Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1248

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
16-02-2017
Zaaknummer
5524145
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tandheelkundig onderzoek niet kosteloos. Ingevolge artikel 7:405 jo. 7:461 BW een gebruikelijk dan wel redelijk loon verschuldigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5524145 \ CV EXPL 16-10960

Vonnis van de kantonrechter van 15 februari 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FAMED B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eisende partij,

gemachtigde Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres gedaagde] ,

[woonplaats gedaagde] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gedaagde partij heeft zich per e-mail tot Mondzorg Moolenbeecke Echt gewend met het verzoek onderzoek te doen naar een oplossing voor de problemen met het gebit van gedaagde partij. Vervolgens is een afspraak ingepland op 26 februari 2015 en heeft de behandelend tandarts een onderzoek verricht.

2.2.

Bij factuur van 16 april 2015 is een bedrag van € 122,11 in rekening gebracht. In de factuur zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  • -

    uitgebreid onderzoek t.b.v. opstellen behandelplan, inclusief het op schrift stellen en bespreken daarvan voor een bedrag van € 55,50;

  • -

    orthopantomogram ad € 66,61.

Gedaagde partij heeft de factuur niet betaald.

2.3.

Gedaagde partij heeft zijn bezwaren tegen de factuur zowel bij Mondzorg Moolenbeecke Echt als ook bij eisende partij en Credios Incasso kenbaar gemaakt.

2.4.

Mondzorg Moolenbeecke Echt heeft haar vordering gecedeerd aan eisende partij.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 165,57 (€ 122,11 aan hoofdsom, € 3,46 aan rente tot en met 15 september 2016 en € 40,00 aan incassokosten), vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Eisende partij legt – kort samengevat – aan haar vordering ten grondslag dat gedaagde partij een tandheelkundige behandeling heeft ondergaan en dat gedaagde partij op basis van artikel 7:405 jo. 7:461 BW een vergoeding dient te betalen. Gedaagde partij wilde zich laten adviseren over een klikprothese of een brug op implantaten en wilde daarvoor een kostenopgave. Het woord kosteloos of offerte is nooit gebruikt. De behandelend tandarts heeft twee offerte opgesteld en het is gebruikelijk om deze op de praktijk te bespreken. Gedaagde partij wilde dit achteraf niet, zodat de praktijk er uiteindelijk voor heeft gekozen de offertes niet toe te sturen.

3.3.

Gedaagde partij betwist de vordering en voert het volgende aan. In verband met het mogelijk plaatsen van implantaten heeft gedaagde partij drie tandartspraktijken om een gratis en vrijblijvend advies/offerte gevraagd. Twee tandartsenpraktijken hebben volgens deze afspraak een gratis advies/offerte gestuurd, maar Mondzorg Moolenbeecke Echt heeft tegen de afspraak in kosten in rekening gebracht. Van laatstgenoemde heeft gedaagde partij geen advies/offerte ontvangen. Gedaagde partij heeft geweigerd om één en ander op de praktijk te bespreken omdat dit niet overeenkomstig de afspraak was.

Verder geeft gedaagde partij aan uitvoerig zijn bezwaren kenbaar te hebben gemaakt. De tekst in de dagvaarding onder het kopje “VERWEER” is dan ook onjuist en in strijd met de waarheid.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter constateert dat eisende partij in strijd met de substantiëringsplicht het verweer van gedaagde partij niet in de dagvaarding heeft opgenomen. Eisende partij stelt dat dit abusievelijk is gebeurd. Nu eisende partij een wettelijke verplichting heeft geschonden zal de kantonrechter hieraan de consequentie verbinden die hem geraden voorkomt en de proceskosten van eisende partij voor haar rekening laten.

4.2.

Partijen verschillen van mening over de vraag of gedaagde partij gehouden is de factuur van 16 april 2015 te voldoen. Eisende partij stelt zich op het standpunt dat in opdracht van gedaagde partij een behandeling heeft plaatsgevonden en dat gedaagde partij hiervoor dient te betalen. Gedaagde partij betwist de versie van eisende partij en stelt dat de afspraak een kosteloos advies c.q. offerte inhield.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat op basis van hetgeen partijen over en weer naar voren hebben gebracht, niet is komen vast te staan dat de behandeling c.q. onderzoek dat gedaagde partij heeft ondergaan niet behoeft te worden betaald. Daartoe is het volgende van belang. In de e-mail van [X] van Mondzorg Moolenbeecke Echt van 14 december 2015 aan eisende partij citeert [X] uit althans vermeldt zij de inhoud van de e-mail van gedaagde partij.

De inhoud van die e-mail luidt als volgt: “Geachte heer-mevrouw, ik heb inmiddels alweer 9 jaar geleden alles kronen laten zetten. Nu is mij tandvlees zich aan het terug trekken. Ik krijg ook steeds meer last van de kronen. Ik overweeg nu om alles te laten verwijderen en over te stappen op een klikprotheses. Eventueel een brug op implantaten. Graag uw advies wat er mogelijk is om dit probleem voor mij op te lossen. Graag ook een kosten specificatie voor een behandeling. Ik ben geen patiÄ”nt bij u maar heb via independer gezien dat uw zeer hoog scoort bij de rubriek klant tevredenheid. Met vriendelijke groet, [gedaagde]”.

Uit voornoemd citaat blijkt niet dat er gevraagd is om een offerte dan wel kosteloos advies.

4.4.

Evenmin blijkt uit enig ander schriftelijk stuk dat geen kosten in rekening gebracht zouden worden voor de behandeling/advies dat gedaagde partij heeft ondergaan.

Eisende partij verwijst in dit verband terecht naar artikel 7:405 jo. 7:461 BW. De strekking van voornoemde artikelen is dat bij een opdracht het gebruikelijke loon verschuldigd is dan wel een redelijk loon. Tegen de hoogte van de in rekening gebrachte bedragen is geen verweer gevoerd, zodat van de redelijkheid daarvan in rechte zal worden uitgegaan.

Naast de kosten van een onderzoek zijn ook de kosten van een orthopantomogram in rekening gebracht. Door gedaagde partij is niet aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij er in alle redelijkheid op kon vertrouwen dat hij deze kosten en met name de kosten van het maken van een orthopantomogram niet zou hoeven te betalen. Het verweer van gedaagde partij dat dezelfde onderzoeken gratis zijn uitgevoerd, is in elk geval geen juridische maatstaf.

4.5.

De kantonrechter komt dan ook tot het oordeel dat gedaagde partij gehouden is de kosten verbonden aan de behandeling moet betalen. Dat eisende partij de betreffende offertes niet aan gedaagde partij heeft doen toekomen, acht de kantonrechter niet relevant. Het niet betalen is immers gekoppeld aan de vermeende afspraken en niet aan het niet nakomen van de gestelde afspraak de offertes schriftelijk toe te sturen. Gedaagde partij heeft bovendien geen vordering tot nakoming van de op eisende partij rustende verplichting uit de overeenkomst, te weten het gestelde schriftelijk toesturen van de offertes, ingediend.

4.6.

Tegen de gevorderde rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat ook dit deel van de vordering wordt toegewezen.

Eisende partij maakt verder aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

4.7.

Gedaagde partij heeft geen bewijs van haar stellingen aangeboden en de kantonrechter acht ook geen termen aanwezig gedaagde partij ambtshalve toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.8.

Zoals hiervoor reeds is overwogen blijven de proceskosten van eisende partij voor haar rekening. De kantonrechter zal daarom geen proceskostenveroordeling uitspreken.

4.9.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 125,57, vermeerderd met de wettelijke rente over € 122,11 vanaf 15 september 2016 tot aan de voldoening,

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: plg

coll: