Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:11895

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-12-2017
Datum publicatie
07-12-2017
Zaaknummer
5495530 CV 16-10637
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Komt niet vast te staan dat gedaagde tijdig heeft geklaagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5495530 \ CV EXPL 16-10637

Vonnis van de kantonrechter van 6 december 2017

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FIDUS ADVIES B.V.,

gevestigd te Zaltbommel,

eisende partij,

gemachtigde mr. R.A. van Helvoirt,

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. C.G.A. Mattheussens.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 juni 2017

  • -

    het proces-verbaal van het op 25 oktober 2017 gehouden getuigenverhoor.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 14 juni 2017. Bij dat vonnis werd gedaagde partij toegelaten bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat hij binnen bekwame tijd heeft geklaagd over de bij factuurnummer 20140040 d.d. 6 oktober 2014 door eisende partij in rekening gebrachte advieswerkzaamheden.

2.2.

Gedaagde partij heeft vervolgens zichzelf en zijn echtgenote als getuige doen horen. Gedaagde partij verklaart dat er op 5 november 2014 een gesprek is geweest over openstaande facturen waarbij aanwezig waren hij zelf, zijn echtgenote en de heer [X] van Fidus. Gedaagde partij weet niet of er toen is gesproken over de in geschil zijnde factuur. De echtgenote van gedaagde partij bevestigt het gesprek van 5 november 2014 en verklaart dat de in geschil zijnde factuur niet is besproken op 5 november 2014. Zij verklaart verder op 6 november een mail te hebben ontvangen met de gemaakte afspraken en de openstaande facturen. Zij verklaart die mail toen niet inhoudelijk te hebben bekeken omdat zij er van uit ging dat daar alleen dingen in stonden die de dag ervoor waren besproken. Zij verklaart verder ongeveer een jaar later contact te hebben gehad met eisende partij en toen is haar gebleken dat er nog een factuur was die inderdaad in de mail van 6 november 2014 stond.

2.3.

De kantonrechter is van oordeel dat de verklaringen van de gehoorde getuigen geen bewijs bijbrengen van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat gedaagde partij binnen bekwame tijd heeft geklaagd over de bij factuurnummer 20140040 d.d. 6 oktober 2014 door eisende partij in rekening gebrachte advieswerkzaamheden. Nu gedaagde partij niet is geslaagd in het leveren van het bewijs waartoe hij was toegelaten moet zijn verweer als onvoldoende onderbouwd worden gepasseerd. De vordering van eisende partij ligt daarmee voor wat betreft de hoofdsom ad € 2.968,00 als onvoldoende weersproken voor toewijzing gereed.

2.4.

Gedaagde partij betwist primair de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten, subsidiair voert hij aan dat de algemene voorwaarden op grond waarvan de buitengerechtelijke incassokosten worden gevorderd niet van toepassing zijn en meer subsidiair stelt hij dat de buitengerechtelijke incassokosten maximaal het tarief van de Bik-staffel ad € 375,00 mogen belopen. Bij de beoordeling van de vraag of de gevorderde buitengerechtelijke (incasso-) kosten voor vergoeding in aanmerking komen, hanteert de kantonrechter het uitgangspunt, dat verrichtingen voorafgaand aan het geding worden gezien als voorbereiding van de gedingstukken en instructie van de zaak. Bij afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking komende kosten moet het gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Daarvan is in deze zaak niet gebleken. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen. Wat betreft de gevorderde contractuele rente stelt de kantonrechter vast dat in de algemene voorwaarden is opgenomen dat in geval van verzuim de wettelijke rente is verschuldigd. Nu op de factuur een vervaldatum is opgenomen is de schuldenaar bij niet betaling vanaf die vervaldatum van rechtswege wettelijke rente verschuldigd. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen zoals gevorderd. Of de algemene voorwaarden van toepassing zijn kan dan verder buiten beschouwing blijven, waarbij de kantonrechter wel opmerkt dat in een geval als het onderhavige, waarbij partijen al langer zaken doen en de facturen verwijzen naar de algemene voorwaarden dit doorgaans al voldoende wordt geacht voor de toepasselijkheid van deze voorwaarden.

2.5.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 79,38

  • -

    griffierecht 471,00

  • -

    salaris gemachtigde 437,50 ( 2,5 x tarief € 175,00)

totaal € 987,88

2.6.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 2.968,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2014 tot aan de voldoening,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 987,88,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 87,50 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.

type: HM

coll: