Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:12407

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-12-2017
Datum publicatie
21-12-2017
Zaaknummer
5985251 \ CV EXPL 17-4283
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering uit een overeenkomst aangaande zoekmachine optimalisatie, ontwikkeling nieuwe website en onderhouden van sociale media. Gedaagde partij is in verzuim omdat de facturen niet betaald zijn. Vordering tot betaling van € 121,00 per maand zodra de website met één of meerdere zoekwoorden op de eerste pagina van Google terecht komt, wordt afgewezen. Gedaagde partij stelt dat geen website tot stand is gekomen en eisende partij weerspreekt dit niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5985251 \ CV EXPL 17-4283

Vonnis van de kantonrechter van 20 december 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SALES WIZARD B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij,

gemachtigde mr. C.A.M.H. Vink,

tegen:

[gedaagde partij] , h.o.d.n. [X],

wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. C. Mohr.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben op 23 november 2015 een overeenkomst aangaande zoekmachine optimalisatie gesloten. Eisende partij ontwikkelt een nieuwe website, zal gedaagde partij beter vindbaar maken op Google en zal tevens de sociale media onderhouden. Verder zal eisende partij de website voor 3 jaar hosten voor gedaagde partij. Partijen zijn hiervoor een bedrag van € 1.750,00 exclusief btw overeengekomen. De overeenkomst heeft een looptijd van 36 maanden.

2.2.

Verder zijn partijen overeengekomen dat eisende partij twee zogenaamde paginabundels zal ontwikkelen, bestaande uit twintig geoptimaliseerde pagina’s plus tekst, voor een totaalbedrag van € 350,00 exclusief btw per paginabundel.

2.3.

Op 30 november 2015 zijn de gemaakte afspraken schriftelijk aan gedaagde partij bevestigd. In die brief is om nadere informatie van gedaagde partij gevraagd, zoals het kiezen van een template, het laten vervallen van 3 zoekwoorden, de Wordpress inloggegevens van de website en de verhuiscode.

2.4.

Met betrekking tot het totaal te betalen bedrag van € 2.541,00 inclusief btw zijn partijen aanvankelijk overeengekomen dat betaling in drie termijnen van respectievelijk 30%, 40% en 30% zou plaatsvinden. Bij factuur van 30 november 2015 is de aanbetaling in rekening gebracht. Bij brieven van 15 december 2015, 29 december 2015 en 15 februari 2016 is gedaagde partij aan de betalingsverplichting herinnerd.

2.5.

Partijen hebben vervolgens afgesproken dat betaling in vijf gelijke maandelijkse termijnen zou plaatsvinden en bij facturen van 19 februari 2016, 22 maart 2016, 19 april 2016, 17 mei 2016 en 15 juni 2016 is telkens een bedrag van € 508,20 inclusief btw in rekening gebracht.

2.6.

Op 31 maart 2016 stuurt eisende partij een e-mail aan gedaagde partij waarin wordt aangegeven dat gedaagde partij nog geen definitieve opzet voor de website heeft gekozen. Gedaagde partij heeft daarop niet gereageerd.

2.7.

Op 4 juli 2016 bericht gedaagde partij per e-mail dat de optimalisatie van de website kan worden voortgezet. Gedaagde partij heeft één termijn van € 508,20 inclusief btw voldaan op 4 juli 2016.

2.8.

Bij brief van 5 juli 2016 van de gemachtigde van eisende partij wordt betaling van een bedrag van € 2.541,00 opgeëist.

2.9.

Bij e-mail van 6 juli 2016 geeft gedaagde partij aan geen vertrouwen meer in eisende partij te hebben en wordt de overeenkomst opgezegd.

2.10.

Op 20 juli 2016 reageert eisende partij per e-mail ten aanzien van de template. Gedaagde partij laat hierop weten de overeenkomst bij e-mail van 6 juli 2016 te hebben opgezegd.

2.11.

Bij e-mail van 24 februari 2017 sommeert de gemachtigde van eisende partij tot betaling van een bedrag van € 2.742,18. Gedaagde partij reageert hierop en geeft aan de overeenkomst per e-mail van 6 juli 2017 te hebben opgezegd.

2.12.

De gemachtigde van eisende partij stuurt nog tweemaal een aanmaning.

3 Het geschil

3.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van primair € 7.674,10 (€ 6.897,00 hoofdsom, € 326,98 aan rente en € 1.034,55) en subsidiair € 7.282,24 (€ 6.897,00 hoofdsom, € 173,59 rente en € 719,85 aan buitengerechtelijke kosten), telkens vermeerderd met rente en kosten

3.2.

Gedaagde partij voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Aan hoofdsom vordert eisende partij een bedrag van € 7.674,10. Dit bedrag is samengesteld uit het overeengekomen bedrag van € 2.541,00, alsmede uit het maandelijks verschuldigde bedrag van € 121,00 inclusief btw. Dit bedrag van € 121,00 zijn partijen aanvullend overeengekomen zodra de website met één of meerdere zoekwoorden op de eerste pagina van Google terecht komt, aldus eisende partij.

4.2.

Gedaagde partij heeft aangevoerd de overeenkomst te hebben opgezegd. Eisende partij heeft geen werkzaamheden verricht, zodat gedaagde partij niets verschuldigd is.

4.3.

Eisende partij stelt dat niet rechtsgeldig is opgezegd. Met artikel 11.3 van de algemene voorwaarden zijn partijen contractueel afgeweken van artikel 7:408 BW, lid 1, BW. Gedaagde partij heeft niet de in artikel 11.3 van de algemene voorwaarden overeengekomen opzegtermijn van drie maanden in acht genomen. Bij tussentijdse opzegging is bovendien een boete van 60% van de resterende contractwaarde verschuldigd.

Gedaagde partij betwist bij dupliek dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn.

4.4.

Voordat de vraag beantwoord kan worden of er rechtsgeldig is opgezegd, dient eerst beoordeeld te worden of de algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is. Gedaagde partij heeft immers eerst bij conclusie van dupliek de toepasselijkheid betwist. Gelet op het vereiste van concentratie van verweer is dit te laat, zodat dit verweer gepasseerd wordt. Daar komt nog bij dat onderaan de schriftelijke door beide partijen ondertekende overeenkomst (productie 1 bij dagvaarding) uitdrukkelijk staat vermeld dat de algemene voorwaarden bekend en akkoord zijn en zijn bijgevoegd. Ook gelet hierop wordt het verweer van gedaagde partij verworpen.

4.5.

Vervolgens ligt ter beoordeling de vraag of gedaagde partij de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. Gedaagde partij heeft de overeenkomst per e-mail van 6 juli 2016 opgezegd. In deze e-mail is geen termijn genoemd en gelet op de tekst die gebruikt is, gaat de kantonrechter ervan uit dat gedaagde partij beoogd heeft de opdracht met onmiddellijke ingang op te zeggen. Volgens artikel 11.3 van de algemene voorwaarden kan de overeenkomst tussentijds worden opgezegd met inachtneming van een termijn van drie maanden. Deze termijn heeft gedaagde partij niet in acht genomen. Dit brengt naar het oordeel van de kantonrechter echter niet mee dat geen rechtsgeldige opzegging heeft plaatsgevonden, maar dat de opzegging eerst effect sorteert op 3 oktober 2016. Met ingang van laatstgenoemde datum is de overeenkomst geëindigd.

4.6.

Door deze tussentijdse opzegging is gedaagde partij, gelet op artikel 11.3 van de algemene voorwaarden, een boete verschuldigd van 60% van de resterende verschuldigde contractwaarde. Voorafgaand aan de beëindiging is gedaagde partij gehouden de overeengekomen prijs te betalen. Dit is slechts anders indien eisende partij zou zijn tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst dan wel indien sprake zou zijn van enige andere omstandigheid op grond waarvan gedaagde partij niet langer gehouden zou zijn aan haar betalingsverplichting jegens eisende partij. Hiervan is in deze procedure echter niet gebleken. Het verweer dat de contacten stroef verliepen en dat gedaagde partij het vertrouwen in eisende partij had verloren, is in elk geval onvoldoende. Ook hetgeen gedaagde partij aanvoert over de handelsnamen die eisende partij hanteert en het vermoeden dat eisende partij middels overeenkomsten tracht geld af te troggelen bij diverse personen en bedrijven, leidt er niet toe dat gedaagde partij wordt ontheven van zijn betalingsverplichting.

In elk geval is onvoldoende komen vast te staan dat eisende partij in de uitvoering van de werkzaamheden steken heeft laten vallen.

4.7.

Bij aanvang van de overeenkomst zijn partijen overeengekomen dat betaling in drie termijnen van respectievelijk 30%, 40% en 30% zou plaatsvinden. Vanaf de verzending van de eerste factuur verkeert gedaagde partij in verzuim. Gedaagde partij is immers niet overgegaan tot betaling van die factuur. Ook de facturen die zijn gestuurd naar aanleiding van de nadere betalingsafspraak zijn niet betaald.

Volgens artikel 7.3. van de algemene voorwaarden treedt bij niet betaling binnen een termijn van 14 dagen na factuurdatum verzuim in en is de factuur direct opeisbaar.

Het voorgaande brengt met zich dat gedaagde partij gehouden is een bedrag van € 2.541,00 inclusief btw aan eisende partij te voldoen. Hiervan is slechts een termijn van € 508,20 voldaan, zodat een bedrag van € 2.032,80 kan worden toegewezen.

4.8.

Eisende partij vordert verder betaling van een bedrag van € 4.536,00. Dit bedrag is samengesteld uit 36 termijnen van telkens € 121,00. Dit bedrag van € 121,00 per maand is verschuldigd zodra de website met één of meerdere zoekwoorden op de eerste pagina van Google terecht komt.

Gedaagde partij heeft hiertegen aangevoerd dat er in het geheel geen website tot stand is gekomen, zodat het ter zake gevorderde bedrag moet worden afgewezen.

Gelet op het dit verweer had het op de weg van eisende partij gelegen om haar vordering nader toe te lichten. Eisende partij heeft echter in haar conclusie van repliek met geen woord gerept over dit deel van de vordering. Het ter zake gevorderde bedrag van € 4.356,00 wordt daarom bij gebrek aan onderbouwing afgewezen.

4.9.

De gevorderde contractuele rente zal worden toegewezen over € 2.032,80 vanaf de vervaldata van de respectievelijke facturen.

Gelet op de toe te wijzen hoofdsom wordt een bedrag van € 304,92 aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Partijen zijn immers contractueel vergoeding van incassokosten ter hoogte van 15% overeengekomen.

4.10.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig partijen toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.11.

Nu partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten gecompenseerd worden in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.12.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 2.337,72, vermeerderd met de contractuele rente over € 2.032,80 vanaf de vervaldata van de respectievelijke facturen tot aan de voldoening,

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: