Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:11759

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-11-2017
Datum publicatie
06-12-2017
Zaaknummer
6365932/AZ/17-191
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet afgewezen. In strijd met bedrijfsbeleid gebruik maken van bedrijfsauto voor privé doeleinden rechtvaardigt ontslag op staande voet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1483
AR 2017/6407
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6365932 \ AZ VERZ 17-191

Beschikking van de kantonrechter van 29 november 2017

in de zaak van:

[de werknemer] ,

wonend [adres werknemer] ,

[woonplaats werknemer] ,

werknemer,

gemachtigde mr. D. Simons,

verzoekende partij in het verzoek, verwerende partij in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OFFICE DEPOT INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Venlo,

werkgever,

gemachtigde mr. R.J.C. Brouwer,

verwerende partij in het verzoek, verzoekende partij in het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek.

Partijen zullen hierna [de werknemer] en Office Depot worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 4 oktober 2017 ter griffie ontvangen verzoekschrift, tevens houdende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv,

- het op 24 oktober 2017 ter griffie ontvangen verweerschrift, tevens houdende een zelfstandig verzoek dat strekt tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst,

- het op 7 november 2017 ter griffie ontvangen schrijven van mr. Simons,

- de mondelinge behandeling gehouden op 8 november 2017,

- de zijdens Office Depot bij de mondelinge behandeling overgelegde pleitnota.

1.2.

Daarna is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Office Depot verkoopt en levert in binnen- en buitenland kantoorbenodigdheden.

Zij heeft haar hoofdkantoor in Venlo, waar circa 550 personen werkzaam zijn.

2.2.

[de werknemer] , geboren op [geboortedag werknemer] 1983, is op 1 juni 2016 bij Office Depot in dienst getreden voor de duur van 7 maanden. Na 7 maanden is de arbeidsovereenkomst op

1 januari 2017 verlengd met 8 maanden. Vervolgens is de arbeidsovereenkomst op

1 september 2017 wederom verlengd met 8 maanden.

2.3.

[de werknemer] vervulde laatstelijk de functie van sales accountmanager gedurende 40 uur per week tegen een loon van € 2.200,00 bruto per maand.

2.4.

Office Depot heeft een vijftal auto’s in haar bezit die door medewerkers gebruikt mogen worden wanneer zij naar een zakelijke afspraak moeten reizen.

2.5.

De heer [senior manager] , senior manager, heeft op 13 september 2017 kennis gekregen van het vermoedelijk privégebruik van poolauto’s door [de werknemer] . Vervolgens is door Office Depot onderzocht wanneer [de werknemer] gebruik heeft gemaakt van een poolauto. Uit dit onderzoek is gebleken dat [de werknemer] driemaal voor zakelijke doeleinden een poolauto heeft gebruikt en driemaal zonder een zakelijke aanleiding.

2.6.

Op 15 september 2017 is [de werknemer] uitgenodigd voor een gesprek met de heren

[HR officer] (HR officer) en [senior manager] . Tijdens dit gesprek is aan [de werknemer] kenbaar gemaakt dat hij in augustus en september 2017 driemaal een poolauto heeft gebruikt zonder een zakelijke aanleiding. [de werknemer] is tijdens het gesprek in de gelegenheid gesteld hierover zijn zienswijze te geven.

2.7.

Office Depot heeft [de werknemer] vervolgens op staande voet ontslagen met ingang van

15 september 2017. Bij brief van 18 september 2017 is het ontslag schriftelijk aan [de werknemer] bevestigd. In de brief is onder meer het volgende aan [de werknemer] meegedeeld:

“(…)

Our company has pool cars that can be used bij employees for business reasons only.

Investigations show that you have used pool cars for private reasons (under which commuting from work to home and vice versa), one time for several days in a row and also separately for one day use.

The policy on pool cars is very clear and it is forbidden to use a pool car for a private goal, unless agreed otherwise, which is not the case.

In a meeting last Friday, [senior manager] , Sr. Manager Inside Sales and [HR officer] , HR officer have given you the possiblity to give your reaction. You admitted that you used pool cars for private reasons.

Your actions are unacceptable for us. You acted against company policy and you should have been fully aware that your actions are not allowed and can in no way be accepted.

The above mentioned facts and circumstances, together as well as seen separately, justify a dismissal with immediate effect, which dismissal was given to you Friday September 15th, 2017 and this dismissal is hereby confirmed in writing.

(…)”

3 Het geschil

3.1.

[de werknemer] verzoekt - kort weergegeven - vernietiging van het op 15 september 2017 gegeven ontslag op staande voet, wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon en emolumenten met overige nevenvorderingen (wettelijke verhoging en wettelijke rente) en bij wege van provisionele voorziening ex artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) wedertewerkstelling en doorbetaling van loon en emolumenten voor de duur van de procedure, met nevenvorderingen (buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke verhoging en wettelijke rente).

3.2.

Office Depot heeft verweer gevoerd.

3.3.

Bij wijze van zelfstandig verzoek heeft Office Depot verzocht de arbeidsovereenkomst met [de werknemer] voorwaardelijk - voor het geval de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig geëindigd zou zijn met ingang van 15 september 2017 door het gegeven ontslag op staande voet - te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in verbinding met artikel 7:669 lid 3, primair onderdeel e, subsidiair onderdeel g, BW.

3.4.

[de werknemer] heeft verweer gevoerd en subsidiair, in geval van toewijzing van het verzoek van Office Depot, verzocht om toekenning van een billijke vergoeding.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna - voor zover relevant - nader ingegaan.

4 De beoordeling

Het verzoek van [de werknemer] tot het vernietigen van het ontslag op staande voet.

4.1.

[de werknemer] heeft de onderliggende verzoeken tijdig ingediend, omdat deze zijn ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst door Office Depot is beëindigd (artikel 7:686a lid 4, onderdeel a, BW).

4.2.

Het geschil van partijen betreft de vraag of het door Office Depot aan [de werknemer] gegeven ontslag op staande voet moet worden vernietigd.

4.3.

Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is ieder van partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op grond van een dringende reden op te zeggen, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor Office Depot als dringende redenen als vorenbedoeld beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van [de werknemer] , die tot gevolg hebben dat van Office Depot redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Tot deze omstandigheden behoren onder meer de persoonlijke omstandigheden van [de werknemer] , zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is.

4.4.

De dringende reden die is meegedeeld en dus moet worden beoordeeld, is blijkens de ontslagbrief van 18 september 2017 dat [de werknemer] zonder toestemming van Office Depot driemaal gebruik heeft gemaakt van een poolauto voor privé doeleinden, waaronder woon-werkverkeer. Het bedrijfsbeleid ten aanzien van poolauto’s is duidelijk en het is verboden om een poolauto te gebruiken voor privé doeleinden. [de werknemer] had zich volledig bewust moeten zijn van het feit dat zijn handelwijze niet is toegestaan en ook niet geaccepteerd kan worden, aldus Office Depot in de ontslagbrief. Het zodanig veronachtzamen van de op [de werknemer] rustende verplichtingen levert volgens Office Depot een dringende reden voor een onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst.

[de werknemer] erkent dat hij in de door Office Depot genoemde periodes gebruik heeft gemaakt van een poolauto voor woon-werkverkeer. Volgens [de werknemer] gebeurde dit echter telkens met toestemming van zijn leidinggevende. Deze stellingname van [de werknemer] wordt uitdrukkelijk door Office Depot betwist.

4.5.

De kantonrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling vastgesteld dat partijen het eens zijn over de te volgen procedure bij het aanvragen van een poolauto. De medewerker maakt een reservering voor een auto via zijn computer. Vervolgens moet bij de receptioniste van Office Depot een formulier worden ingevuld en ondertekend, krijgt de medewerker de autosleutel overhandigd en kan de auto worden meegenomen. Op de betreffende formulieren staat onder meer het volgende vermeld:

“The car may not be used for kilometres driven for private purposes.”

“I hereby declare that I have not used this car to drive any kilometres for private purposes in the registered period, between the registered kilometre readings.”

Vast staat dat [de werknemer] deze aanvraagprocedure telkens heeft gevolgd en dat hij ervan op de hoogte was dat privégebruik van een poolauto, behoudens toestemming van Office Depot, niet was toegestaan. [de werknemer] stelt zich overigens op het standpunt dat hij op de betreffende formulieren enkel zijn naam en handtekening heeft gezet, en dat de receptioniste de overige gegevens (datum, tijdstip, kilometerstand en bestemming) invulde.

4.6.

De drie gelegenheden waarbij [de werknemer] blijkens de door hem ondertekende formulieren gebruik heeft gemaakt van een poolauto voor privé-gebruik zijn de volgende:

Van 4 augustus 2017 16.30 uur tot 10 augustus 2017 9.00 uur (Brussel/Breda, 888 km)

[de werknemer] heeft gedurende deze periode de bedrijfsauto gebruikt voor woon-werkverkeer van Venlo naar Breda omdat er een week lang geen treinverkeer was tussen Eindhoven en Venlo in verband met werkzaamheden aan het spoor. Volgens de stellingen van [de werknemer] in het verzoekschrift heeft zijn manager, de heer [manager] , toen toestemming gegeven om de poolauto te gebruiken. [de werknemer] heeft dienaangaande voorts aangevoerd dat hij de heer [X] twee weken voor de spoorwerkzaamheden hiervan op de hoogte heeft gesteld. [de werknemer] heeft toen voorgesteld om die week vanuit huis te werken, maar dat vond de heer [X] niet goed. De heer [X] stelde voor om die week verlofdagen op te nemen, maar dat wilde [de werknemer] niet. Vervolgens heeft de heer [X] voorgesteld dat [de werknemer] een poolauto zou nemen. [de werknemer] stelt in zijn verzoekschrift dat hij de poolauto op vrijdag 4 augustus mee naar huis heeft genomen en op maandag 7 augustus weer ingeleverd. In zijn verweerschrift, ingediend naar aanleiding van het tegenverzoek van Office Depot, heeft [de werknemer] aangegeven dat hij de auto tot donderdag 10 augustus heeft gebruikt. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [de werknemer] voor het eerst aangevoerd dat zijn leidinggevende [X] gezegd zou hebben: “neem de poolauto maar vanaf vrijdag, maar zeg het niet tegen [senior manager] ”.
Dat er op het formulier ‘Brussel’ als bestemming staat aangegeven begrijpt [de werknemer] niet. Dat moet de receptioniste volgens hem hebben ingevuld.

Office Depot erkent dat [de werknemer] van tevoren heeft aangekaart dat er geen treinen zouden rijden en dat aan hem is voorgesteld om die week verlof op te nemen. Ook heeft Office Depot aangegeven dat thuiswerken niet tot de mogelijkheden behoorde. Office Depot betwist echter dat er toestemming aan [de werknemer] is verleend om een poolauto te mogen gebruiken en verwijst naar de verklaringen van [X] en Hoogveld (productie 4 verzoekschrift).

Van 5 september 2017 16.30 uur tot 6 september 2017 8.23 uur (Breda, 218 km)

Office Depot heeft op 5 september 2017 een barbecue georganiseerd voor het personeel. Volgens [de werknemer] heeft Office Depot in de persoon van de heer [senior manager] daaraan voorafgaand in een drietal e-mails zelf aangegeven dat het personeel dat ver weg woont kan overnachten in een hotel of een poolauto kan nemen om ’s avonds naar huis te komen. [de werknemer] kan de e-mails van [senior manager] echter niet in het geding brengen omdat Office Depot hem heeft afgesloten van zijn zakelijke e-mailadres.

Office Depot betwist dat de heer [senior manager] de medewerkers heeft aangeboden om in een hotel te blijven overnachten of om een poolauto te gebruiken om naar huis te gaan. Office Depot verwijst daarvoor naar een verklaring van de heer [senior manager] (productie 6 bij verweerschrift). Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de heer [senior manager] nogmaals bevestigd dat hij nooit de mogelijkheid aan de medewerkers heeft geboden om na de barbecue een poolauto te gebruiken om naar huis te komen. De heer [senior manager] heeft daarbij eveneens aangegeven dat hij slechts 2 e-mails over de barbecue heeft verstuurd: een vooraankondiging en een officiële uitnodiging. Daarin staat niets over het gebruik van poolauto’s vermeld.

Van 13 september 2017 16.05 uur tot 14 september 2017 10.25 uur (Breda, 232 km)

[de werknemer] stelt zich op het standpunt dat het op 13 september 2017 heel erg stormde waardoor het treinverkeer ontregeld was. [de werknemer] geeft aan dat hij in de namiddag toestemming van zijn leidinggevende, de heer [X] , heeft gekregen om met een poolauto naar huis te gaan. Office Depot betwist dat de heer [X] toestemming heeft gegeven en verwijst naar de verklaring van de heer [X] waarin deze stelt niet op de hoogte te zijn van reserveringen van een poolauto voor of na augustus 2017 (productie 4 verzoekschrift).

4.7.

De kantonrechter stelt vast dat [de werknemer] in zijn verzoekschrift, in zijn verweerschrift, en vervolgens ter mondelinge behandeling wisselende verklaringen heeft afgelegd over de verkregen toestemming voor het gebruik van de poolauto op verschillende momenten. [de werknemer] komt verschillende keren terug op eerdere verklaringen en sommige verklaringen zijn tegenstrijdig aan elkaar en soms onduidelijk, waardoor ze niet alle even geloofwaardig zijn.

Wat hier ook van zij, de kantonrechter is van oordeel dat [de werknemer] niet aannemelijk heeft gemaakt, laat staan heeft aangetoond, dat hij van Office Depot toestemming heeft gekregen om een poolauto te gebruiken in de hierboven onder 4.6. omschreven gevallen. De gestelde toestemming wordt in alle drie de gevallen uitdrukkelijk door Office Depot betwist en gestaafd met verklaringen van de betreffende leidinggevenden die volgens [de werknemer] hun toestemming zouden hebben gegeven. Daar komt nog bij dat [de werknemer] in het gesprek op 15 september 2017 kennelijk niets heeft gezegd over toestemming van zijn leidinggevende(n).

De kantonrechter neemt op grond van het voorgaande als vaststaand aan dat [de werknemer] geen toestemming had voor het gebruik van een poolauto in de drie hiervoor omschreven gevallen. De kantonrechter acht, bij gebrek aan een voldoende concreet bewijsaanbod, geen termen aanwezig [de werknemer] toe te laten tot nadere bewijslevering op dit punt.

4.8.

Naar het oordeel van de kantonrechter levert het complex van voornoemde feiten en omstandigheden voldoende grond op voor een ontslag op staande voet. [de werknemer] was van het bedrijfsbeleid ten aanzien van poolauto’s op de hoogte en ondertekende ook keer op de keer de schriftelijke verklaring dat de auto niet voor privé doeleinden was gebruikt. De stelling van [de werknemer] dat woon- werkverkeer geen privégebruik is volgt de kantonrechter niet. [de werknemer] ontving immers maandelijks een reiskostenvergoeding van € 145,00 van Office Depot teneinde zijn eigen vervoer te kunnen bekostigen. Door desalniettemin 1338 kilometer te rijden met een poolauto van Office Depot zonder daarvoor de brandstofkosten te betalen heeft [de werknemer] zich bovendien verrijkt ten kosten van Office Depot. De kantonrechter acht het handelen van [de werknemer] zodanig ernstig dat Office Depot in redelijkheid kon beslissen dat van haar niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [de werknemer] te laten voortduren. De gevolgen die het ontslag voor [de werknemer] heeft, kunnen niet afdoen aan de gerechtvaardigdheid daarvan en maken ook niet dat Office Depot had moeten volstaan met een lichtere sanctie zoals bijvoorbeeld een waarschuwing. Het vorenstaande brengt met zich dat naar het oordeel van de kantonrechter het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en standhoudt.

4.9.

Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van [de werknemer] de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Office Depot kan vernietigen, indien Office Depot heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en dit ontslag op staande voet aldus heeft geleid tot een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zal het verzoek van [de werknemer] om vernietiging van dat ontslag worden afgewezen. Er is immers geen sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er ook geen grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW.

4.10.

Nu het dienstverband op 15 september 2017 rechtsgeldig is geëindigd, zullen de vorderingen tot betaling van het loon, de wettelijke verhoging, de wettelijke rente alsmede de gevorderde voorlopige voorziening eveneens worden afgewezen.

Het zelfstandig verzoek van Office Depot: (voorwaardelijke) ontbinding.

4.11.

Nu het verzoek van [de werknemer] tot vernietiging van het door Office Depot gegeven ontslag op staande voet wordt afgewezen, is er een rechtsgeldig einde aan het dienstverband gekomen. Aldus doet de voorwaarde waaronder Office Depot het zelfstandig tegenverzoek heeft ingediend, zich niet voor. Dit brengt met zich dat de kantonrechter derhalve niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het zelfstandig verzoek van Office Depot.

De door partijen dienaangaande ingenomen stellingen, behoeven derhalve geen bespreking meer.

Inzake alle verzoeken.

4.12.

[de werknemer] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Office Depot worden tot op heden begroot op € 400,00 (2.0 punten x € 200,00 tarief).

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de verzoeken van [de werknemer] af,

5.2.

veroordeelt [de werknemer] in de proceskosten, aan de zijde van Office Depot tot op heden begroot op € 400,00,

5.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.

type: em/jsl

coll: