Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:12712

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
27-12-2017
Zaaknummer
04/650318-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor medeplegen export softdrugs een deelname criminele organisatie. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte hasj heeft afgeleverd aan leden van een criminele organisatie in oktober 2009.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 04/650318-09

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 december 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegevens] ,

wonende te [adres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.A. van der Horst, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6, 7 en 8 december 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: meermalen samen met anderen een grote hoeveelheid hennep en/of hasjiesj buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht dan wel heeft verhandeld en/of voorhanden heeft gehad;

feit 2: 4020 gram hasjiesj aanwezig heeft gehad;

feit 3: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft nogmaals verzocht – zoals eerder in de overgelegde pleitnota als preliminair verweer is opgenomen – de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van verdachte vanwege - kort gezegd - de overschrijding van de redelijke termijn en de daarmee samenhangende schending van verdedigingsrechten. Daartoe heeft de raadsman – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat door het grote tijdsverloop getuigen zich zaken niet meer goed kunnen herinneren, waardoor moeilijk is geworden om nog een betekenisvolle en inhoudelijke verdediging te kunnen voeren. Daardoor is het verdedigingsbelang geschonden. Bovendien valt niet in te zien welke strafdoelen in deze zaak nog opgeld doen.

Dit verweer is op de zitting van 6 december 2017 als preliminair verweer gevoerd, waarop de rechtbank afwijzend heeft beslist. De verdediging heeft dit verzoek echter bij pleidooi herhaald.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn in deze zaak inderdaad is overschreden, maar dat dit, gelet op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, niet leidt tot niet ontvankelijkheid.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank heeft op de zitting van 6 december 2017 naar aanleiding van het preliminaire verweer van de raadsman besloten dat hoewel het tijdsverloop sinds de aanhouding van verdachte op 17 maart 2010 en de inhoudelijke behandeling van de zaak is aan te merken als een overschrijding van de redelijke termijn van zes jaar, hierop - naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad - niet de sanctie van niet ontvankelijkheid van de officier van justitie behoeft te volgen, maar van reductie van de eventueel op te leggen straf. Daarbij heeft de rechtbank de overschrijding van de termijn grofweg opgedeeld in twee perioden: de periode tot en met 7 maart 2014 en de periode erna (bestaande uit de periode tot het laatste getuigenverhoor in juni 2016 en de daarna verstreken periode tot aan de inhoudelijke behandeling van de zaak). Ten aanzien van de eerste periode tot en met 7 maart 2014 heeft de rechtbank overwogen dat zij bij zitting van 7 maart 2014 het toen gevoerde preliminair verweer van de verdediging reeds gemotiveerd heeft verworpen en dat zij niet opnieuw in de beoordeling van die periode treedt. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat het tijdsverloop ná de zitting van 7 maart 2014 grotendeels het gevolg is geweest van de uitvoering van de onderzoekwensen van de verdediging, waardoor dit deel van de overschrijding van de redelijke termijn niet aan het Openbaar Ministerie (OM) kan worden verweten en geen reden is om het OM alsnog niet ontvankelijk te verklaren. Ook de resterende tijd die – gelet op het zittingsrooster van de rechtbank en de agenda’s van de verschillende raadslieden – nodig is geweest om de inhoudelijke behandeling op zitting in te plannen, was, in combinatie met de reeds geconstateerde termijnoverschrijding, naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende om te concluderen dat dat thans moet leiden tot niet ontvankelijkheid van het OM.

Met betrekking tot het beroep op schending van de beginselen van behoorlijke procesorde overweegt de rechtbank dat het feit dat getuigen zich beweerdelijk de zaak niet meer kunnen herinneren, onverlet laat dat verdachte zich wel kan verdedigen. Dit laatste is ter terechtzitting ook gebleken uit de voorgedragen verweren. Overigens merkt de rechtbank op dat verdachte zich ter terechtzitting heeft beroepen op zijn zwijgrecht en de verdediging heeft nagelaten om concreet aan te voeren op welke punten de verdediging in haar belang is geschaad door het feit dat getuigen zich bepaalde zaken wellicht niet meer kunnen herinneren. De rechtbank verwerpt daarom het verweer.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft – zoals vervat in het overgelegde schriftelijke requisitoir –gevorderd dat verdachte van het onder 1 primair, onder 2 en onder 3 ten laste gelegde wordt vrijgesproken alsmede dat het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wordt bewezenverklaard.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – zoals vervat in de overgelegde pleitnota – bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Daartoe heeft hij – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er geen enkele aanwijzing is dat verdachte wist dat de personen aan wie verdachte zou hebben geleverd de verdovende middelen zouden uitvoeren. Het gaat om zuiver binnenlandse transacties met mensen die in Nederland wonen en Nederlands spreken, zodat de primair ten laste gelegde export niet kan worden bewezenverklaard. Voorts kan ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde niet worden bewezen dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij het leveren van de verdovende middelen. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker was van het telefoonnummer [gsm-nummer 1] , terwijl er sterke aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte bij de ontmoetingen met [medeverdachte 1] aanwezig was of dat hij aanwezig is geweest bij de geobserveerde overdrachten van de verdovende middelen. Voorts blijft ook de rol van de gebruiker van het telefoonnummer [gsm-nummer 1] onduidelijk. Uit de observaties blijkt dat deze persoon niet zelf de leverancier is van de verdovende middelen, maar zijn rol beperkt is tot het leggen van contacten tussen koper en verkoper. De gebruiker van [gsm-nummer 1] dan wel verdachte heeft dus geen uitvoeringshandelingen verricht, noch zodanig nauw en volledig met de anderen samengewerkt dat er sprake is van medeplegen. Bovendien is ten aanzien van de zaakdossiers 4 en 5 ook niet duidelijk dat er daadwerkelijk hasjiesj zijn geleverd en door wie.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde ontbreekt wettig en overtuigend bewijs dat de aangetroffen middelen hasjiesj betreft. Voorts is er geen aanwijzing dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van deze middelen in zijn woning.

Ten aanzien van de onder 3 ten laste gelegde deelneming aan de criminele organisatie zijn er ook geen onderzoeksresultaten op basis waarvan een betrokkenheid van verdachte als deelnemer aan de ten laste gelegde organisatie kan worden aangenomen, nu hij niet betrokken is geweest bij de afzonderlijke zaakdossiers. Subsidiair kan verdachte niet als deelnemer aan de organisatie worden aangemerkt. De rol die verdachte in het dossier krijgt toebedeeld is die van een tussenpersoon die regelt dat [medeverdachte 1] een deel van zijn verdovende middelen kan inkopen. Uit niets blijkt dat verdachte wist van het bestaan van een dergelijke organisatie.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

4.3.1

Inleiding

Via het Team Criminele Inlichtingen werd op 10 september 2009 informatie ontvangen met betrekking tot de levering van een grote hoeveelheid verdovende middelen waarbij [naam 1] betrokken zou zijn. Dit leidde tot een onderzoek van het Hektor-rechercheteam onder de naam ‘23BM0905’naar onder anderen de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] . In dit onderzoek werden diverse onderzoeksmiddelen ingezet, zoals telefoontaps en observaties. Ook werden binnen het onderzoek diverse rechtshulpverzoeken gedaan aan de Duitse autoriteiten, onder andere met betrekking tot stukken die betrekking hebben op de leveringen van 5 oktober 2009 (zaakdossier 1), 9 oktober 2009 (zaakdossier 2) en 23 oktober 2009 (zaakdossier 3).

Deze leveringen zijn in Duitsland afgevangen en de betrokken koeriers zijn aangehouden en in Duitsland berecht. De verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn aangehouden op 29 oktober 2009, verdachte [medeverdachte 3] op 17 november 2009, verdachte [medeverdachte 4] op 16 december 2009 en tenslotte verdachte [verdachte] op 17 maart 2010. Op deze data hebben ook diverse doorzoekingen plaatsgevonden van de woningen van verdachten.

In dit onderzoek zijn in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 29 oktober 2009 vijf zaken uitgelicht die mogelijk betrekking hebben op de (grensoverschrijdende) handel in verdovende middelen alsmede de deelname aan een crimineel samenwerkingsverband.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij betrokken is bij vier onderzochte leveringen, alsmede deelname aan een criminele organisatie en het voorhanden hebben van hasjiesj.

De rechtbank zal allereerst de gebruikte telecommunicatie bespreken en vervolgens ingaan op de zaakdossiers betreffende de afgevangen leveringen (zaakdossier 2 en 3). Daarna zal de rechtbank de overige ten laste gelegde leveringen (zaakdossier 4 en 5), de criminele organisatie (zaakdossier 13) en tenslotte het aanwezig hebben van de hasjiesj (zaakdossier 16) bespreken.

4.3.2

Telecommunicatie

Door [verdachte] gebruikte telefoonnummers

Uit telefoontaps blijkt dat [medeverdachte 1] op 9 oktober 2009 belt met de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] en zegt dat hij omstreeks 15.00 uur bij de viswinkel is. Tijdens de daarop volgende observatie wordt [medeverdachte 1] omstreeks 14.50 uur in restaurant ‘ [naam restaurant] ’ te Utrecht gezien. Hij wordt gebeld door de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] en ze spreken over de te volgen route. [medeverdachte 1] stapt vervolgens in de auto en rijdt naar het [adres 5] te Utrecht. Aldaar wordt gezien dat een Renault Twingo voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] , op naam van [naam echtgenote] , zijnde de echtgenote van [verdachte] , ter hoogte van de auto van [medeverdachte 1] stopt. De bestuurder maakt contact met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 1] rijdt uiteindelijk achter (de bestuurder van) de Renault Twingo aan. Vervolgens belt [medeverdachte 1] naar de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] en [medeverdachte 1] zegt dat hij achter hem aan rijdt. De gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] bevindt zich kennelijk in de betreffende Renault Twingo.

Tijdens het onderzoek is bij [medeverdachte 1] een mobiele telefoon inbeslaggenomen. Deze telefoon is onderzocht en daaruit is gebleken dat in het telefoonboek bij het telefoonnummer [gsm-nummer 1] ‘ [bijnaam verdachte] ’ en bij het nummer [gsm nummer 2] ‘ [naam 2] ’ staat.

Uit telefoontaps blijkt voorts dat [medeverdachte 1] op 27 oktober 2009 om 13:42 uur wordt gebeld door [medeverdachte 3] , die zegt dat iemand genaamd ‘ [bijnaam verdachte] ’ was gekomen. Hij vraagt of [medeverdachte 1] snel komt. Tijdens de daarop volgende observatie wordt omstreeks 14:20 uur gezien dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] samen met een onbekende man op het terras van [naam café] te Venlo zaten. Vervolgens wordt gezien dat de onbekende man in een Mercedes met het kenteken [kentekennummer 2] , op naam van [verdachte] , stapt. Naar aanleiding van een opgevraagde foto van [verdachte] , herkennen verbalisanten de onbekende man als [verdachte] op de video-opnames van de betreffende observatie.

Ook blijkt uit telefoontaps dat [medeverdachte 1] op 12 oktober 2009 naar de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] belt en zegt “Ik ben hier, bij jou”. De man vraagt: “Waar in Hilversum”. De gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] woont kennelijk in Hilversum. Van [verdachte] is bekend dat hij in Hilversum woont.

Voorts is uit onderzoek gebleken dat [medeverdachte 1] meerdere malen werd gebeld door de gebruiker van het nummer [gsm nummer 2] . Door verbalisant [verbalisant 1] werd vastgesteld dat de stem van de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] identiek is aan de stem van de gebruiker van het nummer [gsm nummer 2] .

De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast dat de gebruiker van het telefoonnummer [gsm-nummer 1] “ [bijnaam verdachte] ” wordt genoemd. Op 27 oktober 2009 belt [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 1] dat “ [bijnaam verdachte] ” hier is en dat [medeverdachte 1] moet komen, waarna binnen 45 minuten wordt gezien dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [verdachte] samen zijn. Dit is een eerste indicatie dat [verdachte] [bijnaam verdachte] en dus ook de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] is. Een tweede indicatie daarvoor vindt de rechtbank in het feit dat de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] op 9 oktober 2009 kennelijk de auto van de echtgenote van [verdachte] heeft bestuurd. Een derde en laatste indicatie dat [verdachte] de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] is, vindt de rechtbank in het feit dat de gebruiker van [gsm-nummer 1] kennelijk in Hilversum woont, terwijl ook [verdachte] in Hilversum woont. Drie op zichzelf losstaande indicaties, die in onderlinge samenhang bezien naar het oordeel van de rechtbank maken dat buiten redelijke twijfel is dat [verdachte] de gebruiker is van zowel het telefoonnummer [gsm-nummer 1] als het telefoonnummer [gsm nummer 2] .

De raadsman heeft aangevoerd dat [verdachte] niet de gebruiker van genoemde telefoonnummers is. Volgens hem zijn er sterke contra-indicaties aanwezig en hij voert daartoe aan:

  • -

    De bestuurder Renault Twingo is tijdens de observatie van 9 oktober 2009 gezien door de verbalisanten en beschreven als een man van Zuid Europese afkomst met een geschatte leeftijd tussen 30-35 jaar. [verdachte] was toen 41 en hij is niet van Zuid-Europese afkomst. Bovendien is deze bestuurder niet herkend als [verdachte] , terwijl [verdachte] identiteit wel bekend is.

  • -

    De waarneming van [verdachte] op 27 oktober 2009 is in dit verband van generlei waarde, nu deze waarneming geenszins aan de gebruiker van het telefoonnummer [gsm-nummer 1] kan worden gekoppeld.

  • -

    Ten aanzien van twee tapgesprekken tussen [medeverdachte 1] en de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] (Z2/1 en Z4/13) blijkt dat deze zijn vertaald vanuit het Turks. [verdachte] is een Nederlander van Marokkaanse afkomst en spreekt geen Turks.

De rechtbank verwerpt deze verweren en overweegt daartoe als volgt.

Anders dan de raadsman, ziet de rechtbank het genoemde signalement en het feit dat verbalisanten verdachte niet hebben herkend tijdens de observatie van 9 oktober 2009 niet als een contra-indicatie inhoudende dat de bestuurder van de betreffende Renault Twingo [verdachte] niet is. Het opgegeven signalement sluit de persoon van [verdachte] immers niet uit en het herkenningsverweer gaat uit van de onjuiste veronderstelling dat de identiteit van [verdachte] op dat moment reeds bekend was. Dit volgt echter niet uit het dossier. Uit het dossier volgt immers niets anders dan dat in verband met de op 27 oktober 2009 gedane observatie wordt opgemerkt dat tijdens het onderzoek een foto werd opgevraagd van [verdachte] . Aanwijzingen dat dit op 9 oktober 2009 ook al het geval is, bevat het dossier niet. Het verweer mist aldus een feitelijke grondslag.

Het verweer dat de waarneming van [verdachte] op 27 oktober 2009 niet aan de gebruiker van het telefoonnummer [gsm-nummer 1] kan worden gekoppeld, volgt de rechtbank evenmin. Met dit verweer miskent de raadsman namelijk dat de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] “ [bijnaam verdachte] ” wordt genoemd, terwijl [medeverdachte 3] om 13:42 uur tegen [medeverdachte 1] spreekt over een “ [bijnaam verdachte] ” die op dat moment bij hem zou zijn en zegt dat [medeverdachte 1] moet komen. 45 minuten later worden [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [verdachte] samen gezien. Hoewel juist is dat dit geen directe koppeling met het telefoonnummer [gsm-nummer 1] oplevert, is het de rechtbank op basis hiervan wel duidelijk dat met [bijnaam verdachte] [verdachte] werd bedoeld, hetgeen gelet op het voorgaande dus wel een -indirecte- koppeling met dit telefoonnummer oplevert.

Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat ten aanzien van een tweetal gesprekken met de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] is opgemerkt dat deze door een Turkse tolk zijn vertaald, niet uitsluit dat het om [verdachte] gaat. Los van het feit dat het overgrote deel van de door de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] gevoerde gesprekken in het Nederlands zijn gevoerd, rechtvaardigt de enkele constatering dat het gesprek vanuit het Turks is vertaald, nog niet de conclusie dat het gesprek dan ook volledig in het Turks moet zijn gevoerd en dat de gebruiker [gsm-nummer 1] dus ook Turks moet kunnen spreken. Zo valt in het gesprek Z2/1 expliciet te lezen dat hier op de achtergrond (dus niet met gebruiker [gsm-nummer 1] ) in het Turks een gesprek wordt gevoerd. Met de officier van justitie is de rechtbank voorts van oordeel dat de aantekening “Turkse taal” bij het gesprek Z4/13 een vergissing betreft, of slechts is vermeld omdat een enkel woord zoals “broeder” uit het Turks is vertaald, juist gelet op het feit dat het overgrote deel van de gesprekken kennelijk gewoon in het Nederlands zijn gevoerd. Kortom, dat de gebruiker van het nummer [gsm-nummer 1] Turks heeft gesproken, terwijl [verdachte] dit niet spreekt, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden.

De rechtbank stelt gelet op het voorgaande dat er voldoende wettig en overtuigend bewijsmateriaal voorhanden is om te komen tot het bewijs dat [verdachte] , ook wel [bijnaam verdachte] genoemd, gebruik heeft gemaakt van de telefoonnummers [gsm-nummer 1] en [gsm nummer 2] .

Door [medeverdachte 1] gebruikte telefoonnummers

De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 1] gebruiker is van de telefoonnummers [gsm nummer 3] (lijn 15) en [gsm nummer 4] (lijn 16). Door verbalisanten wordt gerelateerd dat de stem van de gebruiker van beide nummers identiek is en dat de gebruiker van beide nummers ‘ [medeverdachte 1] ’ wordt genoemd. In een aantal gesprekken wordt de persoon ‘ [medeverdachte 1] ’ ook wel [bijnaam 1 medeverdachte 1] / [bijnaam 2 medeverdachte 1] en [bijnaam 3 medeverdachte 1] genoemd. Het is de politie ambtshalve bekend dat deze bijnamen voor [medeverdachte 1] worden gebruikt. Voorts is uit onderzoek gebleken dat de tolk 01 alsmede verbalisant [verbalisant 2] , beiden werkzaam in het onderzoek, de stem van “ [medeverdachte 1] ’ herkenden als de stem van [medeverdachte 1] . De tolk is [medeverdachte 1] in eerdere onderzoeken tegengekomen en verbalisant [verbalisant 2] kent [medeverdachte 1] persoonlijk.2

Uit onderzoek is voorts gebleken dat de tolk 02, werkzaam binnen het onderzoek, heeft aangegeven dat de stem van de gebruiker van het telefoonnummer [gsm nummer 5] (lijn 19) identiek is aan de stem van de gebruikers van de mobiele nummers [gsm nummer 3] (lijn 15) en [gsm nummer 4] (lijn 16).3

De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast, dat er voldoende wettig en overtuigend bewijsmateriaal voorhanden is om te komen tot het bewijs dat [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van de volgende telefoonnummers: [gsm nummer 3] , [gsm nummer 4] en [gsm nummer 5] .

Door [medeverdachte 3] gebruikt telefoonnummer

Uit telefoontaps blijkt dat [medeverdachte 1] op 16 oktober 2009 belt naar de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 6] . [medeverdachte 1] en de man spreken af om elkaar te treffen bij het KFC. Tijdens de daaropvolgende observatie bij de KFC aan de Nijmeegseweg te Venlo wordt gezien dat er een zwarte Mini Cooper S met het kenteken [kentekennummer 3] het parkeerterrein oprijdt. Deze auto staat op naam van [medeverdachte 3] . Vervolgens wordt [medeverdachte 1] gebeld door de gebruiker van het nummer [gsm nummer 6] . [medeverdachte 1] zegt dat hij er over één seconde is. Vervolgens wordt gezien dat [medeverdachte 1] in de betreffende Mini Cooper stapt. Voorts blijkt uit verschillende gesprekken naar het nummer [gsm nummer 6] dat de gebruiker wordt aangesproken als ‘ [medeverdachte 3] ’.4

De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast dat er voldoende wettig en overtuigend bewijsmateriaal voorhanden is om te komen tot het bewijs dat [medeverdachte 3] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [gsm nummer 6] .

Door [medeverdachte 2] gebruikt telefoonnummer

De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 2] de gebruiker is van het nummer [gsm nummer 7] . Uit verschillende telefoontaps blijkt dat de gebruiker van dit nummer wordt aangesproken als [medeverdachte 2] .5 [medeverdachte 2] heeft zelf op 9 november 2009 tegenover de politie verklaard dat hij [medeverdachte 2] wordt genoemd.6 Bij de politie heeft hij op 30 oktober 2009 voorts verklaard ‘Ik heb 1 mobiel telefoonnummer met het nummer [gsm nummer 7] , maar het kan ook zijn dat ik bepaalde cijfers door elkaar gooi.’7

De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast dat er voldoende wettig en overtuigend bewijsmateriaal voorhanden is om te komen tot het bewijs dat [medeverdachte 2] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [gsm nummer 7] .

Door [medeverdachte 4] gebruikte telefoonnummers

Uit telefoontaps blijkt dat [medeverdachte 1] op 9 oktober 2009 belt met de gebruiker van het nummer [gsm nummer 8] . Zij spreken af bij de Mc Donalds te Venray. Een tijd later ontvangt [medeverdachte 1] een sms-bericht van de gebruiker van het nummer [gsm nummer 8] met als inhoud: “Kom naar het hotel”. Tijdens de daaropvolgende observatie in de omgeving van [naam hotel 1] te Venray wordt gezien dat [medeverdachte 1] en een onbekende naar de Mc Donalds in Venray rijden. De onbekende man heeft contact met twee andere personen, waarna de onbekende man als bestuurder wegrijdt in een personenauto met het kenteken [kentekennummer 4] . Dit kenteken is afgegeven aan [medeverdachte 4] . Voorts blijkt uit verschillende tapgesprekken dat de gebruiker van het nummer [gsm nummer 8] wordt aangesproken als ‘ [bijnaam medeverdachte 4] ’. Uit onderzoek is gebleken dat daarmee verdachte [medeverdachte 4] wordt bedoeld.8 [medeverdachte 4] heeft ook ter terechtzitting verklaard dat “ [bijnaam medeverdachte 4] ” zijn bijnaam is.

De rechtbank stelt vast, gelet op het voorgaande, dat er voldoende wettig en overtuigend bewijsmateriaal voorhanden is om te komen tot het bewijs dat [medeverdachte 4] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [gsm nummer 8] .

Door [medeverdachte 5] gebruikt telefoonnummers

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer [gsm nummer 9] .9

Voorts blijkt dit nummer ook op naam te staan van [medeverdachte 5] .10

De rechtbank stelt vast, gelet op het voorgaande, dat er voldoende wettig en overtuigend bewijsmateriaal voorhanden is om te komen tot het bewijs dat [medeverdachte 5] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [gsm nummer 9] .

Door [medeverdachte 6] gebruikt telefoonnummer

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer [gsm nummer 10] .11

4.3.3

Levering op 9 oktober 2009 (zaakdossier 2)

De periode van 7 en 8 oktober 2009:

Uit telefoontapgegevens, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende:

[medeverdachte 1] belt (met het telefoonnummer [gsm nummer 4] ) op 7 oktober 2009 naar [verdachte] ( [gsm-nummer 1] ). [verdachte] zegt dat er niets op de markt is. [medeverdachte 1] vraagt of [verdachte] iets kan vinden voor vandaag of morgen, het is dringend.12

Vervolgens belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 3] ( [gsm nummer 6] ) en vraagt of hij morgen naar [bijnaam verdachte] gaat.13 De volgende dag – 8 oktober 2009 – belt [medeverdachte 3] terug. [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 3] [bijnaam verdachte] heeft gesproken, omdat [bijnaam verdachte] hem een paar keer heeft gebeld en [medeverdachte 1] niet heeft opgenomen. [medeverdachte 3] zegt dat hij met hem gepraat heeft en dat hij niks heeft. [medeverdachte 3] zegt: “Er is nog precies 100 van die maxi, das de laatste. Hij zegt er is geen hmbeige meer op de markt. De laatste 100 maxi is daar. Ik ga tegen hem zeggen houdt 50 maxi vast voor morgen en 100 commerce voor morgen”. [medeverdachte 1] zegt vervolgens: “Die andere jonge komt ook, misschien neemt hij… als je nou maakt een beetje goedkoop 1150, en hij pakt ook 50 stuks”.14

Enkele uren later ontvangt [medeverdachte 2] (telefoonnummer [gsm nummer 7] ) een sms-bericht van [medeverdachte 4] (telefoonnummer [gsm nummer 8] ), inhoudende: “De auto is klaar hoe laat moet die komen”.15

Omstreeks 18.01 uur belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 3] . Desgevraagd zegt [medeverdachte 1] dat hij ‘hier’ is. [medeverdachte 3] vraagt: “die spullen, zijn die zeker voor morgen”. [medeverdachte 1] zegt dat die ander liever die commercia wil hebben. [medeverdachte 3] zegt dat [bijnaam verdachte] bij hem is. [medeverdachte 1] vraagt of hij in Venlo is. [medeverdachte 3] bevestigt dit. [medeverdachte 1] zegt dat de commercia zeker is. [medeverdachte 3] vraagt hoeveel commerce er is. [medeverdachte 1] zegt 100 en die andere 50 van ‘kopes’ die jongen. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 3] voor morgen de 100 commerce moet maken en 50 hmbeigie voor zaterdag. [medeverdachte 1] zegt dat ‘hij’ dat morgen dan kan meenemen.16

Even later belt [medeverdachte 1] wederom met [medeverdachte 3] en zegt dat iemand nog 100 wil hebben. [medeverdachte 3] vraagt voor wanneer. [medeverdachte 1] zegt dat hij het hem moet laten zien en als [medeverdachte 3] het goed vindt morgen, overmorgen. [medeverdachte 3] zegt dat [medeverdachte 1] het hem morgen moet laten zien.17

Omstreeks 18.54 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar [medeverdachte 2] , met als inhoud: “Morgen 100 stuks sterren hoe laat moet ik het regelen? Geachte manager”.18 [medeverdachte 2] antwoord: ”Regel het maar moet wel goedkoop zijn oke geval van manager moet je stoppen oke”.19

Vervolgens belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 4] en vraagt hoe laat [medeverdachte 4] morgen naar de auto kan gaan. [medeverdachte 4] vraagt hoe laat hij moet gaan. [medeverdachte 2] zegt tussen één en twee uur. [medeverdachte 4] zegt dat het goed is.20

Ondertussen belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 6] (telefoonnummer [gsm nummer 10] ) en vraagt of [medeverdachte 6] morgenmiddag tussen 1 en 2 uur thuis is. [medeverdachte 6] zegt dat het goed is.21

Omstreeks 21.43 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] , die vraagt hoe laat het morgen gaat lukken. [medeverdachte 1] zegt dat hij toch had gezegd dat het goed is. [medeverdachte 2] zegt dat het goed is en vraagt of het dus op dat tijdstip zal kunnen. [medeverdachte 1] zegt ja en zegt dat [medeverdachte 2] op hem moet wachten en dat hij het zal regelen. [medeverdachte 2] zegt dat het niet laat moet worden. [medeverdachte 1] zegt dat dat goed is.22

Omstreeks 22.19 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] zegt morgen alleen de ster. [medeverdachte 3] zegt: “Je hebt tegen mij toen straks gezegd 100 (onverstaanbaar), 50 hmbeige en dat heb ik ook gedaan”. [medeverdachte 1] zegt dat 50 goed is en dat iemand misschien nog 1 meter wil.23

Even later belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vraagt wat [bijnaam verdachte] tegen hun gezegd heeft. [medeverdachte 1] zegt 19,5 maar dat hij de laatste keer maxi had gekocht. Voor ster betaal je 17,5. [medeverdachte 1] zegt: “Wat hij kan ons maken... als jij kan ons maken 17.”. [medeverdachte 3] zegt ja. [medeverdachte 1] zegt: "50 euro weg... Dan probeer ik uhhh 18,5 of 18 in een keer alles.24

Vervolgens bel [medeverdachte 3] [medeverdachte 1] terug en zegt ‘1650’. [medeverdachte 1] vraagt voor hoeveel hij het weg kan doen. [medeverdachte 3] vraagt wat ze zullen doen. [medeverdachte 1] zegt dat het hem niets uitmaakt. [medeverdachte 3] zegt dat [medeverdachte 1] 150 wilde beuren. [medeverdachte 1] vraagt of ‘hij’ het niet voor 16 wil doen. [medeverdachte 3] zegt nee.25

Naar aanleiding van bovenstaande wordt [medeverdachte 1] op vrijdag 09 oktober 2009 onder observatie genomen. Daarbij wordt omstreeks 12.47 uur gezien dat de personenauto, merk Mercedes-Benz, type A170, kleur grijs en voorzien van het kenteken [kentekennummer 5] wegrijdt vanaf de [adres 1] te Venlo. Uit eerdere observaties bleek dat deze huurauto in gebruik was bij de verdachte [medeverdachte 1] .26

Omstreeks 13.00 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt dat hij over een uurtje daar is. [verdachte] zegt dat het drie uur wordt. [medeverdachte 1] zegt dat hij om drie uur bij de viswinkel is.27

Op diezelfde tijd wordt tijdens de observatie gezien dat omstreeks 13.00 uur de genoemde Mercedes het terrein oprijdt van een Esso tankstation gelegen aan de autoweg A67 en [medeverdachte 1] de enige inzittende is. [medeverdachte 1] is aan het bellen. De Mercedes vertrekt weer om 13.07 uur. 28

Daarna belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [gsm nummer 5] ) naar [medeverdachte 6] en zegt om half vijf. [medeverdachte 6] zegt dat half vijf goed is en dat [medeverdachte 1] er dan wel moet zijn. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 6] dan maar rekening moet houden met vijf uur.29

Vervolgens wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] die vraagt hoe laat [medeverdachte 1] ‘hier’ zal zijn. [medeverdachte 1] zegt dat de man om vier uur, half vijf hier gaat vertrekken.30

Omstreeks 13.21 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] en zegt dat hij ‘hem’ niet kan bereiken. [verdachte] vraagt: “Wie uhh jouw vriend”. [medeverdachte 1] zegt ja en vraagt of ‘hij’ gister wat heeft besteld. [verdachte] zegt dat 'hij’ gisteren wat heeft besteld. [verdachte] zegt dat ‘hij’ gisteren een paar meter heeft gegeven en hij morgen alles zou krijgen, maar dat hij niets meer van hem heeft vernomen. [verdachte] zegt dat hij ‘hem’ gaat bellen. [medeverdachte 1] zegt dat hij dus om drie uur bij [verdachte] kan zijn.31

Omstreeks 13.24 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] zegt dat hij onderweg is naar Utrecht. [medeverdachte 3] vraagt of [medeverdachte 1] nu naar [bijnaam verdachte] gaat. [medeverdachte 1] zegt dat hij het niet weet, [bijnaam verdachte] of [naam 12] . [medeverdachte 3] zegt naar [bijnaam verdachte] . [medeverdachte 3] zegt die 100 joden en die 50 hmbeige. [medeverdachte 1] zegt dat hij net met [bijnaam verdachte] heeft gebeld. [medeverdachte 3] zegt dat [bijnaam verdachte] hem ook heeft gebeld. [medeverdachte 1] zegt dat ‘hij’ zei dat jij ( [medeverdachte 3] ) langs zou komen, maar jij niet bent geweest.32

Ondertussen wordt [medeverdachte 2] gebeld door [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] zegt dat hij in Venlo is en dat hij hem zal bellen. [medeverdachte 2] zegt dat het nog gaat lukken/ gebeuren. [medeverdachte 4] zegt dat iemand een bericht heeft gestuurd dat het laat is geworden en dat hij niet zal komen. [medeverdachte 2] zegt dat ‘hij’ zijn auto maar moet geven en dat het niet erg is als ‘hij’ zelf niet komt.33

Omstreeks 14.35 uur stuurt [medeverdachte 1] [verdachte] een sms, met als inhoud: “15.mint”.34

Omstreeks 14.50 uur wordt tijdens de observatie gezien dat [medeverdachte 1] de Mercedes

parkeert op de [adres 2] te Utrecht ter hoogte van [adres 3] . [medeverdachte 1] stapt vervolgens uit en gaat het restaurant “ [naam restaurant] ” gevestigd aan de [adres 4] te Utrecht binnen. Ongeveer een kwartier later komt [medeverdachte 1] weer uit het restaurant, stapt in de geparkeerde Mercedes en vertrekt vanaf de [adres 2] te Utrecht.35

Omstreeks 15.08 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vraagt of het nog lang zal duren. [medeverdachte 1] zegt dat ‘die’ vanuit hier exact om vijf uur zal vertrekken.36

Omstreeks 15.28 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld [verdachte] . Het gesprek gaat over de route die [medeverdachte 1] moet rijden om bij [verdachte] te komen. Op een gegeven moment zegt [verdachte] dat hij weer terug moet rijden naar de plaats waar hij vandaan komt, ergens in de buurt van een viswinkel. [verdachte] pikt hem daar op.37

Omstreeks 15.34 wordt gezien dat [medeverdachte 1] de Mercedes parkeert op het [adres 5] te Utrecht en dat hij vervolgens in het voertuig blijft wachten. Enkele minuten later stopt een Renault Twingo met het kenteken [kentekennummer 1] bij de Mercedes. De bestuurder van deze Twingo stapt uit en maakt contact met [medeverdachte 1] , die in zijn voertuig blijft zitten. De man stapt vervolgens weer in in de genoemde Renault Twingo en rijdt weg. [medeverdachte 1] rijdt achter hem aan. Beide voertuigen stoppen op de [adres 11] te Utrecht langs de zijde van de weg. Vervolgens loopt de bestuurder van de Twingo naar een aldaar geparkeerd staand voertuig, zijnde een Peugeot, type 207, kleur blauw en voorzien van het kenteken [kentekennummer 6] . De Mercedes vertrekt vervolgens met een onbekende bestuurder, terwijl [medeverdachte 1] als bijrijder in de Renault Twingo vertrekt. Vijf minuten later worden beide voertuigen geparkeerd op de [adres 6] . Zeven minuten later verschijnt daar ook de Mercedes weer. De bestuurder van de Mercedes stapt uit en maakt contact met de bestuurder van de Renault Twingo. Vervolgens stapt [medeverdachte 1] aan de bijrijderszijde van de Renault Twingo uit en loopt naar de Mercedes, waarna hij als bestuurder en enige inzittende van de Mercedes instapt en wegrijdt.38

De betreffende Renault Twingo met het kenteken [kentekennummer 1] staat op naam van I. [verdachte] , wonende aan [adres verdachte] te Hilversum39.

[medeverdachte 1] stuurt om 16.16 uur een sms-bericht naar [medeverdachte 2] , met als inhoud: “Zet auto op zijn plaats met geld en sleutel erin”.40

Omstreeks 16.55 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] en zegt dat hij alleen die één meter heeft gepakt. [medeverdachte 3] zegt dat hij voor 51 heeft betaald en dat 1650 een goede prijs is. [medeverdachte 1] zegt dat hij heeft gezegd alles voor 1750. [medeverdachte 3] zegt dat het goed is.41

Tussen 17.02 uur en 17.41 uur vinden er verschillende gesprekken plaats tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] alsmede tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] betreffende het ‘afzeggen’ en betalen van [medeverdachte 6] . Waar [medeverdachte 1] 500 euro zegt tegen [medeverdachte 4] , beslist [medeverdachte 2] dat [medeverdachte 6] een bedrag van 200 euro krijgt. [medeverdachte 4] koppelt aan [medeverdachte 1] terug dat hij met de jongen heeft gesproken en de klus niet doorging en dat de 500 een cadeautje was. Vervolgens belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 6] . Laatstgenoemde zegt dat een man 200 euro heeft gebracht.42

Vervolgens ontvangt [medeverdachte 1] om 17.56 uur een sms-bericht van [medeverdachte 4] , met als inhoud: “Kom naar de parkeerplaats van het hotel”.43

Omstreeks 18.31 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] zegt: “over vijf minuten”.44

Tijdens de daaropvolgende observatie wordt omstreeks 18.41 uur gezien dat [medeverdachte 1] met de Mercedes parkeert op de parkeerplaats van [naam hotel 1] gelegen aan de [adres 9] te Venray, naast een witte Mercedes Vito met het Duitse kenteken [kentekennummer 7] , waarbij een onbekende man (NN2) staat. [medeverdachte 1] opent de kofferbak en legt een gevulde oranje plastic draagtas in de Vito. De onbekende man NN2 legt vervolgens twee zwarte pakketten vanuit de Mercedes in de Vito. Daarna rijdt [medeverdachte 1] als bestuurder met NN2 als bijrijder in de Mercedes naar de aldaar gelegen Mc Donalds, alwaar NN2 uitstapt. [medeverdachte 1] rijdt weg en NN2 stapt als bestuurder in de Volkswagen Golf met het kenteken [kentekennummer 4] . In de Golf zitten nog twee onbekende mannen. De Golf rijdt terug naar de Maasheseweg en stopt ter hoogte van de Vito. De twee onbekende mannen stappen in de Vito en rijden weg.45

De genoemde Volkswagen Golf met het kenteken [kentekennummer 4] staat op naam van verdachte [medeverdachte 4] .46

Omstreeks 18.47 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 4] . Mehmet zegt dat ‘hij’ pas is gekomen. [medeverdachte 2] is kwaad en zegt dat [medeverdachte 4] ‘hem’ moet uitschelden en moet vragen waarom hij zo laat is gekomen. [medeverdachte 4] zegt dat [medeverdachte 2] dat zelf mag doen.47

Omstreeks 19.12 uur wordt gezien dat de Mercedes Vito voorzien van het Duitse kenteken [kentekennummer 7] de Nederlands/Duitse grens passeert gelegen aan de A67 met de A40 en Duits grondgebied oprijdt. Omstreeks 19.39 uur wordt de observatie overgenomen door de Duitse autoriteiten.48

De betreffende Mercedes Vito wordt door de Duitse politie gecontroleerd en in de kofferbak wordt circa 100 kilogram hasj aangetroffen. De inzittenden [naam 3] en [naam 4] worden aangehouden.49

Uit later ingesteld forensisch onderzoek in Duitsland blijkt het hier te gaan om een partij van tien pakketjes met een totaal nettogewicht van 9,9 kilogram en negentig pakjes van 89,25 gram beide cannabishars (hasjiesj) als bedoeld in de Duitse Opiumwetgeving.50

[naam 3] heeft bij de Duitse politie verklaard dat hij een afspraak heeft gemaakt met de Koerd. Op 9 oktober 2009 hebben [naam 3] en [naam 4] de Koerd ontmoet in Venlo. Daar heeft de Koerd gevraagd of [naam 3] iets voor hem kon transporteren. Vervolgens zijn zij naar de Mc Donalds in Venray gereden. De Koerd is met de auto van [naam 3] weggereden en hij en [naam 4] hebben in de Golf van de Koerd gewacht. Na een uur kwam de Koerd terug en heeft hij [naam 3] een briefje gegeven met een adres in Schönebeck. De Koerd is weggegaan. [naam 3] zag toen pas de zak in de kofferbak en heeft de Koerd gebeld om te vragen wat het was. Het zouden afvalproducten van marihuana betreffen. [naam 3] zou 2000 euro krijgen na terugkeer. [naam 3] en [naam 4] zijn weggereden en uiteindelijk in Duitsland aangehouden.51

Bij de rechter-commissaris heeft [naam 3] aanvullend verklaard dat hij op 9 oktober 2009 bij de Mc Donalds in Venray had afgesproken met een persoon die hij [naam 5] noemt.52

[naam 4] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij op 9 oktober 2009 samen met [naam 3] in Duitsland is aangehouden. [naam 3] heeft de drugs in ontvangst genomen en [naam 4] wist van niets. Hij zou na het transport van [naam 3] een bedrag krijgen, maar hij weet niet hoeveel.53

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij op 9 oktober 2009 de verdovende middelen naar Schönebeck moest brengen in opdracht van [medeverdachte 1] , maar dat is niet door gegaan. Hij kreeg van een man 200 euro. De volgende rit heeft hij de resterende 300 gekregen.54

[medeverdachte 2] heeft op 10 november 2009 bij de politie verklaard dat “commerce” betekent ‘geen sterre, maar 2 klasse lager als die hash. Het is gewoon goedkope hash.’55

Tussenconclusie

Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn vanaf 8 oktober 2009 bezig met het regelen

van een drugstransport van 100 kilogram met [verdachte] ( [bijnaam verdachte] ). [medeverdachte 2] is ook betrokken bij deze levering en onderhoudt contacten met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] heeft een auto en koerier geregeld. [medeverdachte 1] treft op 9 oktober 2009 [verdachte] in Utrecht. Hij stapt bij [verdachte] in de auto en een andere onbekende man gaat weg met zijn Mercedes. Even later treffen de auto’s elkaar weer en rijdt [medeverdachte 1] weer met de Mercedes weg. Ondertussen heeft hij [medeverdachte 2] laten weten dat de auto voor [medeverdachte 6] met daarin het geld en de autosleutels klaar gezet moet worden. Er blijken per ongeluk twee koeriers geregeld te zijn. [medeverdachte 6] wordt uiteindelijk afgebeld en krijgt – in opdracht van [medeverdachte 2] – 200 euro uitbetaald door [medeverdachte 4] in plaats van de door [medeverdachte 1] toegezegde 500 euro. [medeverdachte 1] komt met de Mercedes naar de parkeerplaats van [naam hotel 1] te Venray en parkeert naast een witte Mercedes Vito met Duits kenteken [kentekennummer 7] . Hierbij staat de man NN2. De rechtbank leidt uit de verschillende tapgesprekken in combinatie met de verklaringen van [naam 3] en [naam 4] én het feit dat de bij de overdracht betrokken Volkswagen Golf met het kenteken [kentekennummer 4] op naam van [medeverdachte 4] staat af dat deze persoon [medeverdachte 4] betreft.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] halen vervolgens de pakketten uit de kofferbak en laden deze in de Vito. [naam 3] en [naam 4] rijden uiteindelijk met de Mercedes Vito naar Duitsland en worden op de A40 aangehouden met ongeveer 100 kilogram hasjiesj in de kofferbak.

De rechtbank concludeert, gelet op de verklaring van [medeverdachte 2] en gelet op de gehele context, dat met de bedekte termen ‘maxi’, ‘commerce’, ‘joden,’ en ‘sterren’, hasjiesj worden bedoeld.

Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat op 9 oktober 2009 ongeveer 100 kilogram hasjiesj buiten het grondgebied van Nederland is gebracht door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] .

[medeverdachte 3] is daarbij degene geweest die zich in opdracht van dan wel samenspraak met [medeverdachte 1] bezig heeft gehouden met de bestelling van de verdovende middelen bij [verdachte] en de financiële afhandeling daarvan.

[verdachte] is daarbij degene geweest die de betreffende drugs heeft geleverd.

4.3.4

Levering op 23 oktober 2009 (zaakdossier 3)

22 oktober 2009

Uit de telefoontaps van 22 oktober 2009 blijkt het volgende:

Omstreeks 16.10 uur belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [gsm nummer 4] ; lijn 16) naar [medeverdachte 3] (telefoonnummer [gsm nummer 6] ; lijn 25). [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 3] wat commerce gevonden heeft. [medeverdachte 3] zegt dat ze bezig zijn. [medeverdachte 1] zegt dat hij 75 wil. [medeverdachte 3] vraagt voor wanneer. [medeverdachte 1] zegt voor morgen. [medeverdachte 3] zegt dat hij vandaag wel wat regelt;56

Omstreeks 21.05 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] (telefoonnummer [gsm nummer 2] ). [medeverdachte 3] vraagt of er gewoon net als altijd nog zijn. [verdachte] zegt ja. [medeverdachte 3] zegt: “Goed iets van 75 voor morgen, is het goed.” [verdachte] vraagt hoe laat. [medeverdachte 3] zegt twee uur.57

Omstreeks 21.07 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 6] , te weten [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vraagt voor morgen. [medeverdachte 1] zegt zo vroeg mogelijk. [medeverdachte 3] vraagt wat zo vroeg mogelijk is. [medeverdachte 1] zegt dat hij om twaalf uur daar moet zijn en stelt elf uur voor. [medeverdachte 3] vraagt 75. [medeverdachte 1] zegt ja.58

Omstreeks 21.08 uur belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [gsm nummer 5] ; lijn 19) naar [medeverdachte 6] (telefoonnummer [gsm nummer 10] ) en vraagt of [medeverdachte 6] morgenmiddag om één uur tijd heeft. [medeverdachte 6] zegt dat het goed is. [medeverdachte 1] zegt dat hij [medeverdachte 6] nog terugbelt.59

Omstreeks 21.09 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] . [medeverdachte 3] zegt om 12 uur, sorry om 11 uur. [verdachte] zegt dat hij zal kijken wat ‘hij’ zegt en dat hij dan belt. [medeverdachte 3] zegt dat het goed is.60

Omstreeks 21.27 belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 6] en zegt dat zijn kameraad morgen geen auto heeft en vraagt of [medeverdachte 6] een auto kan regelen. [medeverdachte 6] zegt dat hij alleen zijn eigen auto heeft. [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 6] geen auto kan huren. [medeverdachte 6] zegt dat dat niet lukt. [medeverdachte 1] vraagt of het niet teveel opvalt als [medeverdachte 6] met zijn eigen auto rijdt. [medeverdachte 6] zegt dat hij het niet weet. Op de achtergrond zegt [medeverdachte 1] dat hij met de taxi gaat. [medeverdachte 1] zegt dat hij [medeverdachte 6] morgen namiddag om vijf uur ziet. [medeverdachte 6] vraagt vijf uur middag. [medeverdachte 1] zegt middag ja.61

Omstreeks 21.29 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] en vraagt om de tijd te veranderen. [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 3] met hem heeft gesproken en hoe laat [medeverdachte 3] heeft gezegd. [medeverdachte 3] zegt ongeveer elf uur. [medeverdachte 1] zegt dat die jongen nu bij hem is en hij dingen moet regelen. [medeverdachte 1] zegt dat hij om vier uur komt. [medeverdachte 1] zegt dat hij ( [medeverdachte 1] ) om half drie bij hem is.62

Omstreeks 21.30 uur stuurt [medeverdachte 3] een sms-bericht naar [verdachte] , met als inhoud: “Nee word 14.30 oke”.63

Omstreeks 21.32 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] en vraagt of [medeverdachte 3] hem heeft gebeld. [medeverdachte 1] zegt dat hij rond één uur nog bij hem is. [medeverdachte 3] zegt dat hij net elf uur, toen half drie en nu weer één uur tegen hem heeft gezegd. [medeverdachte 1] zegt zeg maar één uur.64

Vervolgens belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] . [medeverdachte 3] vraagt of half drie goed is. [verdachte] zegt dat hij over vijf minuten bij [medeverdachte 3] is en vraagt of de man met de baard komt. [medeverdachte 3] zegt dat een andere vetzak komt. [verdachte] zegt dat half één niet lukt want die mensen gaan bieden (bidden). [verdachte] zegt half drie of één uur.65

Omstreeks 21.32 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 6] en zegt dat ze even de tijd gaan veranderen en vraagt of [medeverdachte 6] dan om drie uur bij [medeverdachte 1] kan zijn. [medeverdachte 6] zegt dat het goed is.66

Omstreeks 22.44 uur ontvangt [medeverdachte 3] een sms-bericht van [verdachte] , met als inhoud: “ok 14.30”.67

Omstreeks 23.48 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] zegt onder andere dat hij daar om één uur is. [medeverdachte 3] zegt niet om één uur, maar half drie. [medeverdachte 1] zegt dat dat niet kan. [medeverdachte 3] zegt dat [medeverdachte 1] ‘hem’ maar moet opbellen want het gaat niet eerder. [medeverdachte 1] vraagt waarom dan niet. [medeverdachte 3] zegt morgen, vrijdag half drie. [medeverdachte 1] zegt dat het goed is.68

De dag van de levering 23 oktober 2009:

Op 23 oktober 2009 te 13.19 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] (telefoonnummer [gsm nummer 7] ) [medeverdachte 2] zegt: “Je regelt dat zaak van mij vandaag toch?” [medeverdachte 1] zegt ja en vraagt of de auto klaar is. [medeverdachte 2] zegt dat dat klaar is.69

Vervolgens belt [medeverdachte 1] om 13.34 uur naar [medeverdachte 6] en zegt dat [medeverdachte 6] rustig aan moet doen. [medeverdachte 6] zegt dat het goed is. [medeverdachte 1] zegt dat vier uur, half vijf goed is. [medeverdachte 6] zegt dat het goed is.70

Omstreeks 14.16 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt dat hij in Den Bosch in de file staat. [verdachte] zegt: “Oké, wacht op jou ja?” [medeverdachte 1] zegt ja.71

Tijdens een observatie wordt op 23 oktober 2009 omstreeks 16.07 uur gezien dat een personenauto, merk Audi, voorzien van het kenteken [kentekennummer 8] , geparkeerd staat op de [adres 7] te Utrecht. Naast deze auto staat een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, voorzien van het kenteken [kentekennummer 9] geparkeerd. Uit de Volkswagen Golf stapt een man die de kofferbak opent. Uit de kofferbak worden een witte en twee bruine dozen gehaald en in de kofferbak van de Audi gelegd. De Audi rijdt vervolgens naar het Texaco tankstation aan de A12 Zuidzijde te Bunnik. Daar wordt omstreeks 16.39 uur gezien dat [medeverdachte 1] als bestuurder uit de auto stapt. Omstreeks 16.42 uur stapt [medeverdachte 1] wederom als bestuurder in de Audi en hij rijdt naar [naam hotel 2] , gelegen aan de [adres 8] te Arcen.72

Uit de telefoontaps blijkt dat [medeverdachte 1] omstreeks 16.26 uur heeft gebeld naar [medeverdachte 6] en zegt dat hij in de file staat en vraagt waar [medeverdachte 6] is. [medeverdachte 6] zegt dat hij op een binnenweg tussen Arnhem en Nijmegen rijdt.73

Op 23 oktober 2009 omstreeks 17:20 uur wordt tijdens een observatie gezien dat [medeverdachte 6] als bestuurder en enige inzittende van de taxi, voorzien van het kenteken [kentekennummer 10] , over de N270 richting Arcen rijdt. Dit voertuig betreft een taxi, voorzien van blauwe kentekenplaten. Omstreeks 17:30 uur wordt vervolgens gezien dat de Mercedes op de [adres 8] te Arcen, ter hoogte van het aldaar gelegen [naam hotel 2] stilstaat. [medeverdachte 6] blijft in de taxi blijft zitten.74

Omstreeks 17.41 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] vraagt of alles op zijn plaats is. [medeverdachte 2] zegt dat alles niet op zijn plaats is en dat het vandaag niet gaat. [medeverdachte 1] zegt dat de man klaar staat en zo vertrekt. [medeverdachte 2] zegt dat het veel te laat is geworden en hij het nu niet kan sturen. [medeverdachte 1] zegt dat het betrouwbaar is en dat deze man precies weet waar hij langs moet rijden. [medeverdachte 2] zegt: "Dan... dan... geef maar en laat hem gaan”. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] geen dinges hoeft te doen en dat de man weet waar hij heen moet en hoe. [medeverdachte 2] zegt: “Is goed. Dan stuur het maar weg. Oke”.75

Vervolgens belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [gsm nummer 5] ) omstreeks 17.45 uur, naar [medeverdachte 5] (telefoonnummer [gsm nummer 9] ). [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 5] vier stuks moet meenemen. [medeverdachte 5] zegt dat hij heeft begrepen, bij het zwembad. [medeverdachte 1] zegt Arcen bij hotel. [medeverdachte 5] vraagt of hij daar naar binnen moet gaan. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 5] daar maar heen moet gaan. [medeverdachte 5] zegt dat het goed is en vraagt wanneer hij moet komen. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 5] nu moet komen en eerst één bij hun moet laten en dan hierheen moet komen.76

Omstreeks 18.16 uur belt [medeverdachte 1] nogmaals naar [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] zegt dat hij bij die taxichauffeur is. [medeverdachte 5] vraagt of de taxichauffeur het brengt. [medeverdachte 1] zegt van niet. [medeverdachte 5] zegt dat hij hem heeft gezien. [medeverdachte 1] zegt dat hij iets anders heeft. [medeverdachte 5] zegt dat hij nu 3,5 zakken heeft van telkens een half kilo. [medeverdachte 1] zegt dat Kemal toch vijf heeft gegeven. Er ontstaat een discussie over de hoeveelheid, waarna [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 5] moet komen.77

Op 23 oktober 2009 omstreeks 18:20 uur ziet het Observatieteam dat achter de voornoemde Mercedes, op de [adres 8] te Arcen, de personenauto, merk Daihatsu en voorzien van het kenteken [kentekennummer 11] , stopt. Het Observatieteam ziet dat de bestuurder van deze auto in het voertuig blijft zitten en kennelijk ook staat te wachten. Enkele minuten later verschijnt er een Audi met het kenteken [kentekennummer 8] , welke parkeert tussen genoemde Mercedes en Daihatsu. Gezien wordt dat [medeverdachte 1] uit de Audi stapt en dat [medeverdachte 5] uit de Daihatsu stapt. Vervolgens pakt [medeverdachte 5] uit de Daihatsu een gevulde vuilniszak en deponeert deze in de reeds geopende kofferbak van de Mercedes. Daarna haalt [medeverdachte 5] enkele dozen uit de laadruimte van de Audi en legt ook deze in de kofferbak van de Mercedes, waarna het kofferdeksel wordt gesloten. Tijdens deze handelingen voert [medeverdachte 1] een telefoongesprek. Vervolgens haalt [medeverdachte 1] iets uit de achterzak van zijn pantalon en overhandigt dit aan [medeverdachte 6] . Deze is al die tijd in de Mercedes blijven zitten. Hierna nemen de mannen afscheid van elkaar en rijdt [medeverdachte 6] in de Mercedes weg richting Nijmegen.78

[medeverdachte 1] belt vervolgens omstreeks 18.28 uur naar [verdachte] en vraagt hoeveel ze hem hebben gegeven. [verdachte] zegt 3 d's. [medeverdachte 1] zegt dat ze 75 hebben gezegd. [verdachte] zegt ja. [medeverdachte 1] zegt dat ze 50 hebben gegeven. [verdachte] zegt dat hij die mensen nu gaat bellen. [medeverdachte 1] zegt twee hele dingen dicht en eentje is open. [verdachte] zegt dat hij gaat bellen.79

Meteen daarna belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 5] . [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 5] die halve kilo en 300 van die andere moet geven. [medeverdachte 1] zegt daarna dat [medeverdachte 5] 100 chocolade moet geven en toch die complete 800 of 820 moet geven. [medeverdachte 5] zegt dat hij 820 geeft en vraagt of hij ook het geld van 820 moet nemen. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 5] het geld krijgt van 600 en van 10 chocolade en dat [medeverdachte 5] moet zeggen dat hij tegen hem moet zeggen dat er 220 gram betaald moet worden.80

Daarna wordt [medeverdachte 1] teruggebeld door [verdachte] die zegt dat het klopt. [medeverdachte 1] bevestigt dat het klopt.81

[medeverdachte 1] stuurt nog een sms-bericht naar [medeverdachte 2] met als inhoud: “Voor 5.minuten gegaan”.82 [medeverdachte 2] antwoordt: “Oke”.83

[medeverdachte 6] passeert omstreeks 18.50 uur op de A77 de Nederlands-Duitse grensovergang en vervolgens wordt hij om 20.00 uur op de A2 ter hoogte van Bottrop door de Duitse politie aan een controle onderworpen.84

In de kofferbak van de Mercedes van [medeverdachte 6] worden twee verpakte bundels met ieder een gewicht van 31,6 kilogram aangetroffen alsmede een in bruin kleefband verpakte, reeds geopende bundel met ongeveer 10,5 kilogram blijkbaar hasjiesj en een grote reistas met zeven plastic zakken met ongeveer 3,5 kilogram marihuana. [medeverdachte 6] wordt aangehouden.85

Uit later ingesteld forensisch onderzoek in Duitsland blijkt het hier te gaan om een partij van 73.700 gram hasjiesj en 3.500 gram marihuana, als bedoeld in de Duitse Opiumwetgeving.86

[medeverdachte 6] heeft naar aanleiding van de door de politie aan hem getoonde foto van [medeverdachte 1] voorts verklaard dat dit zijn contactpersoon is, welke hij man x noemt. Deze man belde hem altijd, [medeverdachte 6] ontmoette hem en hij betaalde [medeverdachte 6] .87

Voorts heeft [medeverdachte 6] verklaard dat hij op 22 oktober 2009 werd gebeld door man x. Op 23 oktober 2009 werd hij gebeld dat het tijdstip werd gewijzigd. Het ging om een rit om verdovende middelen te transporteren. [medeverdachte 6] moest altijd naar een vaste plek komen, [naam hotel 2] te Arcen. Hetgeen tijdens de observatie is waargenomen klopt. Er werd door man x op zijn raam geklopt en [medeverdachte 6] heeft de kofferbak opengemaakt met een knop. Er was nog een man met langer haar bij. Man x is vervolgens naar [medeverdachte 6] toegelopen en heeft hem 2000 euro gegeven. Vervolgens is [medeverdachte 6] weggereden. Hij wist dat zijn kofferbak gevuld was met verdovende middelen. Er is niet gesproken over een locatie, maar het was weer naar Schönebeck.88

[medeverdachte 5] heeft naar aanleiding van de voorgehouden tapgesprekken met [medeverdachte 1] verklaard dat [medeverdachte 1] hem heeft verzocht om twee halve kilo’s te maken. Dit betrof twee pakketjes, welke hij bij een hotel in Arcen moest brengen. [medeverdachte 5] heeft verder verklaard dat hij 3,5 kilogram van Kemal heeft gekregen en daarvan één kilogram aan [medeverdachte 1] heeft gegeven. Aan de ‘dikke’, de taxichauffeur, heeft [medeverdachte 5] 2,5 kilogram wiet meegegeven. Het kan ook zijn dat het 3,5 kilogram is geweest.89

[medeverdachte 2] heeft op 10 november 2009 bij de politie verklaard dat commerce betekent ‘Het is gewoon goedkope hash.’90

Tussenconclusie

Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

Uit taps en observaties blijkt dat [medeverdachte 1] op 22 oktober 2009 voor de volgende dag 75 kilogram, vermoedelijk hasjiesj, wil hebben en [medeverdachte 3] gaat dat regelen. Ondertussen regelt [medeverdachte 1] de koerier, [medeverdachte 6] . [medeverdachte 3] heeft de drugs geregeld bij [verdachte] . [medeverdachte 6] zal de middelen met zijn eigen taxi gaan vervoeren. [medeverdachte 1] gaat de middelen ophalen. [medeverdachte 2] informeert bij [medeverdachte 1] of deze ‘zijn zaak’ voor hem regelt, hetgeen [medeverdachte 1] bevestigt. Op 23 oktober 2009 is [medeverdachte 1] in Utrecht met de Audi A4 [kentekennummer 8] . In deze auto worden een witte en 2 bruine dozen in de kofferbak gelegd. De Audi rijdt vervolgens naar het Texaco tankstation aan de A12 Zuidzijde te Bunnik. Uit de Audi stapt [medeverdachte 1] als bestuurder. [medeverdachte 6] rijdt ondertussen in zijn taxi met het kenteken [kentekennummer 10] over de N270 naar Arcen naar [naam hotel 2] . [medeverdachte 1] belt met [medeverdachte 2] en uit het gesprek blijkt dat [medeverdachte 2] niet zeker is van het drugstransport, maar dat [medeverdachte 1] hem overhaalt omdat [medeverdachte 6] al vaker heeft gereden en betrouwbaar is. [medeverdachte 1] belt eveneens naar [medeverdachte 5] en zegt dat hij vier stuks moet meenemen. Op de [adres 8] te Arcen parkeert de Audi met daarin [medeverdachte 1] , tussen de Mercedes waarin [medeverdachte 6] zit, en de Daihatsu [kentekennummer 11] waarin [medeverdachte 5] zit. [medeverdachte 5] haalt een gevulde vuilniszak uit zijn kofferbak en zet deze in de kofferbak van de Mercedes van [medeverdachte 6] . Vervolgens haalt hij enkele dozen uit de kofferbak van de Audi en zet deze ook in de Mercedes. [medeverdachte 1] overhandigt [medeverdachte 6] iets wat hij uit zijn achterzak haalt. [medeverdachte 6] rijdt weg richting Nijmegen. [medeverdachte 1] belt met [verdachte] en zegt dat ze 50 hebben gegeven en dat ze 75 nodig hebben. De Mercedes met [medeverdachte 6] wordt op de A42 ter hoogte van Bottrop gecontroleerd en er wordt circa 75 kilogram hasjiesj en 3,5 kilogram marihuana aangetroffen.

Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat op 23 oktober 2009 ongeveer 75 kilogram hasjiesj – afgeleverd door [verdachte] – en 3,5 kilogram marihuana buiten het grondgebied van Nederland is gebracht door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

[medeverdachte 3] is daarbij degene geweest die zich in opdracht van dan wel in samenspraak met [medeverdachte 1] bezig heeft gehouden met de bestelling van de verdovende middelen bij [verdachte] alsmede de afspraken maakt met betrekking tot het tijdstip van aflevering.

4.3.5

Levering van 2 oktober 2009 (zaakdossier 4)

De periode van 29 september 2009 tot en met 1 oktober 2009

Uit telefoontapgegevens, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende.

Op 29 september 2009 omstreeks 16. 36 uur belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [gsm nummer 4] ) naar [medeverdachte 6] (telefoonnummer [gsm nummer 10] ). [medeverdachte 6] zegt dat [medeverdachte 1] hem mag bellen om te vervoeren. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 6] één keer gaat rijden en dat het dan goed is. Hij belt [medeverdachte 6] donderdag of vrijdag. [medeverdachte 6] zegt liever donderdag.91

Op 30 september 2009 omstreeks 18.11 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] (telefoonnummer [gsm nummer 6] ) en zegt dat die mensen voor vrijdag 50 willen hebben. [medeverdachte 3] vraagt Joden. [medeverdachte 1] zegt Joden of wat anders en vraagt aan [medeverdachte 3] wanneer of hij die 50 vandaag, vrijdag of morgen moet meenemen. [medeverdachte 3] zegt dat [medeverdachte 1] dat eerder had moet zeggen omdat hij die niet op hand heeft liggen.92

Op 01 oktober 2009 omstreeks 16.07 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] en zegt dat ze vijftig commerce nodig hebben. [medeverdachte 3] zegt dat vanmorgen [medeverdachte 1] heeft gebeld omdat [naam 6] hem belde. Het gesprek verloopt als volgt:

  • -

    [medeverdachte 3] : [naam 6] die vertelde mij dat hij die dinge klaar had staan voor ons. Hij was al twee dagen aan het wachten en vroeg wanneer wij die kwamen halen;

  • -

    [medeverdachte 1] : wat;

  • -

    [medeverdachte 3] : die dure handel;

  • -

    [medeverdachte 1] : ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : Hij zegt, die heb ik klaar moetje die nog hebben of niet;

  • -

    [medeverdachte 1] : Hoeveel heeft hij klaar gemaakt?;

  • -

    [medeverdachte 3] : Walla ik weet niet, volgens mij iets van 20 ofzo of 25;

  • -

    [medeverdachte 1] : Nee niet zoveel...;

  • -

    [medeverdachte 3] : En die is klaar die is aan het wachten op ons. plus uh... heb ik tegen hem gezegd over die joden, dat hij 50 klaar moet maken. Hadden we hem gebeld, dan hadden we het vandaag op kunnen halen. Begrijp je... die joden en die dinge;

  • -

    [medeverdachte 1] : ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : Hmbeigie moeten we toch wachten weer op sein.."

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja, als jij wil, ik ga vanavond rijden, ik kan die 50 commerce halen en uhh... die dure handel hoeft niet zoveel geven voor ons. Als hij ..onverstaanbaar" 10 geven is genoeg;

  • -

    [medeverdachte 3] : Kan toch ook gewoon beter morgen;

  • -

    [medeverdachte 1] : Nee, die jongen moeten morgen hebben, snap je. Ik heb dat gisteren ook gezegd.

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja, dan geef je die morgenvroeg, als we die morgen doen, hoeven we niet twee keer te rijden. Rijden we gewoon een (1) keer, dan kunnen we ook of hmbeigie pakken;

  • -

    [medeverdachte 1] : Nee dan doe maar zo. Pak maar bij [bijnaam verdachte] ;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Deze keer, 50 voor die man;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja?

  • -

    [medeverdachte 1] : En nog iemand doen we 20 geven, dan pakken wij daar deze keer 75 bij [bijnaam verdachte] voor 11;

  • -

    [medeverdachte 3] : 75 van die commerce?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Nee, van die hmbeigie;

  • -

    [medeverdachte 3] : Hoeveel?;

  • -

    [medeverdachte 1] : 75;

  • -

    [medeverdachte 3] : 75;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja weetje waarom, morgen weetje niet of dat zeker is. snap je, voor die bij .... Deze keer voor die man 50 en uhh. die 25, 5 ervan hou ik zelf en 20 moet nog iemand geven;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ohh. en nog iets ..onverstaanbaar.. Ik ben al 4 dagen aan het rennen..;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja maar intussen al in die vingers... Als ik terug ben uit Duitsland, rij ik direct daarheen;

  • -

    [medeverdachte 3] : Bel me maar terug als je thuis bent;

  • -

    [medeverdachte 1] : Bel hem maar, bel hem maar dat hij klaar kan maken;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja, is goed.93

Omstreeks 16.29 uur wordt [medeverdachte 1] nogmaals gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] zegt dat hij net met [bijnaam verdachte] heeft gesproken en dat hij 50 kilo commerce, 75 hmbeigie en 25 hija heeft klaargemaakt. [medeverdachte 1] vraagt waarom 25 andere. [medeverdachte 3] zegt: “Ja, hij zegt, pak maar gewoon die doos en doe maar gewoon rustig aan kijken hoelang”. [medeverdachte 1] vraagt wat voor een prijs die maakt voor die dure. [medeverdachte 3] zegt: “Hij zegt die dure 1750”. [medeverdachte 1] zegt dat hij gek is. [medeverdachte 3] zegt: “Hij zegt handel is 22 of 23 zegt hij”. [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 3] die gaat halen. [medeverdachte 3] zegt dat het hem vandaag niet lukt en vraagt morgen. [medeverdachte 1] zegt dat morgen goed is.94

Omstreeks 19.38 uur belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [gsm nummer 3] ) naar [medeverdachte 6] en zegt dat [medeverdachte 6] kan komen als hij tijd heeft. [medeverdachte 1] noemt daarbij het tijdstip vijf uur. [medeverdachte 6] zegt dat het oke is. [medeverdachte 1] zegt dat het tijdstip nog onzeker is en dat hij [medeverdachte 6] over een uurtje nog eens zal bellen.95

Omstreeks 21.34 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vraagt waar [medeverdachte 1] is. [medeverdachte 1] zegt dat hij in Utrecht is. [medeverdachte 3] vraagt of [medeverdachte 1] niks meer gehoord heeft. [medeverdachte 1] zegt dat hij ergens aan het eten is.96

Enkele minuten later wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt dat hij al lang hier is. [verdachte] zegt dat hij dacht dat [medeverdachte 1] morgenochtend zou komen. [medeverdachte 1] zegt dat hij bij de [adres 2] is. [verdachte] zegt: “kom jij, waar jij vorige keer ben geweest” en “bij de slager”. [medeverdachte 1] zegt dat het goed is.97

Omstreeks 22.15 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [verdachte] zegt dat achter [medeverdachte 1] een grote taxi staat. [medeverdachte 1] bevestigt dit. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] daar in moet gaan staan en dat hij er dan zo aan komt.98

Vijf minuten later wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 3] . Het gesprek verloopt als volgt:

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja, ik heb hem nu net te pakken gekregen. Ik bel hem op en hij zegt waar je naar toe moet komen;

  • -

    [medeverdachte 1] : Wat jij... Ik ben toch al een half uurtje met hem samen;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ben je al samen dan?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Al een half uurtje man. Hij hebt toch met jou gesproken? Hij heeft verteld, voor jou kan niet vandaag.;

  • -

    [medeverdachte 3] : Kan niet?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Hij jou zo gezegd toch?;

  • -

    [medeverdachte 3] : Hij zegt tegen mij, die ene kan hij jou wel vast meegeven. Hij zegt tegen mij, ik heb tegen jou niet gezegd vandaag. Ik heb gezegd morgen. Maar dat is niet zo. Nu zegt hij, hij kan jou die ene die andere kan hij jou wel meteen meegeven;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja weet ik. Ik zegt tegen hem belangrijk is andere man;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja, heb je die ene wel meegenomen of ook niet?

  • -

    [medeverdachte 1] : "Nee, hij heeft mij die durk (fon.) gegeven al. Duren (fon.) wij gaan naar Hilversum die dinge halen, bes (fon.);

  • -

    [medeverdachte 3] : Tammam;

  • -

    [medeverdachte 1] : achterin, die commerce was belangrijk man;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ewa, hij zegt tegen mij je hebt tegen mij gezegd morgen;

  • -

    [medeverdachte 1] : Anders zeg maar tegen hem bel hem maar op zeg maar zeer belangrijk.

  • -

    [medeverdachte 3] : Ik bel hem nu op;

  • -

    [medeverdachte 1] : "Zeg maar heel belangrijk, abbe kan wachten uurtje geen probleem.99

Omstreeks 22.29 uur wordt [medeverdachte 1] teruggebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] zegt: “Gaat echt niet, probeert, heeft zijn best gedaan, die liggen bij je weet toch”. [medeverdachte 3] zegt dat ze tot morgen moeten wachten. [medeverdachte 1] zegt dat het goed is en vraagt hoe laat hij morgen ‘hem’ ziet. [medeverdachte 3] zegt dat hij dat met ‘hem’ moet afspreken.100

Omstreeks 23.59 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] (telefoonnummer [gsm nummer 7] ) en zegt: “In de ochtend weg, gaat in de middag tussen 12 en 1 weg”. [medeverdachte 2] zegt: “Gaat tussen 12 en 1 weg”. [medeverdachte 1] zegt dat hij straks naar [medeverdachte 2] komt.101

De dag van de levering: 2 oktober 2009

Op 02 oktober 2009 te 10.56 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt dat hij [verdachte] niet heeft gebeld maar dat hij er om 12 uur is. [verdachte] zegt dat hij die man even gaat bellen. [medeverdachte 1] zegt dat hij bijna in Den Bosch is.102

Omstreeks 12.02 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt dat hij bij de [adres 2] rijdt en vraagt of ze elkaar treffen bij de viswinkel. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] kan komen. [medeverdachte 1] zegt over vijf minuten.103

Direct daarna wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] zegt: “Weet je wat je nu moet doen?” [medeverdachte 2] zegt dat [medeverdachte 1] het maar moet zeggen. [medeverdachte 1] zegt: “Dinges breng je daarheen”. [medeverdachte 2] vraagt wat. [medeverdachte 1] zegt de auto. [medeverdachte 2] vraagt waarheen. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] dat toch weet. [medeverdachte 2] zegt dat daar alles gereed is. [medeverdachte 1] vraagt of de sleutels erin zitten. [medeverdachte 2] zegt dat alles gereed is. [medeverdachte 1] zegt dat het goed is.104

Omstreeks 12.18 uur belt [medeverdachte 1] [verdachte] en zegt dat hij daar is.105

Op 02 oktober 2009 te 12.24 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vraagt of [medeverdachte 1] al daar is. [medeverdachte 1] zegt dat hij al lang hier is.

Het gesprek gaat verder als volgt:

  • -

    [medeverdachte 1] : Hij zit voor mij ik rij achter hem;

  • -

    [medeverdachte 3] : Weer naar Hilversum of wat?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Hier in de buurt hier ergens zijn twee, drie kilometers.;

  • -

    [medeverdachte 3] : Alloo, ja habi;

  • -

    [medeverdachte 1] : Koopes (fon.) van hem;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 1] : Echt. niet echt -onverstaanbaar- die fm of die eros.;

  • -

    [medeverdachte 3] : Is die eros beter?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Jazeker eros en die fm ook beter, die is blond, die is blond, die komt niet echt zo zacht weetje, ik heb het hem gezegd maar hij zegt zo dat is de best 'koopes' die op het moment in de markt is;

  • -

    [medeverdachte 3] : is duurder ook nog;

  • -

    [medeverdachte 1] : Als jij dadelijk die plant ziet dan eh ja ik weet niet wat, wat ie gaat zeggen, het is droog zo ik weet niet wat wat wat;

  • -

    [medeverdachte 3] : Jonge jonge jonge;

  • -

    [medeverdachte 1] : 'me la' (fon.) maar ja beter dan anderen dat is beter dan die die 'atts' (fon.);

  • -

    [medeverdachte 3] : Hoe laat ben je terug?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja, ik ben zo, ik ben eh, ja twee drie uur ik ben daar, ik ben om negen uur al aan het rijden man;

  • -

    [medeverdachte 3] : En die eh die dure wat hij heeft van 17 half he;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : Die 'hartjes';

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : Zo kleine marlboro, 'harddrop' (fon.);

  • -

    [medeverdachte 1] : - onverstaanbaar - wat matje had of wat;

  • -

    [medeverdachte 3] : "Nee niet die H wat matje heeft dat is wat anders, deze is donker en zo dik en wat anders ja deze is anders.106

Omstreeks 12.44 uur ontvangt [medeverdachte 1] een sms-bericht van [medeverdachte 2] , met als inhoud: “Neem 10 stuks meer mee partner”.107

Vervolgens belt [medeverdachte 1] om 12.50 uur naar [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] zegt dat het niet lukt wat [medeverdachte 2] heeft gezegd. [medeverdachte 2] zegt dat het goed is. [medeverdachte 1] zegt dat hij op de terugweg is, daarom. [medeverdachte 2] zegt dat hij het heeft begrepen. [medeverdachte 1] vraagt of die andere ook kan. [medeverdachte 2] vraagt van welke. [medeverdachte 1] zegt: “Die van hele zo van 12”. [medeverdachte 2] zegt dat het goed is en dat ze zullen praten.108

Omstreeks 14.30 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vraagt of het nog lang duurt. [medeverdachte 1] zegt nog een klein beetje. [medeverdachte 2] zegt: “Nog weinig. Goed ... ik ... dan regel jij het verder oke?” [medeverdachte 1] zegt dat het goed is en dat hij het [medeverdachte 2] wel laat weten.109

Omstreeks 14.48 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld [medeverdachte 3] :

  • -

    [medeverdachte 1] : En die [naam 7] (fon) hel Die heeft mij net gebeld en die zegt zo even tellen hoeveel dat is;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja dat zeg ik jou toch, je moet altijd tellen;

  • -

    [medeverdachte 1] : Als dat zo is pak maar die vier en een halve kilo;

  • -

    [medeverdachte 3] : Kijk Abie (fon) Abie, luister een ding he, je moet altijd eerst naar huis gaan, alles eruit halen, controleren, kijken en van daaruit pas werken (fon);

  • -

    [medeverdachte 1] : Die dure handel wat [naam 7] (fon) heeft, daar is dinge he;

  • -

    [medeverdachte 3] : Hoeveel?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Hij zegt vijfentwintig daar he;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 1] : Daar is 1 plaat te weinig;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja, gewoon opschrijven;

  • -

    [medeverdachte 1] : oke;

  • -

    [medeverdachte 3] : Moet je mij dadelijk - onverstaanbaar - kijken hoe het daar is;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : Jij moet alles opschrijven, alles opschrijven, 50 van die, 25 van die en 75 van die. Allemaal opschrijven;

  • -

    [medeverdachte 1] : Oke is goed.110

Omstreeks 15.17 uur belt [medeverdachte 1] [medeverdachte 6] en vraagt of [medeverdachte 6] er al is. [medeverdachte 6] zegt dat hij er lang is. [medeverdachte 1] zegt een half uurtje. [medeverdachte 6] zegt oke.111

Uit telefoontapgegevens, waarvan de uitwerking in het dossier is opgenomen komt naar voren dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tussen 15.37 uur en 16.24 uur regelmatig middels sms met elkaar contact hebben, waarin [medeverdachte 1] aangeeft dat hij onderweg is.112

Omstreeks 16.25 uur ontvangt [medeverdachte 1] een sms-bericht [medeverdachte 2] , met als inhoud: “Die andere 10 stuks moet je aan mij geven oke”.113

Enkele minuten later antwoordt [medeverdachte 1] middels sms-bericht naar [medeverdachte 2] : “Hoe laat je ook komt moet met jou praten en de man vertrekt precies om 5 uur”.114

Waarop [medeverdachte 1] weer een sms-bericht ontvangt van [medeverdachte 2] , met als inhoud: “Geen probleem als hij om 5 uur vertrekt oke”.115

Omstreeks 20.48 uur ontvangt [medeverdachte 1] een sms-bericht [medeverdachte 2] , met als inhoud: “Hoe laat is de man daar”.116

[medeverdachte 1] antwoordt naar [medeverdachte 2] : “Precies om 945 daar”.117

Omstreeks 21.46 uur ontvangt [medeverdachte 1] een sms-bericht van [medeverdachte 2] , met als inhoud: “Is de man daar”.118

[medeverdachte 1] antwoordt naar [medeverdachte 2] : “10.minuut.”.119

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij op 2 oktober 2009 in opdracht van man x verdovende middelen naar Schönebeck heeft vervoerd. Toen man x om 15.17 uur belde was [medeverdachte 6] bij [naam hotel 2] in Arcen. Hij moest van daaruit de verdovende middelen naar Duitsland brengen. Hij heeft deze afgeleverd bij een busstation in Schönebeck. 120

[medeverdachte 2] heeft op 10 november 2009 bij de politie verklaard dat commerce betekent ‘Het is gewoon goedkope hash.’121

Tussenconclusie

Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

[medeverdachte 1] neemt op 29 september 2009 contact opneemt met [medeverdachte 6] om te vragen of hij donderdag of vrijdag tijd heeft om te rijden. Op 30 september 2009 belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 3] dat de mensen voor vrijdag – 2 oktober 2009 – 50 willen hebben. [medeverdachte 1] zegt dat zij 75 moeten nemen bij [bijnaam verdachte] ( [verdachte] ) en daarvan 50 voor die man zijn, hij 5 kilogram zelf houdt en hij iemand nog 20 kilogram moet geven. [medeverdachte 3] vraagt bij [verdachte] om 50 kilogram commerce, 75 hmbeige en 25 hija. Er wordt afgesproken dat [medeverdachte 1] de dag erna de lading gaat halen. [medeverdachte 1] spreekt vervolgens met [medeverdachte 6] af dat deze om vijf uur kan komen. Op 1 oktober 2009 omstreeks 23.59 uur wordt [medeverdachte 2] benaderd door [medeverdachte 1] met de mededeling dat het in de middag tussen 12 en 1 weg gaat. Op 2 oktober 2009 gaat [medeverdachte 1] naar [verdachte] . [medeverdachte 2] moet de auto klaarzetten met de sleutels er in. [medeverdachte 1] en [verdachte] treffen elkaar in Utrecht. Er blijkt van de 25 kilogram één plaat te weinig geleverd door [verdachte] . [medeverdachte 6] staat te wachten en zal om 17.00 uur vertrekken en zal omstreeks 21.45 uur bij de afnemers zijn. In de tussentijd hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] telkens contact. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij in opdracht van man x, welke hij eerder heeft herkend als [medeverdachte 1] , verdovende middelen van Arcen naar Schönebeck heeft gebracht.

De rechtbank concludeert, gelet op de verklaring van [medeverdachte 2] en de gehele context, dat met de bedekte termijn ‘commerce’ en ‘hija’ en ‘hmbeige’ hasjiesj worden bedoeld.

Anders dan de raadsman heeft bepleit is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat het ook bij deze levering hasjiesj betreft. Dit volgt uit de inhoud van de tapgesprekken waarin wordt gesproken over ‘commerce’ en ‘hija’ en ‘hmbeige’ en de verklaring van [medeverdachte 6] dat hij op 2 oktober 2009 verdovende middelen heeft vervoerd, in combinatie met het feit dat de werkwijze in dit zaakdossier overeenkomt met die van de zaakdossiers 2 en 3, die betrekking hebben op leveringen die na 2 oktober 2009 hebben plaatsgevonden en waarbij de verdovende middelen wel zijn afgevangen en getest.

Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat op 2 oktober 2009 ongeveer 50 kilogram hasjiesj – afgeleverd door [verdachte] – buiten het grondgebied van Nederland is gebracht door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

[medeverdachte 3] is daarbij degene geweest die zich in opdracht van dan wel in samenspraak met [medeverdachte 1] bezig heeft gehouden met de bestelling van de verdovende middelen bij [verdachte] , de afspraken maakt met betrekking tot het moment van afleveren en de financiële afhandeling daarvan.

4.3.6

Levering van 12 oktober 2009 (zaakdossier 5)

Uit telefoontaps blijkt het volgende:

Op 10 oktober 2009 te 21.09 uur belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [gsm nummer 4] ) naar [verdachte] (telefoonnummer [gsm-nummer 1] ) en zegt dat hij morgen rond zes, zeven uur naar [verdachte] komt en dat hij die dinge, die één meter betaalt. [verdachte] zegt die van gisteren. [medeverdachte 1] zegt dat hij die morgen half betaalt en: “Die 100 meter betaal ik. En pak ik nu nog euh. Honderd euh, honderdvijftig”. [verdachte] vraagt van die van gisteren. [medeverdachte 1] zegt ja. [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] morgen klaar moet maken en dat hij over twee dagen weet terugbelt als hij het morgen heeft gepakt. [verdachte] zegt: “Is goed. Ik kijk maar allen voor die euh... die (onverstaanbaar)”.122

Omstreeks 23.42 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 3] (telefoonnummer [gsm nummer 6] ). [medeverdachte 1] zegt dat een uurtje geleden [bijnaam verdachte] heeft gebeld en met hem heeft gesproken. [medeverdachte 1] zegt: “Ik moet dringend die van honderd, een (1) meter”. [medeverdachte 3] vraagt wat. [medeverdachte 1] zegt die commerce en dat hij ‘hem’ morgen moet betalen en dat hij nu 150 stuks pakt. [medeverdachte 3] vraagt morgen. [medeverdachte 1] zegt dat hij heeft gezegd dat hij rond zes, zeven uur 's avonds bij ‘hem’ is. En: “Ik neem die een (1) meter plus mee”. [medeverdachte 3] zegt dat ze morgen gaan.123

Op 11 oktober 2009 te 16.51 uur belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [gsm nummer 5] ) naar [medeverdachte 6] (telefoonnummer [gsm nummer 10] ) en vraagt of [medeverdachte 6] morgenvroeg vijf uur, over 12 uren tijd heeft. [medeverdachte 6] zegt dat het goed is.124

Op 11 oktober 2009 te 18.22 uur stuurt [medeverdachte 2] (telefoonnummer [gsm nummer 7] ) een sms-bericht naar de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met als inhoud: “Kan je auto voor morgen aan mij geven vriend en dinsdag twee t”.125

Vervolgens volgt er aan aantal sms-berichten tussen [medeverdachte 2] en de gebruiker van het telefoonnummer [gsm nummer 11] over het regelen van de auto.126

Omstreeks 19.20 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt dat hij over twee uurtjes bij [verdachte] is. [verdachte] zegt dat hij hier is. [medeverdachte 1] zegt dat hij het klaar moet maken.127

Een kwartier later wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vraagt of [medeverdachte 1] die Joden nog gaat halen. [medeverdachte 1] vraagt hoe laat het nu is. [medeverdachte 3] zegt dat het half acht is en zegt: “Ik denk niet dat jij hem zo laat nog...” [medeverdachte 1] zegt dat hij ‘hem’ net heeft gesproken en dat hij heeft gezegd over anderhalf, twee uurtjes.128

Omstreeks 19.51 uur ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met als inhoud: “Vriend ik heb geregeld maar probeer dat hy wat eerdr terug kan zyn”.129

[medeverdachte 2] reageert naar de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met het sms-bericht: “Oke vriend dan stuur ik hem wat eerder oke danke”.130

Omstreeks 19.54 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [verdachte] zegt: “Die mensen is beter morgen”. [medeverdachte 1] zegt dat ze onderweg zijn. [verdachte] zegt dat die mensen hebben gezegd zes uur en dat het nu echt niet meer kan. [verdachte] zegt dat ze het morgenvroeg kunnen doen en dat hij die man nog een keer gaat bellen.131

Omstreeks 20.17 uur wordt [medeverdachte 1] wederom gebeld door [verdachte] . [verdachte] zegt dat de man heeft gezegd morgen. [medeverdachte 1] zegt “Maar, ik heb je gezegd, jij hebt gepakt. Bij jou liggen daar, snap je”. [verdachte] zegt van niet en zegt dat hij geen risico voor zulke dingen wil lopen.132

Omstreeks 20.56 uur ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met als inhoud: “Vriend kan je om 11 uur by my zyn om die auto op te halen want ik moet straks weg”.133

Omstreeks 21.43 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [medeverdachte 1] vraagt hoe laat het gaat. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] het maar moet zeggen. [medeverdachte 1] zegt echter vroeg, acht uur. [verdachte] zegt dat hij zal kijken en [medeverdachte 1] zal bellen.134

Vervolgens wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zegt dat de man morgenvroeg om 6 uur al onderweg moet zijn. [medeverdachte 1] zegt dat hij er zo aan komt. [medeverdachte 2] zegt dat hij naar die andere kant moet om de auto te regelen. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] maar de auto moet regelen. [medeverdachte 2] zegt dat alles bij hem klaar is en zegt dat alles morgen op zijn laatst om 11 of 12 uur daar moet zijn. zegt dat het niet 150 maar 130 is.135

Omstreeks 21.55 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [verdachte] zegt half negen. [medeverdachte 1] zegt dat het goed is en dat hij over twee, drie uurtjes bij [verdachte] is.136

Omstreeks 22.18 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 6] en zegt tegen [medeverdachte 6] dat de tijd gaat veranderen. [medeverdachte 6] vraagt hoe laat dan. [medeverdachte 1] zegt morgenvroeg om 10 uur. [medeverdachte 6] zegt dat [medeverdachte 1] moet zorgen dat alles er is.137

Vervolgens belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] , die zegt dat het goed is. Het gesprek gaat verder als volgt:

[medeverdachte 1] : Ja, oke. Dinge, eh... een-dertig (1-30), he;

[verdachte] : Een-dertig? (1-30);

[medeverdachte 1] : Ja, een (1) meter en dertig;

[verdachte] : Oke, ik zei tegen hem een-vijftig (1-50). Maar maakt niet uit;

[medeverdachte 1] : Ja (onverstaanbaar) voor een-vijftig (1-50), maar ja.;

[verdachte] zegt dat het goed is. [medeverdachte 1] zegt dat hij om acht uur bij de viswinkel is. [verdachte] vraagt of hij [medeverdachte 1] vanavond nog ziet. [medeverdachte 1] zegt van niet en zegt dat hij vanavond daar heen gaat er daar ergens gaat slapen.138

Op 12 oktober 2009 te 00.05 uur belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [gsm nummer 5] ) naar [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] zegt dat hij nu daar is en dat hij morgenvroeg heel vroeg moet rijden omdat ze het heel vroeg willen hebben. [medeverdachte 1] zegt dat hij nog wat gaat eten en dat hij dan een paar uurtjes in een hotel gaat slapen. [medeverdachte 1] zegt dat hij om acht uur daar moet zijn en om negen uur, kwart over negen weer terug is.139

Omstreeks 00.26 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zegt: “Djano, eh... 130 euro, is dat goed”. [medeverdachte 1] zegt ja. [medeverdachte 2] zegt “Breng niet teveel mee, 130 euro, oke”. [medeverdachte 1] zegt dat het goed is.140

Omstreeks 00.49 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt: “Ik ben hier, bij jou”. [verdachte] vraagt: “Waar in Hilversum”. [medeverdachte 1] zegt Utrecht. [verdachte] zegt toch morgen. [medeverdachte 1] zegt dat hij hier blijft en dat hij niet vanaf vier uur kan opstaan en dan rijden. [medeverdachte 1] zegt dat hij gewoon hier blijft en dat hij morgenvroeg gaat rijden. [medeverdachte 1] zegt dat hij hem de papieren wilde geven. [medeverdachte 1] zegt dat ze het dan morgen doen. [medeverdachte 1] zegt dat hij nog 10 kilometer voor Utrecht zit. [verdachte] zegt dat hij nu bijna in Hilversum is. [medeverdachte 1] zegt dat het anders morgen kan. [verdachte] zegt dat hij morgen [medeverdachte 1] ziet, dat dit beter is.

Omstreeks 01.59 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] zegt dat het is aangekomen. [medeverdachte 1] zegt dat hij gaat ophangen en dat [medeverdachte 2] nog wel gaat bellen.141

Op 12 oktober 2009 te 07.56 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt dat hij over vijf minuten bij de viswinkel is. [verdachte] legt de weg uit en zegt dat hij [medeverdachte 1] daar komt halen.142

Omstreeks 08.19 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt dat hij tegenover [verdachte] is en dat hij achter hem aanrijdt.143

Omstreeks 08.51 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vraagt of het nog lang zal duren / of er nog veel is. [medeverdachte 1] zegt dat het is zoals hij zei en dat hij nog een ritje van een half uur te gaan heeft en dat het daarna klaar is.144

Omstreeks 09.52 uur ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met als inhoud: “Vriend hoe laat is hy terug weetje dat al”.145

[medeverdachte 2] antwoordt met het sms-bericht: “Vriend zo half twee”.146

Omstreeks 10.15 uur ontvangt [medeverdachte 1] een sms-bericht van [medeverdachte 2] , met als inhoud: “Is het oke”.147

Omstreeks 10.30 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar [medeverdachte 2] , met als inhoud: “10 minuten gelden is hij weggegaan”.148

Direct daarna belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 4] (telefoonnummer [gsm nummer 13] ). [medeverdachte 2] zegt dat hij net (onverstaanbaar) heeft gesproken en dat hij weg is. [medeverdachte 4] zegt dat het goed is.149

Omstreeks 11.23 uur belt [medeverdachte 1] [medeverdachte 6] en vraagt aan [medeverdachte 6] of het goed gaat. [medeverdachte 6] zegt dat het prima gaat.150

Omstreeks 11.35 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] zegt desgevraagd dat alles in orde is en dat hij vijf minuten geleden met hem / haar heeft gesproken en dat alles op rolletjes gaat. [medeverdachte 2] zegt godzijdank.151

Omstreeks 12.42 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] zegt dat hij moe is. [medeverdachte 3] zegt ben je nu pas terug. [medeverdachte 1] zegt dat hij gisterenavond daar heeft gegeten en bij het café op de hoek een paar bier heeft gedronken en vervolgens in het [naam hotel 3] is gaan slapen. [medeverdachte 1] zegt dat hij om twintig voor acht [bijnaam verdachte] (fon) heeft gebeld. [medeverdachte 1] zegt dat [bijnaam verdachte] elke keer een nieuwe afspreekplaats heeft en hem niet wil halen.

Het gesprek gaat als volgt verder:

  • -

    [medeverdachte 1] : Ik heb meegenomen 75;

  • -

    [medeverdachte 3] : Niet 1 meter?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Nee, die dinge floes (fon);

  • -

    [medeverdachte 3] : Ooh ja;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ik heb 75 meegenomen. Toen zegt hij zo al weer kort. Hij zegt jij hebt betaald maar nog iets van 25.000;

  • -

    [medeverdachte 3] : 22;

  • -

    [medeverdachte 1] : Nog 22?;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja, tussen mij en hem, wat jij nu gepakt hebt;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja, ik hem hem nooit gepakt;

  • -

    [medeverdachte 3] : Je hebt hem 75 gegeven toch;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : “Wat moet jij normaal geven?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Normaal 82 en een half toch;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 1] : Zeven en een half. En hij vraagt die dinge he, hij die geven;

  • -

    [medeverdachte 3] : Wat?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Die handel;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja, heeft hij het toch al weggedaan;

  • -

    [medeverdachte 1] : Die zeg zo is goed die man wil terug hebben. Ik zeg ben je gek ik heb die gegeven aan iemand. Ik zeg jij moet wachten twee weken.152

Uit het onderzoek blijkt dat [medeverdachte 1] op 12 oktober 2009 omstreeks 02.51 uur heeft ingecheckt in het [naam hotel 3] te Utrecht. [medeverdachte 1] heeft op 12 oktober 2009 omstreeks 07.49 uur weer uitgecheckt.153

Omstreeks 13.27 uur ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met als inhoud: “Hoelang nog”.154

[medeverdachte 2] antwoordt daarop: “Ik laat het je zo weten oke”.155

Vervolgens stuurt [medeverdachte 2] om 14.39 uur een sms-bericht naar de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met als inhoud: “Ja vriend hij zegt dat hij en file zat”.156

Omstreeks 15.12 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 4] . [medeverdachte 2] vraagt welke auto vandaag is gegaan. Mehmet zegt een zwarte auto. [medeverdachte 4] vraagt of [medeverdachte 2] het merk van zijn auto, en de auto van [naam 7] weet, want zo een was het. [medeverdachte 2] zegt dat het goed is.157

Omstreeks 15.14 uur (en 06 seconden) wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vraagt [medeverdachte 1] om eens te bellen. [medeverdachte 1] zegt dat het goed is.158

Meteen daarna belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 6] en vraagt hoe het gaat. [medeverdachte 6] zegt nog een klein kwartiertje.159

Daarop stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar [medeverdachte 2] , met als inhoud: “10.mint”.160

Omstreeks 15.24 uur ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met als inhoud: “Dat is kut vriend dit kost my egt veel”.161

[medeverdachte 2] antwoordt: “Sory vriend ik zweert dat ik heb hem om vijf uur gestuurt”.162

Daarna ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met als inhoud: "”a maar hy het tog telfn by maat.163”.

[medeverdachte 2] antwoordt: “Ja zit nog en hannover zegt hij”164

Omstreeks 18.14 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 6] en vraagt aan [medeverdachte 6] hoe lang nog. [medeverdachte 6] zegt nog één, anderhalf uur.165

Daarna belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] en zegt dat ‘die’ exact acht uur daar zal zijn.166

Op 12 oktober 2009 omstreeks 19.05 uur wordt gezien dat de personenauto, merk Mercedes-Benz, type E200, kleur blauw en voorzien van het kenteken [kentekennummer 10] , geparkeerd staat circa 50 meter van [naam hotel 2] . Dit hotel is gevestigd aan de [adres 8] te Arcen.167

Omstreeks 20.17 uur stuurt [medeverdachte 2] een sms-bericht naar [medeverdachte 4] , met als inhoud: “Die kom brengen we de auto van de man weg het is laat geworden”.168

[medeverdachte 4] antwoordt middels sms-bericht: “5 minuten”.169

Vervolgens stuurt [medeverdachte 2] een sms-bericht naar de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [gsm nummer 11] , met als inhoud: “Vriend hij komt bij de flat oke”.170

Op 12 oktober 2009 te 21.50 uur wordt gezien dat de personenauto, merk Mercedes-Benz, type E200, kleur blauw en voorzien van het kenteken [kentekennummer 10] , niet meer geparkeerd staat circa 50 meter van [naam hotel 2] .171

Op 14 oktober 2009 omstreeks 14.27 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 3] . Een deel van het gesprek gaat als volgt:

  • -

    [medeverdachte 3] : Heb je al parra zat. Die parra heb je die nu?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Euh, nee, ik heb nog niet. Ik heb misschien nog niet

  • -

    [medeverdachte 3] : He?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Wacht nog maar een (1), twee dagen. Dan ik kijk, ik regel alles;

  • -

    [medeverdachte 3] : Yo Abe, het is nou, ik ben nu twee weken daar op aan het wachten Abe. Hij is nou ook een beetje... ik heb hem, ik heb hem, ik heb hem eigenlijk, toen ik zondag bij hem was ik heb hem betaald, die zondag. Weet je wel, die parra wat jij mij toen gegeven had, heb ik hem gegeven. Ik heb tegen hem gezegd, woensdag geef ik je de rest;

  • -

    [medeverdachte 1] : Hmm;

  • -

    [medeverdachte 3] : Nou, nou, niet, niet, niet voor die Jodensterren, voor die andere wat hij nog van mij krijgt. Nou wel, een beetje lang Abi, nou is een beetje lang zat;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ik weet het, is lang zat, klopt;

  • -

    [medeverdachte 3] : Eerlijk is eerlijk;

  • -

    [medeverdachte 1] : Maar wacht maar. Ik regel van die jongen nog parra, van die jongen (onverstaanbaar) nog een beetje extra parra krijgen van hem. Als ik die heb dan samen brengen;

  • -

    [medeverdachte 3] : He?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Dan gaan we samen brengen (onverstaanbaar);

  • -

    [medeverdachte 3] : Hoeveel?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ik denk morgen, overmorgen. Ik moet krijgen nog parra van mensen. Ik maak alles bij elkaar dan euh... En dan kijken;

  • -

    [medeverdachte 3] : "Kijk, als je, ik moet nu ook kijken, wallah, ik heb ook helemaal niks meer. Abe, dat weetje he;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja, ja, ik weet, ik weet;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ik heb alleen die huis, heeft mij al bijna vijf-zesduizend, zeker meer dan vijfduizend euro betaald aan Mohammed (fan.) daar. Wallah, ik heb geen cent meer Abi.

  • -

    Wallah, alles is nog bij jou

  • -

    ‘ [medeverdachte 1] : Ja, ik weet;

  • -

    [medeverdachte 3] : Abi, ik vraag me even af he?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : Die laatste keer hoeveel heb je bij hem gepakt?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Wat?;

  • -

    [medeverdachte 3] : Handel bij [bijnaam verdachte];

  • -

    [medeverdachte 1] : Honderd-dertig (130);

  • -

    [medeverdachte 3] : Heb je 130 kilo gepakt?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : 130 kilo heb je gepakt;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : En de keer daarvoor?;

  • -

    [medeverdachte 1] : He?;

  • -

    [medeverdachte 3] : En de keer daarvoor?

  • -

    [medeverdachte 1] : Daarvoor, daarvoor. Honderd (100);

  • -

    [medeverdachte 3] : 100?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Ja. Jij weet toch;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja. Ik dacht dat je ook een keer vijftig (50) hebt gepakt?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Vijftig?;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 1] : Klopt, vijftig gepakt, ja;

  • -

    [medeverdachte 3] : Wat vijftig?;

  • -

    [medeverdachte 1] : Wij hebben toch vijftig, jij weet toch;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 1] : Jij weet toch (onverstaanbaar) zijn we toch allemaal klaar. Er daarna, wij hebben gepakt honderd;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ja;

  • -

    [medeverdachte 1] : Honderd gepakt, en daarna honderddertig (130);

  • -

    [medeverdachte 3] : Taman (oke)

  • -

    [medeverdachte 1] : He?;

  • -

    [medeverdachte 3] : Ik moet nog winst krijgen van honderd en van die honderddertig;

  • -

    [medeverdachte 1] : Heb je geen winst gekregen van honderd, nee he?;

  • -

    [medeverdachte 3] : Nee, ik heb alleen winst gekregen van die vijftig. Die heb ik opgeschreven, die heb ik, hebben we, in de lagsap (opm. Marokaans voor rekening) staan. Maar van die honderd...;

  • -

    Dahan: Klopt, klopt, ja honderd...;

  • -

    [medeverdachte 3] : Honderd;

  • -

    [medeverdachte 1] : En honderddertig;

  • -

    [medeverdachte 3] : "Taman (oke), is goed Abi.172

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij op 12 oktober 2009 verdovende middelen vervoerd heeft naar Schönebeck.173

Tussenconclusie

Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

Op 10 oktober 2009 neemt [medeverdachte 1] contact op met [verdachte] dat hij de één meter van gisteren

– de rechtbank concludeert dat dit kennelijk de 100 kilogram hasjiesj betreft die in zaakdossier 2 op 9 oktober 2009 in beslag is genomen – wil betalen. [medeverdachte 1] wil voor 11 oktober 2009 nog 150 kg hebben en spreekt met [medeverdachte 3] af het samen te gaan halen. [medeverdachte 1] vraagt vervolgens aan [medeverdachte 6] of hij op 12 oktober 2009 omstreeks 05.00 uur tijd heeft en [medeverdachte 6] stemt in. [medeverdachte 6] moet om 10.00 uur bij de afnemers zijn. [medeverdachte 2] smst en belt over het regelen van een auto. El-Aamrani belt met [medeverdachte 1] en vraagt zich af of [medeverdachte 1] nog zo laat bij [verdachte] terecht kan voor het halen van de hasjiesj met daarin een Jodenster geperst. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij dat met [verdachte] heeft afgesproken. [medeverdachte 2] heeft uiteindelijk een auto geregeld voor het transport. De leveranciers van [verdachte] kunnen de drugs op 11 oktober 2009 niet meer leveren en de afspraak wordt verzet naar 12 oktober 2009 omstreeks 08.00 uur.

Op 12 oktober 2009 omstreeks 00.26 uur belt [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] en zegt dat hij 130 mee moet nemen. [medeverdachte 1] rijdt die nacht naar Utrecht. Onderweg belt hij met [verdachte] dat hij hem de papieren (betaling) wil geven en overnacht hij in het [naam hotel 3] waar hij omstreeks 08.00 uur weer uitcheckt. [medeverdachte 1] treft [verdachte] . [medeverdachte 1] stuurt [medeverdachte 2] een bericht dat [medeverdachte 6] is vertrokken met de gereedstaande auto met drugs. Omstreeks 11.23 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 6] of alles nog goed gaat en vervolgens wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] en hem wordt medegedeeld dat het goed gaat. [medeverdachte 1] wordt gebeld door [medeverdachte 3] en ze spreken over de prijzen van hasjiesj. Tussen [medeverdachte 2] en de eigenaar van de auto worden verschillende berichten gestuurd over het tijdstip waarop de auto weer terug is. [medeverdachte 2] heeft daarover ook contact met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . [medeverdachte 6] heeft uiteindelijk de verdovende middelen afgeleverd in Duitsland en [medeverdachte 2] wordt daarvan op de hoogte gesteld en uiteindelijk worden afspraken gemaakt via [medeverdachte 1] om de auto terug te brengen. [medeverdachte 2] heeft wederom contact met [medeverdachte 4] . [medeverdachte 6] is vanuit Duitsland teruggekomen en is vanaf [naam hotel 2] te Arcen met zijn eigen Mercedes taxi weer vertrokken.

Op 14 oktober 2009 vindt er vervolgens een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] waarin wordt gesproken over betalingen en bestelde hoeveelheden die kloppen met eerder uitgevoerde transporten. In betreffend gesprek wordt bevestigd dat [medeverdachte 1] 130 kilogram bij [verdachte] heeft afgenomen. Vervolgens heeft men het over 100 kilogram (zaakdossier 2) en de keer ervoor betrof 50 kilogram (zaakdossier 4).

De rechtbank concludeert, gelet op de gehele context, dat met de bedekte term ‘joden’ hasjiesj worden bedoeld alsmede dat met ‘één meter dertig’ een hoeveelheid van 130 kilogram wordt bedoeld.

Anders dan de raadsman heeft aangevoerd is de rechtbank van oordeel dat op basis van de inhoud van de tapgesprekken waarin wordt gesproken over ‘joden’ en de verklaring van [medeverdachte 6] dat hij op 12 oktober 2009 verdovende middelen heeft vervoerd in combinatie met de overeenkomstige werkwijze in de zaakdossiers 2 en 3 waarbij de verdovende middelen zijn afgevangen en getest, dat het ook bij deze levering hasjiesj betreft.

Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat op 12 oktober 2009 ongeveer 130 kilogram hasjiesj – afgeleverd door [verdachte] – buiten het grondgebied van Nederland zijn gebracht door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] .

[medeverdachte 3] is daarbij degene geweest die zich in opdracht van dan wel in samenspraak met [medeverdachte 1] bezig heeft gehouden met de bestelling van de verdovende middelen bij [verdachte] . Voorts heeft hij met [medeverdachte 1] de afspraak gemaakt om de middelen samen bij [verdachte] te gaan halen. Tenslotte spreekt hij met [medeverdachte 1] ook over de financiële afhandeling van de transactie.

4.3.7

Eindconclusie met betrekking tot de zaakdossiers 2 tot en met 5:

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het vorenstaande, het dossier wettig en overtuigend bewijsmateriaal bevat om te komen tot het bewijs dat [verdachte] de vaste leverancier van de verdovende middelen aan [medeverdachte 1] was. Deze middelen werden vervolgens door [medeverdachte 1] en anderen naar Duitsland geëxporteerd. Hoewel verdachte door de aanlevering van de te exporteren verdovende middelen een (wezenlijk) aandeel heeft gehad in de export, kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte ook wist dat de door hem geleverde verdovende middelen vervolgens naar Duitsland zouden worden getransporteerd, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde medeplegen van de export van verdovende middelen.

De rechtbank acht wel bewezen dat [verdachte] het onder 1 subsidiair ten laste gelegde afleveren van de verdovende middelen heeft begaan, met dien verstande dat de periode eerst op 9 oktober 2009 aanvangt.

4.3.8

Deelneming aan een criminele organisatie (zaaksdossier 13)

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank evenmin wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte als deelnemer betrokken is geweest bij de criminele organisatie van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] , doch veeleer moet worden gezien als de zelfstandige toeleverancier aan de organisatie.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte derhalve dient te worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde.

4.3.9

Voorhanden hebben van hasjiesj (zaakdossier 16):

Met de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, wegens het ontbreken van bewijs dat de bij verdachte aangetroffen middelen daadwerkelijk hasjiesj betreffen.

Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1. subsidiair

in de periode van 9 oktober 2009 tot en met 29 oktober 2009 in Nederland meermalen (telkens) opzettelijk heeft afgeleverd hoeveelheden hasjiesj, zijnde hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1 subsidiair: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden met aftrek ex artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging gewezen op de forse overschrijding van de redelijke termijn waardoor niet meer is in te zien welke strafvorderlijke of maatschappelijke belangen nog zijn gediend met de oplegging van een onvoorwaardelijke straf. De raadsman heeft derhalve verzocht te volstaan met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht dan wel te volstaan met een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke straf.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft grote hoeveelheden hasjiesj aangeleverd aan een criminele organisatie, die deze vervolgens naar Duitsland exporteerde. Hoewel de bewezenverklaarde pleegperiode relatief kort is, is er zeer intensief gehandeld in verdovende middelen en is er een hoeveelheid van bijna 500 kilogram afgeleverd.

Verdovende middelen brengen schade toe aan de gezondheid van de gebruikers ervan en de gebruikers bekostigen hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, wat schade en overlast veroorzaakt voor anderen. Handel en export van verdovende middelen wakkert aldus ander crimineel gedrag aan. Zo ook hier, want het onderzoek is juist aangevangen om de overlast aan te pakken die Venlo door de export van drugs ondervond. Verdachte heeft zich hier niets van aangetrokken en kennelijk alleen gedacht aan financieel gewin.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt. De rechtbank zal als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden hanteren.

De rechtbank houdt bij haar overwegingen ten aanzien van de op te leggen straf ten voordele van verdachte rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Tussen de aanhouding van verdachte op 17 maart 2010 en het wijzen van het onderhavige vonnis op 22 december 2017 is immers een periode van meer dan twee jaren verstreken, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze overschrijding met bijna zes jaar, rechtvaardigen.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de strafoplegging op het standpunt gesteld dat, gelet op deze termijnoverschrijding, met de toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht dan wel te met een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke straf

kan worden volstaan.

De rechtbank stelt dit strafmaatverweer terzijde, nu de rechtbank van oordeel is dat de door de verdediging voorgestane straf geen recht doet aan de ernst van de feiten. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat – ondanks de forse termijnoverschrijding – met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur nog wel degelijk strafdoelen zijn gediend. Behalve een sterk signaal naar verdachte dat zijn handelen onacceptabel is, hebben straffen ook tot doel om genoegdoening aan de samenleving te bieden (retributie) en potentiële wetsovertreders af te schrikken (generale preventie).

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

7 Het beslag

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het volgende voorwerp in beslag is genomen, te weten een geldbedrag van 4.500 euro.

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze te worden teruggegeven aan verdachte.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor het onder 1 subsidiair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 8 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan verdachte:

- een geldbedrag van 4.500 euro.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.K. Kleine, voorzitter, mr. V.P. van Deventer en mr. I.C.A. Wilschut, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 december 2017.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 29 oktober 2009, in de gemeente Venlo en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, grote hoeveelheden hennep en/of grote hoeveelheden hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II (zaakdossiers: 2,3,4,5);

althans indien ter zake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 29 oktober 2009 in de gemeente Venlo en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, hoeveelheden hasjiesj en/of hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II (zaakdossiers: 2,3,4,5);

2.

hij op of omstreeks 5 januari 2010 in de gemeente Hilversum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4020 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II(zaakdossier 16);

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 29 oktober 2009 te Venlo, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie die werd gevormd door (onder meer) verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 5] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of (telkens) opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van hoeveelheden hasjiesj en/of hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet (zaakdossier 13)

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg Noord, Hektor-rechercheteam, proces-verbaalnummer 2009097631, gesloten d.d. 3 februari 2010, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 3893.

2 Proces-verbaal van gebruik (mobiele) telefoon d.d. 7 oktober 2009, bijlage A/48, pagina 2654-2655.

3 Proces-verbaal aanvraag bevel onderzoek telecommunicatie d.d. 5 oktober 2009, bijlage A/24, pagina 2523-2527.

4 Proces-verbaal van gebruik (mobiele) telefoon d.d. 10 december 2009, bijlage A/49, pagina 2656-2657.

5 Proces-verbaal van gebruik (mobiele) telefoon d.d. 11 november 2009, bijlage A/51, pagina 2684-2685.

6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 9 november 2009, bijlage B/26, pagina 3164.

7 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 30 oktober 2009, bijlage B/25, pagina 3155.

8 Proces-verbaal van gebruik (mobiele) telefoon d.d. 1 december 2009, bijlage A/53, pagina 2699-2701.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 30 oktober 2009 bijlage Z3/122, pagina 342.

10 Proces-verbaal van gebruik (mobiele) telefoon d.d. 22 oktober 2009, bijlage A/50, pagina 2669-2671.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 26 november 2009, bijlage B/98, pagina 3889-3890.

12 Bijlage Z2/1, pagina 547-548.

13 Bijlage Z2/2, pagina 549.

14 Bijlage Z2/3, pagina 550-551.

15 Bijlage Z2/4, pagina 552.

16 Bijlage Z2/5, pagina 553.

17 Bijlage Z2/6, pagina 554.

18 Bijlage Z2/7, pagina 555.

19 Bijlage Z2/8, pagina 556.

20 Bijlage Z2/10, pagina 558.

21 Bijlage Z2/11, pagina 559.

22 Bijlage Z2/13, pagina 561.

23 Bijlage Z2/14, pagina 562.

24 Bijlage Z2/15, pagina 563.

25 Bijlage Z2/16, pagina 564.

26 Proces-verbaal van observatie d.d. 13 oktober 2009, bijlage Z2/256, pagina 1178-1182

27 Bijlage Z2/20, pagina 568.

28 Proces-verbaal van observatie d.d. 13 oktober 2009, bijlage Z2/256, pagina 1178-1182

29 Bijlage Z2/21, pagina 569.

30 Bijlage Z2/22, pagina 570.

31 Bijlage Z2/24, pagina 572.

32 Bijlage Z2/25, pagina 573-575.

33 Bijlage Z2/28, pagina 578.

34 Bijlage Z2/29, pagina 579.

35 Proces-verbaal van observatie d.d. 13 oktober 2009, bijlage Z2/256, pagina 1178-1182

36 Bijlage Z2/30, pagina 580.

37 Bijlage Z2/32, pagina 582.

38 Proces-verbaal van observatie d.d. 13 oktober 2009, bijlage Z2/256, pagina 1178-1182

39 Bijlage Z2/33, pagina 583.

40 Bijlage Z2/38, pagina 590.

41 Bijlage Z2/40, pagina 592-594.

42 Bijlage Z2/43 tot en met Z2/56, pagina 597-611.

43 Bijlage Z2/57, pagina 612.

44 Bijlage Z2/66, pagina 621.

45 Proces-verbaal van observatie d.d. 13 oktober 2009, bijlage Z2/256, pagina 1178-1182

46 Bijlage Z2/68, pagina 623.

47 Bijlage Z2/70, pagina 625.

48 Proces-verbaal van observatie d.d. 13 oktober 2009, bijlage Z2/256, pagina 1178-1182

49 Proces-verbaal d.d. 2 januari 2010, pagina 523.

50 Geschift, zijnde het Duitse onderzoek naar verdovende middelen, d.d. 23 oktober 2009, bijlage Z2/239, pagina 799-801, met bijbehorende aanvullende vertaling (aanvullende stukken).

51 Geschift, zijnde een Duits proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 3] , d.d. 10 oktober 200, bijlage Z2/239, pagina 802-804, met bijbehorende vertaling (aanvullende stukken).

52 Proces-verbaal van verhoor van getuige(n), opgemaakt door mr. A.J.M. Huisman-Kreijn, rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, d.d. 9 juni 2016, door de rechter-commissaris en de griffier ondertekend.

53 Proces-verbaal van verhoor van getuige(n), opgemaakt door mr. A.J.M. Huisman-Kreijn, rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, d.d. 14 oktober 2015, door de rechter-commissaris en de griffier ondertekend.

54 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 26 november 2009, bijlage Z2/252, pagina 1157-1160.

55 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 10 november 2009, bijlage B/29, pagina 3200.

56 Bijlage Z3/1, pagina 112.

57 Bijlage Z3/5, pagina 116.

58 Bijlage Z3/6, pagina 117.

59 Bijlage Z3/7, pagina 118.

60 Bijlage Z3/8, pagina 119.

61 Bijlage Z3/9, pagina 120.

62 Bijlage Z3/10, pagina 121.

63 Bijlage Z3/11, pagina 122.

64 Bijlage Z3/12, pagina 123.

65 Bijlage Z3/13, pagina 124.

66 Bijlage Z3/14, pagina 125.

67 Bijlage Z3/15, pagina 126.

68 Bijlage Z3/17, pagina 128.

69 Bijlage Z3/19, pagina 131.

70 Bijlage Z3/20, pagina 132.

71 Bijlage Z3/22, pagina 134.

72 Proces-verbaal van observatie d.d. 30 oktober 2009, bijlage Z3/129, pagina 500-502.

73 Bijlage Z3/27, pagina 139.

74 Proces-verbaal van observatie d.d. 6 november 2009, bijlage Z3/127, pagina 495-497.

75 Bijlage Z3/28, pagina 140-141.

76 Bijlage Z3/29, pagina 142.

77 Bijlage Z3/30, pagina 143-144.

78 Proces-verbaal van observatie d.d. 6 november 2009, bijlage Z3/127, pagina 495-497.

79 Bijlage Z3/31, pagina 145.

80 Bijlage Z3/32, pagina 146.

81 Bijlage Z3/33, pagina 147.

82 Bijlage Z3/34, pagina 148.

83 Bijlage Z3/35, pagina 149.

84 Proces-verbaal van observatie d.d. 6 november 2009, bijlage Z3/127, pagina 495-497.

85 Een aanvullend geschrift, zijnde een vertaling van de aanhouding in Duitsland van verdachte [medeverdachte 6] , d.d. 23 oktober 2009, dossiernummer 500000-195528-09/3 (aanvullende vertaalde stukken met betrekking tot de strafzaak van [medeverdachte 6] ).

86 Geschift, zijnde het Duitse onderzoek naar verdovende middelen, d.d. 7 januari 2010, bijlage Z3/112, pagina 227.

87 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 26 november 2009 te 11:00 uur, bijlage Z3/118, pagina 296.

88 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 26 november 2009 te 13:00 uur, bijlage Z3/119, pagina 305-308.

89 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 6 november 2009, bijlage Z3/123, pagina 355-360.

90 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 10 november 2009, bijlage B/29, blad 4.

91 Bijlage Z4/1, pagina 1521.

92 Bijlage Z4/2, pagina 1522.

93 Bijlage Z4/4, pagina 1524-1526.

94 Bijlage Z4/5, pagina 1527.

95 Bijlage Z4/6, pagina 1528.

96 Bijlage Z4/12, pagina 1534.

97 Bijlage Z4/13, pagina1535.

98 Bijlage Z4/14, pagina 1536.

99 Bijlage Z4/15, pagina 1537.

100 Bijlage Z4/16, pagina 1538.

101 Bijlage Z4/19, pagina 1541.

102 Bijlage Z4/23, pagina1545.

103 Bijlage Z4/24, pagina 1546.

104 Bijlage Z4/25, pagina 1547.

105 Bijlage Z4/26, pagina 1548.

106 Bijlage Z4/27, pagina 1549-1550.

107 Bijlage Z4/28, pagina 1551.

108 Bijlage Z4/29, pagina 1552.

109 Bijlage Z4/30, pagina 1553.

110 Bijlage Z4/31, pagina 1554.

111 Bijlage Z4/32, pagina 1555.

112 Bijlage Z4/33 tot en met Z4/38, pagina 1556-1562.

113 Bijlage Z4/40, pagina 1564.

114 Bijlage Z4/41, pagina 1565.

115 Bijlage Z4/42, pagina 1566.

116 Bijlage Z4/50, pagina 1574.

117 Bijlage Z4/51, pagina 1575.

118 Bijlage Z4/52, pagina 1576.

119 Bijlage Z4/53, pagina 1577.

120 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 26 november 2009 te 13:45 uur, bijlage Z4/61, pagina 1632-1635.

121 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 10 november 2009, bijlage B/29, blad 4.

122 Bijlage Z5/1, pagina 1203.

123 Bijlage Z5/2, pagina 1204-1205.

124 Bijlage Z5/3, pagina 1206.

125 Bijlage Z5/4, pagina 1207.

126 Bijlage Z5/5 tot en met Z5/12, pagina 1208-1215.

127 Bijlage Z5/13, pagina 1216.

128 Bijlage Z5/14, pagina 1217-1219.

129 Bijlage Z5/15, pagina 1220.

130 Bijlage Z5/16, pagina 1221.

131 Bijlage Z5/18, pagina 1223.

132 Bijlage Z5/19, pagina 1224.

133 Bijlage Z5/21, pagina 1226.

134 Bijlage Z5/23, pagina 1228.

135 Bijlage Z5/24, pagina 1229.

136 Bijlage Z5/25, pagina 1230.

137 Bijlage Z5/26, pagina 1231.

138 Bijlage Z5/29, pagina 1234.

139 Bijlage Z5/40, pagina 1245.

140 Bijlage Z5/41, pagina 1246.

141 Bijlage Z5/43, pagina 1248.

142 Bijlage Z5/45, pagina 1250.

143 Bijlage Z5/48, pagina 1253.

144 Bijlage Z5/49, pagina 1254.

145 Bijlage Z5/50, pagina 1255

146 Bijlage Z5/51, pagina 1256.

147 Bijlage Z5/53, pagina 1258.

148 Bijlage Z5/54, pagina 1259.

149 Bijlage Z5/56, pagina 1261.

150 Bijlage Z5/57, pagina 1262.

151 Bijlage Z5/58, pagina 1263.

152 Bijlage Z5/59, pagina 1264.

153 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2010, bijlage Z5/100, pagina 1307-1308.

154 Bijlage Z5/62, pagina 1267.

155 Bijlage Z5/63, pagina 1268.

156 Bijlage Z5/69, pagina 1269.

157 Bijlage Z5/74, pagina 1279.

158 Bijlage Z5/75, pagina 1280.

159 Bijlage Z5/76, pagina 1281.

160 Bijlage Z5/77, pagina 1282.

161 Bijlage Z5/78, pagina 1283.

162 Bijlage Z5/79, pagina 1284.

163 Bijlage Z5/80, pagina 1285.

164 Bijlage Z5/81, pagina 1286.

165 Bijlage Z5/90, pagina 1295.

166 Bijlage Z5/91, pagina 1296.

167 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 2010, bijlage Z5/92, pagina 1297.

168 Bijlage Z5/93, pagina 1298.

169 Bijlage Z5/94, pagina 1299.

170 Bijlage Z5/95, pagina 1300.

171 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 2010, bijlage Z5/92, pagina 1297.

172 Bijlage Z5/99, pagina 1304-1306.

173 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 26 november 2009 om 14:00 uur, bijlage Z5/108, pagina 1403-1405.