Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:12137

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
12-12-2017
Zaaknummer
03/659417-16
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2020:4028, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor misbruik stiefdochter

Een 32-jarige man uit Reuver krijgt een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor het seksueel misbruiken van zijn stiefdochter, zo besliste de rechtbank Limburg vandaag.

Het meisje, destijds 11 jaar oud, was de dochter van zijn toenmalige echtgenote.

Betrouwbaarheid

De verdachte heeft het misbruik steeds ontkend. De rechtbank acht de verklaring van het slachtoffer echter geloofwaardig. Het meisje heeft namelijk specifiek en gedetailleerd verklaard welke seksuele handelingen de verdachte bij haar heeft verricht. Daarnaast heeft zij in detail verklaard over waar en hoe de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Deze verklaringen vinden steun in andere getuigenverklaringen, waaronder verklaringen van twee kennissen van de verdachte tegen wie hij de vrees uitte een lange gevangenisstraf te krijgen voor “ondeugendheden” met zijn stiefdochter.

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zijn toenmalige echtgenote heeft bedreigd. Hiervoor is er alleen de aangifte van het slachtoffer en geen bewijs dat die aangifte ondersteunt.

De rechtbank heeft het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van de verkrachting van zijn toenmalige echtgenote nu dit feit is geseponeerd vanwege het ontbreken van voldoende wettig bewijs.

Gevangenisstraf

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor wat hij heeft gedaan. Gelet ook op de ernst van het strafbare feit legt de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf van 36 maanden op. Hiervan zijn 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. De verdachte moet zich aan enkele bijzondere voorwaarden houden, waaronder een contact- en locatieverbod. Daarnaast moet de verdachte aan het slachtoffer een schadevergoeding betalen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659417-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 december 2017

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.W. Heemskerk, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 20 februari 2017 en 28 november 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: seksuele handelingen heeft gepleegd, waaronder seksueel binnendringen, bij

[slachtoffer] , die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt, dan wel ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd.

Feit 2: [aangeefster/moeder van slachtoffer] heeft verkracht.

Feit 3: [aangeefster/moeder van slachtoffer] heeft bedreigd.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen.

3.1

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zake het ten laste gelegde feit 2 gevorderd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging, nu dit feit is geseponeerd wegens onvoldoende bewijs.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft evenals de officier van justitie verzocht het openbaar ministerie ter zake feit 2 niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging.

Oordeel van de rechtbank

Uit het verhandelde ter terechtzitting en uit het Uittreksel Justitiële Documentatie met betrekking tot de verdachte d.d. 1 november 2017 blijkt dat het ten laste gelegde feit 2 is geseponeerd vanwege het ontbreken van voldoende wettig bewijs. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank derhalve van oordeel dat het openbaar ministerie

niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ter zake feit 2.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1 primair en 3 wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot feit 1 heeft de officier van justitie verwezen naar het studioverhoor van [slachtoffer] , de verklaring van haar moeder [aangeefster/moeder van slachtoffer] en de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] . [slachtoffer] heeft gedetailleerd verklaard dat er sprake was van seksueel binnendringen door de verdachte. Ook heeft zij gedetailleerd verklaard over waar en wanneer de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. De officier van justitie acht echter een kortere periode bewezen, te weten de periode van april 2015 tot en met april 2016. [slachtoffer] heeft immers verklaard dat de seksuele handelingen ‘korter dan een jaar geleden zijn begonnen’, om welke reden de verdachte van de overige periode partieel dient te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot feit 3 heeft de officier van justitie verwezen naar de verklaringen van aangeefster [aangeefster/moeder van slachtoffer] , ondersteund door de sfeerrapportage en de observaties van de getuige [getuige 3] , waaruit blijkt dat aangeefster met haar kinderen het huis uit was gevlucht en zich in een hele angstige situatie bevond.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1 en 3.

Over feit 1 heeft de raadsman betoogd dat er, naast de verklaring van [slachtoffer] , geen objectief bewijs in het dossier voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen. Het gesprek in de auto tussen verdachte en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , waarvan verdachte overigens ontkent dat het heeft plaatsgevonden, bevestigt nog niet dat er seksuele of ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden. Dit geldt eveneens voor de seksuele handelingen die in de douche zouden hebben plaatsgevonden. Dat verdachte heeft verklaard dat hij wel eens met [slachtoffer] onder de douche stond, maakt niet dat er ook daadwerkelijk sprake is geweest van seksuele handelingen. De raadsman heeft verder betoogd dat de belastende verklaring van [slachtoffer] niet zonder meer mag worden gebruikt voor het bewijs, nu de verdediging de kans niet heeft gekregen haar nader te ondervragen.

Ter zake van feit 3 heeft de raadsman bepleit dat er, naast de verklaring van aangeefster

[aangeefster/moeder van slachtoffer] , geen ander objectief (steun)bewijs in het dossier voorhanden is. Weliswaar verklaart aangeefster over pijn in haar been en door de verbalisanten is een bloeduitstorting waargenomen, maar de tijd tussen het beweerdelijk voorval anderzijds en het tonen van haar been bij de politie anderzijds is te lang.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Feit 1

4.3.1.1 De bewijsmiddelen1

Op 9 juni 2016 deed [aangeefster/moeder van slachtoffer] aangifte namens haar dochter [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , van seksuele handelingen gepleegd door haar ex-man, zijnde verdachte, de toenmalige stiefvader van [slachtoffer] . Aangeefster woonde tot 19 april 2016 (de dag dat aangeefster zich heeft gemeld bij Veilig Thuis) op [adres aangeefster] samen met verdachte, [slachtoffer] en hun twee kinderen [naam kind 1] en [naam kind 2] .2

Op 4 oktober 2016 vond er met [slachtoffer] een studioverhoor plaats in de kindvriendelijke verhoorstudio in Eindhoven. Tijdens de zogenaamde ‘free recall’ verklaarde [slachtoffer] onder andere dat:3

- zij verkracht is door [naam verdachte]

- ze elke keer extra omreden als ze naar de winkel gingen

- er geen bed was voor [naam verdachte] en mama

- mama naar een vriendin of de winkel was

- er een matras op de grond lag

- het gebeurde als mama frietjes was halen of na het douchen

[slachtoffer] verklaarde verder desgevraagd dat:

- hij, [naam verdachte] , aan haar heeft gezeten

- hij geprobeerd heeft zijn plasser in haar te doen

- hij ‘er aan’ ging likken en met zijn handen er aan zat

- hij het elke keer deed als mama weg was

- het korter dan een jaar geleden is begonnen

- zij nu 11 jaar is

- haar moeder en zusje beneden waren

- zij achter de computer op haar kamer zat

- hij haar op de bank, in de slaapkamer, neerlegde

- hij haar broek open maakte en haar broek en onderbroek naar beneden trok

- hij tussen haar benen wreef

- daar waarmee je plassen kunt

- dit de vagina is

- hij haar tussen haar benen begon te likken

- zij op de bank lag op haar rug

- hij voor de bank zat op zijn knieën tussen haar voeten

- hij op haar vagina likte

- dit niet fijn voelde

- ze de deur van de woonkamer hoorde

- zij zich dan snel moest aan kleden

- mama naar boven kwam

- mama haar slaapkamer op kwam

- mama naar beneden ging

- hij opnieuw begon met likken

- [naam verdachte] haar stiefvader is

- het likken op haar slaapkamer 1 keer gebeurd is

- ze beiden onder de douche stonden, zonder kleren

- na het douchen de dingen gebeurden

- zij hem aan de plasser moest likken

- zij zijn plasser in de mond moest doen

- zij dan op de wc moest gaan zitten

- hij haar hoofd naar zijn plasser deed

- hij de beweging voor deed met zijn hand

- haar hoofd op en neer ging

- zij met haar hoofd helemaal naar achter ging

- het dan stopte en zij zich aankleedde

- zij het niet leuk vond om te doen

- de plasser klein was en steeds dikker werd

- het heel vaak in de douche gebeurde

- mama en [naam verdachte] geen bed hadden

- zij de tafel in de woonkamer aan de kant deden

- er dan plek was voor twee matrassen

- zij dan op het matras ging liggen als ze moe was

- zij dan de aan de kant van haar moeder ging liggen

- hij haar dan naar zich toe trok

- hij dan probeerde zijn plasser in haar vagina te doen

- hij haar kuste, met de tong in haar mond

- hij het elke keer probeerde als mama weg ging om de plasser er in te doen

- zij haar pyjama aan had,

- hij de rits dan open maakte en de pyjama tot haar voeten trok

- hij haar onderbroek omlaag deed

- zij op de rug op het matras lag

- hij op zijn knieën op het matras zat

- zij haar rug omhoog moest doen

- de plasser dan tegen de vagina aan kwam

- hij probeerde de plasser in de vagina te doen

- zij pijn voelde en bang was

- de pijn duurde een paar minuten

- de plasser klein was maar ook dik werd

- zij hem ook moest likken aan zijn plasser

- dit was onder de dekens

- hij zijn hand bij haar hoofd deed, zodat zij het goed deed

- het likken gebeurde voordat de plasser tegen de vagina aankwam

- hij altijd zonder kleren sliep

- dat als hij onder de dekens is hij zijn onderbroek uit doet

- dat als de plasser in haar mond was, het net was of ze stikte

- [naam verdachte] en zij naar het retailpark gingen om boodschappen te doen

- hij dan met de auto over een donker weggetje reed

- zij voorin de auto zat

- hij de armleuning omhoog deed

- [naam verdachte] zijn broek open deed en zijn plasser eruit haalde

- hij een hand aan het stuur had

- hij met de andere hand haar hoofd pakte

- zij dan aan zijn plasser moest likken

- dat als het te kort duurde, [naam verdachte] de auto draaide en het stuk nog eens terug reed

- hij niks bij haar deed onder het autorijden

- zij het niet tegen haar moeder mocht zeggen

- [naam verdachte] gezegd had dat als haar moeder het zou weten, haar moeder de politie zou bellen

- hij dan misschien vast moest gaan zitten en dat niet leuk zou vinden

- hij haar met de tong likte, zij dit voelde, nat

- hij met de tong overal op de vagina likte

- het vies proefde als zij de plasser in haar mond had

- het na het douche anders was, minder vies, maar nog steeds vies.

Getuige [getuige 1] heeft op 17 augustus 2016 tegenover de politie verklaard dat zij op een gegeven moment in de auto zat samen met haar vriend [getuige 2] en verdachte. Verdachte zat samen met haar vriend voorin de auto en zij zat samen met [dochter van verdachte] , de dochter van verdachte, achterin. Verdachte zei op een gegeven moment: “Zo ik ben bang, want ik krijg er 12 jaar voor”, waarop [getuige 2] zei: “Heb je iemand begraven ofzo?”. Verdachte: “Nee, met [slachtoffer] ”.4

Getuige [getuige 2] heeft op 4 juli 2017 tegenover de rechter-commissaris verklaard dat hij met verdachte, de dochter van verdachte [dochter van verdachte] en [getuige 1] een autorit maakte, een paar dagen nadat de vrouw en de kinderen bij verdachte weg waren. In de auto zei verdachte: “Ik hoop maar niet dat zij haar mond opendoet, anders krijg ik 12 jaar”, waarop de getuige zei: “Hoezo, heb je ergens een lijk begraven?” en “Het is toch niet wat ik denk”. De getuige verklaarde dat hij dacht dat verdachte vieze dingen met het meisje had gedaan. Hij dacht dat omdat verdachte met de kinderen onder de douche stond, voornamelijk met [slachtoffer] . De getuige verklaarde verder dat de door de rechter-commissaris aan hem voorgelezen gedeelte van de verklaring van [getuige 1] (pagina 120, vijfde alinea van boven, van het dossier) juist is.5

4.3.1.2 De bewijsoverweging

De rechtbank acht gelet op de hiervoor in essentie weergegeven bewijsmiddelen het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] . Verdachte was op dat moment de stiefvader van [slachtoffer] verzorgde haar en voedde haar op als behorend tot zijn gezin.

De verdachte heeft ontkend dat hij seksuele handelingen heeft verricht bij [slachtoffer] . De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] echter geloofwaardig. Zij verklaart niet enkel specifiek en gedetailleerd welke seksuele handelingen verdachte bij haar heeft verricht, maar ook in detail waar en hoe de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. [slachtoffer] verklaarde onder meer dat de seksuele handelingen plaatsvonden als mama [de rechtbank begrijpt [aangeefster/moeder van slachtoffer]] frietjes ging halen, hetgeen overeenkomt met wat [aangeefster/moeder van slachtoffer] heeft verklaard dat zij een keer per week naar de frietkraam ging om frietjes te halen. Naast de verklaring van [slachtoffer] bevinden zich in het dossier de verklaringen van de getuigen [getuige 2] , een vriend van verdachte, en [getuige 1] . De verdediging heeft aangevoerd dat het gesprek in de auto tussen verdachte en deze getuigen nog niet bevestigt dat er seksuele of ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden. Deze getuigen verklaren onafhankelijk van elkaar evenwel niet alleen dat verdachte het in de auto heeft gehad over de ‘ondeugendheden’ van [slachtoffer] , maar ook dat verdachte daarbij heeft aangegeven dat hij ‘er 12 jaar voor kan krijgen’. Al zou [slachtoffer] iets ‘onschuldigs’ hebben gezegd, dan verhoudt zich dit nog niet met de uitspraak van verdachte dat hij hoopt dat ‘ [slachtoffer] niet haar mond opendoet, omdat hij anders 12 jaar zou krijgen’. De rechtbank acht de ontkenning van verdachte dan ook kennelijk leugenachtig, te meer nu deze twee getuigen zijn ontkenning logenstraffen.

Naar het oordeel van de rechtbank vindt de belastende verklaring van [slachtoffer] dan ook in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen. Deze andere bewijsmiddelen zijn eveneens voldoende specifiek en houden voldoende contextueel verband met de aan de verdachte verweten gedragingen. Dat betekent dat aan het bewijsminimumvoorschrift van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan. De rechtbank komt derhalve tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

De rechtbank acht gelet op bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden in de periode van 18 april 2015 tot en met 18 april 2016. Verdachte zal van de overige ten laste gelegde periode partieel worden vrijgesproken.

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen en bewijsoverweging acht de rechtbank feit 1 primair bewezen.

4.3.2

Vrijspraakoverwegingen: Feit 3

De rechtbank acht op basis van de stukken in het dossier niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

In het voorliggende procesdossier bevinden zich, behoudens de verklaringen van

[aangeefster/moeder van slachtoffer] , geen bewijsmiddelen die de aangifte ondersteunen. Weliswaar heeft aangeefster verklaard over een bloeduitstorting op haar been die zou zijn ontstaan tijdens het voorval en nemen verbalisanten een bloeduitstorting waar, maar dit is onvoldoende voor het bewijs gelet op de tijdspanne tussen de opname van de aangifte en het moment waarop het voorval zou hebben plaatsgevonden. Verdachte heeft het ten laste gelegde onder 3 bovendien ontkend. Hij heeft verklaard dat hij enkel ‘kutwijf’ heeft gezegd tegen aangeefster, maar dat hij haar niet heeft bedreigd. De sfeerrapportage en de verklaring van getuige [getuige 3] , die vertelt hoe zij [aangeefster/moeder van slachtoffer] en haar kinderen in paniek aantrof, in naar het oordeel van de rechtbank geen steunbewijs voor de gestelde bedreigingen. Hiervoor is doorslaggevend dat de verklaring van [getuige 3] en de genoemde sfeerrapportage gebaseerd zijn op basis van de verklaringen van aangeefster.

Kortom, hoewel de rechtbank op basis van het dossier wel de overtuiging heeft het een en ander is voorgevallen tussen verdachte en aangeefster, komt zij tot de conclusie dat het onder 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen. De verdachte zal op dit onderdeel dan ook worden vrijgesproken.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 primair

in de periode van 18 april 2015 tot en met 18 april 2016 in Nederland, meermalen, telkens met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

met iemand beneden de leeftijd van 12 jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit is begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar, met oplegging van bijzondere voorwaarden conform het reclasseringsadvies van 21 februari 2017. De officier van justitie heeft bij het formuleren van haar strafeis rekening gehouden met het (nagenoeg blanco) strafblad van de verdachte en het reclasseringsadvies, alsook met de richtlijnen van het Openbaar Ministerie voor straftoemeting ter zake van zeden. Deze in ogenschouw nemend, acht de officier van justitie, voor dit zeer ernstige delict, een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, passend.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter zake van feit 1 en 3 geconcludeerd tot vrijspraak.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van seksuele handelingen met een minderjarige, tevens bestaande uit het seksueel binnendringen van die minderjarige. Hij heeft door zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, destijds 11 jaar oud, en haar lichamelijke integriteit aangetast.

Het slachtoffer was de dochter van zijn toenmalige echtgenote, die verdachte als haar stiefvader beschouwde. Verdachte heeft op grove wijze misbruik gemaakt van zijn morele overwicht op het slachtoffer en daarbij in ernstige mate het vertrouwen geschonden dat zij in hem als stiefvader mocht stellen. Binnen dit gezinsleven had [slachtoffer] zich juist veilig en geborgen moeten voelen. In plaats daarvan heeft verdachte bevrediging gezocht van zijn seksuele verlangens en is daarbij volledig voorbijgegaan aan onder meer de psychische schade die hierdoor aan het slachtoffer kon worden toegebracht. Dergelijke handelingen doorkruisen de seksuele ontwikkeling van een minderjarige, terwijl een minderjarige ongestoord behoort op te groeien tot volwassenheid, zeker op seksueel gebied. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijk seksueel misbruik nog langdurig nadelige (psychische) gevolgen kunnen ondervinden en dat de herinnering eraan hen hindert in hun dagelijkse bestaan.

Uit de slachtofferverklaring van de moeder van het slachtoffer die ter terechtzitting is voorgelezen, komt naar voren welke gevoelens van angst het bij haar dochter teweeg heeft gebracht. Het heeft vergaande psychische gevolgen voor haar gehad, waarvoor ze nog steeds hulp nodig heeft. Het gezin, in het bijzonder [slachtoffer] , lijdt onder gevolgen ervan en het dossier wekt de indruk dat het einde nog niet in zicht is. Het gezin verblijft vanwege veiligheidsredenen immers nog steeds op een geheime en veilige plek, omdat er sprake blijft van een forse bedreigende situatie. Deze situatie belemmert het hulpverleningstraject. De noodzakelijke veiligheid die met name [slachtoffer] nodig heeft in haar proces, kan hierdoor niet worden geboden.

Het feit rechtvaardigt een zware straf. Behoudens het ontbreken van eerdere soortgelijke strafbare feiten ziet de rechtbank geen omstandigheden die zij in het voordeel van verdachte zou moeten meewegen. Integendeel, de rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor wat hij heeft gedaan en dat hij op geen enkele wijze inzicht heeft gegeven in de laakbaarheid van zijn handelen. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk.

Uit het rapport van reclassering d.d. 21 februari 2017 komt naar voren dat behandeling en begeleiding geïndiceerd is, zodat risico’s kunnen worden uitgediept om te voorkomen dat verdachte opnieuw met politie en justitie in aanraking komt voor soortgelijke feiten. De reclassering adviseert in haar rapport om bij een deels voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden op te leggen. De bijzondere voorwaarden zouden moeten zijn een meldplicht, een ambulante behandeling, contactverbod, locatieverbod en het verlenen van medewerking aan de Mutsaersstichting.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. De rechtbank zal, ondanks dat zij minder bewezen acht, een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, als door de officier van justitie gevorderd, omdat zij van oordeel is dat aan de hierboven omschreven ernst van het feit met de gevorderde straf onvoldoende recht wordt gedaan.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest, met daaraan verbonden na te melden bijzondere voorwaarden, passend en geboden.

8 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

8.1.1 De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 30.000,00, ter zake immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts vordert zij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr.

De benadeelde partij [aangeefster/moeder van slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 5.000,00 ter zake immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts vordert zij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr.

8.1.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vordering van [slachtoffer] gevorderd, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr en de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft matiging van de vordering van [aangeefster/moeder van slachtoffer] gevorderd en gevorderd het overige deel niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ter zake feit 2 en de vordering slechts ziet op feit 3.

8.1.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft inzake beide vorderingen niet-ontvankelijk bepleit gelet op de bepleite vrijspraak.

8.1.4 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal gelet op de beslissing van de rechtbank tot vrijspraak van de verdachte van het onder 3 ten laste gelegde en gelet op de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging ter zake van het onder 2 laste gelegde, de benadeelde partij [aangeefster/moeder van slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank is verder van oordeel dat ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde [slachtoffer] door het hiervoor bewezen verklaarde strafbare feit 1 rechtstreeks schade is toegebracht.

De gevorderde vergoeding van immateriële schade ziet op een bedrag van € 30.000,00. De vordering is afdoende onderbouwd en door de verdediging niet weersproken. De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 30.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 18 april 2016. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis bij gebreke van betaling en verhaal zal vaststellen op 25 dagen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 244 en 248 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Niet-ontvankelijk

- verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging van verdachte ter zake van het tenlastegelegde onder 2.

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder 3;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde onder 1 bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

  • -

    zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

  1. De veroordeelde moet zich binnen 3 werkdagen volgend op de datum van onherroepelijk worden van het vonnis, melden bij Reclassering Nederland te Limburg op het telefoonnummer [telefoonnummer Reclassering] . Hierna moet veroordeelde zich in persoon blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

  2. De veroordeelde is verplicht zich ambulant te laten behandelen voor seksueel grensoverschrijdend gedrag een nader door de reclassering aan te wijzen forensisch psychiatrische polikliniek, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

  3. De veroordeelde wordt verboden, op welk wijze dan ook, contact te (laten) leggen met [aangeefster/moeder van slachtoffer] , [slachtoffer] , [naam kind 1] , [naam kind 2] en [dochter van verdachte] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Contact door veroordeelde met voornoemde personen vindt uitsluitend plaats door tussenkomst en goedkeuring van de reclassering en de betrokken hulpverleningsorganisaties.

  4. De veroordeelde zal zich niet bevinden op of in de omgeving van [adres] met een straal van 5 kilometer daar om heen. Het locatieverbod wordt gecontroleerd met een elektronisch controlemiddel.

  5. De veroordeelde is verplicht zijn medewerking te verlenen met de betrokken casemanagers en hupverleners van de Mutsaersstichting te Venlo, zolang de reclassering, in overleg met deze instelling, dit noodzakelijk acht.

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], geheel toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij voornoemd, van een bedrag van 30.000,00 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 18 april 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde voornoemd, van een bedrag van 30.000,00 euro bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 18 november 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [aangeefster/moeder van slachtoffer] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij tevens in de kosten van de verdachte en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer, voorzitter, mr. C.M. Nollen en mr. J.M.G. Gunsing, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 december 2017.

Buiten staat

Mr. J.M.G. Gunsing is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2012 tot en met 18 april 2016 te Reuver, in de gemeente Beesel en/of te Swalmen en/of te Roermond, in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2012 tot en met 18 april 2016 te Reuver, in de gemeente Beesel en/of te Swalmen en/of te Roermond, in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn, verdachtes, gezin, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- ( tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of

- open maken en/of uittrekken en/of naar beneden trekken van de pyjama en/of de broek

en/of de onderbroek van die [slachtoffer] en/of

- wrijven tussen de benen van die [slachtoffer] en/of

- betasten van en/of wrijven over de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer]

en/of

- likken van de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of

- tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer] en/of

- zijn, verdachtes, penis laten likken door die [slachtoffer] en/of

- duwen en/of brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis tussen de benen en/of

op/tegen de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer] ;

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2012 tot en met 18 april 2016 te Reuver, in de gemeente Beesel en/of te Swalmen, in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- vastpakken en/of vasthouden van het hoofd van een persoon genaamd [aangeefster/moeder van slachtoffer] en/of (vervolgens) (met kracht) duwen en/of brengen van het hoofd van die [aangeefster/moeder van slachtoffer] naar en/of in de richting van zijn, verdachtes, penis en/of

- vastpakken en/of vasthouden van zijn, verdachtes, penis en/of (vervolgens) (met kracht) duwen en/of brengen van zijn, verdachtes, penis tussen de benen van die [aangeefster/moeder van slachtoffer] , althans (met kracht) uit elkaar duwen van de benen van die [aangeefster/moeder van slachtoffer] en/of

- naar die [aangeefster/moeder van slachtoffer] schreeuwen en/of aan die [aangeefster/moeder van slachtoffer] (dreigend) toevoegen van (de) woorden (van de strekking): "Doe je benen wijd." en/of "Het moet toch gebeuren." en/of "Waarom wil je geen seks?" en/of "Je hebt sperma van een ander in je kut zitten." en/of "Kankerhoer." en/of "Kutwijf" en/of - vastpakken en/of vasthouden en/of uit bed trekken en/of tegen een deur gooien van die [aangeefster/moeder van slachtoffer] en/of - tonen en/of voorhouden van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [aangeefster/moeder van slachtoffer] en/of (vervolgens) zetten en/of plaatsen en/of houden van dat mes op/tegen de keel en/of hals van die [aangeefster/moeder van slachtoffer] en/of (vervolgens) aan die [aangeefster/moeder van slachtoffer] (dreigend) toevoegen van (de) woorden (van de strekking):

"Je maakt me boos.", die [aangeefster/moeder van slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster/moeder van slachtoffer] ;

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2012 tot en met 18 april 2016 te Reuver, in de gemeente Beesel en/of te Swalmen, in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) [aangeefster/moeder van slachtoffer] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, (telkens) die [aangeefster/moeder van slachtoffer] (met kracht) vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) de slaapkamer uit en/of met zich, verdachte, mee gesleurd en/of getrokken en/of heeft verdachte opzettelijk die [aangeefster/moeder van slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (telkens) dreigend de woorden toegevoegd : "Ik sleur je naar het spoor." en/of "Ik maak je kapot." en/of "Ik schiet je kapot." en/of "Ik laat je nooit met

rust." en/of "Als ik je niet kan krijgen, dan krijgt niemand jou. Dan schiet ik je kapot." en/of "Je komt nooit van me af.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen, verwijzen – tenzij anders vermeld – naar de doorlopende paginanummering in het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie eenheid Limburg, district Noord- en Midden-Limburg, basisteam Roermond opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL2300-2016073196 d.d. 12 december 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 171.

2 Proces-verbaal aangifte van [aangeefster/moeder van slachtoffer] , namens [slachtoffer] , d.d. 9 juni 2016, p. 40-56.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 oktober 2016, p. 63-68; proces-verbaal van studioverhoor d.d. 4 oktober 206, p. 116.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 17 augustus 2016, p. 118-121.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris op 22 juni 2017 van [getuige 2] . Dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het proces-verbaal van de politie, genoemd in voetnoot 1.