Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1301

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
16-02-2017
Zaaknummer
5299499 cv expl 16-8008
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zorgplicht notaris.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2017/143
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5299499 \ CV EXPL 16-8008

Vonnis van de kantonrechter van 15 februari 2017

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. I.A.W. van den Broek,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOTARIAAT [X] B.V.,

gevestigd te Weert,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. C.M. Walgemoed.

Partijen worden hierna [eisende partij] en Notariaat [X] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek tevens vermeerdering van eis

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is de zaak op vonnis gesteld, waarvan de uitspraak nader is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij] is op 20 november 2007 een geregistreerd partnerschap aangegaan met mevrouw [A] , hierna aangeduid als ‘ [A] ’. Bij het aangaan van dit geregistreerd partnerschap zijn geen partnerschapsvoorwaarden gemaakt. Hierdoor is van rechtswege een wettelijke gemeenschap van goederen ontstaan.

2.2.

Op 22 augustus 2008 hebben [eisende partij] en [A] een beëindigingsovereenkomst gesloten ten overstaan van notaris mr. [mr. X] .

Op 3 september 2008 is het geregistreerd partnerschap ontbonden door inschrijving van de verklaring als bedoeld in artikel 1:80c lid 1 onderdeel c BW in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Deurne.

Op 24 november 2008 is de akte van verdeling en levering opgemaakt en ondertekend. In deze akte wordt de verdeling van de woning, een verzekeringspolis, inboedelgoederen en overige goederen tussen [eisende partij] en [A] geregeld.

2.3.

In januari 2009 is notaris [X] overleden. Notaris [Y] heeft de praktijk van notaris [X] hierna voortgezet.

2.4.

Op 7 augustus 2013 is de vader van [eisende partij] overleden. De moeder van [eisende partij] was reeds eerder, op 27 december 1987, overleden.

Bij het verdelen van de nalatenschap van de ouders tussen [eisende partij] en zijn broers, werd door notaris [Y] in 2014 het onverdeeld aandeel van [A] in de nalatenschap van moeder ontdekt. Het onverdeelde aandeel van [eisende partij] en [A] moest nog verdeeld worden. Ter verdeling van de nalatenschap zijn [eisende partij] en [A] overeengekomen dat [eisende partij] een bedrag van € 10.000,00 aan [A] diende te voldoen.

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, en na vermeerdering van eis:

  • -

    te verklaren voor recht dat Notariaat [X] aansprakelijk is voor de door [eisende partij] geleden schade,

  • -

    Notariaat [X] te veroordelen om binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis aan [eisende partij] te voldoen een bedrag van € 16.490,00 terzake de door [eisende partij] geleden schade,

  • -

    veroordeling van Notariaat [X] in de kosten van deze procedure.

3.2.

Notariaat [X] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eisende partij] stelt zich op het standpunt dat notaris [X] in het kader van de beëindiging van het geregistreerd partnerschap tussen hem en [A] niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwame vakgenoot mag worden verwacht.

De notaris heeft volgens [eisende partij] in de eerste plaats onvoldoende onderzoek gedaan naar de omvang van de gemeenschap van goederen die verdeeld diende te worden. Indien [eisende partij] en [A] destijds op de hoogte waren geweest van het feit dat een onverdeeld aandeel in de nalatenschap van moeder [eisende partij] ook tot de gemeenschap van goederen behoorde, zou een en ander destijds zijn afgewikkeld, zonder dat [A] aanspraak gemaakt zou hebben op een gedeelte van deze nalatenschap. [A] heeft in een overeenkomst gedateerd 1 december 2015 bevestigd dat zij, indien het aandeel van de nalatenschap van moeder [eisende partij] meegenomen was in de overeenkomst van verdeling van november 2008, hierop geen aanspraak gemaakt zou hebben. [A] is bereid dit ten overstaan van de rechter te verklaren. Dat zij afstand gedaan zou hebben is volgens [eisende partij] zeer aannemelijk, nu uit de verklaring ook blijkt dat zij afstand heeft gedaan van banktegoeden en andere roerende zaken.

Ten tweede heeft notaris [X] nagelaten om in de beëindigingsovereenkomst tussen [eisende partij] en [A] op te nemen dat partijen niets meer van elkaar te vorderen hadden en elkaar algehele en finale kwijting wilden verlenen. Een dergelijke bepaling is zeer gebruikelijk in een akte van verdeling, aldus [eisende partij] .

Notaris [X] heeft een beroepsfout gemaakt waardoor [eisende partij] schade heeft geleden ter hoogte van € 16.490,00, bestaande uit € 10.000,00 terzake de betaling aan [A] , € 490,00 aan extra notariskosten en € 6.000,00 aan advocaatkosten. Indien de notaris met partijen zou hebben gesproken over de aanwezigheid van (onverdeelde) nalatenschappen of indien een waterdichte finale kwijtingsbepaling zou zijn opgenomen, dan had [eisende partij] geen schade geleden. [eisende partij] heeft Notariaat [X] voor de door hem geleden schade aansprakelijk gesteld.

4.2.

Notariaat [X] betwist dat zij aansprakelijk is voor de door [eisende partij] geleden schade. Zij betwist het causaal verband tussen de gestelde schade en het handelen van Notariaat [X] . Bovendien betwist Notariaat [X] de omvang van de gestelde schade.

Notariaat [X] betwist dat de notaris had moeten onderzoeken of er nog nalatenschappen waren die in de gemeenschap vielen. De betrokkenheid van een advocaat of notaris bij een beëindigingsovereenkomst is beperkt. Notariaat [X] betwist de juistheid van de inhoud van de verklaring van [A] dat zij in 2008 geen aanspraak zou hebben gemaakt op de nalatenschap en in 2013 wel. Ook als [A] in 2008 geen aanspraak zou hebben gemaakt op de nalatenschap en in 2013 wel, ontbreekt het causaal verband tussen het handelen van de notaris en de gestelde schade. De wijziging in de opstelling van [A] wordt volgens de stellingen van [eisende partij] veroorzaakt door de veranderde onderlinge verstandhouding. Notariaat [X] stelt dat in redelijkheid de veranderde onderlinge verstandhouding niet aan haar kan worden toegerekend.

Door de boedelmenging heeft [A] een aandeel in de erfenis gekregen. [A] heeft op dit aandeel aanspraak kunnen maken op het moment van beëindigen van het partnerschap en de gemeenschap. Haar recht daarop heeft vanaf dat moment bestaan, los van het handelen van Notariaat [X] .

Daarnaast betwist Notariaat [X] dat partijen elkaar verdere kwijting konden verlenen dan op basis van de akte is gebeurd. Uit de overeenkomst volgt immers dat partijen over en weer nog wel verplichtingen ten opzichte van elkaar hebben. Volgens Notariaat [X] volgt uit de kwijtingsregeling dat ook kwijting is verleend voor het onverdeelde aandeel in de nalatenschap.

4.3.

De kantonrechter overweegt het volgende.

Voor een notaris geldt een bijzondere zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat een notaris ten opzichte van zijn cliënt de zorgvuldigheid in acht dient te nemen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht.

Een notaris dient in een persoonlijk onderhoud cliënten die hun geregistreerd partnerschap wensen te beëindigen te informeren over de gevolgen die daaraan zijn verbonden.

In zo’n persoonlijk onderhoud dient de notaris tevens te beoordelen of de cliënten uitsluitend behoefte hebben aan een akte die uitsluitend de formele ontbinding van het geregistreerd partnerschap inhoudt dan wel een uitgebreidere regeling wensen of nodig hebben en hen terzake nadere informatie te verschaffen. Hij mag hierbij uitgaan van de informatie die hij van cliënten krijgt, aangevuld met binnen de beroepsgroep gebruikelijk zelfstandig onderzoek. Te verlijden akten dient hij zorgvuldig voor te bereiden en hij dient te controleren of deze aansluiten bij de bestaande feitelijke en juridische situatie.

4.4.

De kantonrechter stelt vast dat [eisende partij] en [A] in augustus 2008 de bedoeling hadden finale afspraken te maken over de beëindiging van hun partnerschap en de gevolgen daarvan. Dit blijkt onder meer uit de aantekeningen die de notaris heeft gemaakt van het gesprek over de beëindigingsovereenkomst (productie 1 bij conclusie van antwoord). Uit deze aantekeningen kan worden afgeleid dat [eisende partij] en [A] over en weer geen aanspraak wilden maken op alimentatie, elkaars pensioen, dat er geen sprake was van overbedeling, dat de gemeenschappelijke bankrekening was opgeheven en dat de inboedel verdeeld was. Niet is komen vast te staan dat het onderverdeelde aandeel in de nalatenschap van moeder [eisende partij] destijds aan de orde is gekomen. [eisende partij] heeft de notaris hiervan niet op de hoogte gesteld terwijl evenmin is gebleken dat de notaris heeft gevraagd naar de aanwezigheid van eventuele nalatenschappen.

Naar het oordeel van de kantonrechter moet het voor de notaris duidelijk zijn geweest dat [eisende partij] en [A] , mede gelet op de opgenomen kwijtingsbepaling in de overeenkomst, een finale regeling wilden treffen ter beëindiging van hun geregistreerd partnerschap. Nu er sprake was van een gemeenschap van goederen die verdeeld diende te worden, had het op de weg van de notaris gelegen om navraag te doen naar (onder meer) eventuele nalatenschappen om zo de omvang van de te verdelen gemeenschap vast te kunnen stellen.

De omstandigheid dat partijen zelf al grotendeels hadden besproken wat zij wilden laten vastleggen, betekent naar het oordeel van de kantonrechter niet dat de notaris geen enkel zelfstandig onderzoek meer hoeft te doen.

4.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter is echter onvoldoende gebleken dat [eisende partij] jegens [A] een ‘harde’ verplichting had om aan haar € 10.000,00 te betalen, zodat de vraag rijst of de gestelde schade wel aan de notaris valt toe te rekenen.

Immers, gesteld noch gebleken is dat [eisende partij] jegens [A] een beroep heeft gedaan op de kwijtingsbepaling althans op de bedoeling die partijen bij het aangaan van de overeenkomst ter beëindiging van hun geregistreerd partnerschap voor ogen hebben gehad.

De kantonrechter is van oordeel dat een dergelijk beroep van [eisende partij] ter afwering van de claim van [A] niet bij voorbaat kansloos zou zijn geweest, in welk geval [eisende partij] geen schade zou hebben geleden. Kennelijk heeft [A] als voorwaarde gesteld dat [eisende partij] haar een bedrag van € 10.000,00 diende te betalen, bij gebreke waarvan zij niet zou meewerken aan de verdeling van de nalatenschap van de vader van [eisende partij] . Dat maakt echter nog niet dat [eisende partij] geen andere mogelijkheid had dan in te stemmen met die voorwaarde. Daar komt nog bij dat [eisende partij] geen enkel inzicht heeft gegeven in de omvang van zijn aandeel in de nalatenschap van zijn moeder, zodat de kantonrechter ook niet kan vaststellen of het aan [A] betaalde bedrag daarmee valt te rijmen. [eisende partij] heeft op dat punt niet voldaan aan zijn stelplicht.

4.6.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig [eisende partij] toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.7.

De kantonrechter komt tot de slotsom dat de vordering van [eisende partij] tot schadevergoeding, met inbegrip van de gevorderde extra notariskosten en advocaatkosten, dient te worden afgewezen.

[eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Notariaat [X] worden begroot op een bedrag van € 500,00 (2 x tarief € 250,00) wegens salaris gemachtigde.

4.8.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten aan de zijde van Notariaat [X] gevallen en tot op heden begroot op € 500,00,

5.3.

veroordeelt [eisende partij] onder de voorwaarde dat hij niet binnen 2 weken na aanschrijving door Notariaat [X] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: em

coll: