Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2017:1163

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-02-2017
Datum publicatie
13-02-2017
Zaaknummer
5598205/EZ/16-304 09022017
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfrecht; loon vereffenaar; afwijking van recofa-richtlijn artikel 6.4 sub d; hogere factor voor zeer ervaren notarisklerk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2017-0046
RN 2017/60
RFR 2017/76
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 5598205 \ EZ VERZ 16-304

Beschikking van de kantonrechter van 9 februari 2017

Op 20 december 2016 is ter griffie van de rechtbank, burgerlijk recht / kanton, locatie Roermond ontvangen het door mr. G.H.M. van Kan, verbonden aan Metis Notarissen op

5 december 2016 op de locatie Maastricht van deze rechtbank ingediende (en door de griffier aldaar doorgezonden) verzoek tot vaststelling van een voorschot op het vereffenaarsloon.

Op 11 januari 2017 heeft verzoeker per e-mail het verzoek gewijzigd zowel wat betreft de periode waarover een voorschot wordt verzocht als wat betreft de hoogte van het verzochte voorschot. Bij e-mail van 25 januari 2017 is dit gewijzigde verzoek nader onderbouwd.

Bij beschikking van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 13 januari 2015 is verzoeker benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van

de heer [Y], geboren te [geboorteplaats Y] op [geboortedag Y] 1922, laatst gewoond hebbende te [woonplaats Y] en overleden op 16 mei 2014 te Setúbal (Portugal).

Het verzoek betreft het vaststellen van een voorschot op het vereffenaarsloon. Bij het verzoek is onder meer een verslag en een urenverantwoordingslijst gevoegd.

De kantonrechter overweegt dat hoewel de wettelijke regeling ervan uit gaat dat het loon van de vereffenaar pas kan worden betaald na het verbindend worden van de uitdelingslijst, een voorschot op het loon wel toegekend kan worden bij de vereffening van een nalatenschap die bewerkelijk en complex is, veel tijd vraagt en lang duurt en waarbij zonder toekenning van een voorschot geen goede vereffening mogelijk is. Uit het door verzoeker overgelegde verslag blijkt naar het oordeel van de kantonrechter dat er in casu sprake is van een zodanige situatie, zodat het vaststellen van een voorschot geïndiceerd is.

Uit de bijgevoegde urenverantwoording blijkt dat de werkzaamheden zijn verricht door diverse medewerkers verbonden aan het notariskantoor van de vereffenaar.

Gelet op de toelichting op artikel 4:206 lid 3 BW wordt, conform de aanbevelingen van het LOVCK&T voor het vaststellen van het op iedere medewerker van toepassing zijnde uurtarief aansluiting gezocht bij de regeling voor curatoren in een faillissement, de zogenaamde Recofa-richtlijnen. Deze richtlijnen geven in de artikelen 6.4 tot en met 6.7 het van toepassing zijnde uurtarief aan, dat voor de vereffenaar danwel zijn kantoorgenoot enerzijds afhankelijk is van diens ervaring en anderzijds van de boedelfactor. Artikel 6.4. sub c geeft aan dat de rechter-commissaris (lees: de kantonrechter) in bijzondere gevallen op verzoek een afwijkend uurtarief kan vaststellen.

Het uurtarief voor andere medewerkers kent een daarvan afwijkende regeling in artikel 6.4. sub d. De inzet en hoogte van de honorering van faillissementsmedewerkers wordt voorafgaande aan hun inzet ter goedkeuring aan de rechter-commissaris (lees: kantonrechter) voorgelegd, zoals artikel 6.4 sub e vereist. Artikel 6.4 sub g tenslotte bepaalt dat de vereffenaar de werkzaamheden met inachtneming van de moeilijkheidsgraad daarvan zodanig over hemzelf, zijn kantoorgenoten en medewerkers dient te verdelen zo dat deze tegen het laagst mogelijke uurtarief worden verricht.

De vereffenaar heeft in casu verzocht ten aanzien van medewerkster mevrouw

[X] een van artikel 6.4 sub d afwijkend uurtarief vast te stellen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat zij als notarisklerk gezien haar meer dan 45 jarige ervaring en kennis vergelijkbaar is met een kandidaat-notaris met diezelfde ruime ervaring. Zij geldt binnen kantoor als vraagbaak voor juristen en kandidaat-notarissen. De vereffenaar heeft verzocht op haar factor 1,6 (zijnde 1,3 als ervaringsfactor en 1,2 als boedelfactor) van toepassing te verklaren, in plaats van factor 0,6 zoals artikel 6.4 lid d strikt genomen aangeeft.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Toepassing van artikel 6.4. lid d zou inhouden dat het uurtarief van mevrouw [X] € 120,00 exclusief btw zou bedragen (0,6 x basisuurtarief). Verzocht is haar uurtarief te bepalen op € 320,00 exclusief btw (1,3 x 1,2 x basisuurtarief).

Vast staat dat mevrouw [X] de functie bekleedt van notarisklerk. Hieruit vloeit voort dat zij ondersteuning biedt aan en taken gedelegeerd krijgt van de benoemde vereffenaar. Een gelijke beloning aan die van de vereffenaar, zoals verzocht, zou, nu eveneens vast staat dat die vereffenaar zelf niet die werkzaamheden heeft uitgevoerd, in strijd zijn met artikel 6.4 sub g dat bepaalt dat de vereffenaar de werkzaamheden dient te laten uitvoeren tegen het zo laagst mogelijke uurtarief. Dat laatste is in het belang van de erfgenamen. Anderzijds kan toedeling van werkzaamheden aan een zeer ervaren medewerker besparing van het anderszins te besteden aantal uren aan werkzaamheden opleveren, hetgeen ook in het belang van de erfgenamen is te achten. Hoewel artikel 6.4 sub c strikt genomen bepaalt dat een afwijkend uurtarief enkel toegekend kan worden aan vereffenaars, en de hoogte van de honorering van de betreffende medewerkster in casu niet vóórafgaande aan haar inzet is verzocht, zal de kantonrechter haar uurtarief in de onderhavige zaak vaststellen op € 160,00 exclusief btw, gelijk aan een factor 0,8 x basistarief, mede gelet op de inzichtelijk gemaakte bewerkelijkheid van de vereffening.

Het verzoek zal dan ook worden toegewezen met toepassing van factor 1,6 voor zowel mevrouw [A] als de heer [B] , factor 0,8 voor zowel mevrouw [C] als mevrouw [X] , factor 0,6 voor mevrouw [D] , mevrouw [E] , mevrouw [F] en mevrouw [G] . Voor mevrouw [H] tenslotte de factor 0,4. Een en ander vermenigvuldigd met het basisuurtarief van € 200,00 per uur zoals zijdens verzoeker aangegeven, zal het voorschot bepaald worden op een totaalbedrag van € 26.765,00 exclusief btw, zijnde € 32.385,65 inclusief btw.

De kantonrechter zal daarbij bepalen dat dit bedrag ten laste van de boedel zal worden gebracht.

De beslissing

De kantonrechter

stelt het voorschot op het vereffenaarsloon over de periode 13 januari 2015 tot en met 30 november 2016 vast op een bedrag van € 32.385,65 inclusief btw,

bepaalt dat dit bedrag ten laste van de boedel zal worden gebracht,

en wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gegeven door mr. G.M.P. Brouns, en in het openbaar uitgesproken.

type: mjp