Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1741

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
01-03-2017
Zaaknummer
04/800022-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Specialiteitsbeginsel; ontvankelijkheid officier van justitie; Europees Aanhoudingsbevel

mensenhandel: uitbuiting van katvangers afkomstig uit Aruba

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 04/800022-11

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 februari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] ,

volgens opgave van zijn raadsman thans gedetineerd in België.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat, kantoorhoudende te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 13, 16, 19 en 21 december 2016 en van 11 januari 2017. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 7 februari 2017.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, dan wel aan het (samen met anderen) oplichten van de aangevers.

Ook wordt de verdachte verweten dat hij samen met anderen financiële instellingen heeft opgelicht (hypotheekfraude) en dat hij het geld heeft witgewassen dat hij met die oplichtingen heeft verkregen.

3 De voorvragen

Het verweer van de raadsman

De raadsman heeft als verweer naar voren gebracht dat de officier van justitie niet ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van de feiten 6, 9, 10 en 11. Dit betreft de feiten die zien op hypotheekfraude en witwassen. De raadsman heeft een beroep gedaan op het zogenoemde specialiteitsbeginsel, neergelegd in het Kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel van overlevering tussen de lidstaten 2002/584/JBZ (hierna: het Kaderbesluit).

De verdachte is namelijk op 22 augustus 2011 in Luxemburg aangehouden bij een verkeerscontrole, waarbij bleek dat de officier van justitie in Nederland een Europees aanhoudingsbevel had gegeven (op 26 april 2011). Het feitencomplex waarvoor de overlevering werd gevraagd en vervolgens is toegestaan door Luxemburg ziet echter niet op voornoemde fraudefeiten, maar alleen op mensenhandel.

Artikel 27, tweede lid van het Kaderbesluit bepaalt in dat geval dat de verdachte voor die feiten niet mag worden vervolgd in Nederland, aldus de raadsman.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer moet worden verworpen. Volgens de officier van justitie heeft de rechtbank in een eerder stadium van het strafproces al op dit verweer beslist en de vervolging voor de feiten 6, 9, 10 en 11 toegelaten.

Zij is van mening dat de toestemming van de Luxemburgse autoriteiten voor de overlevering ook betrekking heeft op die feiten.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de raadsman slaagt. Zij overweegt hiertoe het volgende.

De rechtbank heeft in de raadkamer gevangenhouding op 20 oktober 2011 een voorlopig oordeel gegeven ten aanzien van feit 6 en geconcludeerd dat met de vervolging voor dit feit in strijd met het specialiteitsbeginsel is gehandeld. In dat stadium van het strafproces was alleen de voorlopige hechtenis aan de orde en nog geen dagvaarding uitgebracht. De rechtbank heeft toen de gevangenhouding van de verdachte verlengd, maar alleen voor de feiten die betrekking hebben op mensenhandel en niet voor feit 6. De raadkamer gevangenhouding hoefde op dat moment niet te beslissen over de ontvankelijkheid van de officier van justitie. De feiten 9, 10 en 11 waren toen nog niet aan de orde.

Tijdens de regiebehandeling op de terechtzitting van 26 maart 2012 heeft de rechtbank verwezen naar de beslissing van de raadkamer ten aanzien van feit 6, maar geen nadere beslissing genomen ten aanzien van de ontvankelijkheid in de vervolging van de feiten 6, 9, 10 en 11. De rechtbank interpreteert het proces-verbaal van de zitting op dit punt anders dan de officier van justitie. De rechtbank zal daarom alsnog deze nadere beslissing geven. Zij overweegt als volgt.

De hoofdregel van artikel 27, tweede lid van het Kaderbesluit luidt:

een overgeleverd persoon wordt niet vervolgd wegens enig ander vóór de overlevering begaan feit dan dat welk de reden tot de overlevering is geweest.

Dit is het specialiteitsbeginsel. Op deze regel noemt het artikel in het eerste en derde lid uitzonderingen (waarop de rechtbank hierna ook in zal gaan).

Overlevering van een verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel vindt plaats voor specifiek aan te duiden strafbare feiten, zoals mensenhandel en witwassen. De feiten worden in het bevel niet alleen aangekruist, maar ook nader feitelijk omschreven. Het land dat de overlevering wenst, moet dus in het bevel concreet omschrijven om welke feiten het gaat. Deze omschrijving mag ruim worden geïnterpreteerd, waarbij eventuele schriftelijke toelichtingen mogen worden betrokken die niet in het bevel staan, maar later zijn gegeven aan het land dat de overlevering moet toestaan.

In deze zaak is in het aanhoudingsbevel van 26 april 2011 aangekruist dat de overlevering wordt gevraagd voor mensenhandel, valsheid in geschrift, oplichting en witwassen. De desbetreffende Nederlandse wetsartikelen staan er ook volledig in weergegeven. Verder bevat het aanhoudingsbevel van 26 april 2011 een feitelijke omschrijving van de verwijten aan het adres van de verdachte.

Beschreven wordt dat het gaat om mensenhandel ten aanzien van mensen die in Turkije en op Aruba geworven werden en die vervolgens bewogen werden hypothecaire leningen af te sluiten, panden aan te kopen en die economisch werden uitgebuit (telefoonabonnementen en creditcards). Ook wordt vermeld dat in het onroerend goed waarvan de slachtoffers eigenaar waren, door de verdachte hennepplantages werden geëxploiteerd.

Het witwassen wordt in het bevel niet feitelijk beschreven. Het woord hypotheekfraude wordt genoemd als kwalificatie bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, het oplichtingsartikel.

Uit de uitspraak van de rechtbank te Diekirch in Luxemburg van 9 september 2011 valt op te maken dat op basis van voornoemde aangekruiste strafbare feiten, wetsteksten, kwalificaties en nadere omschrijving de overlevering van de verdachte is bevolen.

In de nadere feitelijke beschrijving wordt echter met geen woord gerept over financiële instellingen die het slachtoffer van oplichting zouden zijn geworden of van witwassen van uit oplichting verkregen hypotheekgelden, wat wel op de tenlastelegging is komen te staan onder de feiten 6, 9, 10 en 11. Uit de feitelijke beschrijving in het aanhoudingsbevel maakt de rechtbank op dat deze uitsluitend betrekking heeft op de oplichting (en uitbuiting) van de geworven Turken en Arubanen. Een ruimere interpretatie acht zij niet (zonder meer) toelaatbaar.

De uitspraak van de rechtbank in Diekirch geeft immers geen blijk van een ruimere interpretatie van het feitencomplex. Verder is niet gebleken dat de officier van justitie nog een nadere toelichting op het feitencomplex aan de rechtbank in Diekirch heeft gegeven op grond waarvan aangenomen mag worden dat de rechtbank in Diekirch meer feiten betrokken heeft bij haar oordeel. Het enkele gegeven dat witwassen in het bevel is aangekruist en dat het woord hypotheekfraude wordt genoemd, is onvoldoende om aan te nemen dat de Luxemburgse rechtbank toestemming beoogd heeft te geven voor het vervolgen van die feiten zoals in de tenlastelegging vermeld.

Dat alles betekent voor de rechtbank dat de officier van justitie de verdachte vervolgt voor feiten die niet in het aanhoudingsbevel staan, waarmee de hoofdregel van het specialiteitsbeginsel wordt geschonden.

De rechtbank stelt verder vast dat de uitzonderingen van artikel 27, eerste en derde lid, van het Kaderbesluit niet van toepassing zijn in deze zaak. Er is dus geen omstandigheid die de schending als het ware weer opheft.

Zo heeft de verdachte geen afstand gedaan van de bescherming van het specialiteitsbeginsel. Ook heeft de officier van justitie geen later, nader verzoek gedaan aan Luxemburg om toestemming te geven voor het vervolgen van andere feiten, wat ook nog gekund had. Nederland heeft tot slot geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid de Raad van de Europese Unie ervan in kennis te stellen dat zij in algemene zin toestemming geeft voor het vervolgen voor andere feiten, wanneer de overlevering plaatsvindt met een land dat dezelfde inkennisstelling heeft gegeven.

Het stond de officier van justitie dan ook niet vrij de verdachte te vervolgen voor de feiten 6, 9, 10 en 11. De rechtbank zal haar daarom niet ontvankelijk verklaren in de vervolging ten aanzien van deze feiten.

Voor het overige is niet gebleken dat er gronden zijn om de strafzaak niet inhoudelijk te behandelen. De dagvaarding is ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 geldig en de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging voor die feiten. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] . Niet bewezen kan worden dat dit ook zo was bij aangevers [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] . Wél kan volgens de officier van justitie bewezen worden dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de oplichting van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] , zoals subsidiair ten laste is gelegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft volledige vrijspraak bepleit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

4.3.1.

Inleiding

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel. De rechtbank komt in dit vonnis tot de conclusie dat dit het geval is geweest en zal hierna het bewijs weergeven waaruit zij die conclusie trekt. Het verwijt ziet op een specifieke variant van mensenhandel, beschreven in onderdeel 4 van het eerste lid van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (hierna afgekort met: Sr.). Samengevat komt de zaak voor de rechtbank op het volgende neer:

Uit het bewijs kan worden afgeleid dat de verdachte zich in de periode van maart 2008 tot en met zijn aanhouding in Luxemburg in augustus 2011 op grote schaal bezighield met het werven en gebruiken van personen als katvanger. Een katvanger is iemand die in naam eigenaar of houder is van bijvoorbeeld een auto, onroerend goed, bedrijf of bankrekening, maar die gebruikt wordt om de werkelijke eigenaar of houder buiten bereik van schuldeisers en justitie te houden.

De personen die de verdachte als katvanger gebruikte, kregen onder andere panden (met hypotheek) en telefoonabonnementen op hun naam, maar zij profiteerden daar zelf niet van. Integendeel: in de meeste gevallen draaiden zij op voor de schulden en andere vervelende gevolgen. De verdachte had de lusten van de goederen, maar niet de lasten en bleef zelf vrijwel volledig buiten beeld. De verdachte wilde op deze manier panden regelen voor de hennepteelt.

Om te voorzien in zijn continue behoefte aan panden en katvangers heeft de verdachte mensen uit Aruba laten overkomen. Zij kregen van hem kost en inwoning en zijn vervolgens voor hem (onder meer) bankrekeningen gaan openen en telefoonabonnementen gaan afsluiten. Het was de bedoeling dat zij panden zouden aankopen en hypotheken zouden afsluiten. Daarvoor werden fictieve werkgeversverklaringen en arbeidscontracten opgemaakt. Een aantal van hen heeft ook daadwerkelijk één of meer panden gekocht en daarvoor een hypotheek afgesloten. Bij anderen is dat stadium niet bereikt of is de betrokkene alleen in de Gemeentelijke Basisadministratie ingeschreven als bewoner van een pand, waar later een hennepkwekerij werd gevonden.

Om de Arubanen zover te krijgen zich beschikbaar te stellen voor deze praktijken heeft de verdachte hun geld in het vooruitzicht gesteld: zij zouden niet alleen op zijn kosten kunnen verblijven in Nederland, maar ook een bedrag ontvangen, variërend van € 27.500,- tot € 35.000,-. Anderen werd een baan in het vooruitzicht gesteld.

De groep Arubanen kwam echter bedrogen uit. Zij waren veelal in een afhankelijke positie gebracht door de verdachte waardoor het voor hen moeilijk was om zich te onttrekken aan zijn invloed. Zij werden zich er geleidelijk aan van bewust dat zij voor de keus stonden te stoppen en te accepteren dat het grote bedrag niet zou worden betaald of door te gaan in de hoop dat er toch nog zou worden betaald of werk zou worden geregeld. Daarbij speelt ook een rol dat er vrees werd opgewekt van de zijde van de verdachte en zijn helpers dat er geweld zou worden gebruikt, als men niet bereid was door te gaan.

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van mensenhandel is vereist dat de verdachte minstens één van de dwangmiddelen (psychologische en/of fysieke) heeft benut die beschreven staan in artikel 273f, eerste lid, onder 4 Sr. De rechtbank is van oordeel dat aan dit vereiste is voldaan: het gaat dan om misleiding en om misbruik van een kwetsbare, afhankelijke positie, zoals hiervoor kort is geschetst.

De verdachte liet een en ander regelmatig uitvoeren door anderen. Twee van de uitvoerders merkt de rechtbank aan als medeplegers. De bijdrage aan de activiteiten van de verdachte van de overige verdachten vindt de rechtbank niet groot genoeg om van medeplegen te kunnen spreken.

4.3.2.

De (vastgoed)activiteiten van de verdachte

Tussen maart 2008 september 2011 zijn er vijf momentopnamen, waaruit blijkt waar de verdachte mee bezig was. Er kunnen drie kleine en twee grote steekproeven uit zijn activiteiten worden beschreven. Uit het bewijs komt het beeld naar voren dat de verdachte panden wilde aankopen, waarvoor hij personen gebruikte om als eigenaar te fungeren, maar dan alleen op papier. Enkele katvangers hadden zelfs meer dan één pand op hun naam. De katvangers woonden niet in de panden. Zij hadden bovendien geen werk en inkomen om de hypotheek van te betalen.

De financiering van de panden regelde de verdachte door middel van fraude: de verdachte gebruikte valse arbeidsovereenkomsten en salarisspecificaties. Daarnaast had hij steevast de beschikking over op naam van de katvangers geopende bankrekeningen.

Een aantal katvangers is gehoord ter zake van mensenhandel, omdat gaandeweg duidelijk werd op welke schaal en welke manier de verdachte misbruik maakte van anderen en er aangifte tegen hem werd gedaan.

De rechtbank gaat eerst in op de katvangerspraktijk en zal daarbij de (bewijs)relatie leggen met de Arubanen. Zij vormen een bijzondere categorie naast de personen die al in Nederland woonden en als katvanger zijn gebruikt.

Vervolgens zal de rechtbank de relatie leggen met hennepteelt, omdat de panden daarvoor waren bedoeld. Daarna komt het uitbuitingsaspect van de zaak aan de orde en het bewijs waaruit volgt dat dit mensenhandel oplevert ten aanzien van de Arubanen die specifiek in de tenlastelegging worden genoemd.

4.3.2.1. Momentopname 1: 4 maart 2008

De verdachte werd op 4 maart 2008 in Genk (België) staande gehouden omdat hij verkeersregels overtreden had. Hij had een aktetas bij zich met daarin tien bankpassen, fotokopieën van identiteitsbewijzen en arbeidsovereenkomsten, op naam van meerdere personen. Eén van de bankpassen stond op naam van [slachtoffer 8] .2 De verdachte kende de pincode van deze pas. De verdachte gaf als verklaring dat hij in onroerend goed bemiddelde en daarvoor de passen en geschriften nodig had.3

Van [slachtoffer 8] is gebleken dat hij op papier eigenaar van twee panden is geweest: een woning in Venray ( [adres 1] ) en een woning in Venlo ( [adres 2] ). Ten behoeve van de aankoop van deze panden heeft [slachtoffer 8] hypotheken afgesloten. Beide panden zijn in augustus 2008 kort na elkaar via de notaris aan [slachtoffer 8] in eigendom overgedragen.45

[slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij op initiatief van de verdachte in verband met de aankoop van huizen bij de notaris is geweest en papieren heeft ondertekend. [slachtoffer 8] heeft in geen van beide huizen gewoond. Hij had geen werk.6

[slachtoffer 8] had voor de aankoop van de panden dus niet genoeg inkomen: in 2008 had hij een uitkering van het UWV van € 16.278,-.7 Bij de aanvraag van de hypotheken werd echter aan de hypotheekverstrekkers een werkgeversverklaring gegeven waarop een bruto salaris van € 48.707,76 stond vermeld.8

De politie heeft geconstateerd dat de bankrekening die [slachtoffer 8] had geopend hoofdzakelijk werd gevoed door contante kasstortingen en dat de maandelijkse afdrachten voor de hypothecaire leningen gedaan werden vanaf deze bankrekening, waarvan de verdachte het pasje bij zich had.9 Uiteindelijk hebben de financiële instellingen [slachtoffer 8] aangesproken, toen er niet meer voldaan werd aan de betalingsverplichtingen en zijn de panden geveild, waarna [slachtoffer 8] met in elk geval bijna € 300.000,- aan restschuld kwam te zitten.10

4.3.2.2. Momentopname 2: 18 september 2009

Op 18 september 2009 werd de verdachte bij een verkeerscontrole aangehouden in

‘s-Hertogenbosch. Bij die gelegenheid werd een tas aangetroffen met daarin bankpassen en creditcards, aantekenboekjes, notities en andere geschriften, alsmede kopieën van paspoorten. De verdachte heeft verklaard dat deze tas van hem was, maar hij heeft geen vragen willen beantwoorden over de aangetroffen passen en geschriften.11

Alles bij elkaar vormen de aangetroffen zaken naar het oordeel van de rechtbank een administratie waaruit opgemaakt kan worden waar de verdachte mee bezig was: het gebruiken van katvangers om panden aan te kopen, zoals ook het geval is geweest bij meneer [slachtoffer 8] . Dat blijkt uit het volgende.

De bankpassen (16 in totaal) en creditcards (12 stuks) stonden op naam van 18 verschillende personen. Het betreft niet alleen aangeefster [slachtoffer 1] , maar ook andere personen/aangevers afkomstig uit Aruba, onder wie [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] .

De verdachte had niet alleen de bankpassen, maar ook een overzicht met daarop de pincodes, die overwegend hetzelfde waren: pincode 1974. Meerdere aangevers hebben verklaard dat zij bankrekeningen geopend hebben voor de verdachte en die specifieke pincode moesten kiezen, onder wie [slachtoffer 12] en [slachtoffer 1] .12 Ook had de verdachte enkele door de bank verstuurde originele pincodes in bezit.13

Daarnaast zijn er andere notities/overzichten in de tas aangetroffen:

- overzichten van hotel- en verblijfkosten en aan betrokkenen verstrekte geldbedragen14;

- een overzicht van namen, brutosalarissen en functies15;

- overzichten van namen, adressen en hypotheekbedragen16;

Specifiek bewijs voor het oogmerk van de verdachte om panden op naam te zetten van de hiervoor genoemde Arubanen

Op de notities/overzichten staan vele namen en adressen vermeld. De rechtbank kan in elk geval ten aanzien van voornoemde Arubanen concreet bewijs uit de administratie weergeven, waaruit volgt dat zij door de verdachte werden ingezet als katvanger in relatie tot panden.

De rechtbank geeft het bewijs weer om een illustratie te geven: de schaal waarop de verdachte bezig is geweest, is duidelijk groter. Tevens speelt het bewijs een rol voor de beoordeling van de mensenhandel, waarover later meer.

[slachtoffer 10]

Ten aanzien van [slachtoffer 10] bevond zich bij de geschriften een e-mail inzake een rente-achterstand. Daarop staan handgeschreven aantekeningen. Onder andere staat vermeld het bankrekeningnummer van [slachtoffer 10] bij ABN/AMRO en het nummer van de desbetreffende hypotheek. Deze e-mail heeft betrekking op een pand in Drunen.17

[slachtoffer 10] heeft, zo blijkt uit de stukken van het dossier die op andere wijze zijn verzameld door de politie, twee panden met daarbij behorende hypotheken op zijn naam gehad: een woning in Goirle ( [adres 3] ) en een woning in Drunen ( [adres 4] ). Daarnaast had hij een appartement in Borgerhout (België) in eigendom ( [adres 5] ).18

[slachtoffer 10] heeft bij de politie in Antwerpen en bij de politie op Aruba verklaard dat hij voor de verdachte bankrekeningen geopend heeft en huizen heeft aangekocht. [slachtoffer 10] heeft voor de verdachte een lening aangevraagd om een huis voor iemand anders aan te kopen en heeft de papieren getekend die medeverdachte [medeverdachte 1] hem voorhield.19 Uit zijn verklaring blijkt verder dat hij op geen van voornoemde adressen heeft gewoond.

[slachtoffer 11] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 12]

Ook [slachtoffer 11] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 12] hebben panden en hypotheken op naam gehad. Allen hebben verklaard dat zij bankrekeningen hebben geopend en panden hebben gekocht voor de verdachte, waarin zij zelf niet hebben gewoond.20

Verder wordt in het dossier vermeld dat tegen [slachtoffer 11] aangifte is gedaan ter zake hypotheekfraude met betrekking tot een pand gelegen aan de [adres 6] te Alphen aan den Rijn. Dit adres staat op een notitie/overzicht uit het beslag onder de verdachte bij de naam [slachtoffer 11] , naast nog twee andere adressen.21 [slachtoffer 11] heeft verklaard dat hij drie woningen bekeken heeft en bij drie notarissen is geweest. Hem werd zo duidelijk dat dit het werk was, waarvoor hij op Aruba was geworven (werk in de bouw).22

[slachtoffer 9] heeft een pand in Oosterhout ( [adres 7] ) op zijn naam gehad en daarvoor een hypotheek afgesloten.23 In de administratie van de verdachte bevond zich een e-mail afkomstig van een energieleverancier met betrekking tot dit adres.24

[slachtoffer 12] heeft verklaard dat hij een huis gekocht had in Alphen aan den Rijn en dat hij daarvoor met medeverdachte [medeverdachte 1] naar de notaris is geweest. Dit huis zou volgens [slachtoffer 12] verkocht worden na een jaar of het zou worden verhuurd.25

In een notitie/overzicht uit het beslag onder de verdachte staat [slachtoffer 12] ook vermeld, maar niet met het adres dat de verbalisanten hem in zijn verhoor voorhouden. Desalniettemin is voldoende aannemelijk dat ook [slachtoffer 12] door de verdachte is ingezet als katvanger met betrekking tot panden. Zelfs als feitelijk niet kan worden vastgesteld welk pand [slachtoffer 12] nu precies op naam heeft gehad, dan nog is er voldoende bewijs dat het wel de bedoeling van de verdachte is geweest om panden op diens naam te zetten.

[slachtoffer 12] zag ook loonstrookjes met zijn naam erop van een bouwbedrijf, terwijl hij op dat moment nog nooit een loonstrookje of geld in handen had gehad. [slachtoffer 12] heeft voor de verdachte een bankrekening geopend die nodig was voor salarisbetalingen die de bank dan kon zien, als hij een huis ging kopen, aldus zijn verklaring. 26

[slachtoffer 1]

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft geen pand op haar naam gehad, maar wel bankrekeningen geopend en verklaard dat zij naar Nederland was gekomen om panden op haar naam te zetten. Zij moest naar de bank om een lening of hypotheek af te sluiten en ging mee om naar woningen te kijken, waarbij zij enthousiast moest reageren. Om een lening te krijgen, moest zij doen alsof zij ploegleidster was en werk had.27

Met het voorgaande wordt duidelijk waar het overzicht van functies en salarissen in de administratie betrekking op had: daarop worden [slachtoffer 1] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] vermeld als respectievelijk ploegleidster, ploegleider en rayonmanager met verschillende bruto salarissen.28 Deze gegevens en bescheiden waren immers noodzakelijk om hypotheken aan te kunnen vragen. Bij momentopname 4 wordt duidelijk dat de verdachte bij zijn praktijken volop arbeidsovereenkomsten en salarisspecificaties voorradig had en gebruikte. Bij [slachtoffer 8] kwam al een valse werkgeversverklaring naar voren.

4.3.2.3. Momentopname 3: 9 mei 2010

Op 9 mei 2010 is de verdachte in Helmond aangehouden in verband met een aangetroffen hennepkwekerij in Venray. De verdachte had twee bankpassen bij zich op naam van voornoemde [slachtoffer 10] en een pas op naam van aangever [slachtoffer 7] .29 [slachtoffer 7] , afkomstig uit Aruba, heeft bij de politie verklaard dat op zijn naam bankrekeningen zijn geopend, waarvoor hij papieren moest ondertekenen. De bankpasjes heeft hij aan medeverdachte [medeverdachte 1] gegeven. [slachtoffer 7] heeft geen pand op zijn naam gehad, maar hij is met medeverdachte [medeverdachte 1] langs drie te koop staande huizen geweest als potentiële koper.30 Uit zijn vordering als benadeelde partij volgt dat hij wel een koopovereenkomst met betrekking tot een pand in Dordrecht is aangegaan, nu blijkt dat hij is veroordeeld in verband met de niet-nakoming van die overeenkomst. De rechtbank komt hierna nog terug op het bewijs inzake [slachtoffer 7] .

4.3.2.4. Momentopname 4: 27 april 2011

Op 27 april 2011 heeft de politie een woning in Soest doorzocht (de woning van de ouders van de verdachte). In de woning werd een koffer in beslag genomen met daarin een grote hoeveelheid schriftelijke bescheiden.31 Op diezelfde dag werd in Rotterdam in een auto een tas met schriftelijke bescheiden aangetroffen en in beslag genomen.32 De koffer en de tas met stukken waren van de verdachte. Dat blijkt uit tapgesprekken en uit de verklaring van één van de medeverdachten, [medeverdachte 2] , die onderdak had geboden aan twee aangeefsters, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , beiden afkomstig uit Aruba.33

De schriftelijke bescheiden laten hetzelfde beeld zien als de bescheiden die op 18 september 2009 in beslag zijn genomen. De verdachte had kopieën van paspoorten in bezit van 17 personen, bankpassen en vele andere stukken, onder andere op naam van voornoemde [slachtoffer 1] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 7] . Ook duiken er nieuwe namen in op. Voor zover voor het bewijs voor mensenhandel relevant, gaat het dan om aangevers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , allen afkomstig uit Aruba.

Er zijn dus met betrekking tot andere personen stukken gevonden, die de rechtbank buiten beschouwing laat, maar ten aanzien van wie evenzeer aangenomen kan worden dat zij als katvanger fungeerden of moesten fungeren. Daarmee wordt wederom duidelijk op welke schaal de verdachte bezig was.

Ook zij nog vermeld dat er vele (concept)koopovereenkomsten en huurovereenkomsten zijn aangetroffen en stukken betreffende het woningaanbod (bijvoorbeeld van de makelaarswebsite Funda).34

Met betrekking tot de met naam genoemde personen gaat het onder meer om:

  • -

    arbeidsovereenkomsten;

  • -

    salarisspecificaties en loonbriefjes;

  • -

    bankafschriften en (kopieën van) bankpassen;

  • -

    (aanvragen van) creditcards;

  • -

    zorgpassen;

  • -

    post en bescheiden in relatie tot telecomproviders.

Ook zijn er stukken die betrekking hebben op het aankopen van panden en het sluiten van hypotheken in relatie tot [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] .

Wederom bevatten de bescheiden notities/overzichten van bedragen en adressen in relatie tot voornoemde personen.35 Ter illustratie:

[slachtoffer 2]

In de administratie van de verdachte bevonden zich een kopie van het paspoort van [slachtoffer 2] , een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst Privé Pakket van de ABN/AMRO, bankafschriften, een creditcard en een koopovereenkomst voor een pand in Zwijndrecht ( [adres 8] ).36

[slachtoffer 2] heeft bij haar aangifte nog meer stukken aangeleverd, waaronder een arbeidsovereenkomst. Opvallend is dat deze arbeidsovereenkomst een geheel andere werkgever en functie vermeldt dan de arbeidsovereenkomst die bij de verdachte in beslag is genomen, terwijl de contracten op respectievelijk 18 en 25 juni 2010 ingaan en het telkens een fulltime vast dienstverband betreft.37

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij de overeenkomst heeft getekend en later uit een map van de verdachte heeft teruggepakt en dat zij nooit arbeid heeft verricht of salaris heeft ontvangen. Ook had zij bankrekeningen geopend voor de verdachte en heeft zij de pasjes afgegeven.38

[slachtoffer 2] heeft geen pand op haar naam gehad, maar het opmaken van arbeidsovereenkomsten en van de koopovereenkomst voor het pand in Zwijndrecht duidt erop dat de verdachte haar daarvoor wel wilde gebruiken. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij mee geweest is toen de verdachte woningen ging bekijken en zij had begrepen dat men van plan was een woning op haar naam te zetten.39

[slachtoffer 3]

In de administratie van de verdachte bevonden zich op naam van [slachtoffer 3] een arbeidsovereenkomst, bankafschriften, een saldo-overzicht van een creditcard bij de ABN/AMRO, een begeleidende brief van de Rabobank bij de verstrekking van de pincode en een aanvraag voor een creditcard bij ING.40

Ook zijn er bescheiden in beslag genomen die betrekking hebben op de aankoop van panden en het verkrijgen van een hypotheek in de vorm van e-mails en concept-koopakten met betrekking tot panden in Veldhoven en in Best (respectievelijk [adres 9] en [adres 10] ).41

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij bankrekeningen heeft geopend voor de verdachte en dat het de bedoeling van de verdachte was om haar drie huizen in Nederland en één in België te laten kopen. De rekening was nodig om er drie keer salaris op te storten. Ze heeft geen bankpasjes gehad en niet gewerkt.42

[slachtoffer 4]

In de administratie van de verdachte bevonden zich onder meer een kopie van het paspoort van [slachtoffer 4] , salarisspecificaties en een klantenpas van een zorgverzekering. 43 heeft geen pand op haar naam gehad, maar is wel te koop staande woningen gaan bekijken, zo heeft zij verklaard. Ook heeft zij bankrekeningen geopend en de passen afgeven aan medeverdachte [medeverdachte 1] .44 Zij heeft nooit gewerkt voor het bedrijf dat op de salarisspecificaties staat vermeld.45

[slachtoffer 5]

In de administratie van de verdachte bevonden zich onder meer een kopie van het paspoort van [slachtoffer 5] , een arbeidsovereenkomst, een salarisspecificatie en een overeenkomst voor een goederenkrediet. Op de kopie van het paspoort staat een e-mailaccount op naam van [slachtoffer 5] genoteerd met een wachtwoord voor dat account.46

[slachtoffer 5] heeft geen pand op zijn naam gehad, maar in de administratie van de verdachte is een huurovereenkomst aangetroffen op naam van [slachtoffer 5] .47 Verder valt op dat de arbeidsovereenkomst uit de koffer van de verdachte als ingangsdatum 2 januari 2010 vermeldt, terwijl uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 5] pas op 10 april 2010 in Nederland is aangekomen. Volgens de aangetroffen salarisspecificatie zou [slachtoffer 5] in de maand april fulltime hebben gewerkt.

[slachtoffer 5] heeft bij zijn aangifte een arbeidsovereenkomst overgelegd waarop weer een andere werkgever stond vermeld, met ingangsdatum 9 april 2010. Hij heeft echter niet gewerkt bij dat bedrijf in België en hij verklaarde dat medeverdachte [medeverdachte 1] hem een loonstrookje liet zien dat vals moet zijn geweest, omdat [slachtoffer 5] op dat moment nog nooit gewerkt had in België of Nederland. Het loonstrookje werd vervolgens gebruikt om onder andere laptops te kopen.48

[slachtoffer 5] heeft verder verklaard dat hij bankrekeningen geopend heeft voor de verdachte, de pasjes aan medeverdachte [medeverdachte 1] af heeft gestaan en dat hij naar twee te koop staande huizen is gaan kijken met [medeverdachte 1] .49 Dat alles in onderlinge samenhang bezien duidt erop dat de verdachte ook [slachtoffer 5] wilde inzetten als katvanger in relatie tot panden.

[slachtoffer 7]

In de administratie van de verdachte bevonden zich onder meer een kopie van het paspoort van [slachtoffer 7] , koopovereenkomsten met betrekking tot panden in Waalwijk en Tilburg en een notitie met daarop de vermelding van salarissen van twee personen die aangeduid werden als [slachtoffer 7] en [slachtoffer 13] . De verdachte had ook een kopie van het paspoort van [slachtoffer 13] , de broer van [slachtoffer 7] .50

[slachtoffer 7] heeft verklaard dat hij nooit in Nederland (in de bouw) heeft gewerkt. Hij heeft bankrekeningen geopend en kwam erachter dat hij een creditcard op zijn naam had. [slachtoffer 7] is met medeverdachte [medeverdachte 1] naar te koop staande huizen gaan kijken, maar begreep niet waarom.51 In verband met de schadevergoeding die [slachtoffer 7] heeft gevorderd in deze strafzaak, heeft [slachtoffer 7] een vonnis verstrekt waaruit blijkt dat hij een contractuele boete moet betalen voor het niet nakomen van een koopovereenkomst (van juli 2010) met betrekking tot een woning in Dordrecht.52 [slachtoffer 7] heeft zich ten behoeve van de verdachte laten inschrijven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een adres in Breda ( [adres 11] ).53

4.3.2.5. Momentopname 5: 22 augustus 2011

De verdachte werd op 22 augustus 2011 in Clervaux (Luxemburg) aangehouden bij een verkeerscontrole.54 Bij de verdachte werden schriftelijke bescheiden in beslag genomen: onder meer fotokopieën van identiteitsbewijzen, arbeidsovereenkomsten, werkgeversverklaringen en salarisspecificaties op naam van drie personen.55 De vermelde werkgever, een makelaarskantoor, heeft deze drie personen echter niet in dienst gehad.56 De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat ook deze drie personen, over wie verder niets vermeld is in het dossier, als katvanger moesten fungeren.

4.3.3.

De link met hennepteelt

De hiervoor beschreven praktijken van de verdachte moeten een doel hebben gehad. Dat doel was het regelen van panden voor hennepteelt. Dat blijkt uit de hierna vermelde bewijsmiddelen.

Aantreffen hennepkwekerijen en de verklaringen van [slachtoffer 14] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [slachtoffer 6]

In één van de panden die voornoemde [slachtoffer 8] op naam had staan is in november 2010 een hennepkwekerij aangetroffen.57

In het dossier komt nog een relevante persoon voor, genaamd [slachtoffer 14] , die drie panden op zijn naam heeft gehad. In deze panden, waaronder een woning in Venray ( [adres 12] ), zijn in 2010 hennepkwekerijen aangetroffen.58 [slachtoffer 14] is hierover gehoord en heeft verklaard dat hij de panden voor de verdachte op zijn naam heeft genomen met de bijbehorende hypotheken en dat hij voor de verdachte een bankrekening heeft geopend. Voor het bedrijf dat als werkgever bij de bank werd opgevoerd, heeft hij niet gewerkt.59

De politie heeft vervolgens geconstateerd dat de bankrekening hoofdzakelijk werd gevoed door contante kasstortingen en dat van de rekening vervolgens de maandelijkse afdrachten voor de hypothecaire leningen werden gedaan.60 De financiële instellingen hebben [slachtoffer 14] aangesproken, toen er niet meer voldaan werd aan de betalingsverplichtingen en de panden zijn geveild.61

Niet alleen [slachtoffer 14] heeft een verklaring afgelegd over hoe hij als katvanger gefungeerd heeft ten behoeve van de hennepteelt, ook medeverdachte [medeverdachte 3] heeft een dergelijke verklaring afgelegd. [medeverdachte 3] , die een woning in Alphen aan den Rijn ( [adres 13] ) op naam had waar hij niet zelf gewoond heeft, heeft in het kader van het aantreffen van een hennepkwekerij in die woning verklaard dat hij onder andere van voornoemde [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] gehoord heeft dat er ook in “zijn” panden wietplantages waren ingericht.62

Ook is er een hennepkwekerij aangetroffen in een woning in Breda, waar aangever [slachtoffer 7] volgens de Gemeentelijke Basisadministratie woonde. 63

Tot slot noemt de rechtbank nog de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] , die verklaard heeft dat de verdachte panden regelde voor Chinezen en Turken voor hennepplantages, waarvoor hij vorstelijk betaald werd en de verklaring van aangever [slachtoffer 6] die een woning in Hulst moest schoonmaken die rook naar marihuana en vol afvalresten lag van een hennepkwekerij.6465

4.3.4.

Uitbuiting: financieel motief van de verdachte

De rechtbank is hiervoor uitvoerig ingegaan op de (omvang van de) praktijken van de verdachte en de link met hennepteelt, omdat zij daaruit concludeert dat de verdachte een financieel motief heeft gehad voor het inzetten van een groep Arubanen voor die activiteiten. Zij is van oordeel dat de verdachte mensen heeft gebruikt om zelf financieel voordeel te behalen, terwijl zij zouden opdraaien voor de negatieve gevolgen van het niet nakomen van de contracten die zij afsloten en van het inschrijven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een bepaald adres.

De verdachte had het oogmerk de Arubanen te gebruiken als katvanger voor panden, als gevolg waarvan zij de juridische en financiële gevolgen zouden dragen op het moment dat een hennepkwekerij in een pand ontdekt werd en de hypotheekbetalingen stopten, zoals [slachtoffer 8] en [slachtoffer 14] ondervonden hebben, terwijl hij, verdachte, juist voor zijn diensten beloond werd en buiten beeld bleef voor die gevolgen. [slachtoffer 7] werd, omdat hij op een adres in Breda stond ingeschreven, ook door de instanties aangesproken voor de kosten van de ontruiming van het pand op dat adres vanwege het aantreffen van een hennepkwekerij; de verdachte bleef wederom buiten beeld.

In geval van [slachtoffer 8] en [slachtoffer 14] zijn er bovendien door de financiële instellingen bedragen ter beschikking gesteld door middel van bouwdepots. In geval van [slachtoffer 8] werd er € 30.000,- ter beschikking gesteld. In geval van [slachtoffer 14] zijn er bedragen van (ruim) € 34.000,- en (ruim) € 33.000,- gedeclareerd door middel van valse declaraties. Ook heeft de verdachte voor zijn “bemiddeling” bij de aanvragen van de hypotheken van [slachtoffer 14] twee keer een bedrag van € 2.500,- contant ontvangen van de tussenpersoon [persoon] , die de aanvragen zou doorgeleiden naar de desbetreffende financiële instellingen. Het was dus wederom de verdachte die (direct) profijt trok.

In dat verband verwijst de rechtbank niet alleen naar stukken in het dossier en het fraudepatroon, maar ook naar de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] en de verklaring van tussenpersoon [persoon] . [medeverdachte 2] heeft het over structureel € 20.000,- per woning aan bouwdepotgelden.66

Verderop in dit vonnis zal nog worden beschreven dat de verdachte de aangevers eveneens gebruikte om voor hem telefoonabonnementen (inclusief toestel) af te sluiten en om andere goederen te kopen, zoals laptops, wat een bijkomend financieel motief oplevert aan de kant van de verdachte, omdat de Arubanen de goederen bij hem inleverden (inclusief simkaarten) en met de schulden van de abonnementen en aankopen bleven zitten.

Tot slot zij nog vermeld dat de verdachte een auto op naam van [slachtoffer 4] heeft gezet, zonder haar medeweten. Dit blijkt niet alleen uit haar aangifte, maar ook uit het feit dat in deze auto geschriften op naam van de verdachte zijn aangetroffen, alsmede uit de polis van de autoverzekering die zich in de administratie van de verdachte bevond.67

Uit de stukken die [slachtoffer 4] bij haar voegingsformulier als benadeelde partij heeft ingebracht, blijkt dat zij voor verkeersovertredingen met deze auto is vervolgd, wat ook een nare vorm van misbruik oplevert. De rechtbank kan niet hard maken dat de verdachte en/of zijn medeverdachten daaruit concreet financieel voordeel heeft/hebben behaald, maar er was voor de verdachte(n) wel sprake van een vorm van besparing van kosten, ten nadele van [slachtoffer 4] .68

Alles dus ten gunste van de verdachte.

De rechtbank is op grond van dit alles van oordeel dat sprake is van uitbuiting van grote omvang. Daarmee komt de rechtbank uit bij het verwijt van mensenhandel. Van dat misdrijf vormt uitbuiting de kern.

De verdachte beroept zich hoofdzakelijk op zijn zwijgrecht en heeft weinig gezegd over zijn praktijken en motieven, maar hij had kennelijk voortdurend behoefte aan geld en dus aan mensen. Er valt immers veel te verdienen aan hennepteelt en de verdachte speelde in deze omvangrijke tak van criminaliteit als bemiddelaar in panden een structurele, faciliterende rol, die hij niet zal hebben gespeeld zonder dat daar een aantrekkelijke vergoeding tegenover stond. Medeverdachte [medeverdachte 2] noemt in zijn verklaring een bedrag van € 15.000,- per pand. De verdachte heeft feitelijk flink profijt getrokken gelet op het bewijs dat in dit vonnis tot nu toe is genoemd.

De raadsman heeft naar voren gebracht dat de verdachte alleen maar kosten heeft gehad, maar dat gelooft de rechtbank niet. Niet alleen heeft de verdachte aantoonbaar profijt getrokken van zijn handelen, ook valt niet te begrijpen waarom de verdachte dan meer dan drie jaar op deze manier bezig is geweest.

4.3.5.

Artikel 273f Sr.: diensten en dwangmiddelen

Uit de verklaringen hierna blijkt dat de Arubanen een grote som geld in het vooruitzicht werd gesteld, al dan niet rechtstreeks door de verdachte. Anderen hebben verklaard dat zij benaderd zijn om in Nederland te komen werken. De verdachte heeft hun echter nooit een dergelijke som uitbetaald en nergens blijkt dat hij dat van plan is geweest. Evenmin hebben zij een (serieuze) baan gekregen. Zij zijn veelal, net als [slachtoffer 14] en [slachtoffer 8] , met schulden blijven zitten. De Arubanen zijn dus door de verdachte om zijn praktijken voort te kunnen zetten, (rechtstreeks of door tussenkomst van anderen) misleid en vervolgens misbruikt om aan panden gekoppeld te kunnen worden.

De Arubanen zijn daarmee door misleiding overgehaald zich beschikbaar te stellen voor het op naam zetten van panden, waarvan de verdachte het voordeel zou gaan genieten. Tevens zijn zij overgehaald ten gunste van de verdachte andere overeenkomsten aan te gaan, zoals het openen van bankrekeningen en het afsluiten van telefoonabonnementen. Voor de verdachte hebben zij zich ook uitgeschreven uit het bevolkingsbureau op Aruba en zich ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie in Nederland.

Juridisch vertaald: zij zijn door misleiding ertoe bewogen zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van diensten en bewogen tot het verrichten van die diensten, overeenkomstig artikel 273f Sr.

Daarbij vat de rechtbank het begrip dienst ruim op. Het gaat in elk geval om een economische activiteit waar gewoonlijk een financiële vergoeding tegenover staat of die op enige manier voordeel oplevert, maar ook andere (rechts-)handelingen kunnen eronder vallen. Zo omvat de definitie van mensenhandel ook handelswijzen als het plegen van strafbare feiten, (gedwongen) bedelarij, (illegale) adoptie en het aangaan van (gedwongen) huwelijken. Daartoe verwijst de rechtbank naar de considerans onder nummer 11 van de Richtlijn 2011/36EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011, inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad.

De rechtbank concludeert hieruit, bij gebrek aan een definitie van dienst in artikel 273f Sr. en de parlementaire stukken, dat ook rechtshandelingen die niet primair een economische aspect hebben onder de reikwijdte van artikel 273f Sr. vallen.

Door de verdediging is nog aangevoerd dat de handelingen die door aangevers zijn verricht, zoals onder meer het in- en uitschrijven bij een gemeente, niet aangemerkt kunnen worden als het verrichten van diensten. Dit omdat de tijdsduur waarbinnen de handelingen zijn verricht slechts een korte periode bestrijken. De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij nu de door aangevers verrichte handelingen van wezenlijk belang waren voor de handelwijze van verdachte en hij zonder deze handelingen geen voordeel zou kunnen hebben genoten.

De Arubanen hadden een bijzondere positie ten opzichte van andere katvangers uit het dossier, zoals [slachtoffer 8] en [slachtoffer 14] , omdat de meesten, vanuit Aruba gekomen met een door de verdachte gecreëerde valse voorstelling van te behalen financieel voordeel, zich al snel in een afhankelijke positie bevonden. Uit de verklaringen die de rechtbank hierna weergeeft van de aangevers van de tenlastelegging blijkt dat zij veelal gedurende langere tijd op de verdachte aangewezen waren voor hun verblijf in Nederland/België en dat zij niet alleen door de misleiding, maar ook door de verblijfsomstandigheden een verminderde mate van keuzevrijheid hadden, zodanig dat dit uitbuiting voor de verdachte gemakkelijker maakte.

Zij waren niet of nauwelijks bekend met de taal en/of de ins en outs van de Nederlandse maatschappij. Kort samengevat: ze kenden hier de weg niet. Zij waren door of namens de verdachte van Schiphol opgehaald en daarna overwegend op de verdachte aangewezen voor huisvesting en levensonderhoud, in afwachting van het grote geldbedrag of werk.

Uit meerdere verklaringen komt naar voren dat hun situatie gaandeweg verslechterde. Aangevers verkeerden gedurende langere tijd in verdachtes invloedssfeer. Er ontstond dus vanaf hun aankomst in Nederland een bijkomend psychologisch dwangmiddel zoals bedoeld in artikel 273f Sr.: misbruik van een kwetsbare positie.

Ook waren aangevers bang voor de verdachte. Meerdere aangevers hebben beschreven dat er van de zijde van de verdachte dreigementen kwamen en dat hij agressief was. Niet alle beweringen van aangevers kunnen met ander bewijs worden onderbouwd, zodat op onderdelen vrijspraak zal volgen. Dit betreft onder andere het tonen van wapens, mishandeling en gedwongen seks. Desalniettemin is er voldoende bewijs (zeker in onderlinge samenhang bezien) dat er bijkomende psychologische druk was ontstaan op aangevers, op meer fronten veroorzaakt door de verdachte, die de keuzevrijheid van de Arubanen (verder) beperkte.

De verdediging heeft sterk de nadruk gelegd op de houding van de Arubanen. Zij zouden zich met de dollartekens in de ogen naar Nederland hebben laten halen, wisten van te voren dat het om foute praktijken (rondom panden) zou gaan en zijn pas gaan klagen en zich slachtoffer gaan voelen, toen hun verwachtingen niet uitkwamen, aldus de verdediging. Zij zouden vervolgens getracht hebben hun wetenschap omtrent de reden van hun komst te verhullen. Dat brengt volgens de raadsman mee dat geen sprake van dwang of van uitbuiting is geweest, zeker gelet op de uitleg die de Hoge Raad recentelijk heeft gegeven van artikel 273f, eerste lid, onder 4 Sr. Uitbuiting geldt inmiddels als impliciet bestanddeel van dit onderdeel van artikel 273f Sr.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van mensenhandel, het in deze zaak niet relevant is of de aangevers al dan niet precies wisten (of in elk geval moesten vermoeden) dat zij als katvanger gingen fungeren. Het uitgangspunt is namelijk dat als sprake is van een dwangmiddel, wat in deze zaak het geval is, het niet van belang is of het slachtoffer al dan niet instemt met het verrichten van de arbeid of dienst waartoe hij door dat dwangmiddel wordt bewogen of waarvoor hij zich door dat dwangmiddel beschikbaar stelt. De arbeid of dienst kan zowel een legaal karakter hebben, bijvoorbeeld aspergesteken of prostitutie, als een illegaal karakter, bijvoorbeeld drugssmokkel, dat maakt niet uit. De wetenschap daaromtrent van de slachtoffers speelt dan geen rol.

Dat betekent dat de rechtbank alleen al om die reden voorbijgaat aan het verweer op dit punt. Bovendien is niet aannemelijk geworden dat de aangevers in alle opzichten overzagen wat hun te wachten stond of geprobeerd hebben de reden van hun komst naar Nederland te verhullen. Zo heeft bijvoorbeeld aangeefster [slachtoffer 1] van meet af aan verklaard dat zij gekomen was om huizen op haar naam te zetten. Ook anderen, [slachtoffer 12] en [slachtoffer 11] , hebben daarover verklaard. De aangevers van de tenlastelegging, die verklaard hebben voor werk te zijn gekomen, zijn daar ook in latere verklaringen bij gebleven.

Blijken van discrepanties in hun verklaringen of van onderling contact in verband met het doen van aangifte maken voor de rechtbank niet dat hun verklaringen op hoofdlijnen niet bruikbaar zijn voor het bewijs.

De recente jurisprudentie, waaruit volgt dat uitbuiting als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid, onder 4 Sr. moet worden beschouwd, brengt een extra toets mee, maar daaraan is in deze zaak voldaan, gelet op de combinatie van dwangmiddelen, het feitelijke resultaat van de uitbuiting waarvan verdachte het economische voordeel genoot en de duur van de uitbuitingssituatie.

4.3.5.1. De misleiding en kwetsbare positie: weergave van de specifieke verklaringen over wat in strijd met de werkelijkheid is voorgespiegeld en wat de overige vrijheidsbeperkende omstandigheden waren waarin de Arubanen verkeerden.

[slachtoffer 1]

heeft verklaard dat zij naar Nederland was gekomen om panden op haar naam te zetten. Haar was in november/december 2008 verteld door [medeverdachte 4] (de rechtbank concludeert: medeverdachte [medeverdachte 4] ) dat zij daarvoor € 35.000,- zou krijgen. [medeverdachte 4] vertelde haar dat ze een kamer zouden krijgen in Nederland en € 235,- zakgeld per week om van te leven. Ze hoefde niet te werken. Wel moest zij voor een periode van zes maanden ter beschikking blijven van bepaalde mensen, die haar nodig hadden om rekeningen te openen. De vliegreis zou ook geregeld worden. In Nederland zou de grote baas, [verdachte] (de verdachte), alles regelen. Op 1 april 2009 is zij vervolgens naar Nederland gekomen. Daar werd zij opgewacht door medeverdachte [medeverdachte 3] en een andere man. Zij werd door hen naar een hotel in Maaseik gebracht. Bij aankomst in het hotel werd zij opgewacht door de verdachte en [medeverdachte 1] .69

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij de eerste zes weken de afgesproken € 235,- ontving, maar dat zij daarna steeds minder kreeg.70 Zij heeft schulden overgehouden.71

Over de omstandigheden van haar verblijf heeft [slachtoffer 1] verder nog verklaard dat zij ongeveer zes maanden in het hotel verbleef. Ze deelde een kamer met een andere vrouw. Zij was vrij om het hotel te verlaten, maar van [medeverdachte 3] , die fungeerde als vast aanspreekpunt, moest zij dat wel aangeven. [medeverdachte 3] gaf ook aan wanneer zij weer terug moest zijn. De verdachte kwam in de weekenden en heeft haar een telefoon gegeven die zij niet uit mocht zetten. De sfeer was zo dat zij hen niet tegen durfde te spreken. Ook heeft zij beschreven dat zij bang was en er getuige van was dat er geweld werd gebruikt door de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 5] .

Vanuit het hotel is zij naar een woning in België gebracht met nog negen anderen. De woning had niet genoeg slaapkamers, omdat er te veel personen in verbleven. [slachtoffer 1] wilde daar niet verblijven, maar had geen geld of beltegoed om iets anders te regelen. Daarna werd zij ondergebracht in een appartement in Brussel, waar zij € 100,- per week ontving, en vervolgens naar weer een ander huis in België. De omstandigheden in dat huis waren volgens [slachtoffer 1] slecht: ze had geen privacy en moest in een kelder slapen zonder licht, raam of verwarming. Toen zij weer geld kreeg van [medeverdachte 3] , is zij weggegaan naar een nicht in Amsterdam.

Ze beschrijft in haar verklaring dat zij buiten deze nicht en een achternicht verder niemand kende in Nederland. Ze was ook niet eerder in Nederland geweest. Ze was afhankelijk van de verdachte en op aandringen van de verdachte is zij weer naar Antwerpen gereisd. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft haar vervolgens in Antwerpen ondergebracht in een huis. Zij werd -kort samengevat- wanhopig, waarna de verdachte haar met een andere vrouw heeft ondergebracht in een appartement, maar de situatie werd niet beter. De leefomstandigheden waren slecht en zij had geen geld. [slachtoffer 1] is uiteindelijk door een achternicht opgehaald. 72

[slachtoffer 2]

heeft verklaard dat zij door [slachtoffer 3] is gevraagd naar Nederland te komen. [slachtoffer 2] zag daarin een kans om zich in Nederland te vestigen. Zij is op 22 juni 2010 op eigen kosten naar Nederland gereisd. Zij had ook $ 5.000,- meegenomen. Op Schiphol werd zij opgevangen door de verdachte en diens chauffeur. Vervolgens zijn zij naar een hotel in België gereden en zij heeft verschillende verblijfplaatsen gehad, onder de hoede van de verdachte.

Zij heeft vervolgens bankrekeningen geopend en verklaard dat de verdachte haar in november 2010 belde en haar zei dat zij het werk moest af maken en dan € 32.000,- zou krijgen. Zij heeft geen arbeid verricht en geen geld ontvangen. Ze heeft schulden vanwege het afsluiten van telefoonabonnementen.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij alleen als peuter in Nederland is geweest en daar geen familie had wonen, toen zij in juni 2010 naar Nederland is afgereisd. De omstandigheden van haar verblijf heeft ze als volgt beschreven. Zij is samen met [slachtoffer 3] ondergebracht en werd nooit alleen gelaten. Zij werd in de gaten gehouden door [medeverdachte 1] . Zij en [slachtoffer 3] werden door de verdachte op telkens een andere plek ondergebracht.

Door de verdachte werd zij onder druk gezet om zich bij een gemeente in Nederland in te laten schrijven; zij wist niet hoe het allemaal werkte in Nederland. In november 2010 voelde zij zich -samengevat- onder druk gezet omdat haar werd voorgehouden dat zij inmiddels schulden had van creditcards op haar naam en problemen zou krijgen als zij terug zou gaan naar Aruba. Zij beschrijft in haar verklaring dat zij door de verdachte werd bedreigd: hij zei dat hij voor € 5.000,- mensen zou vinden die haar zouden kunnen vinden en dat zij dan wel zou zien wat er met haar zou gebeuren. Ook zei men tegen haar dat zij aan haar kind moest denken op Aruba. Zij heeft zich uiteindelijk op laten halen door een vriend die zij via internet had leren kennen.73

[slachtoffer 3]

heeft verklaard dat zij naar Nederland wilde om te gaan werken. Door [slachtoffer 2] was haar gezegd dat zij beiden voor de verdachte zouden gaan werken. Een week later werd zij door de verdachte gebeld, die haar vroeg of zij wilde komen werken. Hij zou een ticket betalen. Zij heeft vervolgens zijn aanbod aangenomen. Op 22 juni 2010 is zij naar Nederland gevlogen en opgehaald door de verdachte en nog een andere man. Toen zij vroeg wat voor werk zij zou gaan doen, zei de verdachte dat ze niet hoefde te werken, maar eerst vakantie mocht vieren. Ze hoefde niets te betalen en zou een woning krijgen. Verder zou zij € 125,- per week krijgen voor eten en drinken. Dat bedrag heeft zij drie tot vier keer gekregen. [slachtoffer 3] heeft niet gewerkt en heeft schulden als gevolg van het afsluiten van zeven telefoonabonnementen.74

[slachtoffer 3] heeft verder verklaard dat zij niet eerder in Nederland was geweest. Zij sprak beperkt Nederlands. De omstandigheden van haar verblijf heeft [slachtoffer 3] als volgt beschreven.

Zij heeft in hotels met de verdachte verbleven en op verschillende plaatsen in België en in Nederland in woningen, onder andere in Rotterdam onder de hoede van medeverdachte [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] moesten op haar (en op [slachtoffer 2] ) passen. Met de verdachte had zij ook een seksuele relatie. De verdachte heeft haar gezegd dat hij haar en [slachtoffer 2] altijd zou vinden en heeft andere dreigementen geuit. De verdachte was ook vaak dronken en agressief, aldus [slachtoffer 3] .

Op 23 januari 2011 is [slachtoffer 3] weggegaan uit de woning in Brussel waar zij door de verdachte naartoe was gebracht. In de periode tussen kerst 2010 en begin januari 2011 heeft [slachtoffer 3] bij een vriendin verbleven met wie zij in Nederland, via haar moeder op Aruba, in contact was gekomen. Deze vriendin had geen goed gevoel over de verhoudingen tussen [slachtoffer 3] en de verdachte en heeft haar aangespoord om op 23 januari 2011 vanuit Brussel naar haar te komen.75

[slachtoffer 4]

heeft verklaard dat zij naar Nederland is gekomen om te werken. Zij zou zes tot acht maanden in Nederland blijven. Zij had daartoe vanaf 18 maart 2010 afspraken gemaakt met [medeverdachte 4] , die ook haar ticket heeft betaald. Volgens [medeverdachte 4] zou zij voor een paar Nederlanders gaan werken en zou alles voor haar betaald worden. Zij zou € 27,50 per uur gaan verdienen. Bovendien zou zij nog € 250,- krijgen als voorschot per week totdat zij zou beginnen met werken.

Zij is op 27 maart 2010 op Schiphol aangekomen, opgehaald door [medeverdachte 1] en naar een appartement in Antwerpen gebracht, waar zij de verdachte heeft leren kennen. Zij beschrijft hem als de grote baas, die altijd alle beslissingen nam. Zij kreeg als voorschot per week € 125,- in plaats van de toegezegde € 250,-. Dat geld kreeg zij van de verdachte. Na 28 april 2010 kreeg zij het geld nog maar één keer per twee weken en later helemaal niet meer. Ze beschikte over geld dat zij van haar vriend [slachtoffer 5] had gekregen. Zij heeft niet gewerkt en is met schulden blijven zitten.76

[slachtoffer 4] heeft verder verklaard dat zij ongeveer drie maanden in Nederland heeft verbleven toen zij 13 of 14 jaar oud was, maar verder niet. De omstandigheden van haar verblijf heeft [slachtoffer 4] als volgt omschreven.

In het appartement in Antwerpen verbleven meerdere mensen. Zij sliep op de sofa in een kamer met nog drie bedden. Na twee weken is zij naar een andere woning in Deurne in België gebracht door de verdachte, alwaar zij weer met anderen verbleef. Zij kreeg een relatie met aangever [slachtoffer 5] .

Weer later werd zij door de verdachte (en nog een persoon) naar een woning in Luik gebracht, waar zij werd opgesloten. Ook [slachtoffer 5] werd daar gebracht en met haar opgesloten. Na enkele dagen hebben zij de woning kunnen verlaten met behulp van de huisbaas. Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 4] verklaard dat zij ongeveer twee weken in die woning heeft verbleven. De huisbaas heeft hen naar het station gebracht. Dat was in juli 2010. Via Antwerpen zijn zij naar Amsterdam gereisd.

[slachtoffer 4] heeft verder nog verklaard dat er door de verdachte en [medeverdachte 4] gedreigd werd haar moeder en kinderen iets aan te doen, toen zij geen telefoonabonnementen wilde afsluiten.77

[slachtoffer 5]

heeft verklaard dat hij naar Nederland gekomen is om te werken. Hij had van een vrouw op Aruba gehoord dat hij € 27.000,- kon verdienen voor een periode van acht maanden werken in Nederland in de bouw. Vervolgens is hij begin april 2010 in contact gekomen met [medeverdachte 4] . Volgens [medeverdachte 4] zou alles worden geregeld, een vliegticket, een huis en eten. Tot hij kon beginnen met werken, zou hij elke vrijdag € 125,- krijgen. Ook [medeverdachte 4] vertelde hem dat hij een bedrag van € 27.500,- zou krijgen. [slachtoffer 5] is op 9 april 2010 naar Nederland gevlogen en opgehaald door [medeverdachte 1] en twee andere mannen. Vervolgens heeft hij de verdachte ontmoet en is hij door [medeverdachte 1] naar een hotel in Antwerpen gebracht. Zoals hiervoor al beschreven heeft [slachtoffer 5] niet gewerkt en verder verklaard dat hij schulden had van ongeveer zes of zeven duizend euro ten tijde van zijn aangifte.78

[slachtoffer 5] heeft verder verklaard dat hij in 1992 een maand in Nederland op vakantie is geweest, maar verder niet.79 De omstandigheden van zijn verblijf heeft [slachtoffer 5] als volgt omschreven.

In Antwerpen kreeg [slachtoffer 5] niet de afgesproken € 125,-, maar slechts € 75,-. Vervolgens heeft [medeverdachte 1] [slachtoffer 5] naar een woning gebracht, waar meerdere Arubanen verbleven. De verdachte heeft [slachtoffer 5] verteld dat er eerst andere zaken geregeld moesten worden, zoals het inschrijven in een gemeente, voordat hij kon gaan werken. De verdachte heeft [slachtoffer 5] alsnog € 125,- gegeven. Na enkele dagen is [slachtoffer 5] weer naar een ander adres in België gebracht door [medeverdachte 1] . Tijdens zijn verblijf van ongeveer anderhalve maand in die woning ontving [slachtoffer 5] wel het afgesproken bedrag en ook wel meer. De verdachte en [medeverdachte 1] hebben hem daarna naar een woning in Deurne (België) gebracht, waar hij ongeveer twee weken is geweest.80

[slachtoffer 5] weigerde telefoonabonnementen af te sluiten voor [medeverdachte 1] , waarna [medeverdachte 1] hem zei dat hij wilde dat [slachtoffer 5] spullen voor hem zou kopen, want anders zou hij ervoor zorgen dat [slachtoffer 5] moeders iets zou overkomen81. [slachtoffer 5] is uit onvrede over het moeten afsluiten van telefoonabonnementen weggelopen, maar door de verdachte gebeld en is vervolgens door de verdachte opgehaald. Op last van de verdachte is [slachtoffer 5] naar een woning in Luik gebracht, waar hij werd opgesloten met [slachtoffer 4] . Daar werden ’s nachts zijn spullen en wat eten en drinken gebracht. Daar zat ook beschimmeld brood bij dat zij van de honger toch opgegeten hebben. Het verblijf heeft tussen de acht en twaalf dagen geduurd, waarna zij door de huisbaas naar buiten zijn gelaten en de trein naar Antwerpen hebben genomen en vervolgens zijn doorgereisd naar Amsterdam.82

[slachtoffer 7]

heeft verklaard dat hij op Aruba benaderd is om te gaan werken in de bouw in Nederland. Hij zou € 2.500,- per maand kunnen verdienen en de werkzaamheden zouden voor een jaar zijn. [slachtoffer 7] wilde ook in Nederland als artiest gaan werken. Hij is in Nederland op 19 december 2009 opgehaald door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en naar een hotel in Waalwijk gebracht. De verdachte was de grote baas. [slachtoffer 7] kreeg elke week € 150,- of € 125,- van hen, maar beschikte ook over eigen geld.83 Zoals eerder vermeld heeft [slachtoffer 7] niet gewerkt en hij heeft bij zijn aangifte verklaard dat hij ongeveer € 9.000,- aan schulden had.84 Daarnaast blijkt uit het eerder genoemde vonnis van de civiele rechter dat hij een contractuele boete van € 19,600,- moet betalen.85

[slachtoffer 7] heeft verder verklaard dat hij vaker in Nederland verbleven had voordat hij in december 2009 naar Nederland is afgereisd. [slachtoffer 7] trad in Nederland op als artiest. De omstandigheden van zijn verblijf heeft [slachtoffer 7] als volgt omschreven.

[slachtoffer 7] heeft een week in Waalwijk doorgebracht en is vandaar vertrokken naar Amsterdam om bij kennissen te verblijven. Zijn medewerking met de verdachte heeft geduurd tot 9 juli 2010. [slachtoffer 7] voelde zich afhankelijk; hij kende de wetten en regels niet in Nederland. [slachtoffer 7] is niet mishandeld of bedreigd, maar er werd door [medeverdachte 1] wel op een indringende manier tegen hem gesproken.86

[slachtoffer 6]

heeft verklaard dat hij naar Nederland is gekomen om te werken voor € 25,- per uur. De reis is voor hem betaald. In eerste instantie was tegen hem gezegd dat hij elke week € 125,- zou krijgen om in Nederland te kunnen rondkomen. Het salaris zou naar Aruba worden overgemaakt. [slachtoffer 6] is op Schiphol op 13 maart 2010 opgehaald door [medeverdachte 1] en een andere man (medeverdachte [medeverdachte 5] ) en naar een woning in Hulst gebracht, die hij samen met anderen heeft schoongemaakt. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] vertelden hem dat zij werkten voor de verdachte. [slachtoffer 6] heeft vier weken in afwachting van werk € 125,- per week gekregen en nog eens € 200,- van de verdachte. [slachtoffer 6] werd naar nog andere verblijfplaatsen gebracht, maar werk kwam er niet. Na vier weken kon hij eruit stappen. [slachtoffer 6] heeft beschreven hoe hij ervan op de hoogte kwam dat Arubanen werden gebruikt om huizen op naam te zetten en is eruit gestapt voordat hijzelf schulden zou krijgen. De verdachte was volgens [slachtoffer 6] de baas.87

4.3.5.2. Wat hebben de aangevers verder nog gedaan voor de verdachte?

Behalve de hiervoor beschreven diensten in de vorm van bankrekeningen openen en huizen op naam zetten of zich daarvoor beschikbaar stellen, hebben aangevers meer diensten verricht voor de verdachte, voornamelijk in de vorm van het afsluiten van telefoonabonnementen. De rechtbank zal het bewijs hierna kort weergeven.

[slachtoffer 1]

heeft zich uitgeschreven op Aruba en zich per 9 april 2009 ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een adres in Waalwijk.88

[slachtoffer 1] heeft naast het openen van bankrekeningen en het afgeven van bankpassen zoals hiervoor is beschreven, zes telefoonabonnementen afgesloten voor de verdachte. Deze abonnementen werden op dezelfde dag afgesloten en de bijbehorende telefoons heeft zij afgegeven. Dit volgt uit haar verklaring en er is bewijs in de vorm van informatie van het BKR.89 Ook heeft zij verklaard laptops voor de verdachte te hebben gekocht die zij aan hem heeft afgegeven.90

[slachtoffer 2]

heeft zich uitgeschreven op Aruba en zich per 16 juli 2010 ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een adres in Venray.91

[slachtoffer 2] heeft naast het openen van bankrekeningen en het afgeven van bankpassen, zoals hiervoor is beschreven, (in elk geval) zeven telefoonabonnementen afgesloten voor de verdachte. De telefoons heeft zij afgegeven aan medeverdachte [medeverdachte 6] . Dit volgt uit haar verklaring en er is bewijs in de vorm van informatie van het BKR.92

[slachtoffer 3]

heeft zich uitgeschreven op Aruba en zich per 16 juli 2010 ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een adres in Venray.93 heeft naast het openen van bankrekeningen en het afgeven van bankpassen, zoals hiervoor is beschreven, in elk geval vier telefoonabonnementen afgesloten voor de verdachte. Dat gebeurde op dezelfde dag. Medeverdachte [medeverdachte 6] ging mee naar de belwinkels. De telefoons heeft zij afgegeven aan medeverdachte [medeverdachte 6] . Dit volgt uit haar verklaring en er is bewijs in de vorm van informatie van het BKR. 94

[slachtoffer 4]

heeft zich uitgeschreven op Aruba en zich per 7 april 2010 ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een adres in Utrecht.95 heeft naast het openen van bankrekeningen en het afgeven van bankpassen, zoals hiervoor is beschreven, vier telefoonabonnementen afgesloten voor de verdachte. Ook heeft zij twee laptops op krediet gekocht. De telefoons en laptops heeft zij niet zelf in handen gehad. Dit volgt uit haar verklaring en er is bewijs in de vorm van informatie van het BKR.96

[slachtoffer 5]

heeft zich uitgeschreven op Aruba en zich per 22 april 2010 ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een adres in Maastricht.97 heeft naast het openen van bankrekeningen en het afgeven van bankpassen, zoals hiervoor is beschreven, vijf telefoonabonnementen afgesloten voor de verdachte. Ook heeft hij bij Dixons twee laptops op krediet gekocht en een Playstation 3 en computerspel. Dat alles onder begeleiding van medeverdachte [medeverdachte 1] . De goederen heeft hij niet zelf in handen gehad. Dit volgt uit zijn verklaring en er is bewijs in de vorm van informatie van het BKR en de verklaring van de getuige [getuige 1] van Dixons.98

[slachtoffer 7]

heeft zich uitgeschreven op Aruba en zich per 6 januari 2010 ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een adres in Breda.99

[slachtoffer 6]

heeft zich uitgeschreven op Aruba en zich per 8 april 2010 ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een adres in Waalwijk.100

4.3.6.

Rol van de medeverdachten

In het hiervoor weergegeven bewijs is al aangeduid dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] werkzaamheden voor de verdachte uitvoerden. Zij hebben aangevers van Schiphol gehaald, gehuisvest en geld gegeven. [medeverdachte 1] is degene die hen vergezelde bij inschrijvingen, huizen kijken en bij het sluiten van telefoonabonnementen en de aankoop van goederen.

[medeverdachte 1] hield toezicht en werd verder aangeduid als de rechterhand van de verdachte en als degene die altijd met de verdachte samen was.101

Ook [medeverdachte 3] gold volgens [slachtoffer 1] als vast aanspreekpunt. Daarnaast was [medeverdachte 3] ook betrokken bij het regelen van woningen en bezichtigingen in opdracht van de verdachte.102

[medeverdachte 3] printte salarisstrookjes voor de verdachte om mee te nemen naar makelaars, terwijl hij wist dat deze vals waren, omdat de op de strookjes vermelde personen niet werkten bij het vermelde bedrijf.103 [medeverdachte 3] wist dus goed wat de Arubanen te wachten stond, te meer omdat hijzelf ook als katvanger fungeerde voor de verdachte ten behoeve van de hennepteelt, zoals hiervoor bij paragraaf 4.3.3. is weergegeven.

De overige medeverdachten die hiervoor zijn genoemd, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] zal de rechtbank niet als medeplegers aanmerken. Hun bijdrage aan de activiteiten van de verdachte vindt de rechtbank van onvoldoende gewicht. Zij hebben weliswaar een rol gehad in de uitvoering van de mensenhandel ten aanzien van voornoemde slachtoffers, maar die rol was beperkt en/of niet structureel. Ook is niet gebleken dat zij zelf in financieel opzicht ofwel op enigerlei andere wijze hebben geprofiteerd van de handelingen die zij – in opdracht van verdachte – hebben verricht. Naar het oordeel van de rechtbank is van een nauwe en bewuste samenwerking dan ook geen sprake.

4.3.7.

Slotbeschouwingen

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel. Dat geldt ook ten aanzien van aangevers [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] . De officier van justitie is van mening dat bij [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] alleen van oplichting kan worden gesproken, maar de rechtbank vindt de gang van zaken bij deze aangevers dusdanig passen binnen de modus operandi van de verdachte dat ook zij als slachtoffers van mensenhandel moeten worden aangemerkt. Ten aanzien van [slachtoffer 6] is er alleen sprake van het dwangmiddel misleiding, omdat niet gezegd kan worden dat de verdachte hem in een kwetsbare positie heeft gebracht.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 primair

meermalen, in of omstreeks de periode van 1 november 2008 tot en met 16 juli 2010 in Nederland en/of in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 1] , door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten die [slachtoffer 1] (telkens) bewogen tot

- het verrichten van diensten, te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachten afsluiten van telefoonabonnementen en

- de afgifte van de mobiele telefoons en simkaarten en

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van bankrekeningen op haar naam en

- de afgifte van de bankpassen en

- de afgifte van laptops

bestaande die misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededaders

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat zij ( [slachtoffer 1] ) in Nederland en/of België veel geld kon verdienen

- voor die [slachtoffer 1] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en betaald en (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 1] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 1] de weg in Nederland en/of België niet kent en/of

- die [slachtoffer 1] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 1] in meerdere panden heeft/hebben gehuisvest en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 1] ;

Feit 2 primair

meermalen, in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 26 oktober 2010 in Nederland en/of in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 2] , door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten die [slachtoffer 2] (telkens) bewogen tot

- het verrichten van diensten, te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachten afsluiten van telefoonabonnementen en

- de afgifte van de mobiele telefoons en simkaarten en

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van bankrekeningen op haar naam en

- de afgifte van de bankpassen

bestaande dat misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachten

- voor die [slachtoffer 2] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 2] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 2] de Nederlandse de weg in Nederland en/of België niet kent en/of

- die [slachtoffer 2] in meerdere panden heeft/hebben gehuisvest

- heeft/hebben zorggedragen voor toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 2] ;

Feit 3 primair

meermalen in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 23 januari 2011 in Nederland en/of in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 3] , door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer 3] (telkens) bewogen tot

- het verrichten van diensten, te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachten afsluiten van telefoonabonnementen en

- de afgifte van de mobiele telefoons en simkaarten en

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van bankrekeningen op haar naam en

- de afgifte van de bankpassen

bestaande die misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachten

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat zij ( [slachtoffer 3] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- voor die [slachtoffer 3] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 3] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 3] de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en de weg in Nederland en/of België niet kent en/of

- die [slachtoffer 3] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 3] in meerdere panden heeft/hebben gehuisvest en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 3] ;

Feit 4 primair

meermalen, in of omstreeks de periode van 18 maart 2010 tot en met 12 juli 2010 in Nederland en/of in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 4] , door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten die [slachtoffer 4] (telkens) bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachten afsluiten van telefoonabonnementen en

- de afgifte van de mobiele telefoons en simkaarten en

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van bankrekeningen op haar naam en

- de afgifte van de bankpassen en

- de afgifte van laptops

bestaande die misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachten

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd dat zij ( [slachtoffer 4] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- voor die [slachtoffer 4] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 4] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 4] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 4] de weg in Nederland en/of België niet kent en/of

- die [slachtoffer 4] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 4] in meerdere panden heeft/hebben gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 4] heeft/hebben opgesloten in een woning in Luik;

Feit 5 primair

in of omstreeks de periode van 11 maart 2010 tot en met 24 augustus 2010 in Nederland en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 6] , door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten die [slachtoffer 6] bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland,

bestaande die misleiding eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat hij ( [slachtoffer 6] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- die [slachtoffer 6] de opdracht heeft/hebben gegeven om zich te laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van Aruba en/of

- voor die [slachtoffer 6] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 6] heeft/hebben laten reizen naar Nederland;

Feit 7 primair

meermalen, in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 12 juli 2010 in Nederland en/of in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 5] , door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten die [slachtoffer 5] (telkens) bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachten afsluiten van telefoonabonnementen en

- de afgifte van de mobiele telefoons en simkaarten en

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van bankrekeningen op zijn naam en

- de afgifte van de bankpassen en

- de afgifte van twee laptops en een playstation 3 en een playstation 3 spel en een computerspel

bestaande die misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachten

- tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat hij ( [slachtoffer 5] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- die [slachtoffer 5] de opdracht heeft/hebben gegeven om zich te laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van Aruba en/of

- voor die [slachtoffer 5] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 5] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 5] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 5] de weg in Nederland en/of België niet kent en/of

- die [slachtoffer 5] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 5] in meerdere panden heeft/hebben gehuisvest en/of

- tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat hij [slachtoffer 5] die spullen moest kopen want anders zou/zouden verdachte en/of zijn medeverdachte(n) ervoor zorgen dat zijn moeder wat zou overkomen, althans voorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 5] heeft/hebben opgesloten in een woning in Luik;

Feit 8 primair

meermalen in of omstreeks de periode van 18 december 2009 tot en met 10 december 2010 in Nederland en/of in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 7] , door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten die [slachtoffer 7] (telkens) bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van bankrekeningen op zijn naam en

- de afgifte van de bankpassen en een creditcard

bestaande die misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachten

- tegen die [slachtoffer 7] heeft/hebben gezegd dat hij ( [slachtoffer 7] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- voor die [slachtoffer 7] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 7] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 7] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 7] de weg in Nederland en/of België niet kent en/of

- die [slachtoffer 7] wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 7] in een pand heeft/hebben gehuisvest.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 primair

medeplegen van mensenhandel

Feit 2 primair

medeplegen van mensenhandel

Feit 3 primair

medeplegen van mensenhandel

Feit 4 primair

medeplegen van mensenhandel

Feit 5 primair

medeplegen van mensenhandel

Feit 7 primair

medeplegen van mensenhandel

Feit 8 primair

medeplegen van mensenhandel

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7

8 De straf en/of de maatregel

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de schending van de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond, indien de rechtbank zijn bewijsverweren niet volgt. Daarnaast moet rekening gehouden worden met artikel 63 Sr. De op te leggen straf moet op grond hiervan worden gematigd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarbij zij vermeld dat de rechtbank uitgaat van het strafmaximum voor mensenhandel, zoals dat gold ten tijde van het bewezenverklaarde.

De verdachte heeft zich op een nietsontziende, doortrapte manier schuldig gemaakt aan een vorm van mensenhandel. De verdachte heeft de slachtoffers gebruikt als katvanger. Hij heeft hun gouden bergen beloofd, gehuisvest en leefgeld betaald, niet uit menslievendheid, maar om hen te kunnen uitbuiten. Vervolgens zijn zij in grote ellende beland en aan hun lot overgelaten.

Uit de vorderingen tot schadevergoeding kan worden opgemaakt dat zij tot op de dag van vandaag nog de gevolgen ondervinden van het handelen van de verdachte, juridisch, financieel en ook geestelijk. De slachtoffers zijn onder meer BKR-geregistreerd en veroordeeld door de civiele rechter. Zij kampen met psychische schade of in elk geval langdurig met gevoelens van angst en onmacht. Dat een enkeling onder hen de dans (grotendeels) is ontsprongen, is niet de verdienste van de verdachte. Uit zijn modus operandi blijkt dat hij er volstrekt geen problemen mee heeft iemand uiteindelijk op te zadelen met meerdere panden, onbetaalde hypotheken, telefoonabonnementen en schulden voor aangekochte goederen. Ook wanneer zijn katvangers in verband gebracht worden met hennepplantages of wanneer zij verkeersboetes moeten betalen voor overtredingen die de verdachte heeft begaan, laat hem dat volkomen koud.

Mensenhandel is een ernstig delict. De praktijken van de verdachte hebben zich afgespeeld over een lange periode en hij heeft veel slachtoffers gemaakt. Mensenhandel tast de slachtoffers aan in hun menselijke waardigheid, terwijl de verdachte alleen uit was op geld. Dat contrast is in deze zaak erg groot.

Daar komt nog bij dat de omvang van de praktijken groter is geweest en niet strikt beperkt is geweest tot de slachtoffers die in de tenlastelegging zijn genoemd. Er is verder ook nog een fraudeaspect aan deze zaak. Om zijn doel te bereiken gebruikte verdachte valse werkgeversverklaringen en salarisspecificaties. En -hoewel deze feiten buiten beschouwing zijn gelaten- zijn er ook aanwijzingen uit het dossier te halen dat er sprake is geweest van hypotheekfraude. Dat draagt voor de rechtbank allemaal bij aan de beoordeling van de ernst van de feiten. Tot slot constateert de rechtbank dat de verdachte een structurele bijdrage leverde aan ondermijnende criminaliteit in Nederland: de hennepteelt.

Er zijn dus meer strafverzwarende factoren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een straf die een vrijheidsbeneming meebrengt voor lange duur.

Er is niets dat de rechtbank, los van de wettelijke verplichtingen van artikel 57 en 63 Sr. en de overschrijding van de redelijke termijn, in het voordeel van verdachte kan meewegen.

Dat alles betekent dat de rechtbank een zwaardere straf gepast en geboden acht dan de officier van justitie voor ogen heeft gestaan bij het formuleren van haar eis. De rechtbank acht als vertrekpunt voor de straftoemeting een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 jaren gepast.

Rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van een strafzaak in eerste aanleg, acht de rechtbank een korting van 10 procent op de straf gepast, overeenkomstig de jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt. Aan de verdachte zal dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 jaren en 2 maanden worden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis en overleveringsdetentie heeft doorgebracht.

9 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

9.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7] vorderen schadevergoedingen ter zake van de feiten die betrekking hebben op mensenhandel feiten 1 tot en met 4, feiten 7 en 8).

  • -

    [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 10.101,11, waarvan € 7.500,- voor geleden immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente;

  • -

    [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 856,08 voor geleden materiele schade;

  • -

    [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 50.962,51, waarvan € 15.000,- voor geleden immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast vordert deze benadeelde partij een contactverbod ten aanzien van de verdachte;

  • -

    [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 5.999,89, waarvan € 5.000,- voor geleden immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente;

  • -

    [slachtoffer 5] vordert een schadevergoeding van € 2.000 voor geleden immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente;

  • -

    [slachtoffer 7] vordert een schadevergoeding van € 21.668,31 voor geleden materiele schade met daarnaast een door de rechtbank te bepalen bedrag voor geleden immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente.

De benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] vorderen schadevergoedingen ter zake van hypotheekfraude (feiten 6, 9 en 10).

9.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vorderingen van de financiële instellingen om verschillende redenen niet ontvankelijk. De vorderingen van de slachtoffers van mensenhandel acht zij gedeeltelijk toewijsbaar als volgt:

  • -

    De vordering van [slachtoffer 1] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 7.608,11, waarvan € 5.000,- voor geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd aan de verdachte;

  • -

    De vordering van [slachtoffer 2] moet worden afgewezen omdat de gevorderde schade geen rechtstreeks verband houdt met het strafbare feit, zoals de officier van justitie dat bewezen acht;

  • -

    De vordering van [slachtoffer 3] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 10.943,51 waarvan € 2.000,- voor geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd aan de verdachte. De vordering tot het opleggen van een contactverbod moet worden afgewezen;

  • -

    De vordering van [slachtoffer 4] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.250,- voor geleden immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd aan de verdachte;

  • -

    De vordering van [slachtoffer 5] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,- voor geleden immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd aan de verdachte;

  • -

    De vordering van [slachtoffer 7] dient te worden afgewezen omdat deze niet aan de formele vereisten voldoet.

9.4

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vorderingen gemotiveerd betwist.

9.5

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op haar oordeel dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging voor de feiten 6, 9 en 10, komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van genoemde benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] Deze partijen zal zij daarom niet ontvankelijk verklaren.

Ten aanzien van de overige benadeelde partijen overweegt de rechtbank als volgt.

[slachtoffer 1]

De vordering van [slachtoffer 1] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 6.358,11, waarvan € 3.750,- voor geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd aan de verdachte.

De materiele schade die de benadeelde partij vordert vanwege het doorlopend krediet dat zij voor de verdachte heeft afgesloten, acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde en is genoegzaam onderbouwd. De verdachte is voor deze schade (hoofdelijk) aansprakelijk.

De rechtbank acht de verdachte ook (hoofdelijk) aansprakelijk voor geleden immateriële schade. Deze schade is door de benadeelde partij onderbouwd met een brief van haar behandelaars bij PsyQ, die onder meer beschrijven dat zij lijdt aan een posttraumatische stress-stoornis als gevolg van het handelen van de verdachte. Omdat er ook sprake is van andere oorzaken van haar psychisch letsel, zal de rechtbank de schadevergoeding die de verdachte moet betalen in redelijkheid en billijkheid vaststellen op een bedrag van € 3.750,- en voor het overige afwijzen.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] zal de rechtbank niet ontvankelijk in haar vordering verklaren, omdat de gevorderde schade geen rechtstreeks verband houdt met het bewezenverklaarde.

[slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] zal de rechtbank niet ontvankelijk in haar vordering verklaren.

De rechtbank kan geen rechtstreekse relatie kan leggen tussen de gevorderde materiele schade en het bewezenverklaarde. De benadeelde partij vordert een schadevergoeding wegens de ontbinding van een huurovereenkomst ten aanzien van een woning in Hilversum. Er is in het dossier echter geen bewijs terug te vinden waaruit blijkt dat de verdachte deze woning op haar naam heeft gezet. Het enkele gegeven dat dit op zichzelf goed zou kunnen passen binnen de modus operandi van de verdachte is onvoldoende om de vordering toe te wijzen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat zij deze schade onvoldoende onderbouwd acht. De rechtbank overweegt hierbij dat in gevallen waarbij geen sprake is van fysiek letsel, slechts in een beperkt aantal gevallen immateriële schade kan worden toegekend. Deze gevallen zijn limitatief in de wet opgesomd (artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek).

Uit de onderbouwing van de schade blijkt niet van enig fysiek letsel. De rechtbank acht ook niet bewezen dat de verdachte de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij heeft geschonden door middel van gedwongen seks. Wél blijkt dat de benadeelde partij onder andere gevoelens van angst heeft ervaren.

Een financiële genoegdoening voor deze gevoelens is alleen mogelijk als sprake is van dusdanig geestelijk letsel dat dit kan worden aangemerkt als een aantasting van de persoon (op andere wijze dan door lichamelijk letsel of het schaden van de eer en goede naam). Dat letsel moet dan een voldoende ernstig karakter hebben; gevoelens van angst, schrik, onzekerheid en nervositeit vallen niet onder het bereik van het wetsartikel.

De benadeelde partij heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij voor haar klachten door bijvoorbeeld een psycholoog of psychiater is behandeld, op basis waarvan ernstigere psychische schade kan worden aangenomen.

De rechtbank ziet tot slot geen reden een contactverbod aan de verdachte op te leggen.

[slachtoffer 4]

De vordering van [slachtoffer 4] dient hoofdelijk te worden toegewezen tot een bedrag van € 2.249,89, waarvan € 1.250,- voor geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd aan de verdachte.

De materiele schade die de benadeelde partij vordert vanwege de boetes die aan haar zijn opgelegd voor overtredingen gepleegd met de auto die de verdachte op haar naam heeft gezet, acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde en is genoegzaam onderbouwd. De verdachte is voor deze schade (hoofdelijk) aansprakelijk.

De rechtbank acht de verdachte ook (hoofdelijk) aansprakelijk voor geleden immateriële schade. Deze schade is door de benadeelde partij onderbouwd met een brief van haar behandelaars bij Molemann Mental Health, waarin beschreven wordt dat zij lijdt aan een posttraumatische stress-stoornis als gevolg van het handelen van de verdachte(n).

De rechtbank zal de schadevergoeding die de verdachte moet betalen in redelijkheid en billijkheid vaststellen op het oorspronkelijk gevorderde bedrag van € 1.250,- en het meergevorderde afwijzen.

[slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] zal de rechtbank niet ontvankelijk in zijn vordering verklaren, op dezelfde gronden als hiervoor bij de benadeelde partij [slachtoffer 3] vermeld.

[slachtoffer 7]

De benadeelde partij [slachtoffer 7] zal de rechtbank niet ontvankelijk in zijn vordering verklaren, omdat deze vordering niet aan de formele wettelijke vereisten voldoet. De vordering is namelijk per e-mail ingezonden aan het Algemeen Parket van het openbaar ministerie, terwijl de wet in artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering is voorgeschreven dat gebruik wordt gemaakt van een vast formulier. Daarop geldt een uitzondering, genoemd in het derde lid van dit artikel: de mondelinge of schriftelijke voeging ter terechtzitting. Van die laatste mogelijkheid heeft de benadeelde partij echter geen gebruikt gemaakt.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 63 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11

12 De beslissing

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

- verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van de feiten 6, 9, 10 en 11;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten tot een gevangenisstraf van 7 jaren en 2 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest en in overleveringsdetentie is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij(en) en schadevergoedingsmaatregel(en)

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten aanzien van feit 1 toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen € 6.358,11, waarvan € 3.750,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2010 tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering voor het overige af;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van € 6.358,11, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 66 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2010 tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ten aanzien van feit 4 toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] te betalen € 2.249,89, waarvan € 1.250,- voor geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2010 tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige af;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van € 2.249,89, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 32 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2010 tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging gemaakt, tot heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging gemaakt, tot heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 3] in de kosten door de verdachte ter verdediging gemaakt, tot heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 4] in de kosten door de verdachte ter verdediging gemaakt, tot heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging gemaakt, tot heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 3] in de kosten door de verdachte ter verdediging gemaakt, tot heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 5] in de kosten door de verdachte ter verdediging gemaakt, tot heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 7] in de kosten door de verdachte ter verdediging gemaakt, tot heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. M.M. Beije, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen en mr. M. Romme, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 februari 2017.

Buiten staat

Mr. P.H.M. Kuster is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging - ten laste gelegd dat

Feit 1

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 november 2008 tot en met 16 juli 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Waalwijk en/of de gemeente Tilburg, in elk geval in Nederland en/of te Maaseik en/of te Heusden-Zolder en/of te Brussel en/of te Antwerpen in elk geval in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] , door dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een

kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 1] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer 1] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon('s) en/of simkaart(en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van (een) bankrekening(en) op haar naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) en/of

- de afgifte van (een) laptop(s)

bestaande die dwang en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of door misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat zij ( [slachtoffer 1] ) in Nederland en/of België (veel) geld kon verdienen (wetende dat die [slachtoffer 1] geen werk had op Aruba) en/of

- die [slachtoffer 1] de opdracht heeft/hebben gegeven om zich te laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van Aruba en/of

- voor die [slachtoffer 1] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 1] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en/of de weg in Nederland en/of België niet weet/kent en/of

- die [slachtoffer 1] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 1] in een (of meerdere) pand(en) heeft/hebben gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 1] in een door de verdachte en/of zijn medeverdachte(n) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vervoerd naar de bank(en) en/of telefoonwinkel(s) en/of gemeente-instelling en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 1] en/of

-tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd en/of aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd één of meerdere telefoonabonnementen af te sluiten en/of (vervolgens) de daarbij behorende telefoon(s) aan hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te geven en/of

- in het bijzijn van die [slachtoffer 1] andere (nog onbekende) personen (anders dan die [slachtoffer 1] ) heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een wapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of laten zien;

althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal in of omstreeks de periode van 1 november 2008 tot en met 16 juli 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Waalwijk en/of de gemeente Tilburg, in elk geval in Nederland en/of te Maaseik en/of te Heusden-Zolder en/of te Brussel en/of te Antwerpen, in elk geval in België en/of te Aruba (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon('s) en/of simkaart(en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten (het) openen van (een) bankrekening(en) op haar naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) en/of

- de afgifte van (een) laptop(s), in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 1] verteld dat zij ( [slachtoffer 1] ) in Nederland in 6 maanden 35.000,= euro op legale wijze kon verdienen door het openen van bankrekeningen en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie, waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld;

Feit 2

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 26 oktober 2010 te de Lier (in de gemeente Westland) en/of de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Schiedam en/of de gemeente Venray en/of de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen ,in elk geval in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] , door dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 2] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer 2] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon('s) en/of simkaart(en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van (een) bankrekening(en) op haar naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) bestaande die dwang en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of door misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat zij ( [slachtoffer 2] ) meeging naar Nederland als bruidsmeisje van [slachtoffer 3] en/of het treffen van voorbereidingen van het huwelijk van [slachtoffer 3] in Nederland en/of

- die [slachtoffer 2] de opdracht heeft/hebben gegeven om zich te laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van Aruba en/of

- voor die [slachtoffer 2] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 2] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en/of de weg in Nederland en/of België niet weet/kent en/of

- die [slachtoffer 2] in een (of meerdere) pand(en) heeft/hebben gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 2] in een door de verdachte en/of zijn medeverdachte(n) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben vervoerd naar de bank(en) en/of telefoonwinkel(s) en/of gemeente-instelling en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 2] en/of

-tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd en/of aan die [slachtoffer 2] heeft/hebben gevraagd één of meerdere telefoonabonnementen af te sluiten en/of (vervolgens) de daarbij behorende telefoon(s) aan hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te geven en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat ze ( [slachtoffer 2] ) een kind heeft en toch niet wilde dat er iets mee zou gebeuren en/of dat zij ( [slachtoffer 2] ) beter met hun (verdachte en/of zijn medeverdachte(n)) kon meegaan, omdat anders haar kind de consequenties "zou betalen" en/of zeggende "je weet toch wat er met pitbull (bijnaam man gevonden in grot Aruba) is gebeurd" en/of dat zij ( [slachtoffer 2] ) geen rare dingen moest doen omdat ze (verdachte en/of zijn medeverdachte(n)) een kopie van haar paspoort had(den) en dat zij (verdachte en/of haar medeverdachte(n)) daar veel dingen mee konden doen, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 2] hardhandig heeft/hebben vastgepakt en/of geknepen;

althans indien terzake het vorenstaande onder 2 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 26 oktober 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of te de Lier (in de gemeente Westland) en/of de gemeente Schiedam en/of de gemeente Venray en/of de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België en/of te Aruba (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon('s) en/of simkaart(en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten (het) openen van (een) bankrekening(en) op haar naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 2] verteld dat zij ( [slachtoffer 2] ) meeging naar Nederland als bruidsmeisje van [slachtoffer 3] en/of het treffen van voorbereidingen van het huwelijk van [slachtoffer 3] in Nederland, waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld;

Feit 3

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 23 januari 2011 in de gemeente Haarlemmermeer en/of te de Lier (in de gemeente Westland) en/of in de gemeente Venray en/of de gemeente Utrecht en/of de gemeente Schiedam en/of gemeente Amersfoort, in elk geval in Nederland en/of te Maaseik en/of te Brussel en/of te Antwerpen en/of te Gent en/of te Kasterlee en/of te Berghem en/of te Genk, in elk geval in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 3] , door dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 3] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer 3] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon('s) en/of simkaart(en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van (een) bankrekening(en) op haar naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) bestaande die dwang en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of door misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat zij ( [slachtoffer 3] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- die [slachtoffer 3] de opdracht heeft/hebben gegeven om zich te laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van Aruba en/of

- voor die [slachtoffer 3] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 3] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 3] de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en/of de weg in Nederland en/of België niet weet/kent en/of

- die [slachtoffer 3] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 3] in een (of meerdere) pand(en) heeft/hebben gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 3] in een door de verdachte en/of zijn medeverdachte(n) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben vervoerd naar de bank(en) en/of telefoonwinkel(s) en/of gemeente-instelling en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 3] en/of

-tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd en/of aan die [slachtoffer 3] heeft/hebben gevraagd één of meerdere telefoonabonnementen af te sluiten en/of (vervolgens) de daarbij behorende telefoon(s) aan hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te geven en/of

- die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal heeft/hebben geslagen en/of geknepen

en/of gebeten en/of in het bijzijn van die [slachtoffer 3] andere personen (anders dan die [slachtoffer 3] ) heeft/hebben geslagen en/of

- tegen de wil van die [slachtoffer 3] (meermalen) seks met haar heeft/hebben gehad;

althans indien terzake het vorenstaande onder 3 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 23 januari 2011 in de gemeente Haarlemmermeer en/of te de Lier (in de gemeente Westland) en/of in de gemeente Venray en/of de gemeente Utrecht en/of de gemeente Schiedam en/of gemeente Amersfoort, in elk geval in Nederland en/of te Maaseik en/of te Brussel en/of te Antwerpen en/of te Gent en/of te Kasterlee en/of te Berghem en/of te Genk, in elk geval in België en/of te Aruba, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon('s) en/of simkaart(en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten (het) openen van (een) bankrekening(en) haar naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 3] verteld dat zij ( [slachtoffer 3] ) in Nederland voor 8 tot 10 maanden in de bouw kon werken en/of (vervolgens) dat het openen van bankrekeningen en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie nodig was/waren om te kunnen gaan werken, waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld;

Feit 4

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 18 maart 2010 tot en met 12 juli 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Utrecht en/of de gemeente Nijmegen en/of de gemeente Zwijndrecht en/of de gemeente Hilversum en/of de gemeente Soest, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen en/of te Deurne (B) en/of te Luik, in elk geval in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 4] , door dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 4] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer 4] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon('s) en/of simkaart(en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van (een) bankrekening(en) op haar naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) en/of

- de afgifte van (een) laptop(s)

bestaande die dwang en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of door misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd dat zij ( [slachtoffer 4] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- die [slachtoffer 4] de opdracht heeft/hebben gegeven om zich te laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van Aruba en/of

- voor die [slachtoffer 4] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 4] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 4] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 4] de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en/of de weg in Nederland en/of België niet weet/kent en/of

- die [slachtoffer 4] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 4] en een (of meerdere) pand(en) heeft/hebben gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 4] in een door de verdachte en/of zijn medeverdacht(en) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 4] heeft/hebben vervoerd naar de bank(en) en/of telefoonwinkel(s) en/of gemeente-instelling en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 4] en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd en/of aan die [slachtoffer 4] heeft/hebben gevraagd één of meerdere telefoonabonnementen af te sluiten en/of (vervolgens) de daarbij behorende telefoon(s) aan hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te geven en/of

- die [slachtoffer 4] heeft/hebben gedreigd, dat als zij, [slachtoffer 4] , niet zou doen wat zij, verdachte en/of zijn mededader(s) zei(den), dat er iets met haar ( [slachtoffer 4] ) kinderen zou gebeuren, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een wapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of laten zien en/of

- die [slachtoffer 4] (hardhandig) heeft/hebben vastgepakt en/of geknepen en/of

- die [slachtoffer 4] heeft/hebben opgesloten in een woning in Luik;

althans, indien terzake het vorenstaande onder 4 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 18 maart 2010 tot en met 12 juli 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Utrecht en/of de gemeente Nijmegen en/of de gemeente Zwijndrecht en/of de gemeente Hilversum en/of de gemeente Soest, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen en/of de Deurne (B) en/of te Luik, in elk geval in België en/of te Aruba,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon(‘s) en/of simkaart)en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten (het) openen van (een) bankrekening(en) op haar naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) en/of laptop(s), in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 4] verteld dat zij ( [slachtoffer 4] ) in Nederland voor 8 tot 10 maanden in de bouw kon werken en/of (vervolgens) dat het openen van bankrekeningen en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie nodig was/waren om te kunnen gaan werken, waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld;

Feit 5

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 11 maart 2010 tot en met 24 augustus 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Waalwijk en/of de gemeente Hulst, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 6] , door dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 6] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer 6] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland,

bestaande die dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat hij ( [slachtoffer 6] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- die [slachtoffer 6] de opdracht heeft/hebben gegeven om zich te laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van Aruba en/of

- voor die [slachtoffer 6] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 6] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 6] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 6] de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en/of de weg in Nederland en/of België niet weet/kent en/of

- die [slachtoffer 6] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 6] in een (of meerdere) pand(en) heeft/hebben gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 6] in een door de verdachte en/of zijn medeverdachte(n) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 6] heeft/hebben vervoerd naar de gemeente-instelling en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 6] en/of

- in het bijzijn van die [slachtoffer 6] andere (nog onbekende) personen (anders dan die [slachtoffer 6] ) heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 6] een vuurwapen, althans een op een wapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond en/of laten zien;

althans, indien terzake van het vorenstaande onder 5 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 11 maart 2010 tot en met 24 augustus 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Waalwijk en/of de gemeente Hulst, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen in elk geval in België en/of te Aruba, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 6] verteld dat hij ( [slachtoffer 6] ) in Nederland voor 8 tot 10 maanden in de bouw kon werken en/of (vervolgens) het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie nodig was/waren om te kunnen gaan werken, waardoor die [slachtoffer 6] werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven dienst;

Feit 6

hij in of omstreeks 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 in de gemeente Venray en/of de gemeente Helmond en/of de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de maand november 2008 (een of meer medewerker(s) ) van ABN/AMRO en/of [benadeelde 5] en /of Nationale Nederlanden heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening van euro 244.000 (met als onderpand, de [adres 14] te Helmond), inclusief een bouwdepot, in elk geval een geldbedrag en/of

- op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de maand december 2008 (een of meer medewerker(s) ) van [benadeelde 3] en/of [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening van euro 252.000 (met als onderpand, de [adres 12] te Venray) inclusief een bouwdepot, in elk geval een geldbedrag en/of

- op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de maand december 2008 (een of meer medewerker(s) ) van ABN/AMRO en/of [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening van euro 248.000 (met als onderpand, de [adres 15] te Venlo) inclusief een bouwdepot, in elk geval een geldbedrag en/of

in ieder geval, [benadeelde 3] en/of [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] en/of een of meer andere banken, heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hypothecaire geldlening(en) van diverse geldbedragen (inclusief bouwdepot(s) ), althans een of meer geldbedrag(en), hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) toe aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening(en), een of meer valse en/of vervalste werkgeversverklaring(en) en/of een of meer valse en/of vervalste salarisspecificatie(s) en/of een of meer valse en/of vervalste verbouwingsbon(nen)/factu(u)r(en) en/of valse kredietgegevens versterkt (al dan niet via tussenpersoon), waaruit zou moeten blijken dat ene [slachtoffer 14] (als genoemde hypotheekaanvrager) een dienstverband had bij [bedrijf 1] en/of een bepaald salaris ontving bij zijn werkgever en/of verbouwingen verrichtte aan de aangekochte panden en/of de betreffende woningen zelf zou gaan bewonen en/of hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) niet aangegeven dat die [slachtoffer 14] andere hypothe(e)k(en) op zijn naam had staan, zulks terwijl die [slachtoffer 14] geen dienstverband had bij [bedrijf 1] en/of wel (een) andere hypothe(e)k(en) op zijn naam had waardoor die bankinstelling(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

althans, indien terzake het vorenstaande onder 6 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 in de gemeente Venray en/of de gemeente Helmond en/of de gemeente Venlo, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer salarisspecificatie(s) en/of een werkgeversverklaring van [bedrijf 1] - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) valselijk voornoemde salarisspecificatie(s) en/of werkgeversverklaring voorzien van gegevens dat ene [slachtoffer 14] als werknemer heeft gewerkt bij [bedrijf 1] , zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

althans, indien terzake het vorenstaande onder 6 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 in de gemeente Venray en/of de gemeente Helmond en/of de gemeente Venlo, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben afgeleverd en/of voorhanden gehad (een) vals(e) of vervalst(e) salarisspecificatie(s) ten name van [slachtoffer 14] en/of werkgeversverklaring van [bedrijf 1] ten name van [slachtoffer 14] - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware(n) het/zij (telkens) echt en onvervalst, immers heeft voornoemde [slachtoffer 14] nooit gewerkt bij [bedrijf 1] ;

Feit 7

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 12 juli 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Tilburg en/of de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen en/of te Deurne (B) en/of te Koersel en/of te Luik, in elk geval in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 5] , door dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 5] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer 5] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon(‘s) en/of simkaart(en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van (een) bankrekening(en) op zijn naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) en/of

- de afgifte van (twee) laptop(s) en/of een playstation 3 en/of een playstation 3 spel en/of een computerspel

bestaande die dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of door misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat hij ( [slachtoffer 5] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- die [slachtoffer 5] de opdracht heeft/hebben gegeven om zich te laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van Aruba en/of

- voor die [slachtoffer 5] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 5] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 5] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 5] de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en/of de weg in Nederland en/of België niet weet/kent en/of

- die [slachtoffer 5] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 5] in een (of meerdere) pand(en) heeft/hebben gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 5] in een door de verdachte en/of zijn medeverdachte(n) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 5] heeft/hebben vervoerd naar de bank(en) en/of telefoonwinkel(s) en/of gemeente-instelling en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 5] en/of

- tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd en/of aan die [slachtoffer 5] heeft/hebben gevraagd één of meer telefoonabonnementen af te sluiten en/of (vervolgens) de daarbij behorende telefoon(s) aan hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te geven en/of

- tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat hij [slachtoffer 5] die spullen moest kopen want anders zou/zouden verdachte en/of zijn medeverdachte(n) ervoor zorgen dat zijn moeder wat zou overkomen, althans voorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 5] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of laten zien en/of

- die [slachtoffer 5] heeft/hebben opgesloten in een woning in Luik;

althans, indien terzake het vorenstaande onder 7 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 12 juli 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Tilburg en/of de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen en/of te Deurne (B) en/of te Koersel en/of te Luik, in elk geval in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] (telkens) heeft bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afsluiten van (een) telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een/de mobiele telefoon(‘s) en/of simkaart(en) en/of

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van (een) bankrekening(en) op zijn naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) en/of

- de afgifte van (twee) laptop(s) en/of een playstation 3 en/of een playstation 3 spel en/of een computerspel,

in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of lisstigliljk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 5] verteld dat hij ( [slachtoffer 5] ) in Nederland voor 8 tot 10 maanden in de bouw kon werken en/of (vervolgens) dat het openen van bankrekeningen en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie nodig was/waren om te kunnen gaan werken, waardoor die [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld;

Feit 8

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 18 december 2009 tot en met 10 december 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Waalwijk en/of de gemeente Breda, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 7] , door dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 7] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer 7] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van (een) bankrekening(en) op zijn naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) en/of een/de creditcard(s)

bestaande die dwang en/of één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer feitelijkhe(i)d(en) en/of afpersing en/of door misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- tegen die [slachtoffer 7] heeft/hebben gezegd dat hij ( [slachtoffer 7] ) in Nederland en/of België in de bouw kon werken en/of (veel) geld kon verdienen en/of

- die [slachtoffer 7] de opdracht heeft/hebben gegeven om zich te laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van Aruba en/of

- voor die [slachtoffer 7] de vliegreis van Aruba naar Nederland heeft/hebben geregeld en/of betaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 7] heeft/hebben laten reizen naar Nederland en/of

- die [slachtoffer 7] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht, daar die [slachtoffer 7] de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en/of de weg in Nederland en/of België niet weet/kent en/of

- die [slachtoffer 7] in het begin (van de periode in Nederland) wekelijks een geldbedrag heeft/hebben gegeven en/of

- die [slachtoffer 7] in een (of meerdere) pand(en) heeft/hebben gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 7] in een door de verdachte en/of zijn medeverdachte(n) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 7] heeft/hebben vervoerd naar de gemeente-instelling en/of

- heeft hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de te verrichten diensten van die [slachtoffer 7] ;

althans, indien terzake het vorenstaande onder 8 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 18 december 2009 tot en met 10 december 2010 in de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Waalwijk en/of de gemeente Breda, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België en/of te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] heeft bewogen tot

- het verrichten van (een) dienst(en), te weten het uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie op Aruba en/of het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en/of

- het verrichten van een dienst, te weten het openen van (een) bankrekening(en) op zijn naam en/of

- de afgifte van een/de bankpas(sen) en/of een/de creditcard(s)

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 7] verteld dat hij ( [slachtoffer 7] ) in Nederland voor 8 tot 10 maanden in de bouw kon werken en/of (vervolgens) het inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie nodig was/waren om te kunnen gaan werken, waardoor die [slachtoffer 7] werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven dienst;

Feit 9

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 19 augustus 2008 in de gemeente Venray en/of de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- op een of meer tijdsstip(pen) in of omstreeks de maand juli 2008 (een of meer medewerker(s)) van [benadeelde 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening van euro 302,500 (met als onderpand, [adres 2] te Venlo) inclusief een bouwdepot, in elk geval een geldbedrag en/of

- op een of meer tijdsstip(pen) in of omstreeks de maand juli 2008 (een of meer medewerker(s)) van [benadeelde 3] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening van euro 295.000 (met als onderpand, [adres 1] te Venray) inclusief een bouwdepot, in elk geval een geldbedrag,

in ieder geval, [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of een of meer andere banken, heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hypothecaire geldlening(en) van diverse geldbedragen (inclusief bouwdepot(s)), althans een of meer geldbedragen, hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening(en), een of meer valse en/of vervalste werkgeversverklaring(en) en/of een of meer valse en/of vervalste salarisspecificatie(s) en/of een of meer valse en/of vervalste verbouwingsbon(nen)/factu(u)r(en) en/of valse kredietgevevens versterkt (al dan niet via tussenpersoon), waaruit zou moeten blijken dat ene [slachtoffer 8] (als genoemde hypotheekaanvrager) een dienstverband had bij [bedrijf 2] en/of een bepaald salaris ontving bij zijn werkgever en/of verbouwingen verrichtte aan de aangekochte panden en/of de betreffende woningen zelf zou gaan bewonen en/of hebbende verdachte en zijn medeverdachte(n) niet aangegeven dat die [slachtoffer 8] andere hypothe(e)k(en) op zijn naam had staan, zulks terwijl die [slachtoffer 8] geen dienstverband had bij [bedrijf 2] en/of wel (een) andere hypothe(e)k(en) op zijn naam had, waardoor die bankinstelling(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

althans, indien terzake het vorenstaande onder 9 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 juni 2008 tot en met 19 augustus 2008 in de gemeente Venray en/of de gemeente Venlo, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer salarisspecificatie(s) en/of een werkgeversverklaring van [bedrijf 2] - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) valselijk voornoemde salarisspecificatie(s) en/of werkgeversverklaring voorzien van gegevens dat ene [slachtoffer 8] als werknemer heeft gewerkt bij [bedrijf 2] , zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

althans, indien terzake het vorenstaande onder 9 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2008 tot en met 19 augustus 2008 in de gemeente Venray en/of de gemeente Venlo, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben afgeleverd en/of voorhanden gehad (een) vals(e) of vervalst(e) salarisspecificaties ten name van [slachtoffer 8] en/of werkgeversverklaring van [bedrijf 2] ten name van [slachtoffer 8] - zijnde (een) geschrift(en) dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware(n) het/zij (telkens) echt en onvervalst, immers heeft voornoemde [slachtoffer 8] nooit gewerkt bij [bedrijf 2] ;

Feit 10

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 augustus 2010 in de gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een of meer medewerker(s)) van [benadeelde 7] en/of [benadeelde 8] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening van euro 255.725 (met als onderpand, de [adres 13] te Alphen aan den Rijn) inclusief een bouwdepot, in elk geval een geldbedrag,

in ieder geval, [benadeelde 7] en/of [benadeelde 8] en/of een of meer andere banken, heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hypothecaire geldlening(en) van diverse geldbedragen (inclusief bouwdepot(s)), althans een of meer geldbedragen, hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening(en), een of meer valse en/of vervalste werkgeversverklaring(en) en/of een of meer valse en/of vervalste salarisspecificatie(s) en/of een of meer valse en/of vervalste verbouwingsbon(nen)/factu(u)r(en) en/of valse kredietgegevens versterkt (al dan niet via tussenpersoon), waaruit zou moeten blijken dat ene [medeverdachte 3] (als genoemde hypotheekaanvrager) een dienstverband had bij [bedrijf 1] en/of een bepaald salaris ontving bij zijn werkgever en/of verbouwingen verrichtte aan de aangekochte panden en/of de betreffende woningen zelf zou gaan bewonen, zulks terwijl die [medeverdachte 3] geen dienstverband had bij [bedrijf 1] , waardoor die bankinstelling(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

althans, indien terzake het vorenstaande onder 10 geen veroordeling zou volgen:

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 augustus 2010 te Alphen aan den Rijn, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer salarisspecificatie(s) en/of een werkgeversverklaring van [bedrijf 1] - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) valselijk voornoemde salarisspecificatie(s) en/of werkgeversverklaring voorzien van gegevens dat ene [medeverdachte 3] als werknemer heeft gewerkt bij [bedrijf 1] , zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

althans, indien terzake het vorenstaande onder 10 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 augustus 2010 te Alphen aan den Rijn, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben afgeleverd en/of voorhanden gehad (een) vals(e) of vervalst(e) salarisspecificaties ten name van [medeverdachte 3] en/of werkgeversverklaring van [bedrijf 1] ten name van [medeverdachte 3] - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware(n) het/zij (telkens) echt en onvervalst, immers heeft voornoemde [medeverdachte 3]

nooit gewerkt bij [bedrijf 1] ;

Feit 11

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 augustus 2010, in de gemeente Venlo en/of de gemeente Venray en/of de gemeente Helmond en/of de gemeente Alphen aan de Rijn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) andere(en), althans alleen, een geldbedrag (van ongeveer 244.000 Euro) en/of een pand aan de Vincent van Goghstraat 22 te Helmond en/of een geldbedrag (van ongeveer 252.000 Euro) en/of een pand aan de [adres 12] te Venray en/of een geldbedrag (van ongeveer 248.000 Euro) en/of een pand aan de [adres 15] te Venlo en/of een geldbedrag (van ongeveer 302.500 Euro) en/of een pand aan de [adres 2] te Venlo en/of een geldbedrag (van ongeveer 295.000 Euro) en/of een pand aan de [adres 1] te Venray en/of een geldbedrag (van ongeveer 255.725 Euro) en/of een pand aan de [adres 13] te Alphen aan den Rijn heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet en/of van dat/die geldbedrag(en) en/of pand(en) gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) dat dat/die geldbedrag(en) en dat/die pand(en), -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt -tenzij anders vermeld- gedoeld op paginanummers uit het Eind proces-verbaal van de Politie bovenregionale Recherche Zuid-Nederland en Politie recherche vreemdelingenpolitie, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 9235.

2 P. 6189 en p. 6190: het geschrift Aanvankelijk Proces-verbaal van de Belgische politie, p. 6193 en p. 6194: het geschrift Navolgend Proces-verbaal van de Belgische politie en de bijlage daarbij op p. 6204.

3 P. 6200 en 6201: het geschrift Proces-verbaal van verhoor van de Belgische politie.

4 P. 4984: akte van levering d.d. 14 augustus 2008 en p. 4997: akte van levering d.d. 19 augustus 2008.

5 P. 4991: hypotheekakte en p. 5005: hypotheekakte.

6 P. 4752 t/m 4756: pv verhoor aangever.

7 P. 4757: pv verhoor aangever en p. 5133 en 5134: het geschrift Aangifte jaaroverzicht (BOB 022).

8 P. 4822 en p. 4863: de geschriften Werkgeversverklaring.

9 P. 4743: overzichtspv en de dagafschriften op p. 4896 e.v.: dit betreft dezelfde bankrekening die op het bankpasje te zien is dat in België op 4 maart 2008 in beslag is genomen onder de verdachte, p. 6103.

10 P. 4749: overzichtspv.

11 P. 6012: pv verhoor verdachte.

12 P. 6117: geschrift en p. 6167: pv verhoor getuige [slachtoffer 12] en p. 6147: pv verhoor aangeefster.

13 P. 6118: de geschriften Mededeling PINcode.

14 P. 6115: het geschrift d.d. 1-9-2009 en p. 6130: het geschrift DOC 249 Blz. 14.

15 P. 6116: geschrift.

16 P. 6121: het geschrift DOC 249 Blz. 3 en p. 6125 t/m 6128: de geschriften DOC 249 Blz. 9 t/m 12.

17 P. 6131: het geschrift DOC 249 Blz 14.

18 P. 9103 en p. 9110: afschriften notariële akten, p. 9138 en 9139: BKR/hypotheken, p. 9140 e.v.: het geschrift aangifte [naam] , p. 9180: het geschrift koopovereenkomst, p. 8945: het geschrift RHV 006.12 (gerechtsdeurwaarder), p. 8951: het geschrift RHV 006.12 Blz. 16 (ontwerp-notariële akte), p. 8972: het geschrift RHV 006.12 Blz. 37 (brief notaris).

19 P. 6169: pv verhoor getuige [slachtoffer 10] , p. 6179 en p. 6181: het geschrift van de Federale gerechtelijke politie Antwerpen.

20 P. 6165, p. 6167 en p. 6168: pv verhoor getuige [slachtoffer 12] , p. 8902 en p. 8903: pv verhoor getuige [slachtoffer 11] .

21 P. 5965: overzichtspv en p. 6125: het geschrift DOC 249, Blz. 9.

22 P. 6161: het pv verhoor getuige [slachtoffer 11] .

23 P.6155, p. 6156 en p. 6157: het pv verhoor getuige [slachtoffer 9] en p. 8875: het geschrift aankondiging executieveiling met bijlage.

24 P. 6136: het geschrift DOC 249 Blz. 21.

25 P. 6168: het pv verhoor getuige [slachtoffer 12] .

26 P. 8931 en p. 8932: het pv verhoor getuige [slachtoffer 12] .

27 P. 6147: het pv verhoor aangeefster.

28 P. 6116: geschrift.

29 P. 9120: het pv van bevindingen.

30 P. 4333, p. 4334 en p. 4339: het pv Aangifte.

31 P. 456: pv doorzoeking met als bijlage lijst van inbeslaggenomen goederen, p. 463: het pv bevindingen met als bijlage een excellijst.

32 P. 943: het pv bevindingen en p. 936: het pv doorzoeking met als bijlage een lijst van inbeslaggenomen goederen.

33 P. 3049 en p. 3050: het pv bevindingen AH177 en p. 999: het pv verhoor verdachte.

34 P. 465 ev.: excellijst bij AH 142.

35 Bijv. p. 305: het geschrift DOC 512 en p. 306: het geschrift DOC 515.

36 P.141: het geschrift DOC 402 Blz. 1, p. 245: het geschrift Rekeningafschrift, p.314: het geschrift DOC 523, p. 315: het geschrift Overeenkomst Privé Pakket en p. 385 e.v.: het geschrift Koopovereenkomst.

37 P. 3372: het geschrift Arbeidsovereenkomst.

38 P. 3220, p. 3221, p. 3222: pv verhoor benadeelde, p. 3235, p. 3250 en 3251: pv verhoor benadeelde.

39 P. 3244 t/m p. 3246 en p. 3251: pv verhoor benadeelde.

40 P. 138 e.v.: het geschrift Arbeidsovereenkomst, p. 249 e.v.: het geschrift Rekeningafschrift, p. 256 e.v.: het geschrift DOC 469 Blz. 1, p. 258: het geschrift DOC 472 Blz., p. 260: het geschrift DOC 473 Blz. 1.

41 P. 276 t/m 292: de geschriften DOC 485, DOC 486, DOC 485, DOC 485, DOC 487 en DOC 488.

42 P. 5229: het pv verhoor aangeefster, p. 5257: het pv verhoor aangeefster, p. 5265 en p. 5266: het pv verhoor aangeefster.

43 P. 170: het geschrift DOC 413, p. 205 e.v.: het geschrift DOC 429, p. 272: het geschrift DOC 480.

44 P. 2527 t/m p. 2529: pv verhoor aangeefster, p. 2539 en p.2540: pv verhoor aangeefster.

45 P. 2546: pv verhoor aangeefster.

46 P. 145: het geschrift DOC 403, p.186: het geschrift DOB 421, p. 210: het geschrift DOC 430, p. 232: het geschrift Overeenkomst Comfort Online.

47 P. 2973: het geschrift DOC 575.

48 P. 2919: pv verhoor aangever.

49 P. 2917 en p. 2918, p. 2921: pv verhoor aangever.

50 P.172 en p. 173: de geschriften DOC 415 Blz. 1 en DOC 415 Blz. 2, p. 326: het geschrift DOC 539, p. 4437 en p. 4447: de geschriften Koopovereenkomst DOC 439 en DOC 440.

51 P. 4338, p. 4340 en p. 4341: pv aangifte.

52 Het vonnis van de rechtbank Amsterdam d.d. 23 maart 2011, met bijlagen, niet opgenomen in de doornummering, maar in het kader van de vordering benadeeldepartij aan het dossier toegevoegd.

53 P. 4338: pv aangifte en p. 4488: pv van bevindingen.

54 P. 6285: het geschrift Blatt 2 zu Protokoll Nr. 154/11.

55 P. 6324: Kennisgeving van inbeslagneming.

56 P. 6273: pv van verhoor getuige [getuige 2] .

57 P. 4741: overzichtspv.

58 P. 3720: vermelding in dossier, de rechtbank: abusievelijk wordt serenadestraat 23 genoemd

59 P. 3738: pv van verhoor aangever, p. 3741 en p. 3741: pv van verhoor aangever en p. 4139: het geschrift Kadastraal bericht object DOC 384, p. 4159: het geschrift DOC 387.

60 P. 3721: overzichtspv.

61 P. 3734: overzichts pv met andere schriftelijke bescheiden, bijvoorbeeld p.3758: het geschrift AAB 06.02 en p. 3967: het geschrift DOC 199.

62 P. 85 en p. 86: pv verhoor verdachte.

63 P. 4488: pv van bevindingen en p. 4358: het geschrift AAB 07.01 Blz. 27 en p. 4361: het geschrift AAB 07.01 Blz. 30.

64 P. 979: pv van verhoor verdachte.

65 P. 2202: pv Aangifte.

66 P. 3763: pv aangifte [benadeelde 3] , p. 3951: het geschrift DOC 193. P. 3952: het geschrift DOC 194, p. 4763: pv van aangifte [benadeelde 1] , p. 4777: het geschrift Offerte d.d. 15 augustus 2008, p. 4841: pv van aangifte [benadeelde 3] , p. 4298 en 4299: pv verhoor verdachte [persoon] , p. 979: pv verhoor verdachte.

67 P. 2591: pv aangifte, p. 2596: pv bevindingen, p. 2763 e.v.: kvi. p. 237: DOC 462.

68 Het voegingsformulier met bijlagen, niet opgenomen in de doornummering, maar in het kader van de vordering benadeeldepartij aan het dossier toegevoegd.

69 P. 1724: pv Aangifte, p. 1729: pv verhoor aangeefster, p. 1863: pv van bevindingen.

70 P. 1733: pv verhoor aangeefster.

71 P. 1974 en p. 1975: pv verstrekking gevorderde historische gegevens ex art 126nd, 1e lid Sv.

72 P. 1735 t/m 1738: pv verhoor aangeefster, p. 1753: pv verhoor aangeefster.

73 P. 3206 t/m p. 3211, p. 3215, p. 3246, p. 3247, p. 3251: pv verhoor benadeelde.

74 P. 5211 en p. 5212, p. 5214, p. 5257, p. 5264 en p. 5265: pv verhoor aangeefster.

75 P. 5209, p. 5211, p. 5216, p. 5218 en p. 5219, p. 5233 en p. 5234, p. 5261, p. 5269: pv verhoor aangeefster, p. 5457, 5458 en 5460: pv verhoor getuige [getuige 3] .

76 P. 2502, p. 2503, p. 2504 en p. 2505, p. 2506, p. 2510, p. 2546. p. 2563: pv verhoor aangeefster, p. 2702 e.v.: pv verstrekking gevorderde historische gegevens ex art 126nd, 1e lid Sv, alsmede de verklaring bij de rechter-commissaris, p. 9 van het proces-verbaal van verhoor.

77 P. 2502, p. 2542: pv verhoor aangeefster.

78 P. 2895 en p. 2896, p. 2904, 2905, p. 2907, p. 2908: pv Aangifte.

79 P. 2894: pv verhoor aangever.

80 P. 2908 tot en met 2911, p. 2916, 2920 p. 2921: pv verhoor aangever.

81 P. 2922: pv verhoor aangever.

82 P. 2923 tot en met p. 2925: pv verhoor aangever.

83 P. 4333, p. 4334, p. 4337, p. 4338, p. 4340: pv Aangifte.

84 P. 4340: pv Aangifte.

85 Het vonnis van de rechtbank Amsterdam d.d. 23 maart 2011, met bijlagen, niet opgenomen in de doornummering, maar in het kader van de vordering benadeeldepartij aan het dossier toegevoegd.

86 P 4334, p. 4341 en p. 4343: pv Aangifte.

87 P. 2187 t/m p. 2191, p. 2206, p. 2926: pv van aangifte.

88 P. 1707: overzichtspv, p. 1729: pv verhoor aangeefster.

89 P. 1974 en 1975: pv verstrekking gevorderde historische gegevens ex art 126nd, 1e lid Sv, p. 1734 en p. 1736: pv verhoor aangeefster.

90 p. 1736: pv verhoor aangeefster.

91 P. 3194: overzichts pv, p. 3376: pv bevindingen.

92 P. 3570 en 3571: pv verstrekking gevorderde historische gegevens ex art 126nd, 1e lid Sv, p. 3233 en p. 3234: pv verhoor benadeelde.

93 P. 5199: overzichtspv, p. 5211: pv aangifte

94 P. 5478 en 5479: pv verstrekking gevorderde historische gegevens ex art 126nd, 1e lid Sv, p. 5257 en p. 5267 en 5268: pv verhoor aangeefster.

95 P. 2491: overzichts pv, p. 2514: bijlage bij AAB 03.01 pv aangifte.

96 P. 2511, p. 2542, p. 2543, p. 2544: pv verhoor aangeefster, p. 2702 e.v.: pv verstrekking gevorderde historische gegevens ex art 126nd, 1e lid Sv (de rechtbank: er ontbreekt een pagina van het pv, maar het BKR-overzicht vermeldt vier contracten).

97 P. 2881: overzichtspv, p. 2896: pv aangifte.

98 P. 2922, p. 2933, p. 2924: pv verhoor aangever, p. 3066 en p. 3067: pv verstrekking gevorderde historische gegevens ex art 126nd, 1e lid Sv, p. 3061 en p. 3062: pv van verhoor getuige [getuige 1] .

99 P. 4321: overzichtspv, p. 4337: pv Aangifte.

100 P. 2182: overzichtspv, p. 2222: bijlage bij pv aangifte AAB02.02.

101 P. 1732; pv verhoor aangeefster, p. 2064: pv van verhoor verdachte.

102 P. 5224: pv verhoor aangeefster,

103 P. 5913: pv van verhoor verdachte.