Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1244

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
20-02-2017
Zaaknummer
5185698 cv16-6557
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaarnemingsovereenkomst? Eiser heeft auto geparkeerd op parkeerplaats van gedaagde; Spullen uit auto gestolen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5185698 \ CV EXPL 16-6557

Vonnis van de kantonrechter van 15 februari 2017

in de zaak van:

[eiser] ,

wonend [woonplaats eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. P.D. Bosma,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AUTOMOBIELBEDRIJF [X] B.V., mede h.o.d.n. DCO [X],

gevestigd te [vestigingsplaats X] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. B.G.N. Gubbels.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gedaagde voert een automobielbedrijf naast het Designer Outlet Centrum te Roermond (hierna het Outlet). Op drukke dagen biedt gedaagde - vanwege de volle parkeerplaatsen bij het Outlet - parkeergelegenheid aan de klanten van het Outlet.

3 Het geschil

3.1.

Eiser vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde tot betaling van € 3.333,34 (opgebouwd uit een hoofdsom van € 2.788,84 + incassokosten van € 544,50), vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Eiser heeft het navolgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Op 4 juni 2015 heeft eiser met zijn echtgenote en dochter een bezoek gebracht aan het Outlet. Omdat de parkeerplaats bij het Outlet vol was, werd eiser geleid naar de parkeerplaats van gedaagde. Eiser heeft aldaar de auto geparkeerd en € 5,00 betaald voor het gebruik van deze parkeerplaats. De parkeerplaats van gedaagde was volledig met een hek omheind en er was veiligheidspersoneel aanwezig. Na enkele uren heeft eiser met zijn familie de in de Outlet gekochte spullen in de auto gedaan en zijn zij vervolgens verder gaan winkelen. Na het winkelen is eiser met zijn familie teruggelopen naar de parkeerplaats van gedaagde, echter bleek de auto met de daarin bevindende zaken gestolen. Eiser heeft hiervan vervolgens aangifte gedaan. Op 6 juni 2015 is aan eiser medegedeeld dat de auto terug was gevonden. De in de auto ten tijde van de diefstal bevindende zaken (zie hieronder onder 1 tot en met 6) waren echter verdwenen. Eiser vordert in deze procedure dan ook een totaalbedrag van

€ 2.788,84 aan schadevergoeding opgebouwd uit de volgende posten:

1) tablet samsung van € 350,00

2) 2 zonnebrillen van Polo Ralph Lauren van € 320,00

3) Polo Ralph Lauren Kleding € 614,84

4) Levis jeans € 120,00

5) Lacoste kleding € 135,00

6) Camera € 600,00

7) startpakket voor voertuigen € 649,00.

3.3.

Gedaagde voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Eiser heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat partijen een bewaargevingsovereenkomst hebben gesloten op grond waarvan gedaagde verplicht was de auto te bewaken (onderstreping kantonrechter). Door dit niet te doen althans in onvoldoende mate, is gedaagde tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichting en daarmee schadevergoeding verschuldigd.

4.2.

Gedaagde heeft dit gemotiveerd weersproken.

4.3.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Artikel 7:600 BW luidt als volgt:

Bewaarneming is de overeenkomst waarbij de ene partij, de bewaarnemer, zich tegenover de andere partij, de bewaargever, verbindt, een zaak die de bewaargever hem toevertrouwt of zal toevertrouwen, te bewaren en terug te geven.

4.4.

Veronderstellenderwijs dat tussen partijen een bewaarnemingsovereenkomst bestaat (hetgeen in geschil is) is het vervolgens de vraag welke verplichtingen daaruit voortvloeien voor de bewaarnemer (in casu gedaagde) en welke concrete verplichting uit hoofde van deze overeenkomst niet is nagekomen door gedaagde. De hoofdverplichtingen van de bewaarnemer zijn kort gezegd: 1) de verplichting de toevertrouwde zaak te bewaren artikel 7:600 BW; 2) de verplichting bij de bewaring de zorg van een goed bewaarder in acht te nemen artikel 7:602 BW en 3) de verplichting de zaak terug te geven.

4.5.

Eiser heeft in dit kader aangevoerd dat gedaagde verplicht was de auto te bewaken.

Eiser heeft echter geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit afgeleid kan worden dat gedaagde daartoe verplicht was op grond van tussen partijen gesloten (veronderstelde) bewaarnemingsovereenkomst. Eiser stelt enkel dat hij een ticket heeft gekocht voor € 5,00 om de auto te kunnen parkeren en dat hij de auto heeft geparkeerd en afgesloten. Dat met gedaagde is afgesproken dat de auto bewaakt zou worden is gesteld noch gebleken.

Hoewel er een omheining is geplaatst rondom de parkeerplaats van gedaagde, betekent dit niet dat het een bewaakte parkeerplaats betreft waarbij gedaagde de verplichting heeft de auto te bewaken. Dit geldt ook voor de stelling van gedaagde dat er veiligheidspersoneel aanwezig zou zijn.

4.6.

Van belang is daarnaast de vraag of gedaagde haar zorgplicht als goed bewaarder heeft geschonden (artikel 7:602 BW). Ook hiervan is de kantonrechter niet gebleken.

Dat de auto gestolen is, betekent immers niet zondermeer dat gedaagde haar zorgplicht als goed bewaarder heeft geschonden. Zoals hiervoor overwogen staat niet vast dat gedaagde de verplichting heeft de auto te bewaken. Vraag is dan wat gedaagde als goed bewaarder had moeten doen om de diefstal te voorkomen. Deze vraag blijft onbeantwoord. Daarnaast zijn er in dit kader de volgende vragen die in de risicosfeer liggen van eiser. Heeft eiser de auto op slot gedaan? Is het slot van de auto deugdelijk? Is de auto beveiligd met een alarm?

Eiser kan dan ook niet volstaan met een vingerwijzing naar gedaagde.

4.7.

Gelet op al het voorgaande dient dan ook (integrale) afwijzing van de vordering te volgen.

4.8.

Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op € 350,00 aan

salaris gemachtigde (2 x tarief 175,00). De gevorderde wettelijke rente hierover en de nakosten zullen eveneens toegewezen worden op de manier als hierna vermeld.

4.9.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt eiser in de proceskosten aan de zijde van gedaagde gevallen en tot op heden begroot op € 350,00, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.3.

veroordeelt eiser onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door gedaagde volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 87,50 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: no

coll: