Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1873

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-03-2017
Datum publicatie
06-03-2017
Zaaknummer
04 5349639 CV16-8715
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hennepteelt; diefstal van elektriciteit; omstandigheden op grond waarvan gedaagde in hoedanigheid van eigenaar en als verhuurder aansprakelijk wordt gehouden voor de diefstal van elektriciteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2017/93
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5349639 \ CV EXPL 16-8715

Vonnis van de kantonrechter van 1 maart 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENEXIS B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eisende partij,

gemachtigde mr. Y.J.K. van Nunen,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres gedaagde] ,

[woonplaats gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. K.D. Regter.

Partijen worden hierna Enexis en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    de conclusie van repliek met producties en

  • -

    de conclusie van dupliek met producties.

1.2.

Hierna is vonnis bepaald waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2 Het geschil

2.1.

Op basis van de hiervoor vermelde processtukken kan het tussen partijen gerezen geschil als volgt – zakelijk weergegeven – worden omschreven.

2.2.

[gedaagde] is eigenaar van het winkelpand gelegen te [plaats winkelpand] aan de [straat winkelpand] 37. Tot 1 januari 2014 had [gedaagde] dit winkelpand verhuurd aan een stoffenhandel. Na 1 januari 2014 heeft [gedaagde] het pand gesplitst in 3 kleinere panden met de huisnummers 37a, 37b en 37c omdat, zo stelt [gedaagde] , kleinere panden makkelijker te verhuren zijn.

2.3.

Volgens [gedaagde] heeft hij gedurende de leegstand van de panden, vanaf 6 juni 2014, een zogenoemd leegstandscontract met Essent gesloten.

2.4.

[gedaagde] stelt verder dat hij het pand met nummer 37c vanaf 1 september 2014 heeft verhuurd aan [X] . Voorts stelt [gedaagde] dat hij met [X] afgesproken zou hebben dat [X] vanaf de ingang van de huur zorg zou dragen voor een eigen energiecontract.

2.5.

[gedaagde] stelt verder dat hem op 8 oktober 2014 was gebleken dat [X] nog steeds geen energiecontract had afgesloten en dat hij terstond het leegstandscontract met Essent heeft opgezegd, waarna hij kort daarop een eindafrekening van Essent heeft ontvangen.

2.6.

Op 16 oktober 2014 heeft in het pand [straat winkelpand] 37c te [plaats winkelpand] een politie- inval plaatsgevonden en daarbij werd een in werking zijnde hennepplantage aangetroffen. Daarbij werd geconstateerd dat in de meterkast drie illegale aftakkingen op de aansluitkabel vóór de elektriciteitsmeter waren gemaakt waardoor de afgenomen elektriciteit niet op de elektriciteitsmeter werd geregistreerd.

2.7.

Enexis stelt dat in het pand 672 moederplanten werden aangetroffen alsmede 13.286 hennepstekken. Voorts werden nog 3.325 stekken in dozen aangetroffen. Enexis stelt verder dat de moederplanten in verschillende groeistadia werden aangetroffen. Uit een en ander kon worden afgeleid dat de teelt ten minste 101 dagen vóór de ontdekking was aangevangen, zodat dit omstreeks 7 juli 2014 moet zijn geweest.

2.8.

Enexis stelt verder dat in de ruimten 72 tl-lampen van elk 36 Watt, 7 kachels van elk 320 Watt, 1 waterverwarming van 300 Watt, 3 verdampers van elk 150 Watt, 3 ventilatoren van elk 18 Watt, 31 assimilatielampen van elk 600 Watt, 1 waterpomp van 700 Watt en 1 ventilator van 700 Watt werden aangetroffen.

2.9.

Voorts stelt Enexis dat zij door de illegale elektriciteitsafname schade heeft geleden. De schade wegens het verbruik van de aangetroffen apparatuur gedurende een periode van 101 dagen bedraagt € 4.156,05. Omdat zwaardere zekeringen werden geplaatst is sprake van capaciteitsverlies. Dit verlies bedraagt € 81,49. Voorts heeft Enexis extra netmetingen moeten verrichten en hebben de kosten daarvan € 331,24 bedragen. Verder heeft de aangifte en de daarmee verband houdende administratieve werkzaamheden verband houdende met de fraude extra kosten met zich gebracht ten bedrage van € 363,89. Enexis stelt verder dat zij vanwege het groot aantal fraudegevallen een extra afdeling in het leven te roepen. De daarmee verband houdende kosten worden afgewenteld op de fraudeurs. De kosten van het onderhavige geval bedragen € 444,00. De totale schade bedraagt volgens Enexis derhalve € 5.376,67.

2.10.

Enexis is primair van mening dat [gedaagde] toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de overeenkomst, zodat [gedaagde] de daardoor ontstane schade dient te vergoeden. Subsidiair is Enexis van mening dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld en [gedaagde] ook op grond daarvan verplicht is de daardoor ontstane schade aan Enexis te vergoeden.

2.11.

Enexis vordert op grond van het vorenstaande om [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 5.376,67 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 oktober 2014 tot de dag der voldoening.

2.12.

[gedaagde] voert verweer tegen de vordering van Enexis. [gedaagde] betwist dat hij in het betreffende pand een hennepplantage heeft geëxploiteerd. Voorts betwist [gedaagde] dat hij illegaal elektriciteit heeft afgetapt dan wel dat hij daarmee bekend was. Volgens [gedaagde] heeft het gehele pand [straat winkelpand] 37 sinds januari 2014 leeg gestaan. In de maanden maart tot en met mei 2014 werden tussenmuren gebouwd zodat sprake was van 3 kleinere panden. De kans op verhuur was daardoor groter. Vanaf begin juni 2014 heeft hij bij Essent een zogenoemd leegstandscontract gesloten. Door tussenkomst van makelaar [Y] werd het pand met nummer 37c met ingang van 1 september 2014 verhuurd aan ene [X] . Het was de bedoeling dat [X] op eigen naam een energiecontract zou afsluiten. Omdat op 8 oktober 2014 bleek dat dit niet het geval was, heeft hij het leegstandscontract opgezegd om op die wijze [X] te dwingen een eigen contract af te sluiten. [gedaagde] is van mening dat van hem niet verlangd kan worden om regelmatig het pand nauwgezet te inspecteren op mogelijke diefstal van elektriciteit. Als sprake is van diefstal van elektriciteit, dan dient Enexis de huurder, te weten [X] , aan te spreken. [gedaagde] is van mening dat hij niet is tekortgeschoten in de nakoming van het energiecontract en voorts is geen sprake van een onrechtmatige daad. In het geval hij toch aansprakelijk zou zijn voor de diefstal van elektriciteit, is [gedaagde] van mening dat de berekening van het verbruik niet juist is omdat bij de teelt van stekjes gebruik wordt gemaakt van tl-lampen die aanzienlijk minder elektriciteit verbruiken dan assimilatielampen en uit het proces-verbaal van politie blijkt dat 28 assimilatielampen werden gebruikt in plaats van 31.

3 De beoordeling

3.1.

Als meest verstrekkende verweer voert [gedaagde] aan dat het pand [straat winkelpand] 37c te [plaats winkelpand] in de periode van 1 januari 2014 tot 1 september 2014 leeg heeft gestaan. Ter ondersteuning van dat verweer legt [gedaagde] verklaringen over van de heren [A] en [B] en een kopie van een verklaring van de heer [Y] die deze heeft afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken. Echter, uit geen van die verklaringen blijkt dat een van die personen in de periode van 1 januari 2014 tot
1 september 2014 in het betreffende pand is geweest. Van belang is voorts dat uit de door [gedaagde] overgelegde productie 19 bij de conclusie van dupliek blijkt dat in het winkelgedeelte een dossierkast zonder achterwand tegen een muur was geplaatst en dat via die dossierkast toegang kon worden verkregen tot twee ruimten waarin de hennepplantage werd geëxploiteerd. In het geval de hiervoor vermelde personen vóór 1 september 2014 in het pand zouden zijn geweest, hadden zij slechts kunnen constateren dat het pand niet in gebruik was, maar hadden zij niet kunnen constateren dat in twee afzonderlijke afgesloten geheime ruimten een hennepplantage werd geëxploiteerd. Het aanbod van [gedaagde] om met de hiervoor genoemde getuigen te bewijzen dat het pand in de periode vóór 1 september 2014 leeg stond zal derhalve als niet ter zake dienende worden gepasseerd.

3.2.

Mede speelt een rol dat [gedaagde] geen plausibele verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij, nadat de vorige huurder van het gehele pand [straat winkelpand] 37 per 1 januari 2014 was vertrokken, pas met ingang van 6 juni 2014 een zogenoemd leegstandscontract bij Essent heeft afgesloten. Kenmerken van een zogenoemd leegstandscontract zijn immers dat energie wordt geleverd tegen betaling van een laag voorschot en het contract op korte termijn kan worden opgezegd ingeval het pand opnieuw wordt verhuurd. [gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat hij met huurder [X] had afgesproken dat [X] zelf een energiecontract zou afsluiten, maar [gedaagde] heeft er geen redelijke verklaring voor gegeven op grond waarvan hij het leegstandscontract pas met ingang van 8 oktober 2014 heeft opgezegd terwijl hij het pand reeds met ingang van 1 september 2014 had verhuurd aan [X] . Logisch zou immers zijn geweest dat [gedaagde] met [X] overeengekomen zou zijn dat [gedaagde] het leegstandscontract per 1 september 2014 zou opzeggen en dat [X] met ingang van die datum een nieuw energiecontract zou afsluiten. Opmerkelijk is overigens dat uit de eindafrekening 2014 van Essent blijkt dat gedurende de periode van
6 juni tot 8 oktober 2014, de periode dat sprake was van het leegstandscontract, het elektriciteitsverbruik nihil was.

3.3.

Verder is van betekenis dat [gedaagde] in de met [X] gesloten huurovereenkomst in artikel 9.2 is overeengekomen dat zowel binnen als buiten geen veranderingen aangebracht mogen worden zonder toestemming van de verhuurder en [gedaagde] niet aanvoert dat [X] zonder zijn toestemming veranderingen heeft aangebracht in die zin dat twee afgesloten verborgen ruimten zijn gecreëerd. Daaruit kan worden afgeleid dat de verborgen ruimten reeds vóór 1 september 2014 bestonden.

3.4.

[gedaagde] heeft niet weersproken dat gelet op de verschillende groeistadia van de aangetroffen moederplanten de kweek van de hennep ten minste 100 dagen vóór de ontdekking op 16 oktober 2014 was aangevangen. [gedaagde] heeft zich wel op het standpunt gesteld dat de aangetroffen moederplanten niet in het leegstaande pand zijn geteeld, maar van buitenaf zijn aangevoerd. Er zijn echter geen aanknopingspunten voorhanden waaruit blijkt dat na 1 september 2014 672 moederplanten van buiten zijn aangevoerd en zijn afgeleverd op het adres [straat winkelpand] 37c te [plaats winkelpand] . [gedaagde] heeft dat ook niet te bewijzen aangeboden. Aannemelijk is derhalve dat de moederplanten vóór 1 september 2014 in het pand [straat winkelpand] 37c te [plaats winkelpand] zijn geteeld.

3.5.

Gelet op het al het vorenstaande in onderling verband en samenhang beschouwd, is aannemelijk dat vanaf 7 juli 2014 tot 16 oktober 2014 elektriciteit is verbruikt ten behoeve van de kweek van hennep in de verborgen ruimten van het pand [straat winkelpand] 37c te [plaats winkelpand] .

3.6.

Er dient dan onderscheid te worden gemaakt tussen de periode tot 8 oktober 2014 en de periode van 8 oktober tot 16 oktober 2014. In de periode tot 8 oktober was immers sprake van een overeenkomst tussen [gedaagde] en Essent. Nu aannemelijk is dat in die periode elektriciteit illegaal is afgetapt, althans in ieder geval elektriciteit is verbruikt en dit verbruik niet door de elektriciteitsmeter kon worden geregistreerd, is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met Essent. Nu sprake is van een contractuele relatie met Essent als elektriciteitsleverancier, moet [gedaagde] geacht worden tevens een contractuele relatie te zijn aangegaan met Enexis als netbeheerder en dat betekent dat [gedaagde] tevens is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met Enexis. De daardoor ontstane schade dient [gedaagde] aan Enexis te vergoeden. In de periode van 8 oktober 2014 tot 16 oktober 2014 was sprake van een huurovereenkomst tussen [gedaagde] en [X] . Op [gedaagde] als verhuurder rust dan de plicht om er op toe te zien dat de huurder zich gedraagt zoals van een goed huurder verwacht mag worden. Dit houdt mede in dat [gedaagde] regelmatig het door hem verhuurde pand, na overleg met [X] als huurder, dient te bezoeken en te controleren. Daarbij speelt mede een rol dat het een feit van algemene bekendheid is dat leegstaande panden en loodsen regelmatig worden gebruikt voor de hennepteelt en voorts dat alsdan sprake zal zijn van het illegaal aftappen van elektriciteit. In het onderhavige geval is gesteld noch anderszins gebleken dat [gedaagde] na aanvang van de huurovereenkomst met [X] het verhuurde pand heeft bezocht dan wel contact heeft gehad met [X] . Het enkele feit dat [gedaagde] op 8 oktober 2014 het leegstandscontract met Essent heeft opgezegd, kan niet worden aangemerkt als een handeling om er op toe te zien dat [X] zich als goed huurder gedroeg. Nu [gedaagde] heeft nagelaten om zijn zorgplicht als verhuurder uit te oefenen en [X] de gelegenheid te geven om fraude te plegen met de elektriciteitsmeter, heeft [gedaagde] zich onrechtmatig tegenover Enexis gedragen. Vast staat dat Enexis daardoor schade heeft geleden, zodat [gedaagde] gehouden is om die schade aan Enexis te vergoeden.

3.7.

Enexis heeft de door haar geleden schade uitgebreid gespecificeerd en heeft het verweer van [gedaagde] met betrekking tot de periode waarover het verbruik is berekend en het verweer met betrekking tot het berekende verbruik weerlegd. Het door [gedaagde] pas bij dupliek gevoerde verweer dat sprake was van 28 in plaats van 31 assimilatielampen is te laat ingesteld. Enexis kan daarop immers in deze stand van de procedure niet meer reageren. Aan dat verweer wordt derhalve voorbij gegaan.

3.8.

Gelet op al het vorenstaande kan de vordering van Enexis worden toegewezen. De wettelijke rente zal, gelet op artikel 6:83, onder b, BW worden toegewezen vanaf 16 oktober 2014.

3.9.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Enexis worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 82,37

  • -

    griffierecht 471,00

  • -

    salaris gemachtigde 500,00 ( 2 x tarief € 250,00)

totaal € 1.053,37

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting aan Enexis te betalen een bedrag van € 5.376,67 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2014 tot aan de dag der voldoening;

4.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van Enexis gevallen en tot op heden begroot op € 1.053,37;

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.

type: FL

coll: