Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1564

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-02-2017
Datum publicatie
23-02-2017
Zaaknummer
5551831
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betaling van (tandarts)facturen .

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5551831 \ CV EXPL 16-11351

Vonnis van de kantonrechter van 22 februari 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FAMED B.V., voorheen genaamd Fa-med B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres,

gemachtigde Van Arkel gerechtsdeurwaarders & incasso Eindhoven,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend in de gemeente [woonplaats gedaagde] op een geheim adres,

gedaagde,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De hierna te noemen zorgverleners hebben hun vorderingen jegens [gedaagde] aan Famed verkocht.

2.2.

Famed heeft aan [gedaagde] 3 facturen gestuurd:

- op 17 juli 2014 een factuur van € 135,60 (zorgverlener: [A] & [B] ; hierna verder te noemen [AB] );

- eveneens op 17 juli 2014 een factuur van € 85,74 (zorgverlener: Centrum Mondzorg;

- en op 7 augustus 2014 een factuur van € 341,56 (zorgverlener: Centrum Mondzorg Venray),

welke door [gedaagde] onbetaald zijn gelaten.

3 Het geschil

3.1.

Famed vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 720,59, (opgebouwd uit: een hoofdsom van € 562,90 + vervallen rente van € 26,46 + incassokosten van € 131,23), vermeerderd met rente en kosten.

Famed heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] aan hiervoor genoemde zorgverleners opdracht heeft gegeven om voor haar rekening medische behandelingen te verrichten. De uit deze behandelingen voortvloeiende vorderingen hebben deze zorgverleners vervolgens verkocht aan Famed.

3.2.

[gedaagde] voert het navolgende verweer. Famed heeft haar boekhouding niet op orde. Immers heeft [gedaagde] de 2 facturen van Centrum Mondzorg Venray reeds betaald. Daarnaast is [gedaagde] geen betaling verschuldigd van de factuur van [AB] , omdat [AB] verrichtingen/behandelingen in rekening heeft gebracht die door [gedaagde] niet gevraagd zijn (zoals algehele controle van het gebit, het maken van foto’s en het maken van een behandelplan).

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat Famed haar boekhouding niet op orde heeft. Dit is de kantonrechter echter niet gebleken. Weliswaar heeft [gedaagde] terecht opgemerkt dat onder punt 2 van de dagvaarding als zorgverlener alleen [AB] is genoemd bij de opsomming van de 3 facturen, dit moet echter gezien worden als een kennelijke schrijffout. Uit de overgelegde producties (facturen, herinneringsbrieven en aanmaningen) en de inhoud van de conclusie van repliek blijkt duidelijk dat slechts één factuur betrekking heeft op zorgverlener [AB] en de andere op Centrum Mondzorg Venray. Het verweer van [gedaagde] dient dan ook verworpen te worden.

Facturen zorgverlener Centrum Mondzorg Venray

4.2.

[gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat voormelde 2 facturen van Centrum Mondzorg Venray zijn betaald, hetgeen Famed gemotiveerd heeft weersproken. [gedaagde] dient vervolgens aan te tonen (met stukken/betaalbewijzen) dat deze betalingen daadwerkelijk zijn verricht, hetgeen [gedaagde] heeft nagelaten. Bij dupliek gaat [gedaagde] zelfs niet meer in op de stelling van Famed dat deze facturen niet betaald zijn. Dit alles betekent dat de gevorderde betaling van deze facturen (zoals vermeld onder punt 2.2.) voor toewijzing gereed ligt. Dit geldt eveneens voor de gevorderde rente.

Factuur zorgverlener [AB]

4.3.

De stelling dat [gedaagde] een afspraak heeft gemaakt bij [AB] vanwege klachten, heeft [gedaagde] niet weersproken. Evenmin heeft [gedaagde] weersproken dat [AB] foto’s heeft gemaakt en een consult heeft verricht. [gedaagde] dient hiervoor dan ook te betalen. Dat [gedaagde] niet specifiek aan [AB] heeft gevraagd om foto’s te maken van het gebit, doet hier niet aan af. [gedaagde] heeft immers zelf de tandartsafspraak gemaakt bij [AB] in verband met pijnklachten. Daarnaast had [gedaagde] kunnen weigeren dat [AB] foto’s ging maken. Ook het verweer van [gedaagde] dat [AB] niets heeft gedaan aan de ontstoken tand, kan [gedaagde] niet baten. Famed

heeft immers daarover onweersproken gesteld dat [gedaagde] een vervolgafspraak daarvoor moest maken, hetgeen [gedaagde] vervolgens heeft nagelaten. Daar komt bij dat het daadwerkelijk behandelen van de door [gedaagde] gestelde ontstoken tand ook niet in rekening is gebracht door [AB] . De betaling van deze gevorderde factuur (zie punt 2.2) ligt dan ook voor toewijzing gereed. Dit geldt ook voor de gevorderde rente.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.4.

Famed maakt daarnaast aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De gevorderde vergoeding komt echter niet geheel voor toewijzing in aanmerking. Alleen de aanmaning d.d. 19 september 2014 betreffende het notabedrag van € 341,56 voldoet aan de wettelijke vereisten omtrent de betalingstermijn van 14 dagen zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. Er zal dan ook enkel een bedrag van

€ 51,23 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

Proceskosten

4.5.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Famed worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 82,83

  • -

    griffierecht 471,00

  • -

    salaris gemachtigde 200,00 (2 x tarief € 100,00)

totaal € 753,83

4.6.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Famed te betalen een bedrag van € 640,59, vermeerderd met de wettelijke rente over € 562,90 vanaf 1 november 2016 tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van Famed gevallen en tot op heden begroot op € 753,83,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: no

coll: