door Hoist Kredit voorgestelde betalingsregeling is door [gedaagde sub 1] geaccepteerd door te gaan betalen (aflossen). In de betalingsregeling houdt Hoist Kredit zich het recht voor de regeling elke zes maanden te herzien.

Bij brieven van 8 juli 2016 en 29 juli 2016, waarvan de ontvangst door [gedaagde sub 1] niet wordt betwist, is [gedaagde sub 1] in kennis gesteld van het voornemen van Hoist Kredit om de betalingsregeling te herzien. [gedaagde sub 1] wordt in de gelegenheid gesteld een formulier omtrent inkomen en uitgaven voorzien van bewijsstukken aan Hoist Kredit te retourneren. [gedaagde sub 1] wordt in genoemde brieven gewezen op het risico dat de met hem getroffen regeling (definitief) komt te vervallen indien hij de gevraagde gegevens niet binnen de in de brieven gestelde termijn inlevert. [gedaagde sub 1] levert de gevraagde gegevens niet aan, waarna Hoist Kredit [gedaagde sub 1] in rechte betrekt.

Naar het oordeel van de kantonrechter wordt er een stap overgeslagen. Immers, op grond van de thans in het geding zijnde stukken kan niet worden vastgesteld dat de tussen partijen bestaande betalingsregeling is komen te vervallen. [gedaagde sub 1] is gewezen op het risico dat de betalingsregeling komt te vervallen, echter heeft Hoist Kredit [gedaagde sub 1] nimmer bericht dat de betalingsregeling is komen te vervallen. [gedaagde sub 1] is voor het niet aanleveren van de gevraagde gegevens ook niet in gebreke gesteld, zodat hij vooralsnog niet in verzuim verkeert. Naar het oordeel van de kantonrechter is de vordering thans niet opeisbaar, zodat deze dient te worden afgewezen.

4.3.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig Hoist Kredit toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.4.

Hoist Kredit zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] worden begroot op € 600,00 ter zake salaris gemachtigde (2 x tarief € 300,00).

5 De beslissing

De kantonrechter

[gedaagde sub 2]

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt Hoist Kredit in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 2] gevallen en tot op heden begroot op nihil,

[gedaagde sub 1]

5.3.

wijst de vordering af,

5.4.

veroordeelt Hoist Kredit in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] gevallen en tot op heden begroot op € 600,00,

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: ksf

coll: