Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1305

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
14-02-2017
Zaaknummer
03/700392-16 en 03/700322-16 (tzzgev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens meerdere autodiefstallen (deels ad informandum gevoegd), een diefstal uit een scoutinggebouw en een mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Tijdens de proeftijd dient verdachte een klinische behandeling te ondergaan. Ook moet verdachte schadevergoeding aan de benadeelde partijen betalen. Een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, wordt alsnog tenuitvoergelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/700392-16 en 03/700322-16 (ttzgev)

Vordering tot tenuitvoerlegging: 03/215815-14

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 februari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-Oost, HvB Roermond te Roermond.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.M.T.C. Plantaz, advocaat kantoorhoudende te Eijsden.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 januari 2017. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

In de strafzaak met parketnummer 03/700392-16:

Feit 1: ’s nachts in een auto heeft ingebroken;

Feit 2: ’s nachts heeft ingebroken;

Feit 3: een kentekenbewijs heeft gestolen;

Feit 4 en 5: in een auto heeft ingebroken;

Feit 6: een betaalpas heeft geheeld;

In de strafzaak met parketnummer 03/700322-16:

[slachtoffer] heeft mishandeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, met uitzondering van feit 3 in de strafzaak met parketnummer 03/700392-16. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte het kentekenbewijs heeft gestolen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

In de strafzaak met parketnummer 03/700392-16: 1

Feit 1:

[benadeelde 1] heeft aangifte gedaan van diefstal uit zijn auto. Op de beelden van de beveiligingscamera bij zijn woning aan de [adres 1] te [woonplaats 1] , was te zien dat een man op 27 mei 2016, omstreeks 01.37 uur, richting de auto van [benadeelde 1] liep. Hij opende de auto en stapte in de auto. Uit de auto werden een beveiligingscamera, een navigatiesysteem en een satellietmeter weggenomen.2

De verdachte heeft verklaard dat hij de diefstal heeft gepleegd. Hij heeft de goederen weggenomen om te verkopen.3

Gelet op de aangifte en de verklaring van de verdachte, stelt de rechtbank vast dat de verdachte goederen uit een auto heeft gestolen. De rechtbank acht de diefstal dan ook bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte, om die goederen te stelen, de auto heeft opengebroken. Er werd geen schade aan de auto geconstateerd. De verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Feit 2:

Op 10 juli 2016 deed [benadeelde 2] , mede namens [benadeelde 3] en [benadeelde 4] , aangifte van diefstal op eerdergenoemde datum in het scoutinggebouw aan de [adres 2] te Kerkrade, waar zij tijdelijk verbleven. Bij de diefstal werden een autosleutel, twee portemonnees met inhoud, een sleutelbos en een handlamp weggenomen.4

Op de camerabeelden was te zien dat omstreeks 04.52 uur een man het gebouw binnenging. In het gebouw nam de man iets weg dat lijkt op een autosleutel. Omstreeks 04.55 uur verliet de man het gebouw met goederen in zijn hand.5 De verdachte werd op de camerabeelden herkend.6

De verdachte heeft bekend dat hij de diefstal heeft gepleegd. Hij verklaarde enkel geld te hebben weggenomen.7

Gelet op de aangifte en de verklaring van de verdachte, stelt de rechtbank vast dat de verdachte een diefstal heeft gepleegd in een scoutinggebouw. Hoewel de verdachte zelf anders heeft verklaard, stelt de rechtbank vast dat de verdachte de in de aangifte vermelde goederen heeft weggenomen. De rechtbank vindt hiervoor ondersteuning in de camerabeelden. Hierop is te zien dat de verdachte (vermoedelijk) autosleutels wegneemt. Bij het verlaten van het gebouw draagt hij goederen in zijn hand. De rechtbank acht feit 2 dan ook bewezen.

Feit 3:

Op 12 augustus 2016 werd verdachte aangehouden op verdenking van diefstal. Tijdens de insluitingsfouillering bleek dat de verdachte in het bezit was van een Nederlands kentekenbewijs ( [kenteken] ).8 [benadeelde 5] deed aangifte van diefstal uit zijn auto gepleegd te Heerlen. Op 12 augustus 2016 ontdekte [benadeelde 5] dat het kentekenbewijs uit de auto was weggenomen.9

Verdachte heeft verklaard dat hij de inbraak heeft gepleegd.10

Op grond van de bevindingen van de politie, de aangifte van [benadeelde 5] en de verklaring van verdachte, stelt de rechtbank vast dat de verdachte een kentekenbewijs heeft weggenomen uit een auto. De rechtbank acht de diefstal dan ook bewezen.

Feit 4:

Op 6 augustus 2016 werd de verdachte gecontroleerd door de politie. Hij was in het bezit van een navigatiesysteem. Onder “thuisadres” stond [adres 3] te [woonplaats 3] voorgeprogrammeerd.11 Het navigatiesysteem bleek afkomstig te zijn uit de auto van [benadeelde 6] . Naast het navigatiesysteem werden een dopsleutel van haar werkgever Hago Nederland, een notitieblokje, een zakje keelsnoepjes en een flesje desinfectiemiddel uit haar auto weggenomen.12

De verdachte heeft verklaard dat hij een navigatiesysteem uit de auto heeft weggenomen.13

Op grond van de bevindingen van de politie en de verklaringen van [benadeelde 6] en verdachte, stelt de rechtbank vast dat de verdachte goederen heeft weggenomen uit een auto. Voor wat betreft de uit de auto gestolen goederen, zoekt de rechtbank aansluiting bij de verklaring van [benadeelde 6] . Zij heeft geen reden aan deze verklaring te twijfelen. De rechtbank acht de diefstal dan ook bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte, om die goederen te stelen, de auto heeft opengebroken. Er werd geen schade aan de auto geconstateerd. De verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Feit 5:

Op 12 augustus 2016 werd de verdachte aangehouden op verdenking van diefstal. Tijdens de insluitingsfouillering bleek dat de verdachte in het bezit was van:

- een Nederlands rijbewijs op naam van [benadeelde 7] ;

- een VGZ zorgpas op naam van [benadeelde 7] ;

- een betaalpas van de ING Bank op naam van [benadeelde 7] ;

- een betaalpas van de ING Bank op naam van Atlas Personal Training;14

- een Carwash pas;

- een klantenpas Gym-N-Juice;

- een klantenpas Powergym;

- een toegangspas van Holland Casino;

- een tankpas.15

[benadeelde 7] deed aangifte van diefstal uit zijn auto gepleegd te Heerlen. De diefstal moet hebben plaatsgevonden tussen 10 augustus 2016 en 11 augustus 2016. Uit de auto werden, naast de hiervoor bij de verdachte aangetroffen goederen, verder nog weggenomen:

- een portemonnee van het merk Dolce and Gabbana;

- parfum van het merk Lalique;

- parfum van het merk Alien;

- € 140,-.16

De verdachte heeft de diefstal uit de auto ontkend. De rechtbank stelt echter vast dat de verdachte korte tijd na de diefstal uit de auto een groot deel van de gestolen goederen in zijn bezit heeft. Dat blijkt uit de aangifte en de bevindingen van de politie. Hiervoor heeft hij geen verklaring gegeven. Wel staat vast dat de verdachte een hele reeks autodiefstallen heeft gepleegd, waarbij hij steeds goederen uit een auto heeft weten weg te nemen zonder enig spoor van braak achter te laten. De rechtbank concludeert dat de verdachte dat ook hier heeft gedaan en acht de diefstal dan ook bewezen.

Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte, om die goederen te stelen, de auto heeft opengebroken. Er werd geen schade aan de auto geconstateerd. De verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Feit 6:

[benadeelde 8] deed aangifte van diefstal uit zijn auto, die plaats moet hebben gevonden tussen 26 juli 2016 en 27 juli 2016. Hierbij werd onder andere zijn portemonnee gestolen.17

Op 12 augustus 2016 werd de verdachte aangehouden op verdenking van diefstal. Tijdens de insluitingsfouillering bleek dat de verdachte in het bezit was van een betaalpas op naam van [benadeelde 8] .18

Op grond van de aangifte en de bevindingen van de politie, stelt de rechtbank vast dat de verdachte een gestolen betaalpas voorhanden heeft gehad. Het kan niet anders dan dat de verdachte wist dat deze betaalpas van misdrijf afkomstig was, nu deze pas op naam van een ander was gesteld. De rechtbank acht feit 6 dan ook bewezen.

In de strafzaak met parketnummer 03/700322-16: 19

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen op grond van:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 juni 2016, p. 5;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 juni 2016, p. 39.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

In de strafzaak met parketnummer 03/700392-16:

1.

op 27 mei 2016 in de gemeente Heerlen, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto heeft weggenomen een satellietmeter, een navigatiesysteem en een camera, toebehorende aan [benadeelde 1] ;

2.

op 10 juli 2016 in de gemeente Kerkrade, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een autosleutel, meerdere portemonnees met inhoud, een sleutelbos en een handlamp, toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 4] ;

3.

omstreeks 12 augustus 2016 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenbewijs (behorende bij een personenauto met kenteken [kenteken] ), toebehorende aan [benadeelde 5] ;

4.

op 6 augustus 2016 in de gemeente [woonplaats 3] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto heeft weggenomen een navigatiesysteem, een notitieblokje, een flesje desinfectiemiddel, snoepgoed en een dopsleutel, toebehorende aan [benadeelde 6] en/of Hago Nederland en/of Athlon Carlease B.V.;

5.

in de periode van 10 augustus 2016 tot en met 11 augustus 2016 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto heeft weggenomen een rijbewijs (o.n.v. [benadeelde 7] ), een betaalpas (o.n.v. Atlas personal training), een betaalpas (o.n.v. [benadeelde 7] ), een Car Wash pas, een Esso tankpas, pas lidmaatschap Parkstad powergym, pas lidmaatschap Gym-N-Juice, pas lidmaatschap Holland Casino, VGZ Zorgpas ( [benadeelde 7] ), portemonnee Dolce and Gabbana, parfum Lalique, parfum Alien en contant geld (140 euro), toebehorende aan [benadeelde 7] ;

6.

in de periode 26 juli 2016 tot en met 12 augustus 2016 in de gemeente Heerlen, een goed te weten een betaalpas (o.n.v. [benadeelde 8] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

In de strafzaak met parketnummer 03/700322-16:

op 23 juni 2016 in de gemeente Heerlen [slachtoffer] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] te slaan en te trappen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

In de strafzaak met parketnummer 03/700392-16:

Feit 1:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd

Feit 2:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd

Feit 3:

diefstal

Feit 4:

diefstal

Feit 5:

diefstal

Feit 6:

opzetheling

In de strafzaak met parketnummer 03/700322-16:

mishandeling

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Voorts heeft hij gevorderd aan deze proeftijd bijzondere voorwaarden te koppelen, te weten een meldplicht en een klinische behandeling bij Radix voor zover de reclassering dit nodig acht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de gevorderde straf passend is.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere autodiefstallen en een diefstal uit een scoutinggebouw. In een tijdsbestek van nauwelijks drie maanden heeft hij verdachte meerdere vermogensdelicten gepleegd, waarbij hij een spoor van schade heeft achtergelaten. Een aantal van de vermogensdelicten is ten laste gelegd en andere zijn ad informandum vermeld op de dagvaarding (zie onder 6.4). De rechtbank zal met de ad informandum vermelde feiten rekening houden bij de bepaling van de hoogte van de straf. De officier van justitie heeft gezegd dat hij de verdachte hiervoor niet afzonderlijk zal vervolgen.

Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een mishandeling. In een bus heeft hij het nietsvermoedende slachtoffer aangevallen.

Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij in het verleden voor soortgelijke feiten werd veroordeeld. De straffen die daarbij werden opgelegd hebben kennelijk weinig indruk gemaakt. De verdachte is niet in staat om zijn criminele gedragspatroon te beëindigen. Steeds opnieuw valt hij in herhaling.

De reclassering heeft op 18 november 2016 een rapport uitgebracht. Hierin staat vermeld dat de verdachte kampt met psychische problematiek. Hij geeft aan stemmen te horen. Tijdens het gesprek met de reclasseringswerker maakte de verdachte ook een verwarde indruk. Ter zitting heeft de raadsman aangegeven dat de psychische toestand van de verdachte op dit moment zorgwekkend is.

De reclassering heeft geadviseerd een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht en een klinische behandeling bij Radix of een soortgelijke instelling. De verdachte is bij Radix gediagnosticeerd met een psychotische stoornis. Daarnaast is sprake van amfetaminemisbruik. Een klinische behandeling is noodzakelijk voor de behandeling van de psychotische klachten en in verband met verdere diagnostiek. Gelet op de ernst van de problematiek van de verdachte is een ambulante behandeling geen optie.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een klinische behandeling van de verdachte noodzakelijk is. Ten overstaan van de reclassering heeft de verdachte ook aangegeven dat hij gemotiveerd is voor een dergelijke behandeling. Hij is bereid aan zijn herstel te werken. Door oplegging van een klinische behandeling hoopt de rechtbank het criminele gedragspatroon van de verdachte te doorbreken.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met oplegging van bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering is geadviseerd, een gepaste straf. De door de officier van justitie gevorderde straf acht de rechtbank echter te laag. De verdachte zit op de dag van de uitspraak ruim 6 maanden in voorarrest. De rechtbank wil voorkomen dat de verdachte na het ondergaan van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf, in afwachting van een opname in een kliniek, zonder behandeling op straat komt te staan. De verdachte kan niet in staat worden geacht zichzelf dan te redden. Met zijn huidige psychische toestand zou de verdachte op straat verloederen. De rechtbank acht het van groot belang dat de verdachte na het ondergaan van de onvoorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf aansluitend in een kliniek wordt geplaatst. Om de tijd die een dergelijke opname met zich brengt te overbruggen, zal de rechtbank een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, die gelet op de ernst en de veelheid van de strafbare feiten ook op zijn plaats is. Gelet op de huidige toestand van de verdachte, geeft de rechtbank het openbaar ministerie in overweging om verdachte zo snel mogelijk op een daartoe geëquipeerde afdeling binnen het gevangeniswezen te plaatsen.

Alles overwegende zal de rechtbank opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Zij zal aan het voorwaardelijk deel van de straf bijzondere voorwaarden koppelen, zoals door de reclassering is geadviseerd. De proeftijd zal drie jaren bedragen.

6.4

Het ad informandum gevoegde

De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met het volgende door verdachte bekende en ad informandum op de dagvaarding vermelde strafbare feiten:

  • -

    diefstal uit een auto op 12 juni 2016, gepleegd in de gemeente Heerlen;

  • -

    diefstal uit een auto in de periode van 19 juni 2016 tot en met 20 juni 2016 te Heerlen;

  • -

    diefstal uit een auto op 13 juni 2016 te Heerlen.

7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

- [benadeelde 1] met een vordering ter hoogte van € 425,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- [benadeelde 4] met een vordering ter hoogte van € 218,40 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente;

- [benadeelde 2] met een vordering ter hoogte van € 227,68 aan materiële schade;

- [benadeelde 9] met een vordering ter hoogte van € 31,50 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- [benadeelde 10] met een vordering ter hoogte van € 308,95, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat alle vordering kunnen worden toegewezen.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de vorderingen van de benadeelde partijen.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van [benadeelde 1] , [benadeelde 4] , [benadeelde 10] en [benadeelde 9] in hun geheel kunnen worden toegewezen. Deze vorderingen zijn niet weersproken. De rechtbank acht deze vordering ook alleszins redelijk. De toe te wijzen bedragen zullen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Ook zal de rechtbank bij alle vorderingen de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] overweegt de rechtbank dat deze vordering niet duidelijk is. De posten die hij op het schadeformulier heeft vermeld, staan namelijk opgenomen onder het kopje “vergoede schade” . Onder “verzoek tot schadevergoeding” is geen bedrag opgenomen. Op basis van het schadeformulier lijkt het er dan ook op dat de schade reeds is vergoed. Voor de rechtbank is niet duidelijk welk bedrag (nog) gevorderd wordt, zodat zij de benadeelde [benadeelde 2] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering. Het aanhouden van de strafzaak om de benadeelde in de gelegenheid te stellen meer duidelijkheid te verschaffen, zou naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.

8 De vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 16 januari 2015, in de zaak met parketnummer 03/215815-14, is aan de verdachte door de politierechter van de rechtbank Limburg opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte in de proeftijd verbonden aan de voorwaardelijk opgelegde straf opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd. Hij heeft zich dan ook niet gehouden aan de algemene voorwaarde. De verdachte wist dat hij in de proeftijd van twee jaar geen strafbare feiten mocht plegen, maar heeft zich wederom schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Het ten uitvoer leggen van de voorwaardelijke straf is dan ook gerechtvaardigd.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 300, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarde, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen, te weten dat veroordeelde:

- zich op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling laat opnemen bij Radix of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, voor een periode van maximaal de duur van de proeftijd of zoveel korter dan de leiding van de zorginstelling in overleg met de reclassering wenselijk acht, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- draagt deze reclasseringsinstelling op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 1], wonende te [woonplaats 1] , te betalen € 425,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 27 mei 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] , van € 425,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 8 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 27 mei 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 4], wonende te [woonplaats 2] , te betalen € 218,40, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 10 juli 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4] , van € 218,40, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 10 juli 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 10], wonende te [woonplaats 1] , te betalen € 308,95, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 20 juni 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 10] , van € 308,95, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 20 juni 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 9], wonende te [woonplaats 1] , te betalen € 31,50, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 20 juni 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 9] , van € 31,50, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 20 juni 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in

zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2], wonende te [woonplaats 2] , niet-ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;

Vordering tot tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijk opgelegde straf in de strafzaak met parketnummer 03/215815-14, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. R. Verkijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 februari 2017.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

In de strafzaak met parketnummer 03/700392-16:

1.

hij op of omstreeks 27 mei 2016 in de gemeente Heerlen, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto

heeft weggenomen een satellietmeter, een navigatiesysteem en/of een camera van, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij in of omstreeks 10 juli 2016 in de gemeente Kerkrade, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een autosleutel, meerdere portemonnees (met inhoud), een sleutelbos en/of een handlamp, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 12 augustus 2016 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenbewijs (behorende bij een personenauto met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op of omstreeks 6 augustus 2016 in de gemeente Brunssum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto heeft weggenomen een navigatiesysteem, een notitieblokje, een flesje desinfectiemiddel, snoepgoed en/of een dopsleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of Hago Nederland en/of Athlon Carlease B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van braak en/of verbreking;

5.

hij in of omstreeks in de periode 10 augustus 2016 tot en met 11 augustus 2016 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto heeft weggenomen een rijbewijs (o.n.v. [benadeelde 7] ), een betaalpas (o.n.v. Atlas personal training), een betaalpas (o.n.v. [benadeelde 7] ), een Car Wash pas, een Esso tankpas, pas

lidmaatschap Parkstad powergym, pas lidmaatschap Gym-N-Juice, pas lidmaatschap

Holland Casino, VGZ Zorgpas ( [benadeelde 7] ), portemonnee Dolce and Gabbana, parfum Lalique, parfum Alien en/of contant geld (140 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

6.

hij in of omstreeks de periode 26 juli 2016 tot en met 12 augustus 2016 in de gemeente Heerlen, een goed te weten een betaalpas (o.n.v. [benadeelde 8] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

In de strafzaak met parketnummer 03/700322-16:

hij op of omstreeks 23 juni 2016 in de gemeente Heerlen [slachtoffer] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] (meermalen) te slaan en/of te trappen (waardoor voornoemde [slachtoffer] ten val is gekomen).

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2016113528, gesloten d.d. 19 september 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 136.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 30 mei 2016, p. 83, 84 en 86.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 augustus 2016, p. 34 en 35.

4 Proces-verbaal van aangifte d.d. 10 juli 2016, p. 69, 70 en 72.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juli 2016, p. 75 en 76.

6 Proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 16 juli 2016, p. 77.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 augustus 2016, p. 35.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 augustus 2016, p 8.

9 Proces-verbaal van aangifte d.d. 12 augustus 2016, p. 132.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 augustus 2016, p. 36 en 37.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2016, p. 107.

12 Proces-verbaal van aangifte d.d. 6 augustus 2016, p. 101 en 102.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 augustus 2016, p. 35.

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 augustus 2016, p. 7 en 8.

15 Proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 12 augustus 2016, p. 22 en 23.

16 Proces-verbaal van aangifte d.d. 12 augustus 2016, p. 115 en 116.

17 Proces-verbaal van aangifte d.d. 27 juli 2016, p. 126.

18 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 augustus 2016, p. 8.

19 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2016113574, gesloten d.d. 13 juli 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 41.