Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:12193

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-12-2017
Datum publicatie
14-12-2017
Zaaknummer
6421391 \ CV EXPL 17-8434
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering afgifte honden wordt afgewezen; er kan in kort geding, waar geen plaats is voor nadere bewijslevering, niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld wie van partijen eigenaar is van de betreffende honden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6421391 \ CV EXPL 17-8434

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 13 december 2017

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend [adres eisende partij] ,

[woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. T.D.D. Loeffen,

tegen:

1 [gedaagde partij sub 1] ,
wonend [adres gedaagden] te [woonplaats gedaagden] ,

2. [gedaagd partij sub 2],
wonend [adres gedaagden] te [woonplaats gedaagden] ,

gedaagde partijen,

gemachtigde mr. C. Mohr.

Eisende partij wordt hierna [eisende partij] genoemd. Gedaagde partijen worden hierna [gedaagden] genoemd en in voorkomende gevallen afzonderlijk [gedaagde partij sub 1] en [gedaagd partij sub 2] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de aanvraag kort geding met concept dagvaarding;

de dagvaarding met producties;

de nagekomen productie en

de op 29 november 2017 gehouden mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 9 oktober 2012 heeft [eisende partij] van dierenasiel [X] , een hond van het ras Jack Russel, genaamd [naam hond 1] , geadopteerd. [eisende partij] heeft aan het asiel een bedrag van € 250,00 betaald.

2.2.

Op 10 februari 2013 heeft [eisende partij] van dierenasiel [X] , een hond van het ras Jack Russel, genaamd [naam hond 2] , geadopteerd. [eisende partij] heeft aan het asiel een bedrag van € 250,00 betaald.

2.3.

Beide honden zijn bij de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren geregistreerd op naam van [eisende partij] met vermelding van het microchipnummer.

2.4.

Vanaf omstreeks medio 2012 tot mei 2015 hebben [eisende partij] en [gedaagde partij sub 1] een affectieve relatie gehad.

2.5.

Op 3 oktober 2017 hebben [gedaagden] een bezoek gebracht aan [eisende partij] en hebben [gedaagden] beide honden [naam hond 1] en [naam hond 2] meegenomen.

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij] vordert thans – samengevat – veroordeling van [gedaagde partij sub 1] en [gedaagd partij sub 2] ieder voor zich, dan wel gezamenlijk, te veroordelen tot afgifte van de honden [naam hond 1] en [naam hond 2] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan, met een maximumbedrag van € 25.000,00, dat [gedaagden] niet voldoen aan dit vonnis, met machtiging aan [eisende partij] om zo nodig die afgifte te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm, dit op kosten van [gedaagden] , met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten alsmede afgifte van een certificaat als bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening (1215/2012).

3.2.

[eisende partij] stelt daartoe – zakelijk weergegeven – dat zij eigenaar is van beide honden. Zij heeft beide honden uit het asiel gehaald en heeft € 250,00 per hond betaald. Volgens [eisende partij] heeft zij geen kinderen en beschouwt zij de honden als zodanig. Dat zij eigenaar is van de honden blijkt uit de met het dierenasiel gesloten overeenkomsten en de registratie bij de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren. [eisende partij] stelt verder dat [gedaagde partij sub 1] omstreeks mei 2014 bij haar is komen inwonen. Nadat aan de relatie een einde was gekomen is [gedaagde partij sub 1] meermaals langs geweest om persoonlijke spullen op te halen. Bij die gelegenheden heeft hij zich niet om de honden bekommerd. Volgens [eisende partij] heeft [gedaagde partij sub 1] in de periode dat zij samenwoonden de honden wel eens geslagen. Na lange tijd niets van [gedaagde partij sub 1] gehoord te hebben, hebben hij en [gedaagd partij sub 2] [eisende partij] op 3 oktober 2017 opgezocht. Volgens [eisende partij] hebben [gedaagden] zich op brute wijze toegang tot haar woning verschaft, hebben zij haar mishandeld en hebben zij [naam hond 1] en [naam hond 2] meegenomen. Volgens [eisende partij] heeft zij zich onder doktersbehandeling moeten stellen. Zij heeft van een en ander aangifte bij de politie gedaan. [eisende partij] stelt dat sprake is van een spoedeisend belang omdat zij vreest dat [gedaagden] de honden niet goed verzorgen en volgens [eisende partij] lijden de honden aan stress omdat zij weggerukt zijn uit hun vertrouwde omgeving.

3.3.

[gedaagde partij sub 1] betwist dat [eisende partij] eigenaar van de honden is. [gedaagde partij sub 1] stelt dat hij [eisende partij] reeds vóór de aanschaf van de honden kende. Volgens [gedaagde partij sub 1] is hij samen met [eisende partij] naar het dierenasiel gereden. Het is juist dat [eisende partij] beide honden heeft betaald, maar zij heeft de honden meteen bij de aanschaf aan hem geschonken. Sindsdien heeft hij de honden ook overal mee naar toe genomen. De honden helpen hem bij de verwerking van een post traumatisch stress syndroom, dat hij tijdens een militaire uitzending heeft opgelopen. Na de verbreking van de samenwoning heeft hij meermaals gevraagd om afgifte van de honden, maar gaf [eisende partij] niet thuis. [gedaagden] stellen verder dat zij naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats.nl een afspraak hadden gemaakt met [eisende partij] . [eisende partij] had namelijk een aan [gedaagde partij sub 1] toebehorende armband te koop gezet. [gedaagden] betwisten dat zij gedurende dat bezoek gewelddadig hebben gehandeld. Volgens [gedaagden] werden zij door [eisende partij] met een honkbalknuppel in de handen opgewacht en was het juist [gedaagd partij sub 2] die door [eisende partij] werd mishandeld. [gedaagde partij sub 1] stelt dat hij zijn vrouw uit de handen van [eisende partij] heeft moeten redden en naar de eerste hulp post heeft moeten brengen. Daarbij zijn beide honden hem gevolgd en in zijn auto gesprongen. Volgens [gedaagden] worden de honden goed verzorgd en blijkt dat uit een verklaring van hun dierenarts. [gedaagden] zijn van mening dat de vordering van [eisende partij] moet worden afgewezen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vordering van [eisende partij] ziet op een stopzetting van een inbreuk op haar gepretendeerd eigendomsrecht, zodat [eisende partij] in beginsel een voldoende spoedeisend belang heeft bij het gevorderde.

4.2.

Beoordeeld moet worden of met voldoende mate van zekerheid te verwachten is dat de bodemrechter - later oordelende – [gedaagden] zal veroordelen tot afgifte van de honden [naam hond 1] en [naam hond 2] . Die beoordeling moet geschieden aan de hand van de in deze procedure aangevoerde feiten en omstandigheden, waar geen plaats is voor nadere bewijslevering.

4.3.

Zowel [eisende partij] als [gedaagde partij sub 1] beweren eigenaar te zijn van de beide honden. Tegenover de door [eisende partij] overgelegde kopieën van adoptiecontracten, kopieën van de eerste drie pagina’s van twee dierenpaspoorten en een uitdraai van een e-mail van de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren, staat de blote stelling van [gedaagde partij sub 1] dat [eisende partij] de honden weliswaar heeft betaald, maar dat zij de honden meteen na de koop aan hem heeft geschonken.

4.4.

Uit de overgelegde kopieën van de dierenpaspoorten blijkt dat een ieder die over een dergelijk paspoort beschikt daarin onder onderdeel I EIGENAAR zijn persoonsgegevens kan vermelden, terwijl [eisende partij] niet heeft weersproken dat een ieder die over het chipnummer beschikt zich bij de Stichting Nederlandse Databank Gezelschapsdieren als eigenaar van een bepaald gezelschapsdier kan registreren.

4.5.

Gelet op het vorenstaande kan in dit kort geding niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld of [eisende partij] dan wel [gedaagde partij sub 1] eigenaar is van de honden [naam hond 1] en [naam hond 2] .

4.6.

[eisende partij] heeft verder nog aangevoerd dat [gedaagden] de honden niet goed verzorgt en de honden in een traumatiserende situatie verkeren, maar [eisende partij] heeft dat op geen enkele wijze onderbouwd. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben [gedaagden] een verklaring van een dierenarts voorgelezen, inhoudende dat beide honden goed zijn verzorgd en gevoed.

4.7.

Gelet op het vorenstaande zal de vordering van [eisende partij] worden afgewezen.

4.8.

Nu [eisende partij] en [gedaagde partij sub 1] een affectieve relatie hebben gehad acht de kantonrechter termen aanwezig de kosten van deze procedure te compenseren aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen van [eisende partij] af;

5.2.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.

Typ: FL

Coll.: