Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1735

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
01-03-2017
Zaaknummer
03/700376-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

diefstal met braak en opzetheling; heterdaad; kale gevangenisstraf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700376-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 februari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid, De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.J.H.M. de Crom, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 februari 2017. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in vereniging met anderen of een ander vier woninginbraken heeft gepleegd. Mocht dat niet bewezen kunnen worden, dan is er in drie gevallen sprake van heling van gestolen goederen. Verder wordt hem verweten dat hij een busje pepperspray en munitie voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte op 28 juli 2016 een nachtelijke woninginbraak heeft gepleegd in Landgraaf (feit 1). De verdachte werd in de nabijheid van de woning door de politie aangetroffen in een verderop gelegen tuin, kort nadat een buurman de politie gewaarschuwd had omdat hij geluiden had gehoord in de desbetreffende woning.

De verdachte heeft een ongeloofwaardige verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid in deze tuin. Er zijn ook aanwijzingen dat er een mededader bij deze inbraak betrokken is geweest.

De overige tenlastegelegde inbraken kunnen niet bewezen worden (feiten 2, 3 en 4 primair). Wél kan bewezen worden dat de verdachte goederen heeft geheeld die van die inbraken afkomstig waren, zoals subsidiair ten laste is gelegd. Deze goederen zijn aangetroffen in een kamer die de verdachte huurde en in de gang en de tuin van het kamerverhuurpand. De verdachte heeft (grotendeels) toegegeven dat hij wist dat het gestolen spullen waren.

Tot slot acht de officier van justitie bewezen dat de verdachte een busje pepperspray en munitie op zijn kamer voorhanden heeft gehad (feit 5).

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de woninginbraken. Zij heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde heling, met uitzondering van enkele specifieke goederen.

Van feit 5 moet de verdachte gedeeltelijk worden vrijgesproken. Naar de inhoud van het busje pepperspray is namelijk onvoldoende onderzoek gedaan om te kunnen vaststellen dat er werkelijk een verboden stof in zat. Ten aanzien van de munitie heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

De vrijspraken

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte degene is geweest die in drie woningen in Langraaf en Kerkrade heeft ingebroken en goederen heeft gestolen, zoals ten laste is gelegd bij de feiten 2 primair, 3 primair en 4 primair. De verdachte zal van deze verwijten worden vrijgesproken.

Het bewijs ten aanzien van feit 1

De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig bewijs is dat de verdachte samen met iemand anders op 28 juli 2016 een woninginbraak heeft gepleegd in een woning gelegen aan het [adres 1] te Landgraaf, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

De aangifte

De bewoners van het [adres 1] in Landgraaf, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , hebben aangifte gedaan van een inbraak waarbij armbanden, een ketting, een ring en een horloge waren weggenomen. Er was een steen door het raam van de bijkeuken gegooid. Op het moment van de inbraak in de nacht van 28 juli 2016 waren zij niet thuis.2

De bevindingen van de politie

De politie is op 28 juli 2016 even voor 04.00 uur naar voornoemd adres gegaan na een melding inbraak. Eén van de verbalisanten zag een man met donkere kleding rennen over de daken van de garages richting huisnummer 11 en komende uit de richting van huisnummers 5 en 7. Ter hoogte van het perceel van nummer 11 werden de verbalisanten aangesproken door een getuige, de bewoner van nummer 11, die lawaai had gehoord in zijn tuin.

In de tuin troffen de verbalisanten even later de verdachte aan. Kort daarvoor zagen zij het water van de vijver in beweging en zij zagen dat het riet van de vijver gebroken was. De verdachte zat verborgen achter de vijver, achter het riet en was geheel nat. Zijn kleding was donker gekleurd.3

Op een glasspoor in de woning werd een schoenspoor aangetroffen. Bij een vergelijkend onderzoek bleek dit spoor niet afkomstig te zijn van de schoenen die de verdachte droeg.4

De overwegingen ten aanzien van het bewijs

Gelet op het korte tijdsverloop tussen het arriveren van de politie ter plaatse, het zien rennen van een man in donkere kleding over de daken van de garages en het aantreffen van de verdachte in een tuin enkele huizen verderop, acht de rechtbank bewezen dat het de verdachte is geweest die is weggevlucht van de woning waar de inbraak werd gepleegd. Dat brengt mee dat hij ook deze inbraak moet hebben gepleegd, ook al betwist hij dit zelf. Er is immers in dit geval geen andere plausibele reden te bedenken om ’s nachts over garagedaken te rennen. Verder is er bewijs van de betrokkenheid van een mededader, gelet op het aangetroffen schoenspoor op de plaats van het misdrijf dat niet afkomstig is geweest van de schoenen dan de verdachte.

Volgens de raadsvrouw is er reden te concluderen dat de man die over de garages rende en donkere kleding aan had, mogelijk een andere man dan de verdachte is geweest, wat een contra-indicatie is voor de betrokkenheid van de verdachte, net als andere contra-indicaties, zoals het resultaat van het schoenspooronderzoek en het ontbreken van glasresten op de kleding van de verdachte.

De rechtbank gaat daar niet in mee. De verbalisant heeft weliswaar alleen beschreven dat een man met donkere kleding over de daken rende, maar dit vluchtgedrag over de daken in combinatie met de poging van de verdachte zich te verstoppen bij een vijver waar hij kort daarvoor in terecht moet zijn gekomen, levert een heterdaadsituatie op, waarvoor de verdachte een ongeloofwaardige alternatieve verklaring heeft gegeven, die hij welbewust oncontroleerbaar heeft gehouden.

De verdachte heeft verklaard dat hij om een andere reden wilde vluchten voor de politie: hij moest nog een vervangende hechtenis ondergaan voor een taakstraf die hij niet verricht had. Hij was -toevallig- op een hondenuitlaatterrein in de buurt met een vriendin de hond aan het uitlaten en is in paniek een bosje in gevlucht, omdat de politie ter plaatse kwam.

De verdachte heeft echter op geen enkele manier mee willen werken aan het onderbouwen van dit, op zichzelf onwaarschijnlijke verhaal door de volledige personalia van de vriendin te noemen en haar te laten horen als getuige of op zijn minst te laten nagaan of zij daadwerkelijk bestaat. Ook op de terechtzitting wilde hij dit niet. De rechtbank vindt zijn alternatieve verklaring dan ook ongeloofwaardig.

Het bewijs ten aanzien van feit 2 subsidiair

Na de aanhouding van de verdachte vanwege de inbraak in de woning aan het [adres 1] in Landgraaf is zijn kamer in Kerkrade doorzocht. In deze kamer werd een rugzak aangetroffen met daarin onder meer auto- en motorscootersleutels, sieraden en voorwerpen die vaak gebruikt worden bij inbraken.56 De rugzak met inhoud was in het bezit van de verdachte. Hij heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat er gestolen spullen in de rugzak zaten.7

De aangetroffen rugzak, auto- en motorsleutels en een deel van de sieraden behoorden toe aan aangevers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , die aangifte hebben gedaan van een inbraak in hun woning in Kerkrade op 23 juli 2016, waarbij deze goederen zijn weggenomen.8

Daarmee kan bewezen worden verklaard dat de verdachte met opzet goederen heeft verworven en voorhanden gehad die van misdrijf afkomstig waren: opzetheling.

In de hal van het pand waar de verdachte een kamer huurde en in de tuin werden echter ook nog een scooter (merk Honda, kenteken [kenteken 1] ) en een bestelauto (Volkswagen Transporter, kenteken [kenteken 2] ) aangetroffen. De sleutels uit de rugzak behoorden bij deze voertuigen, die ook ontvreemd waren bij voornoemde aangevers.910 Aan de sleutel van de scooter zat bovendien een tweede sleutel, waarmee het kabelslot kon worden geopend, waarmee de scooter op dat moment was afgesloten.11

De verdachte heeft ontkend dat hij wist dat de scooter en bestelauto van diefstal afkomstig waren. De raadsvrouw heeft bij pleidooi naar voren gebracht dat er geen ander bewijs is voor die wetenschap, anders dan het aantreffen van de sleutels en dat de verdachte daarom van deze onderdelen van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

De rechtbank deelt die conclusie niet. Zij is van oordeel dat nu de verdachte kort voor het aantreffen van de goederen betrapt is op woninginbraak en in het bezit was van inbrekersgereedschap, alsmede van (andere) gestolen voorwerpen, het niet geloofwaardig is dat hij niet wist dat de scooter en bestelauto ook van diefstal afkomstig waren. Bovendien heeft verdachte, hoewel uitdrukkelijk daartoe uitgenodigd, geen verklaring gegeven voor de aanwezigheid van beide voertuigen in respectievelijk de gang en de tuin.

Het bewijs ten aanzien van feit 5

De rechtbank acht ook bewezen dat de verdachte munitie voorhanden heeft gehad en een busje met pepperspray. Deze voorwerpen zijn op 28 juli 2016 in de kamer van de verdachte in beslag genomen en onderzocht door de politie.

De conclusie luidt in het rapport van de wapenexpert dat het om 9 kogelpatronen gaat, kaliber 9mmLuger, zijnde munitie van Categorie III van de Wet wapens en munitie.

Het in beslaggenomen spuitbusje was nagenoeg vol en gelet op het opschrift van het busje concludeert de verbalisant dat het om een traanverwekkende vloeistof gaat van categorie 2 onder 6 van het eerste lid van artikel 2 van de Wet wapens en munitie. Het opschrift luidde onder meer: Pepperspray, pepper OC Extrem Hot, maximum konzentrat.121314

De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van de verbalisant ten aanzien van de pepperspray. Niet vereist voor een bewezenverklaring is dat telkens onderzocht wordt of de inhoud van een busje, waarvan het opschrift niets te raden over laat, wel echt het effect heeft dat in de Wet wapens en munitie staat genoemd.

De raadsvrouw heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op basis waarvan, achteraf bezien, de politie nader onderzoek had moeten doen. Het blijft bij een blote suggestie. In het door de raadsvrouw in haar pleitnota genoemde arrest van het hof te Amsterdam deden zich kennelijk omstandigheden voor, die in dat geval noopten tot zo’n nader onderzoek, maar daarvan is de rechtbank hier niet gebleken. De rechtbank acht feit 5 dan ook volledig bewezen.

De overige feiten

De overige feiten acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen, waarbij zij kan volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, omdat de verdachte deze feiten heeft bekend en namens hem geen vrijspraak is bepleit (artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering).

Feit 3 subsidiair

De rechtbank acht dit feit bewezen gelet op:

  • -

    de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting op 7 februari 2017;

  • -

    de aangiften van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] ;15

- de kennisgeving van inbeslagneming.16

Feit 4 subsidiair

De rechtbank acht dit feit bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting op

7 februari 2017;

- de aangifte van [slachtoffer 7] ;17

- de kennisgeving van inbeslagneming.18

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1

op 28 juli 2016 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan [adres 1] , heeft weggenomen armbanden, een ketting, een ring en een horloge, toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

Feit 2 subsidiair

in of omstreeks de periode van 23 juli 2016 tot en met 28 juli 2016 in de gemeente Kerkrade goederen, te weten

- een bestelauto, merk Volkswagen Transporter voorzien van het kenteken [kenteken 2]

- een motorscooter, merk Honda voorzien van het kenteken [kenteken 1]

- een hoeveelheid sieraden

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van die goederen wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Feit 3 subsidiair

in of omstreeks de periode van 1 juli 2016 tot en met 28 juli 2016 in de gemeente Kerkrade, goederen te weten een hoeveelheid sieraden, heeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van die goederen wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Feit 4 subsidiair

in of omstreeks de periode van 20 juni 2016 tot en met 28 juli 2016 in de gemeente Kerkrade, een goed, te weten een postzegelverzameling, heeft verworven en voorhanden

heeft gehad terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van dit goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 5

op 28 juli 2016 in de gemeente Kerkrade voorhanden heeft gehad:

a. een wapen van de categorie II, onder 6°, te weten voorwerp (een busje pepperspray) bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloos makende en/of traanverwekkende of soortgelijke stof(fen), op welk voorwerp de uitzonderingen genoemd in categorie II, onder 6° niet van toepassing waren,

b. munitie van de categorie III, te weten negen kogelpatronen, kaliber 9mm Luger.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Feit 2 subsidiair

opzetheling

Feit 3 subsidiair

opzetheling

Feit 4 subsidiair

opzetheling

Feit 5

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van 18 maanden, met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Rekening moet worden gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en bovendien moeten de helingen niet als losse feiten worden bestraft, maar als één geheel worden beschouwd bij het bepalen van de strafmaat.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft een woninginbraak gepleegd op 28 juli 2016. In het dossier is te zien wat voor ravage daarbij is aangericht. Het betreft een ernstig delict met een voor de slachtoffers zeer vervelende nasleep. Voor een dergelijk feit is het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. Niet volstaan kan worden met een andere of lichtere sanctie.

De oriëntatiepunten voor de straftoemeting die de rechtspraak hanteert voor woninginbraak, gaan uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Bij recidive wordt deze straf verhoogd tot 5 maanden. Daarvan is sprake: de verdachte is eerder veroordeeld voor woninginbraak. Wanneer de inbraak ook nog omvangrijke schade heeft veroorzaakt, is een verdere verhoging van de straf gepast.

Ook heling is een ernstig strafbaar feit. Het is immers de heler die de inbreker aanmoedigt door te gaan met stelen. De feiten die de rechtbank bewezen verklaart, ziet de rechtbank niet als één geheel, zoals de raadsvrouw doet.

Voor heling zijn geen oriëntatiepunten voorhanden, maar de rechtbank is van oordeel dat voor alle feiten tezamen de door de officier van justitie gevorderde straf een passende reactie is op het gedrag van de verdachte.

De verdachte heeft immers een strafblad waaruit naar voren komt dat hij geen lering trekt uit eerdere opgelegde straffen en doorgaat met het plegen van ernstige strafbare feiten, ook in de proeftijd van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf. De rechtbank houdt rekening met het voorschrift van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, maar dat leidt in deze zaak niet tot het opleggen van een lagere straf.

Ter terechtzitting bracht de verdachte naar voren dat hij begreep hoe een slachtoffer dat op de zitting aanwezig was, de benadeelde partij [slachtoffer 3] , zich voelde, maar dit is op de rechtbank weinig geloofwaardig overgekomen. De verdachte gaf aan zelf ook het slachtoffer te zijn geworden van diefstal, maar dan is het onbegrijpelijk dat hij spullen heelt in de wetenschap dat een ander de dupe is geworden van een soortgelijk strafbaar feit.

De rechtbank ziet geen andere optie in het kader van speciale preventie dan de verdachte “kaal” af te straffen. Omstandigheden in de persoon van de verdachte geven de rechtbank geen aanleiding de straf te matigen. Gelet op zijn antisociale houding verwacht de rechtbank ook niets meer van het opleggen van reclasseringsbegeleiding in combinatie met een voorwaardelijk strafdeel. Zij zal dan ook de gevorderde 18 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen conform de eis van de officier van justitie, waarop de duur van de tot nu toe ondergane voorlopige hechtenis in mindering zal worden gebracht.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 11.215,46 ter zake van feit 2, waarvan € 450,- voor geleden immateriële schade (smartengeld).

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 747,68 ter zake van feit 2, waarvan € 550,- voor geleden immateriële schade.

De benadeelde partij [slachtoffer 7] vordert een schadevergoeding van € 1.027,- ter zake van feit 4.

De rechtbank zal alle benadeelde partijen niet ontvankelijk verklaren om de volgende redenen.

De benadeelde partij [slachtoffer 7] vordert een vergoeding voor het verlies van een postzegelverzameling, maar deze verzameling is inmiddels al aan de benadeelde partij teruggeven, zodat hij geen belang meer heeft bij de vordering.

De schade die de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] vorderen, is gevorderd als rechtstreeks gevolg van de inbraak die bij hen is gepleegd. De verdachte wordt echter van dit feit (feit 2 primair) vrijgesproken.

De gevorderde schade kan in deze zaak niet worden aangemerkt als rechtstreeks gevolg van het helen door de verdachte van goederen die bij de inbraak van feit 2 zijn ontvreemd. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan een rechtstreeks verband worden aangenomen. Dat zich een dergelijke uitzonderlijke situatie voordoet, is echter gesteld noch gebleken.

8 Het beslag

In het onderzoek van de politie zijn diverse voorwerpen in beslaggenomen. Dit betreft gereedschap, schoenen, sokken, sieraden, een alarmpistool, munitie en een hoeveelheid van een substantie, waarvan men vermoedde dat het drugs waren, wat niet het geval bleek te zijn.

De rechtbank zal met uitzondering van de sieraden en de schoenen en sokken, alle voorwerpen onttrekken aan het verkeer. De sieraden moeten bewaard worden ten behoeve van de rechthebbenden. De schoenen en sokken kunnen worden teruggegeven aan de verdachte.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 57, 63, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder feit 2 primair, feit 3 primair en feit 4 primair ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 5 tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij(en) en schadevergoedingsmaatregel(en)

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] , wonende te Landgraaf, niet ontvankelijk in haar vordering (ten aanzien van feit 2 primair en feit 2 subsidiair);

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] , wonende te Landgraaf, niet ontvankelijk in haar vordering (ten aanzien van feit 2 primair en feit 2 subsidiair);

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] , wonende te Kerkrade,

niet ontvankelijk in haar vordering (ten aanzien van feit 4 primair en feit 4 subsidiair);

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;

Beslag

- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

29 1.00 STK Tas 848655

30 1.00 STK Masker 848660

31 2.00 STK Gereedschap 848664 2 imbussets

40 1.00 STK breekijzer STANLEY fatmax 824692

41 1.00 STK breekijzer STANLEY Fatmax 824702

42 1.00 STK Schroevedraaier GAMMA 839332

43 1.00 STK Schroevedraaier SENCYS 839333

44 1.00 STK Gereedschap 839335

45 16.00 STK Gereedschap 839343

46 1.00 STK breekijzer 822461

47 1.00 STK Wapen ROKM RG2S gasalarm 836126

48 9.00 STK Munitie LUGER 824770

52 4683.00 GR Verdovende Middelen 825243

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte:

49 2.00 STK Schoeisel Nike air max 823787

50 2.00 STK Schoeisel EMPORIO ARMAN 823788

51 2.00 STK Sok 823018

- gelast de bewaring van de volgende in beslag genomen voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende:

32 1.00 STK Horloge ANKER 85 849476

33 1.00 STK Armband 849477 zilveren armband met parel

34 1.00 STK Sieraad ketting 849478

35 1.00 STK Ring 849490

36 1.00 STK Ring 849491

37 1.00 STK Sieraad hanger 849492

38 2.00 STK Sieraad 849493 2 gouden staafjes

39 2.00 STK Sieraad oorsieraad 849497 2 oorknopjes.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Verkijk, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. M.M. Beije, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 februari 2017.

Buiten staat

Mr. P.H.M. Kuster is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Feit 1

hij op of omstreeks 28 juli 2016 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan [adres 1] , heeft weggenomen armbanden, een ketting, een ring en een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Feit 2

hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 24 juli 2016 in de gemeente Landgraaf

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres 2] , heeft weggenomen onder meer

- een personenauto, merk Volkswagen Polo,

- een bestelauto, merk Volkswagen Transporter voorzien van het kenteken [kenteken 2] ,

- een motorscooter, merk Honda voorzien van het kenteken [kenteken 1] ,

- een kluis, inhoudende onder meer een aantal sieraden,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 28 juli 2016 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland goederen te weten

- een bestelauto, merk Volkswagen Transporter voorzien van het kenteken [kenteken 2]

- een motorscooter, merk Honda voorzien van het kenteken [kenteken 1]

- een hoeveelheid sieraden

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Feit 3

hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 8 juli 2016 in de gemeente Kerkrade

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres 3] heeft weggenomen onder meer een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die weg te nemen

goederen onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 28 juli 2016 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, goederen te weten een hoeveelheid sieraden, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Feit 4

hij op of omstreeks 20 juni 2016 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan [adres 4] heeft weggenomen onder meer een postzegelverzameling, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of

zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die weg te nemen postzegelverzameling onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2016 tot en met 28 juli 2016 in de gemeente Kerkrade, een goed te weten een postzegelverzameling heeft verworven en/of voorhanden

heeft gehad terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 5

hij op of omstreeks 28 juli 2016 in de gemeente Kerkrade voorhanden heeft gehad:

a. een wapen van de categorie II, onder 6°, te weten voorwerp (een busje pepperspray) bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloos makende en/of traanverwekkende of soortgelijke stof(fen), op welk voorwerp de uitzonderingen genoemd in categorie II, onder 6° niet van toepassing waren,

b. munitie van de categorie III, te weten negen, in elk geval een aantal kogelpatronen, kaliber 9mm Luger.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2016137856 gesloten d.d. 8 oktober 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 312.

2 Het proces-verbaal aangifte, p. 164 en de bijlage bij het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 118.

3 Het proces-verbaal aanhouding, p. 44 en 45 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 46.

4 Het stamproces-verbaal, p. 16 en 17.

5 Kennisgevingen van inbeslagneming, p. 76 t/m 79 en p. 86 t/m 91.

6 Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 57.

7 De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting op 7 februari 2017.

8 Het proces-verbaal aangifte, p. 220 en p. 221 en de bij dit proces-verbaal behorende bijlage op p. 226 en het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 240.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 181 en 182.

10 Het proces-verbaal aangifte, p. 220 en 221.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 182.

12 Kennisgevingen van inbeslagneming, p. 94 en p. 98.

13 Het proces-verbaal nummer 2016137856-50, p. 96.

14 Het proces-verbaal Onderzoek wapen, p. 99.

15 Het proces-verbaal aangifte, p. 270 en het proces-verbaal van verhoor aangever p. 279.

16 Kennisgeving van inbeslagneming, p. 80 t/m 83.

17 Het proces-verbaal aangifte, p. 286 en bijlage p. 295.

18 Kennisgeving van inbeslagneming, p. 85.